Weergave

(+16 & +19) Registreer of log in:

De pastorie

Voor de zesde keer in de historie van onze gemeente moesten we een pastorie bewoonbaar maken voor een eigen predikant. Ditmaal voor kandidaat Joosse.
Laat ik over zijn woning eens wat wegmijmeren.

Allereerst is die benaming natuurlijk fout. Het is in het geheel geen pastorie, want de pastoor hebben we in het protestantisme al zo’n slordige 500 jaar afgeschaft. Maar ja.... eventuele protestantse benamingen van de villa’s aan de Julianasingel hebben iets lachwekkends in zich. Stel je voor: Dominerie, predikarie, lerarie, herderie... Nee da’s ook niks. Toch maar pastorie dan, vooruit...

Dat het Roomse denken in onze gemeente nog wat breder leeft, blijkt wel uit het feit dat we twee huizen in bezit hebben met de naam ‘pastorie’. Dat was ook direct na het aannemen van het beroep door kandidaat Joosse de eerste moeilijkheid: Welk huis gaan we ‘m aanbieden. Want we hadden dan wel vijfenhalf jaar geen predikant; we hadden in ieder geval twee pastorieën, en dat kon niet iedere gemeente ons nazeggen...
Welnu die moeilijkheid was toch snel opgelost: De familie Joosse moest maar ondergebracht worden in het meest onpraktische en meest ouderwetse huis (nr. 10), zodat het meest praktische (nr. 11) eerst bijna geheel afgebroken kan worden.

Keuken, kelder en huiskamer

Nou, nou, dat is wel heel negatief: onpraktisch en ouderwets... Laat ik dan maar eens wat punten noemen:
De keuken in dit huis met die groene tegeltjes zou de directie van het Openluchtmuseum in Arnhem doen watertanden.
Verder staat er midden in de woonkamer een brede paal, die bij nadere bezichtiging door de architect in een vlaag van verstandsverbijstering is bedoeld als open haard. (Je kunt er wel gezellig omheen zitten, maar dan zit een deel van de bewoners in de gang, een ander deel in de eethoek en de rest in de huiskamer. (Stoken mag overigens niet, want dan kan fatale gevolgen hebben voor het gehele huis...)
Bij het bewoonbaar maken vond ik in de kelder een waar fossiel. Van een amateur-archeoloog begrepen dat deze hagedis geleefd moet hebben in de periode dat ds. J.W. Verweij dit huis bewoonde. (1971-1980). Voorts vond ik nog enkele andere niet meer te ontleden dieren in verregaande staat van ontbinding.
Dit zou nog overkomelijk zijn. De huiskamer is echter de meest vreemde eend in deze Julianasingel-10-bijt. Normale huizen hebben aan de voorkant een raam. Alzo niet hier: Een blinde muur ontneemt het zicht op de pal ervoor staande conifeer, die het aanzien overigens toch niet waard zou zijn. Kortom: Wat een dwalingen in dit huis! Maar ja, dan hadden we het maar geen pastorie moeten noemen...

Genoeg gezeurd! Laten we niet overdrijven. Het is immers een plaatje van een onpraktisch huis geworden, m.n. door de noeste arbeid van de firma’s Rietveld, Munter en Plaisier, wier bedrijven hiervoor alle lof toekomen.

De tuin

Tot slot nog iets over de tuin. In de tuin stond een stenen windscherm. Ja, stond! Want het is inmiddels afgebroken en vervangen door een houten schutting. Het muurtje was dermate lelijk, dat de aanblik alleen al diepe vertwijfeling zou brengen over de aard van dit huis en de toestand van deszelfs bewoners. Toch maar omzagen dan... Met een grote klap viel de muur de tuin in. Urenlang heb ik dat ding met een hamer in handzame brokken gehakt. Somtijds waren de stukken steen zo hard dat een kwartier beuken niet genoeg was.

Terwijl ik zo bezig was met die stukken steen en die hamer moest ik denken aan het doel van dit huis. En dat stijgt toch uit boven alle gemakken en ongemakken van deze villa. Vanuit Julianasingel 10 zal er immers ‘gebikt’ gaan worden op stenen harten. Voor dat stenen windscherm waren enkele uren voldoende om geheel verbrijzeld te worden. Hoeveel preken van ds. Joosse zullen er voor jouw hart nodig zijn?
Gelukkig hoeft hij dat niet in eigen kracht te doen. De Heere zegt Zelf in Ezechiël 36: “Ik zal het stenen hart verbreken...”

Heb je een vraag aan de columnist, mail deze dan naar het columnbeheer. Je vraag komt dan op het goede adres terecht!