Weergave

(+16 & +19) Registreer of log in:

De literatuurlijst

Voor velen is de tijd weer aangebroken dat je met je literatuurlijst 
voor school naar de bibliotheek moet. Voor sommigen een uitdaging, 
voor sommigen een regelrechte ramp. Boeken uitkiezen en lezen met een 
taai mondeling in het vooruitzicht. De een leest ze in een zucht uit. 
De ander slaakt zucht na zucht, want er is niet door te komen.
 
Mijn eerste tip: begin op tijd. Zelf begon ik destijds veel te laat. 
Dat brak me op, want tegen de tijd dat ik m’n mondeling had, las ik 
enkel nog maar uittreksels.
 
Mijn tweede tip is dan als vanzelf: lees niet alleen het uittreksel, 
maar ook het boek zelf. Je docent weet toch wel wat er in het 
uittreksel staat.
 
Maar goed, je begint op tijd en je bent vast van plan het boek zelf 
te lezen. Je neemt je literatuurlijst eens door. Je merkt dat er wat 
bekende titels op staan. Titels die de school rondfluisteren. Ze zijn 
makkelijk te lezen en niet al te dik. Er staan ook boeken op die je 
helemaal niet kent, de schrijver niet en de titel niet. En jij moet 
je keuze maken.
 
Als je al eens eerder een boek van een bepaalde schrijver hebt 
gelezen, weet je al snel of je nog een boek van die schrijver pakt. 
Toen ik vijftien jaar geleden op de Guido de Brès zat, lazen we 
klassikaal het boek Het bittere kruid van Marga Minco. Hoewel mijn 
mening over dat boek later veranderde, vond ik dat boek toen 
vreselijk om te lezen. Het zou niet in me opgekomen zijn een ander 
boek van Minco op mijn lijst  te zetten.
 
Het tegendeel overkwam me bij het boekje De herberg met het 
hoefijzer, van Den Doolaard. Aangestoken door het literatuurvirus, 
las ik in mijn vrije tijd steeds meer literatuur. Andere boeken van 
Den Doolaard volgden. Toen deed ik een ontdekking. Een ontdekking die 
een dilemma voor me werd. Terwijl het ene boek van een auteur 
verantwoord was, bleek een ander dat niet te zijn. De boeken van Den 
Doolaard vond ik echter zo goed geschreven, dat ik zijn boeken waarin 
zondige scènes in voorkwamen niet kon wegleggen. Die strijd maakte ik 
onlangs weer mee, toen ik het tweede deel van Het Bureau, Vuile 
handen van J. J. Voskuil las. Het boek pakte me. Totdat er, vrij snel 
na elkaar, drie keer een vloek van de bladzijde spatte. Ik bracht het 
boek direct terug naar de bibliotheek, onuitgelezen.
 
Jij weet de andere voorbeelden wel te bedenken waarom je een boek zou 
moeten wegleggen. Weet je niet zeker of je een boek kunt lezen, kies 
en lees je boek niet zonder een gebed om bewaring voor zonden. Praat 
er over met je leraar, win advies in bij medeleerlingen of je broer 
of zus. Mijn laatste hint is dan ook niet bang te wezen de vraag te 
stellen:  “Kun je dit lezen?”