Weergave

(+16 & +19) Registreer of log in:

Dient de Heere met blijdschap; vrijwilligerswerk voor de terminale thuiszorg

Een oude mevrouw. Weinig familie, al jaren weduwe. Lichamelijk veel geleden. Ging vroeger van huis uit naar de kerk. Maar dat hoeft voor haar niet meer. 'Die kneep de kat in het donker, en die en die. Nee, laat mij maar op m'n eigen manier geloven. Bang voor hierna? Nee, helemaal niet. Ik heb goed geleefd.'

Mevrouw heeft soms veel zorg nodig. En dan zomaar die vraag: Hoe komt dat toch, avond aan avond zitten hier van die lieve vrouwen en die helpen me uit de viezigheid, zonder mopperen, jullie krijgen er geen cent voor, hoe zit dat toch? Dat is zo’n opening om even te mogen getuigen van Gods liefde en trouw voor ons waar we wat van door mogen geven.
Mevrouw sterft. We gaan naar de begrafenis. Veel muziek, lovende woorden en alles heel leeg. Dat laat je niet los. Daar ben je nog dagen mee bezig.

Steeds meer vrijwilligers zijn nodig om de zorg voor zieken, gehandicapten en stervenden thuis  mogelijk te maken. Vrijwilligers zijn er niet om de professionele zorg te vervangen of bij te staan, maar vooral als steun voor de zieke/stervende en voor de familie of anderen die direct bij de zieke/stervende betrokken zijn. Vrijwilligers kiezen er bewust voor om anderen te helpen.
In dit stukje richt ik de aandacht op het werk van de vrijwilligers van de terminale thuiszorg. Dus zorg voor zieken in de laatste levensfase.
Thuis sterven is een wens van veel mensen. Vroeger was dat heel gewoon. Door verschillende ontwikkelingen in de maatschappij is dat nu voor veel mensen niet meer vanzelfsprekend mogelijk. Door kleinere gezinnen en tweeverdieners is het zorgen voor bijv. hulpbehoevende/zieke of stervende ouders steeds moeilijker. Ook wonen kinderen vaak niet in de directe omgeving van de ouders. Deze ontwikkelingen leiden tot meer vraag naar vrijwilligers. Om de druk van allen die rondom een stervende staan te verlichten, mogen we vrijwilligerswerk doen. Om er te zijn voor onze naaste in zijn ziekzijn en sterven, maar ook voor al degenen die om de stervende heen staan.

Is dat moeilijk? Ja. We komen niet alleen bij mensen van onze eigen kerk, maar we zijn er voor iedereen die hulp vraagt, met kerkelijke achtergrond of andere levensbeschouwing of helemaal niets. Zo komen we dus ook bij mensen die niets (meer) met het geloof te maken willen hebben. Dat maakt het voor christelijke vrijwilligers extra moeilijk. ‘Moet ik nu wat zeggen, en wat, of kan ik beter maar zwijgen?’
In de eerste plaats komen we om dat te doen waarvoor we gekomen zijn. Dat is praktisch bezig zijn. Verzorgen, ondersteunen, aanwezig zijn, luisteren. En van praktisch bezig zijn lezen we in de Bijbel in Matth. 25: Want Ik ben hongerig geweest en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij geherbergd; Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en gij zijt tot Mij gekomen.
We komen bij mensen die nog maar even te leven hebben. Dat maakt het wel iets zeggen/niets zeggen zo moeilijk. Juist omdat je weet dat het na het sterven niet over is. Juist omdat je wat hebt (en altijd bij je hebt, de Bijbel) om door te geven. En soms doet zich dan een situatie voor waarbij we wel wat mogen zeggen. Mogen getuigen van de motivatie waarom we dit werk doen. Om te vertellen van Zijn trouw en liefde voor ons. En daarvan wat doorgeven. Biddend of de Heere het heel eenvoudig gesproken Woord van Hem wil zegenen.

Een oude meneer. Vrouw, zoon. Goed leven gehad. Kijkt graag voetbal. Een half jaar voor z’n sterven openbaarde zich kanker. Het gaat snel achteruit met meneer. Wij bieden de laatste dagen hulp.
‘s Nachts is meneer erg beroerd, er is geen ruimte om rustig met hem te praten. De volgende nacht gaat het wat beter. Een andere vrijwilliger heeft een kort gesprek. Ja, vroeger ging hij naar de zondagschool. Psalm 130? Ja, dat wist hij nog wel. Zal ik die voorlezen? Dan klinken de woorden van het roepen uit de diepte, onze ongerechtigheden, het verwachten en hopen. Het zaad is gestrooid.
Meneer sterft. We lezen de rouwadvertentie: ik ga slapen ik ben moe, ‘k sluit mijn beide ogen toe. En ondertussen is meneer al gecremeerd.
Dat laat je niet los. Daar ben je nog heel lang mee bezig.

Een oude meneer. Uitgeteerd. Zijn stem te zwak om nog iets te zeggen. Maar in zijn goede dagen vast mogen getuigen van de Hoop die in hem is.
Meneer wordt verzorgd. Dat doet hem zeer, het is teveel voor hem.Alles doet zeer, hij kan niet meer. Dan mag je hem zachtjes in z’n oor fluisteren: nog even volhouden, het duurt niet lang meer, dan mag u altijd bij de Heere zijn. Die blik in zijn ogen als hij je dan aankijkt, daar straalt verlangen, liefde, hoop, blijdschap uit. Bijna niet te beschrijven.
Meneer sterft. Hij weet nu wat het is, altijd bij de Heere te zijn.
Dat laat je niet los. Dat vergeet je nooit meer.

Vrijwilligerswerk voor de terminale thuiszorg. Moeilijk? Ja. Als je ‘s morgens een telefoontje krijgt of je ’s nacht bij iemand wilt werken, gaat er best veel door je heen. Hoe zal de situatie zijn, wanneer moet ik de familie waarschuwen? Maar dan ook de wetenschap, ik hoef niet alleen. En dan kan het, want:

                             Och, of wij uw geboon volbrachten
                             Gena, o Hoogste Majesteit!
                             Gun door ’t geloof in Christus krachten
                             Om die te doen uit dankbaarheid.

 

 

Heb je een vraag aan de columnist, mail deze dan naar het columnbeheer. Je vraag komt dan op het goede adres terecht!