De Dordtse Leerregels
Ik heb het mezelf voor vanavond niet echt gemakkelijk gemaakt door over het remonstrantisme waartegen de Dordtse Leerregels streden te spreken. Echter ik heb een aantal redenen om deze materie toch te behandelen. Ten eerste heb ik het idee dat de Vijf artikelen tegen de remonstranten zoals ze ook wel genoemd worden er een beetje bij hangen. De Heidelbergse Catechismus en de Nederlands Geloofsbelijdenis zijn veel bekender onder het kerkvolk. Toch zijn de DL net zo belangrijk of misschien zelfs nog wel belangrijker. De eerste reden is dus dat ik de DL wat dichter bij wil brengen. Een tweede reden is dat de DL eigenlijk steeds meer actualiteit hebben in onze tijd. Er wordt de laatste tijd vooral in de evangelische beweging steeds meer gehamerd op de verantwoordelijkheid van de mens tot bekering en geloof. Dat is op zich niet verkeerd maar daarin klinken wel steeds meer remonstrante trekjes door die onze kerkmuren vrees ik soms ook niet voorbij gaan.
Zingen: Psalm 95: alle verzen
Lezen: Johannes 10
Zingen: Psalm 77: 1,2,6 en 7
Zingen: 1,4,5 en 8
Voorstudie
Voorbeeld van een juf op een reformatorische basisschool: Zij vraagt aan de kinderen: voor wie is de Heere Jezus gestorven?
“Voor alle mensen roept een van de kinderen”
“Nee hoor roept een ander kind, voor de uitverkorenen”
Vertwijfeling is te lezen.
Een ander voorbeeld:
Een evangelist loopt in Rotterdam. Hij ontmoet een junk. De junk zegt met zoveel woorden dat de evangelist zijn evangelie maar beter bij iemand anders kan brengen waar hij meer kans maakt. De evangelist roept hem vervolgens toe: Christus is ook voor u gestorven!
Wie het weet mag het zeggen. Ik ga jullie vragen; ga in groepjes uit elkaar en bediscussieer wie van de kinderen gelijk heeft. Probeer e.e.a. zoveel mogelijk te onderbouwen met bijbelteksten.
Ik wil eerst in het kort nagaan hoe de DL tot stand zijn gekomen. Iedereen kent waarschijnlijk uit ten treure de geschiedenis over de strijd tussen Gomarus en Arminius. Ik wil dit voor het goede begrip toch even kort opfrissen. Vervolgens ga ik kort in op hetgeen waartegen de DL streden, namelijk het remonstrantisme. Tenslotte eindig ik mijn inleiding met een korte conclusie. In de discussie na de pauze wil ik wat dieper ingaan op de DL zelf.
Historie
In wezen ging de strijd tussen Gomarus en Arminius over de vrije wil van de mens. Nu was deze strijd bepaald niet nieuw. Heel vroeg in de kerkgeschiedenis was daar al Pelagius die bepalend is geweest voor de inhoud van de Rooms Katholieke kerk. Later in de geschiedenis had Maarten Luther een heftige discussie met Desiderius Erasmus over de vrije wil van de mens. Waar Erasmus een boek schreef over de vrije wil schreef Luther een boek over de geknechte wil. Nu, deze strijd begon zich in het begin van de zeventiende eeuw ook in ons vaderland af te tekenen. Enerzijds is het besturing geweest dat die discussie juist in die tijd uit de klauwen liep. Er heerste namelijk rust in ons land, het wordt niet voor niets de gouden eeuw genoemd, en door die rust had men alle tijd om oeverloos te discussieren. Aan de uiteindelijke vormgeving van de DL is een internationale discussie voorafgegaan waar je u tegen zegt. Er bestaat een zogenaamde acta synode van die vergadering in 1618\1619 een boekwerk waar de Statenvertaling maar een pocketboekje bij is. In heel kort bestek verliep de situatie als volgt. Er ontspon zich op de universiteit van Leiden een discussie tussen Gomarus en Arminius over de uitverkiezing. Heel grof gezegd kwam dit erop neer dat Arminius geloofde in de vrije wil van de mens en Gomarus meer geloofde in de doodstaat van de mens. Vergeef me het achterwege laten van de nuanceringen. Deze discussie ging er dermate fel aan toe de overheid er zich mee ging bemoeien. Ons land kwam door de kwestie bijna in een burgeroorlog terecht. Niet alleen de kerk was namelijk verdeeld in remonstranten en contra remonstranten ook binnen de overheid zelf speelde zich er een strijd af tussen remonstranten en contra-remonstranten. De omvang van die strijd moet zeker niet onderschat worden. De koning van Engeland Jacobus 1 bemoeide zich namelijk zeer actief met de problematiek. Ook toentertijd had men al met gecompliceerde politieke verhoudingen te maken. Uiteindelijk monde de strijd zich op het hoogste niveau uit in de confrontatie tussen prins Maurits en Johan van Olderbarneveld. Deze strijd werd beslecht in het voordeel van Maurits. Uiteindelijk werd de hele kwestie uitgepraat in de synode van Dordrecht. We moeten hier niet gering over denken. Jacobus 1 van Engeland vond de bijeenkomst dermate belangrijk dat hij de bijeenkomst niet in Utrecht wilde laten plaatsvinden. Vandaar dat uiteindelijk Dordrecht als plaats van gebeuren werd uitverkoren. Van heinde en ver kwamen afgevaardigden van de gereformeerde kerk om mee te oordelen over hoe het nu echt in elkaar zat. Zo waren er afgevaardigden en geleerden uit Frankrijk, Zwitserland verschillende staten van Duitsland, Engeland en dan nog uit de verschillende provinciën van ons koninkrijk. Vervolgens heeft men twee jaar zitten discussieren om de DL tot stand te laten komen en in diezelfde tijd werd vorm gegeven aan de statenvertaling. Dit is een meega project geweest dat zijn weerga niet kent. Vandaar dat ik in mijn inleiding zei dat dit belijdenisgeschrift misschien nog wel belangrijker is dan de andere belijdenisgeschriften. Het is tot stand gekomen onder consensus van de internationale kerk van de toenmaals bekende wereld. Wat dat betreft viel ons land een grote eer te beurt. Dat verslaat het binnenhalen van de olympische spelen.
De inhoud
Waar ging het nu eigenlijk allemaal over? Mijns inziens bracht de grote geleerdheid Arminius en de zijnen tot razernij. De remonstranten probeerden Gods woord logisch te maken. Zij begonnen daarbij bij de uitverkiezing. Het kan toch niet mogelijk zijn dat God bepaalde dat die en die en die zouden gaan geloven en dat zij daarom zalig zouden worden. Dat heeft iets van een cirkelredenering in zich. Heel platvoers komt het hier op neer. Omdat God heeft besloten dat persoon x zalig wordt daarom wordt persoon x zalig. Dat is niet logisch. Daar zijn we het allemaal over eens. De remonstranten redeneerden wel logisch. Persoon x wordt niet zalig omdat God dat besloten heeft. God heeft besloten dat iedereen die zal gaan geloven, die zal zalig worden. Dus meneer x wordt zalig omdat hij gelooft en God heeft al die mensen die zouden gaan geloven uitverkoren. Nu zul je zeggen, wat een muggenzifterij. Het komt toch allemaal op hetzelfde neer? Ja maar in de uitwerking wel alleen het woord van God wordt hierdoor van zijn diepste kern beroofd, namelijk: vrije genade. De remonstrantse redeneertrant was logisch. Je wordt zalig omdat je gelooft. De contra remonstrantse redenatie is niet logisch. Maar de leer van vrije genade is niet logisch. Want bij vrije genade krijg je iets om niet. In wezen kwam het er bij de remonstranten op neer dat je toch nog iets moest doen. Wat dan? geloven. Je moet geloven anders kun je niet zalig worden. Ja maar dat leren wij toch ook. Ja maar wij leren dat een mens niet kan geloven en dat zelfs dat geloof hem geschonken moet worden. Zo zie je hoe op hele vrome wijze de soevereiniteit van God wordt aangevallen. Want het klinkt zo mooi en het staat ook in de bijbel: ‘Gelooft in God en gij zult zalig worden’. Want de manier waarop de remonstranten deze tekst gebruiken is een verkeerde manier. Wat moeten we dan met die tekst? Wel we moeten verlegen komen te zitten om dat geloof en dan wil God dat schenken. Van der Sluijs gebruikt daar zo’n heel mooi voorbeeld voor. Hij zegt: ‘In de evangelische kringen hoor je nog wel eens dat je het geloof moet aannemen. Daarbij wordt het voorbeeld gebruikt van een bedelaar. Die bedelaar steekt zijn hand uit. Dat is het geloof en het aannemen door het geloof. Die bedelaar heeft geen enkele invloed op de aalmoes die hij krijgt. Dat is een heel verleidelijk voorbeeld. Maar zegt van de Sluijs dan in wezen loochent deze redeneertrant de doodstaat van de mens want alleen een door God levend gemaakte zondaar wordt een bedelaar....Ik denk dat bij de contra-remonstrantse leer beter het voorbeeld past van iemand die met handen en voeten vast is geketend aan een betonnen vloer. Die zal moeten worden verlost. Misschien is er wel geen voorbeeld om vrije genade uit te beelden.
Nu is de vraag of een remonstrant het met bovenstaande uitleg eens zal zijn. Hij zal zeggen: nee een mens kan zelf niet geloven. Hij moet echter wel het initiatief nemen en dan zal God zijn medewerkende genade schenken. De venijn zit hem in dat woordje medewerkend. Want genade werkt niet mee. Genade doet alles maar dan ook alles. Zo zie je dat het verschil tussen leven en dood soms verstopt zit in een woord. Ik zal dat na de pauze nog wat duidelijker aantonen.
Het is nog steeds moeilijk. Ik wil echter dat jullie de problematiek begrijpen. Daarom ga ik het nog een keer uitleggen, alleen vanuit een andere invalshoek. Waar gaat het bij de verkiezingen van mensen voor het eeuwige leven en van mensen voor de eeuwige verdoemenis om? Het gaat om de verheerlijking van God. God wordt zowel verheerlijkt in de zaligheid van zijn uitverkorenen als in de verdoemenis van de goddelozen. Dat is een hele aangrijpende gedachte. Wie God vervolgens verkoren heeft is geen zaak van de mensen. God is soeverein. Met andere woorden God doet wat hij wil. Moet Hij de Ik zal Zijn die Ik zijn zal zich wat gelegen laten liggen aan ons mensen. Nee! Dit wil er bij de natuurlijke mens niet in. Dat wil er bij mij ook niet in. Wij vinden dat niet rechtvaardig. Wij redeneren altijd via de causale denktrant. Dat betekent wij redeneren altijd in de trend van oorzaak gevolg. Omdat een kind goed zijn best gedaan heeft krijgt hij een snoepje. Nu zo redeneert de remonstrantse mens ten diepste ook. Omdat hij gelooft heeft wordt hij uitverkoren. Het is toch van de zotten om mensen uit te verkiezen omdat.....ja omdat er is geen reden. Het is louter vrije soevereine genade. Een mens wil er wat voordoen, bij de roomsen goede werken, bij de remonstranten geloven, maar vooral niet zomaar voor niks. Kort gezegd kunnen we zeggen dat de remonstranten de mens centraal stellen en de contra remonstranten stellen God centraal. Dat heeft meerdere consequenties.
Zo loochenden de remonstranten de volharding der heiligen. Want denk nu even logisch. Stel je gelooft in Christus als jouw Zaligmaker ben je dan uitverkoren. Wij zeggen ja! Een keer wedergeboren is altijd wedergeboren. Nee zegt de remonstrant, als je eenmaal gelooft moet je wel volharden anders ben je niet uitverkoren. Maar wie van Gods kinderen kan volharden. Als David na zijn zonde met Batseba was gestorven, zou dat dan beteken dat hij niet was uitverkoren? Het remonstrantisme is wel weer logisch. Omdat we vol houden te geloven daarom gaan we naar de hemel. Maar dit is weer de oorzaak van de verkeerde invalshoek van de remonstranten. De contra-remonstranten hebben de invalshoek van God. En zou God half werk doen. Met andere woorden: zou hij het geloof schenken en vervolgens zeggen: nu wel volhouden hoor. Gelukkig niet. Als dat het geval was zou er nog niemand zalig worden. Vandaar dat Gods volk ook zo’n troost put uit het feit dat er een uitverkiezing is. Daar worden geen zorgeloze mensen mee gecreëerd zoals de remonstranten ons verwijten. De remonstranten gaan dus telkens in de fout door vanuit de mens te denken.
Door deze redeneertrant raakt men ook het gevoel kwijt van hoe wij als mensen tegenover een heilig en een rechtvaardig God staan buiten Christus. God is een verterend vuur. Van nature leven wij onder de brandende toorn van God. Dat horen we natuurlijk heel vaak maar we beseffen het eigenlijk nauwelijks. Dat komt omdat in onze wereld de centraliteit van God weg is. In de Middeleeuwen waren de mensen zich veel meer bewust van een toornend God. Wij zijn ons steeds minder bewust van de heiligheid van God. Wij denken over God in onze eigen menselijke termen. Wat dat betreft worden we in onze moderne westerse wereld zeker beïnvloedt door de remonstrantse geest. De kern van het remonstrantisme ligt namelijk in het begrijpelijk maken van onbegrijpelijke goddelijke zaken. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk.
Iets anders waar de remonstranten niet in wilden geloven was de volkomen genoegdoening van Christus. De Contra remonstranten leren dat door het lijden en sterven van Jezus alle schuld is betaald. Nu dat is weer is een keer niet logisch. Het is nog voor te stellen dat Jezus voor twee mensen heeft geleden maar voor het ganselijke menselijke geslacht is een beetje overdreven. Dus wat zeggen de remonstranten. Jezus heeft inderdaad voor de zonde betaald. Zij zien dit dan meer als een goed gebaar van Christus waarna God zei: ‘Nou door die opoffering van mijn zoon ben ik tevreden gesteld in mijn rechtvaardigheid en is er voor de zonden van al de uitverkorenen betaald. Ook weer zo’n subtiel verschil. Echter ook weer zo’n verschil dat een hel verre strekking heeft. Want de waarde van Gods Zoon wordt ineens veel minder groot.
We hebben het nu over een paar misstanden van het remonstrantisme gehad maar ik hoor nu al de vragen naar boven komen hoe het dan zit met de verantwoordelijkheid van de mens. Tot hiertoe geloven jullie alles wel maar hoe kun je dit nu ooit aan een buitenstaander uitleggen. Ik kan er niets aan doen maar ik moet er wel alles aan doen. Om over de uitverkiezing nog maar te zwijgen. Dit is ook precies hetgeen de remonstranten ons verwijten. Onze leer zou zorgeloze mensen maken. Wij hebben namelijk geen invloed op onze zaligheid dus waar maken we ons druk over? Bij het Rooms katholicisme en de remonstranten is die verantwoordelijkheid veel eenduidiger gegeven. Echter de menselijke verantwoordelijkheid wordt evenwel niet verwerkelijkt of waar gemaakt in de toe wending van de mens naar God, maar in de genadige toe wending van God naar de mens. Dat betekent dat de mens zich nooit tot God zal wenden. De wil van de mens is immers niet vrij. Die is geknecht door de zonde. De mens zal nooit aan zijn verantwoordelijkheid kunnen voldoen. Dat is voor de roomsen een dwaasheid en voor de remonstranten een ergernis. Maar voor het volk van God is het een troost. Want als zij alleen geconfronteerd worden met hun verantwoordelijkheid, dan was het voor eeuwig verloren. Maar doordat God zich naar de mens toewend daarom is er nog behoud en dat buiten de mens. Maakt dat geen zorgeloze mensen? Nee, want wij hebben ons onder de genademiddelen te stellen. Onze verantwoordelijkheid moeten wij invullen door als verloren en alles missende zondaren te vluchten naar de troon van Gods genade om het te smeken om vergeving. Wij moeten aan de ene kant dus alles in het werk stellen voor onze zaligheid en aan de andere kant blijven realiseren dat onze werken er niet toe zullen doen. Het is dus een spanningsveld, een continuüm (bij voldoende tijd even tekenen). Beide uitersten zorgen voor een verkeerde leer. De waarheid ligt ook niet ergens in het midden. Het spanningsveld moet rondgebogen worden door de Heilige Geest. Dan vliegt er een vonk in het hart en zijn gaan de twee uitersten in elkaar over. De uitersten kunnen alleen bij elkaar komen door de werking van de Heilige Geest. Als kader daaromheen zou je kunnen zeggen dat God het gebruik van de genademiddelen wil zegenen. Dit is geen fatalisme, dit is realisme en voor een zondaar een onuitsprekelijke troost dat er nog een weg is waardoor wij kunnen zalig worden.
Conclusie
Ik kom nog een keer terug op mijn vraag die ik aan het begin van mijn inleiding stelde. Waarom nu deze verhandeling van de leer die in de Dordtse Leerregels bestreden wordt. In onze wereld overheerst de ratio. Alles is logisch te verklaren. Dit denken heeft een grotere invloed gehad op ons eigen denken dan we zelf willen geloven. Ook wij denken als grote rationalisten. Op zich geeft dat niet als je jezelf er maar bewust van bent. Het probleem is dat God’s logica niet gelijk ligt met de onze. Daar moeten we ons goed bewust van blijven. Je zult merken dat in gesprekken met anderen over jouw geloof het altijd op de bovenstaande problematiek uit zal komen. Wees er dan van te voren op voorbereid dat je met de logica van de wereld onder de tafel wordt gepraat. Maar houd altijd in gedachten dat we God nooit zullen kunnen begrijpen met onze eigen logica. Als dat zo was, dan zou God geen God meer zijn. Zo zie je ook dat vele andere religies zijn opgebouwd aan de hand van de menselijke logica. Anderzijds is het zo dat de islam niet logisch in elkaar zit. En je ziet de wervende werking van zo’n geloof. Wat dat betreft ligt er potentieel genoeg werfkracht in de aloude gereformeerde leer. Die leer wordt echter door allerlei evangelische bewegingen buiten en binnen de kerk aangevallen. Dat geeft niks want dan sukkelt een kerk tenminste niet in slaap. Maar laten we er altijd van doordrongen zijn dat de wijze van redeneren van de wereld niet dezelfde is als in de kerk en laten we er ook van doordrongen zijn dat het bij het zaligen van zondaars niet om de mens gaat maar om God. God moet op het hoogst vereerd worden en wij op het diepst vernederd. Ik wil eindigen met een citaat van Luther aan Erasmus. Erasmus was ook zo iemand die probeerde God en zijn Woord te begrijpen met zijn verstand. Vervolgens schreef Luther het volgende:
‘U blijft hier op aarde kruipen en wilt alles met uw vernuft en verstand beoordelen. Maar bedenk, Erasmus, dat het geen kinderachtige noch menselijke dingenzijn, hetgeen God werkt; maar dat het Goddelijke zaken zijn, die des mensen vernuft en begrip te boven gaan.’
Extra informatie
The five points of Calvinism are:
Also called "radical depravity" and "total inability", this point means that every person is corrupt and sinful throughout in all of his or her faculties, including the mind and will. Thus, no one is able to do what is truly good in God's eyes. (This does not mean that every act is as evil as it could be, but rather that every good act is corrupted by sin.) As a result of this corruption, man is enslaved to sin, rebellious and hostile toward God, blind to truth, and unable to save himself or even prepare himself for salvation.
- Unconditional election
Election means "choice." God's choice from eternity past, of whom he will bring to himself, is not based on foreseen virtue, merit, or faith in the persons he chooses but rather is unconditionally grounded in his own sovereign decision.
- Limited atonement
Also called "particular redemption" or "definite atonement", the doctrine of limited atonement is the teaching that Jesus' atonement was definite and certain in its design and accomplishment. The doctrine is driven by the concept of the sovereignty of God in salvation and the Calvinist understanding of the nature of the atonement: In the Calvinist view, the atonement is viewed as a penal substitution (that is, Jesus was punished in the place of sinners), and since, Calvinists argue, it would be unjust for God to pay the penalty for some people's sins and then still condemn them for those sins, all those whose sins were atoned for must necessarily be saved. Moreover, since in this scheme God knows precisely who the elect are and since only the elect will be saved, there is no requirement that Christ atone for sins in general, only for those of the elect. Calvinists do not believe, however, that the atonement is limited in its value or power (in other words, God could have elected everyone and used it to atone for them all), but rather that the atonement is limited in the sense that it is designed for some and not all.
- Irresistible grace
Also known as "effectual grace" or the "effectual call", this doctrine does not hold that every influence of God's Holy Spirit cannot be resisted but that the Holy Spirit is able to overcome all resistance and make his influence irresistible and effective. Thus, when God sovereignly purposes to save someone, that individual certainly will be saved.
- Perseverance of the saints
Also called the "preservation of the saints" or "eternal security," the fifth point teaches that, since God is sovereign and his will cannot be frustrated by human will or anything else, those whom God has called into communion with himself will continue in faith until the end. Those who apparently fall away either never had true faith to begin with or will return. This is slightly different from the "once saved, always saved" view prevalent in some evangelical churches in which, despite apostasy or unrepentant and habitual sin, the individual is truly saved if he or she had truly accepted Christ in the past; in traditional Calvinist teaching, apostasy by such a person may be proof that they never were saved.