Weergave

(+16 & +19) Registreer of log in:

De Tegenstelling

'Heej, hoe was je vakantie? Waar ben je geweest?' 'Ik ben in Zwitserland geweest. Mooi man, die natuur daar, prachtig. Al die bergen en een groot meer. Heerlijk wezen waterskiën, klimmen, wandelen, raften, ik zou zo weer terug gaan.

Zomaar een gesprekje wat de achterliggende weken veel voorgekomen zal zijn.
Soms zit ik ook nog wel eens achter m'n pc m'n foto's te bekijken, mijmerend aan de vakantie. In gedachten sta ik weer met mijn familie boven op die berg. Overal waar we kijken zien we bergtoppen, op velen daarvan ligt sneeuw. Wat is de schepping toch mooi. Wat heeft God alles toch wonderlijk gemaakt. We stemmen helemaal in met de dichter van Psalm 19 'Het ruime hemelrond, vertelt, met blijden mond, Gods eer en heerlijkheid; De held're lucht en 't zwerk verkondigen Zijn werk, en prijzen Zijn beleid.' Maar beseffen we dat eigenlijk wel? Zien we het wel echt. Met de mond belijden is zo makkelijk, maar met je hart?

We lopen naar beneden en komen bij een rodelbaan aan. We stappen in en zijn er helemaal vol van. Hoe geweldig is het om zo snel mogelijk naar beneden te roetsjen en zo min mogelijk te remmen. Alle bordjes met het woord ‘bremsen’ negeren en stoer beneden zeggen, hoeveel keer heb jij geremd? Ik niet één keer.

Mag dat dan niet? Tuurlijk mag dat wel, maar ben je dan al weer vergeten wat je net hebt gezien, Gods schepping met al zijn eer en heerlijkheid. En dan nu weer zo onverantwoord van een rodelbaan af gaan.

Hoe vaak gebeurt het niet dat je iets mag zien, ervaren van Gods goedheid, Gods genade. Je mag er helemaal vol van zijn, en een ogenblik later is het helemaal verdwenen. Je zit in de kerk. Je kunt heel goed naar de dominee luisteren, of naar de ouderling die leest. Het lijkt wel of dat de preek speciaal voor jou bedoeld is. Je doet in je hart al allemaal beloftes, als ik thuis kom ga ik gelijk op m’n knieën, van de week ga ik extra bidden en mijn Bijbel lezen. En je bent de drempel van de kerk nog niet over en het klinkt “Heej, was leuk hè gister avond?” WEG! Weg zijn alle indrukken, alle beloftes. Je staat te kletsen, te lachen, alles van zaterdagavond komt weer boven en voordat je thuis bent moet je nog diep nadenken waar ook alweer de preek over ging.

Herken je dit?
Nee?
Ik moet eerlijk bekennen dat het bij mij zo wel heel vaak gaat. De duivel heeft zoveel macht, hij weet als geen ander hoe hij ons moet aftrekken van de Heere en Zijn dienst. Dat we genieten van de schoonheid in de natuur, geen probleem, dat we goed luisteren in de kerk, prima! Maar daar blijft het ook bij, het moet niet te lang duren want dan verzint hij wel weer wat om af te leiden.
Laten we toch wat meer vechten tegen de verleidingen van de duivel. Want op al die beloftes die we doen onder de preek, zal God terug komen. Wat heb je met mijn Woord gedaan?
En als we Gods schoonheid in de natuur hebben gezien, die majestueuze bergen, zullen we op de jongste dag moeten zeggen; bergen valt op ons en tot de heuvelen bedekt ons? Wat vreselijk, want dan is het te laat.

Ik heb dit niet geschreven om bang te maken, maar om te laten zien hoe snel we afgeleid kunnen worden. Zoveel moois zien, horen, waarnemen, en een klein ogenblik erna is al dat moois weer weg, worden we weer opgeslokt door het hier en nu. Vooral zondags in Gods huis. Ga op je knieën voordat je weg gaat, en bid of God de duivel aan banden wil leggen. Smeek of Hij je wil bekeren, nu het nog kan, want gij weet den dag niet, noch de ure, in dewelke de Zoon des mensen komen zal.
Maranatha!!

Marleen Beverloo