Kom tot hen als een vriend
Erg leuk dat jullie mij ook gevraagd hebben om een column te schrijven. Zo heb ik toch weer even contact met jullie. Deze column gaat over hoe je omgaat met moslims. Kom tot hen als een vriend! Jullie kennen dat lied wel: Roept uit aan alle stranden. Een volgend couplet begint: Breng hen het heil des Heeren, kom tot hen als een vriend...
Oeps, kan dat wel? Misschien komt die ouderling op de catechisatie wel weer voor je aandacht. “Jonge vrienden, zei hij, gedoopt zijn betekent geheiligd zijn, apart gezet.” En hij noemde ook nog een paar bijbelteksten: gij geheel anders, geen juk met een ongelovige, vreemdeling op aarde… Zou die man het met dit lied eens zijn?
Toch staat er in diezelfde Bijbel ook het verhaal van de naaste. Hij is degene die op je weg geplaatst wordt en in nood is. Dat is je buurman, je klasgenote, je collega op je werk. Grote kans dat dat een moslim is. Die wereldse, waar je voor gewaarschuwd bent? Nee, je naaste in nood! Want hij, zij, kent de Redder niet.
Tijdens mijn laatste verlof in Nederland vertelde een Marokkaanse vrouw over de eerste immigranten in Nederland. Die waren heel open. Ze lieten hun kinderen met Nederlandse kinderen spelen. Marokkaanse kinderen bezochten Nederlandse kinderfeestjes. Ze deden mee met sinterklaas en kerstfeest. Tot de ouderen zagen dat dit de kinderen van hun godsdienst aftrok. Vanaf dat moment trokken ze zich in hun eigen gemeenschap terug.
Dat lijkt dus veel op wat die ouderling zei over afgezonderd zijn. Toch is er een verschil. Het is waar: jij behoort niet bij de wereld. Dat is duidelijk gemaakt bij je doop. Maar je staat er wel in. Met deze opdracht: heb je naaste lief zoals je jezelf lief hebt. Kom dan tot die moslimnaaste als een vriend.
Dat leidt tot dilemma’s. Een voorbeeld uit Guinee. Mijn buren zijn heel belangrijk in mijn leven hier. Zij helpen mij op allerlei manieren en ik probeer er voor hen te zijn. Toen kwam het grote offerfeest er aan. Familie en vrienden komen dan van heinde en ver hun meeleven betuigen. Ze slachten een koe en bidden voor de overleden buurvrouw. Daar niet aan deelnemen, betekent in de cultuur een relatiebreuk.
Echter, juist door de goede relatie die ik had opgebouwd, kon ik uitleggen waarom ik niet kwam. Mijn afwezigheid moesten ze niet uitleggen als ongevoeligheid voor hun rouw. Ik kon alleen niet meedoen aan een gebed voor een dode. Toch wilde ik tot hen komen als een vriendin. Familieleden die geen slaapplek konden vinden, mochten bij mij in huis komen. Dit werd erg gewaardeerd. Zo was mijn getuigenis nee en ja!
Heb je een vraag aan de columnist, mail deze dan naar het columnbeheer. Je vraag komt dan op het goede adres terecht!