Strandwandeling
Zaterdagavond maak ik met ons gezin een strandwandeling. Het is heel donker en als we onze weg zoeken over de duinpaadjes is elke bocht een spannend avontuur.
Nadat we een beetje gewend zijn aan het duister en niet meer in iedere schaduw een enge man zien, maar gewoon een prullenbak of strandpaal, ontdekken we -ondanks de duisternis- een heleboel moois.
De sterrenhemel bijvoorbeeld.
Met onze amateurkennis lokaliseren we de Grote Beer en de Kleine Beer en iets waarvan we denken dat het de Melkweg moet zijn. Je kunt elkaar tenslotte een heleboel wijsmaken als niemand er verstand van heeft.
Achter mijn rug hoor ik een van mijn zonen - kennelijk ook onder de indruk van de enorme hoeveelheid sterren- opmerken dat hij er niet aan moet denken zoveel kinderen te krijgen. Maar het ongetwijfeld wijze antwoord van z’n pa gaat aan me voorbij, want inmiddels loop ik met een eigen vraagstuk: waar is eigenlijk de maan? Het is een heldere avond, heel veel sterren, nauwelijks wolken. Dan moet toch ergens de maan te zien zijn? Maar hoe we ook zoeken, noord/oost/zuid/west; ongelooflijk veel sterren, maar geen maan. En alle amateurdeskundigen zwijgen stil, nou ja, op heel veel flauwe-grapjes-om-de-onkunde-te-verbergen na dan.
Hoe zit dat eigenlijk met de maan? Vast wel eens geleerd maar verder nooit meer over nagedacht. Inmiddels weet ik, na een half uurtje googelen wel (weer) hoe het zit; de maan kwam deze avond pas ver na middernacht op, zoals dus heel regelmatig gebeurt. Verder ben ik nog een heleboel interessante wetenswaardigheden over de maan en sterren te weten gekomen. Er is erg veel te leren over het sterrenstelsel en de maan.
Maar eigenlijk was ik daar helemaal niet naar op zoek.
Eigenlijk overheerste bij mij een gevoel van verwondering, bewondering. Hoe ongelooflijk mooi is toch de schepping! Dan kijk je anders naar de sterrenhemel. Niet door de bril van de wetenschap -hoe zit dat nou precies- , maar met ogen van het geloof –de held’re lucht en ’t zwerk verkondigen Zijn werk!
Er komen allemaal psalmregels boven borrelen.
Psalm 8, door David gedicht: “Als ik Uw hemel aanzie, het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren die Gij bereid hebt; wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt…”
Ik zie David zitten in het veld bij zijn kudde. Hij wist misschien niet zoveel over sterrenstelsels en planeten als we nu op het internet kunnen vinden. Maar wat een praktische kennis had hij als herder.
Hij heeft heel wat avonden en nachten de sterrenhemel ‘aanschouwd’. Hij wist vast wèl precies hoe laat de maan opkomt en ondergaat. Wist van de invloed van de maan op zijn kudde misschien wel.
Dat bracht hem tot verwondering en aanbidding: “Zon, maan en sterren tonen gans Uw macht - zo wonderlijk door U tot glans gebracht!”
Zo kan het dus ook. Je maakt een nachtwandeling over het strand, bewondert de sterrenhemel en overdenkt al lopend met elkaar psalm 8.
Wat een prachtwandeling wordt dat!
Heb je een vraag aan de columnist, mail deze dan naar het columnbeheer. Je vraag komt dan op het goede adres terecht!