Weergave

(+16 & +19) Registreer of log in:

Inleiding 'Luther en de Hervorming'

Hervormingsdag, waar komt deze dag vandaan? Welke stellingen hing Luther die dag op? Wat kunnen wij daarmee in ons eigen leven?

Lezen: Psalm 31 : 1-4; Romeinen 1 : 8-17
Zingen: Psalm 31 vs. 1

Beste jongens en meisjes,

Vanavond wil ik jullie iets vertellen over Hervormingsdag
-eerst wil ik iets vertellen over waar deze dag vandaan komt
-vervolgens wil ik iets zeggen over de stellingen die Luther op die dag ophing
-en wat kun je daar dan mee in je eigen leven?

Als eerste; waar komt deze dag vandaan?
Maarten Luther, zoon van Hans en Margaretha, uit een gezin van 7 kinderen, is een monnik in het  het augusteinenklooster ‘Het Zwarte Klooster’ in Wittenberg en hij richt zich op het geven van colleges over de Psalmen en andere bijbelboeken. Hij zoekt daarbij naar een antwoord op de vragen van zijn eigen hart. Omstreeks l514 loopt hij volkomen vast bij de bespreking van Psalm 31 : 2: “Help mij uit door Uw gerechtigheid”. Volgens het inzicht van de late middeleeuwen moet het woord gerechtigheid gelezen worden als vergeldende gerechtigheid. Goede werken worden beloond. Kwade werken worden gestraft. Maar wie doet er goed? Er is géén mens die dit gebed van David kan overnemen! Dat betekent voor Luther: wegzinken onder Gods eeuwige toorn tegen de zonde. Hoe kan deze tekst dan tot het Evangelie behoren? “Ik zei: Het lijkt waarachtig wel, alsof het niet genoeg is, dat wij, arme zondaren en door de erfzonde voor eeuwig verdoemden, door de Wet der Tien Geboden met allerlei moeite belast worden – nu komt God ons ook nog met Zijn Evangelie die ellende vermeerderen en gaat ons ook nog bij monde daarvan met zijn gerechtigheid en toorn bedreigen.”
In die nood gaat Luther  in zijn studeervertrek – de torenkamer van het Zwarte Klooster te Wittenberg -  Schrift met Schrift vergelijken. Wat betekent de uitdrukking “Gods gerechtigheid” op andere plaatsen in de Bijbel? Terwijl hij daarmee bezig is, leest hij ook Romeinen 1 : 17: De gerechtigheid Gods wordt in hetzelve ( = het Evangelie) geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: de rechtvaardige zal uit het geloof leven. Hij bidt en smeekt de Heere om deze tekst te mogen verstaan: “Zo raasde ik met wild bewogen geweten. En intussen bonkte ik onbeschaamd bij Paulus op de deur, want ik dorstte en smachtte ernaar om te weten, wat er achter dat tekstwoord zat. Dag en nacht tobde ik me ermee af en peinsde over het verband van die woorden (…). En door Gods goedheid begon ik toen te begrijpen, dat gerechtigheid Gods hier betekent de gave Gods, waardoor de rechtvaardige leeft uit het geloof.“ Die gave is Christus en Zijn gerechtigheid, die Hij op Golgotha verworven heeft. Het geloof ziet niet anders en grijpt niet anders aan dan Christus de Verlosser. Dat geloof rechtvaardigt een arme, verschrikte, schuldige zondaar: “En ineens zag ik het, wij léven niet door ons doen, maar door Gods schenkende gerechtigheid in Christus.” Deze ontdekking heeft hem ten volle tot de zingende Luther gemaakt: “Nu prees ik dit woord “gerechtigheid Gods” met een liefde, even groot als de haat die ik het vroeger had toegedragen en het werd voor mij het heerlijkste woord. En zo is deze tekst van Paulus mij werkelijk de poort van het paradijs geworden.”
De ervaring in de torenkamer is het werkelijke geboorte-uur van de Hervorming. Zonder dit geloofsgezicht op Christus zou Luther drie jaar later - op 31 oktober l517 (nu dus 490 jaar geleden) tegen twaalf uur - nooit de 95 stellingen tegen de aflaathandel van Tetzel hebben aangeslagen aan de deur van de slotkapel van Wittenberg. De gevraagde reactie van de geleerde wereld blijft uit. Veertien dagen blijft het stil. Vrienden vertalen en vermenigvuldigen de tekst. De verspreiding geschiedt met een ongelooflijke snelheid. Dan breekt een geweldig rumoer los. De Kerkhervorming is begonnen. Dat vieren/herdenken we sinds dat jaar iedere zondag 31 oktober, of op 31 oktober zelf, als die op zondag valt.
Nu iets over de 95 stellingen;
Zoals jullie waarschijnlijk al wisten – en zo niet, dan kon je dat net horen – heeft Luther de 95 stellingen vooral gericht tegen de aflaathandel (Johannes Tetzel) van de Rooms-Katholieke kerk. Maar dat was niet het enige. De mensen van die tijd begrepen niets van de kerk, aangezien alles in het Latijn was, de Bijbel ook, en ze alleen naar de beelden in de kerk konden kijken. Luther wilde het Woord weer central. Hij wilde ook bereiken dat de gewone mensen eens wat meer zouden gaan nadenken en zeggen over de kerk. In de inleiding bij de 95 stellingen stond dan ook: Uit liefde voor de waarheid en ijver om haar aan het licht te brengen zal over het onderstaande gedebatteerd worden te Wittenberg, onder voorzitterschap van de eerw. pater Martinus Luther, doctor in de letteren en de heilige godgeleerdheid, alsmede daarin gewoon hoogleraar alhier. Hij verzoekt daarom degenen, die niet aanwezig kunnen zijn om mondeling met ons van gedachten te wisselen, het in hun afwezigheid schriftelijk te doen. In de naam van onze Heer Jezus Christus, Amen.
Even een paar stellingen (ze lopen vaak in elkaar over)
Stukje over de boetedoening (stelling 1-6)
1. Onze Heer en meester Jezus Christus heeft, toen hij zeide: "Bekeert u, enz." (Engels:``Repent'') (Matt. 4 : 17), bedoeld, dat het hele leven van de gelovigen een bekering-en-boetedoening moet zijn.
2. Dit woord kan niet opgevat worden als betrekking hebbend op de sacramentele boetedoening (dat is de biecht en de satisfactie, die door de priesters ambtshalve worden bediend).
3. Toch bedoelt Hij niet alleen de innerlijke, welnee, innerlijke boetedoening is geen boetedoening, als ze naar buiten niet allerlei kastijdingen van het vlees uitwerkt.
4. De boete duurt dan ook, zolang het zelfverwijt duurt (dat is de ware innerlijke boetedoening), te weten tot op de drempel van het koninkrijk der hemelen.
5. De paus wil en kan geen enkele boete kwijtschelden, behalve die hij ingevolge zijn eigen oordeel of ingevolge de regels van het kerkelijk recht heeft opgelegd.
6. De paus kan geen enkele schuld vergeven tenzij door te verklaren en te verzekeren, dat ze door God vergeven is, of het moest zijn, dat hij vergeeft in gevallen, die tot zijn bevoegdheid behoren; als dit over 't hoofd gezien werd, zou de schuld zonder meer blijven.

 

En dan nu iets over ONS;
Ik het idee dat een herdenking van de Reformatie ook niet te gemakkelijk moet gebeuren. Om jullie duidelijk te maken wat ik bedoel wil ik een paar dingen vertellen die in die tijd gebeurd zijn.
Om te beginnen die Maarten Luther. Van hem weten we, dat hij aanvankelijk doodsbang was. Bang om God onder ogen te komen. Luther deed aan zelfonderzoek: hij kende zijn zondige hart en de vele zonden uit zijn leven. Niet dat Luther nu een gemene schurk was, integendeel, maar hij was serieus met zijn leven bezig en hij was verschrikkelijk bang. Hoe kan ík met mijn leven God ooit ontmoeten? Die heilige, rechtvaardige God, die de zonden streng straft. Luther pijnigde zichzelf, letterlijk, met gesels, met langdurig vasten en bidden.
Toen ontdekte Luther, dat Gods rechtvaardigheid een reddende rechtvaardigheid is, omdat God de toorn tegen de zonde aan het kruis op Golgotha had getoond. Alle straf is door de Here Jezus Christus gedragen, Hij heeft alles volbracht.
Toen dat tot Luther doordrong toen ging voor hem, zoals hij zelf zegt, de poort naar het paradijs open. Hij kwam van de hel in de hemel. De opluchting en de bevrijding die het evangelie hem bracht veranderde zijn hele leven. Zijn zonden waren geboet door die Ander, en daar hoefde Luther niets meer voor te doen. Het enige dat nodig was was: geloof. Vertrouwen op de Here Jezus Christus en zijn volbrachte werk. Het was niet de kerk die een mens kon redden, het waren niet Luthers eigen goede werken, het was niet dat Maria en de andere heiligen een goed woordje voor hem moesten doen, nee, het is sola scriptura, sola gratia, sola fide, alleen door de Schrift, alleen door de genade, alleen door het geloof.
Dat is het beginpunt en de kern van de Reformatie geworden. Dat God in Christus zondaren zalig maakt.

Maar laten we dan nu eens naar onszelf kijken. Is dat voor ons herkenbaar? Hoe zien wij begrippen als "verlossing" "verzoening" of "vergeving". Zien we God als onze Vader, onze praatpaal, onze Helper wanneer ze problemen hebben, zoals vaak het geval is, en Jezus als Vriend. Of zien we Hem toch anders, als Verlosser, Zaligmaker of Heiland, en zien we de betekenis van zijn offer en het kruis.
Ik vrees dat het voor heel veel mensen tegenwoordig vooral een Vriend en praatpaal is, en weinig met “verlossing” enzo te maken heeft. Maar dat betekent dan wel, dat Luther een onbegrijpelijk mannetje geworden is. Dat de hele aanzet tot de Reformatie voor mensen die zich reformatorisch noemen vreemd is geworden.

Als we nog even verder naar de Reformatie kijken, vier eeuwen terug, dan zien we dat de Reformatie aanvankelijk een boel ellende heeft gebracht. Want de Roomse Kerk was zeer machtig, en die probeerde met alle middelen de mensen in de greep te houden. Wie dus gereformeerd wilde worden, en ook de wederdopers trof hetzelfde lot, wij zouden ze evangelischen noemen, wie bij de Kerk wegging kon rekenen op ernstige problemen. De inquisitie was aktief, en aanhangers van Luther en Calvijn werden zwaar beboet, gearresteerd, ontslagen, gemarteld in de gevangenis, tot zware dwangarbeid veroordeeld, als ze geluk hadden werden ze verbannen, maar vaak ook gewoon opgehangen of in het openbaar levend verbrand.

Het hielp niet. De mensen waren zo gegrepen door de Bijbel en het bijbelse geloof, dat ze dat alles riskeerden. De geloofsbelijdenis die wij nu Nederlandse Geloofsbelijdenis noemen, werd in kleine, platte boekjes gedrukt, die men verstopte onderin de bagage of in de voering van de jas. En als er onderweg een gesprek was met iemand, waarvan je dacht dat die ook openstond voor het evangelie, dan gaf je de ander in het geheim zo'n boekje. Want zoals het geloof daarin verwoord werd, dat was geweldig. Dat bevrijdde je, het maakte je blij, het gaf je weer zicht op wat Gods Woord zei, ja dus op God zelf in zijn liefde in Christus! Daar riskeerde men zijn leven voor! En zo is de Reformatie doorgegaan, ondanks alle tegenwerking.

Dan nu een vraag? Tien woorden; waardeer ze van een naar tien: goede gezondheid, leuke vrienden, hoge cijfers, geloof in God, een goed salaris, vrede, gelukkig zijn, de kerk, liefde en bijbellezen. Wat zou de eerste plaats krijgen?? Vrijwilligers??

Maar gaan we dan weer terug naar de Reformatietijd, wat moeten we dan met die mensen toen? Want je begrijpt, dat die een andere volgorde gekozen hadden dan wij nu zouden doen (waarschijnlijk!). Wanneer je voor de Reformatie koos, raakte je een boel vrienden kwijt. En wanneer je gearresteerd werd, werden je bezittingen vaak verbeurd verklaard. Rijkdom lukte ook niet. En op de pijnbank gaat het met je gezondheid niet echt goed, dat spreekt vanzelf. Blijvende beschadigingen aan je lichaam en je gezondheid. En op de brandstapel bleef eigenlijk alleen het geloof in God over. Al het andere was weg. Blijkbaar stond dat nummer 1, met een 10!
Zouden wij dat doen?? Zo ja, dan is het goed om te herdenken. Nee? Kunnen we dan de Reformatie dan nog wel met een eerlijk geweten herdenken?

Op de dagen van de Reformatie is van toepassing wat in Hebreeën 11 (vs. 32 – 40) beschreven werd. Ze hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, ze hadden alleen maar hoeven zeggen dat ze terugkeerden onder de hoede van de Roomse Kerk, maar ze deden het niet opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben. Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap. Ze zijn gestenigd, op zware proef gesteld, door midden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapevachten en geitevellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling en dan volgt één van de meest aangrijpende zinnen uit de brief aan de Hebreeën de wereld was hunner niet waardig. Ze hebben rondgedoold door woestijnen en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.

In hoofdstuk 12 trekt hij (Paulus) de conclusie, en hij doet dat in de vorm van een beeld. Hij neemt ons mee naar de arena, het stadion. In dat stadion zal een hardloopwedstrijd worden gehouden. Christen zijn is een wedloop lopen. Je wilt de eerste prijs winnen in de hardloopwedstrijd.

Wanneer je dan bij de start gekomen bent en je kijkt om je heen, dan zie je overvolle tribunes. Een grote wolk van getuigen zegt de schrijver. Zo zei men dat in het Grieks. Een menigte levende wezens noemt men een 'wolk' en dat is inderdaad wel een aardige weergave van wat je ziet. Al die geloofshelden zitten je op de tribune aan te moedigen. Zet hem op, het is te doen.
Let wel, dit is een beeld. Het is niet zo, dat alle gestorven gelovigen op dit moment naar ons kijken en ons aanmoedigen. De bedoeling van dit beeld is, dat we, door te kijken naar het leven van de geloofshelden, worden aangespoord en bemoedigd om ook zelf de wedloop te lopen. Deze toeschouwers zijn namelijk niet de mannen, die met een bierbuikje, kratje pils en zakken chips onderuitgezakt hun sporthelden zitten aan te moedigen en afkraken als ze het niet goed doen, deze wolk mensen heeft eerst zelf de race gelopen. Ze zijn veteranen, getuigen - ze hebben het zelf meegemaakt en door hun voorbeeld sporen ze ons aan.

Christen zijn is niet gemakkelijk. Het is een wedloop. Je moet ervoor gaan. Maar je mag je aangevuurd weten door de miljoenen, die je zijn voorgegaan.
Wanneer wij de Reformatie herdenken, kan dat alleen maar als wij dat ook willen. Dat is de kern van het geloven ons oog gericht houden op Jezus. Anders verlies je de strijd. Dan zakt het geloof naar de zesde plaats op de ranglijst, en dan moeten we geen Reformatie herdenken. Wanneer we niet door het geloof blijven zien op Jezus, zullen onze prioriteiten ons tenslotte in de steek laten, de problemen en de zorgen van het leven zullen ons overwinnen en we zullen uiteindelijk stuklopen.

Wanneer we terugdenken aan de zegen van de Reformatielaat ons oog dan gericht zijn op Jezus. Hij heeft alles volbracht, en in Hem is alles te vinden wat we nodig hebben. Dan kunnen we rennen alsof ons leven ervan afhangt!
En laten we dan ons leven ‘hervormen’. Laten we dan God bidden of het verbond, wat God door de doop met ons gesloten heeft, wil vernieuwen. God heeft een verbond vernieuwd in Luthers tijd, door Zijn Woord weer centraal te stellen, en door Jezus te laten zien dat Hij geeft uit genade. En hij wil nog steeds met mensen een vernieuwd verbond maken! Ook met jou. Dan zal die God jouw God zijn, dan zul jij er een van Zijn volk zijn!
Wie bidt, ontvangt; wie zoekt, vindt; wie klopt, die zál worden opengedaan!
Door genade alleen!