Weergave

(+16 & +19) Registreer of log in:

De geboorte van Christus

'En de engel zeide tot hen: Vrees niet, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal; namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, Welke is Christus de Heere, in de stad Davids. En dit zal u het teken zijn: Gij zult het Kindeken vinden in doeken gewonden en liggende in de kribbe. En van stonde aan was daar met de engel een menigte des hemelsen heirlegers, prijzende God en zeggende: Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.'

Christus is gekomen! Het klinkt als een juichkreet uit de mond der engelen over de velden van Efratha. Maar is dit wel de lang voorzegde Messias? En wát is er allemaal van Hem voorzegd? Is dat wel allemaal uitgekomen?
Aan de hand van allerlei voorzeggingen uit het Oude Testament wil ik laten zien dat dit inderdaad de lang voorzegde Messias is. Hij is op de voorzegde tijd geboren, in de reeds lang voorspelde plaats, en ook wat er van Zijn Persoon voorzegd is klopt allemaal.
Ik heb een aantal punten op een rijtje gezet die ik wil bespreken: als eerste de tijd, vervolgens wil ik iets zeggen over de plaats, dan wil ik met jullie kijken naar de persoon, waarover dit alles voorzegd is, en als laatste wil ik vertellen voor wie Hij nou eigenlijk gekomen is. 

De tijd

Toen Jacob eeuwen geleden zijn zonen zegende toen hij bijna ging sterven, wist hij al dat de Messias uit Juda zal voortkomen: “Juda, gij zijt het, u zullen uw broeders loven; [...] De scepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn” (Gen.49:8,10).
De kanttekeningen zijn hier duidelijk over: Silo is de Messias. Jakob zegt hier dat de scepter, ofwel de macht om te regeren nog bij Juda zal liggen, als de Messias komt. Er wordt gesproken over 2 soorten regering. De ene, die moest oordelen over criminele zaken, was al voor Christus' geboorte van de Joden afgenomen. De andere vorm van regering ging over burgerlijke ruzies en onenigheden. Die vorm van regering was nog in handen van de Joden toen de Messias kwam.

Als eeuwen later het Tweestammenrijk is weggevoerd naar Babel, wordt er door Jeremia voorzegd dat dit niet altijd zal duren, maar “deze volken zullen den koning van Babel dienen zeventig jaar” (Jer.25:11).
Jaren later leest Dániël dit, en hij merkt op dat die zeventig jaar bijna ten einde is! “Hij zal niet altoos twisten, nog eeuwiglijk den toorn behouden” (Ps.103:9). Als Daniël leest dat die zeventig jaar bijna voorbij zijn, gaat hij bidden, en smeken of de Heere zijn zonden, en de zonden van het hele volk Israël wil vergeven. En terwijl hij nog aan het bidden is komt de engel Gabriël tot hem en zegt: “Zeventig weken zijn bestemd over uw volk en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten en om de zonden te verzegelen...” (Dan.9:24) De Heere geeft veel meer dan waar Daniël om vraagt. Daniël vraagt of de Heere het volk Israël wil bevrijden uit Babel, maar de Heere gaat Daniël vertellen wanneer de zonden van Gods volk verzoend zullen worden, namelijk als Christus aan het kruis hangt. Over zeventig weken staat er. Natuurlijk zijn het niet de weken zoals wij die bedoelen. Hier worden jaarweken bedoeld, waarbij elke jaarweek zeven jaar is. Dus zeventig keer zeven jaar is 490 jaar. Dan zou de Messias komen. Hierover zijn verschillende meningen, wanneer die telling begint, en wanneer die eindigt. De meest gebruikte verklaring begint de telling in het eerste jaar van de monarchie van Cyrus, en eindigt in de dood van Christus, als de zonden van het volk écht verzoend zijn. Laten wij het daar ook maar op houden.

De Messias moest komen als de tweede tempel er nog stond. In Haggaï 2 lezen we: “Nog eens, een weinig tijds zal het zijn; en Ik zal de hemelen, en de aarde, en de zee, en het droge doen beven. Ja, Ik zal al de heidenen doen beven, en zij zullen komen tot de wens aller heidenen, en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen.” (Hagg.2:7) En in vers 10 staat: “de heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden dan van het eerste, zegt de HEERE der heirscharen; en in deze plaats zal Ik vrede geven, spreekt de HEERE der heirscharen.” (Hagg.2:10) En Maleachi 3:1: “En snellijk zal tot Zijn tempel komen, die Heere Dien gijlieden zoekt, te weten de Engel des verbonds, aan Denwelken gij lust hebt.” (Mal.3:1) Dat met dit huis, deze tempel niet de eerste, maar de tweede bedoeld wordt, is zeker, want deze profeten hebben geprofeteerd na de Babylonische gevangenis, terwijl de tweede tempel gebouwd werd. De tweede tempel was van zichzelf, qua uiterlijk veel slechter dan de eerste. De ouderen, die de eerste tempel gezien hadden, weenden, toen zij het fundament van de tweede tempel zagen, omdat het zo slecht was vergeleken bij het eerste. De bouwers van de tempel waren ook moedeloos geworden, ze waren met de bouw gestopt, en gingen hun eigen huis bouwen. Daarom zegt de HEERE tegen Hagggaï dat hij tegen Zerubbabel, die de bouw leidde, moet gaat zeggen dat de tweede tempel vervuld zou worden met heerlijkheid, omdat de Messias in die tempel komen zou. De Heere Jezus, de wens van alle heidenen, is gekomen tot die tempel zoals blijkt uit alle Evangeliën. Die tweede tempel is 40 jaar na Zijn lijden en sterven verwoest.

De plaats

We kennen allemaal wel die tekst uit Micha, hoofdstuk 5 vers 1: “En gij Bethlehem Efratha, zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn vanouds, van de dagen der eeuwigheid.” (Mich.5:1) In Bethlehem Juda zou Hij dus geboren worden.
Maar in Jesaja 8 lezen wij het volgende: “Maar het land dat beangstigd was, zal niet gáns verduisterd woren; gelijk als Hij het in den eerste tijd verachtelijk gemaakt heeft naar het land van Zebulon aan, en naar het land van Naftali aan, alzo heeft Hij het in het laatste heerlijk gemaakt naar den weg zeewaarts aan, gelegen over de Jordaan, aan Galilea der heidenen.” (Jes.8:23) En in Jesaja 9: “Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen.”(Jes.9:1) Uit het verdere van dit hoofdstuk blijkt dat het hier over de Messias gaat. Hij zou in Bethlehem, dat in Judea lag, geboren worden, en Hij zou in Nazareth wonen, dat ligt in Galilea, wat ook wel het Galilea der heidenen werd genoemd, het meest verachte deel van het land van Israël. Daar zou de Zoon van God Zijn levensjaren doorbrengen, voordat Hij aan Zijn openbare optreden begon. Nathanaël vroeg ongeloofwaardig: “Kan uit Nazareth iets goeds komen?” (Joh.1:47)
Dit is ook allemaal vervuld, want Jozef en Maria, de aardse vader en moeder van Jezus, moesten naar Bethlehem, omdat het woord van de profetie vervuld moest worden. Nadat zij in Bethlehem beschreven waren, en Christus moest vluchten naar Egypte gingen zij in Nazareth wonen. Christus moest vluchten naar Egypte. Ook dat is voorzegd. In Mattheüs staat: “[…]opdat vervuld zou worden hetgeen van de Heere gesproken is door den profeet, zeggende: uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.” (Matth.2:15) En dan lezen we in Hosea 11 “[…]en Ik heb Mijn Zoon uit Egypte geroepen.” (Hos.11:1)

De Persoon

Een van de vragen uit het vragenboekje van Hellebroek luidt: “Waarin moet de Middelaar gekend worden? Antwoord: In Zijn namen, ambten, staten, naturen en weldaden.” Waarom zeg ik dit? Ik was zo op zoek naar teksten waarin voorzeggingen stonden over de Messias als persoon, hoe Hij zou zijn. Ik kon daar zoveel over vinden, dat het gecategoriseerd moest worden, want anders zou het onoverzichtelijk worden. Ik heb me beperkt tot voorzéggingen over Zijn namen, ambten, staten en weldaden. Allereerst wil ik iets zegen over Zijn namen.

Zijn Namen

Wel een van de bekendste voorzeggingen over de namen van Christus is Jesaja 9:5 “[…]en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst.” (Jes.9:5)
In Jeremia wordt gesproken over “De HEERE ONZE GERECHTIGHEID”. (Jer.23:6) En in Maleachi 4 lezen we over de “Zon der gerechtigheid” (Mal.4:3)

Zijn Ambten

Christus zou Profeet, Priester en Koning zijn. Ook dat is allemaal voorzegd, en vervuld zoals we in het Nieuwe Testament kunnen lezen. Hij zou Profeet zijn, Deut.18 “Een Profeet uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de HEERE uw God verwekken; naar Hem zult gij horen.” (Deut.18:15) In het Nieuwe Testament kunnen we lezen dat dit inderdaad ten volle vervuld is in de Heere Jezus. Lukas 24 “[…]Jezus de Nazarener, Welke een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk.” (Luk.24:19) Hij zou Priester zijn in der eeuwigheid, Ps.110 “Gij zijt Priester in der eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.” (Ps.110:4) En in Hebr. 2 lezen we “Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn in de dingen die bij God te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen.” (Hebr.2:17) Hij moest ook Koning zijn, ps. 2 “Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijner heiligheid.” (Ps.2:6) En in Openbaring 19 als Christus ten gericht treedt staat er: “En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij dezen naam geschreven: Koning der koningen en Heere der heren.” (Openb.19:16)

Zijn Staten

Over de staten van Christus is heel erg veel voorzegd.
De staat van Zijn vernedering begon al bij Zijn afkomst: Hij kwam uit de afgehouwen tronk van Isaï, zegt Jesaja 11. Ook Zijn nederige geboorte, en Zijn hele leven op aarde getuigen van diepe vernedering. In het bijzonder in de psalmen vinden we heel veel voorzeggingen over de staten van Chirstus. Psalm 22 is zo’n Messiaanse psalm. Het hoofdstuk begint met “Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten, verre zijnde van Mijn verlossing, van de woorden Mijns brullens?” (Ps.22:2) Dit is heel duidelijk een citaat vanuit de diepste smarten en de diepste vernedering van de Messias. Psalm 69 is hier ook een voorbeeld van. Maar zijn deze psalmen door David gedicht, en dus ook een klacht van hem, Jesaja 53 gaat helemaal alleen over de Messias.
Ik kan het toch niet nalaten een tekst van Paulus te citeren, waarin hij de staat van Christus’ vernedering noemt, namelijk in 2 Korinthe 8 “Want gij weet de genade van onzen Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden.” (2Kor.8:9)

Maar Christus heeft niet alleen de diepste vernedering moeten ondergaan, Hij is ook uitermate verhoogd geworden. Die verhoging wordt in het Oude Testament vaak genoemd na de vernedering. Zoals in psalm 22, want daar lezen we aan het einde “Het zaad zal Hem dienen, en het zal den Heere aangeschreven worden tot in geslachten. Zij zullen aankomen en Zijn gerechtigheid verkondigen den volke, dat geboren wordt; omdat Hij het gedaan heeft.” (Ps.22:31,32) In psalm 69 is dit iets minder duidelijk, maar gaat het toch ook over de staat van Zijn verhoging.
De staten van verhoging en die van vernedering worden ook wel in één tekst genoemd. “Doch het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen, Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen, en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.” (Jes.53:10)Ook psalm 110 kunnen we hierbij noemen. “Hij zal op de weg uit de beek drinken; daarom zal Hij het hoofd omhoog heffen” (Ps.110:7) Het drinken uit de beek is hier een teken van vernedering, het hoofd omhoog heffen is iets van verhoging.

Teksten waar alleen gesproken wordt over Zijn verhoging zijn psalm 16 “Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie.” (Ps.16:10) En in psalm 68 lezen we “Gij zijt opgevaren in de hoogte, Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd, Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, o HEERE God!” (Ps.68:19) En psalm 72 mag dan een psalm van David voor Salomo zijn, boven deze psalm staat: Salomo als type van Christus. Hier gaat het dus duidelijk ook om de meerdere Salomo. En om niet meer te noemen, psalm 40. “Hij heeft mij uit een ruisenden kuil, uit modderig slijk opgehaald.” (Ps.40:3) Christus moest verhoogd worden, want de vele voorbeelden, de typen van Christus uit het Oude Testament moesten vervuld worden. Izak, waarvan Paulus in Hebreeën zegt dat Abraham hem als uit de dood bij gelijkenis wedergekregen heeft. (Hebr.11:19) Jozef, die eerst uit de kuil en daarna uit de gevangenis verlost werd, en tenslotte onderkoning van heel Egypte werd. Daniël die uit de leeuwenkuil verlost werd, en zijn drie vrienden die onbeschadigd uit de vurige oven kwamen. De staf van Aäron. Het was een dorre en dode stok, die in de tabernakel weggelegd werd. Maar de volgende dag bloeide hij. En misschien wel het bekendste voorbeeld is Jona, die drie dagen in de buik van een walvis heeft gezeten, en daarna op het strand is uitgespuwd.

En om een einde te maken aan dit punt, Christus verhoging is ook beloofd: psalm 2: “Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uw bezitting.” (Ps.2:8) En in psalm 86 “Al de heidenen, Heere, die Gij gemaakt hebt, zullen komen en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren.” (Ps.86:9)

Zijn weldaden

Ja, over Zijn weldaden zijn ook voorzeggingen gedaan. Ik heb helemaal in het begin al een tekst genoemd uit Daniël 9 “Zeventig weken zijn bestemd over uw volk en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen,  en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen en om het gezicht en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven”. (Dan.9:24) Christus komt dus om de zonden van Zijn volk te verzoenen. Ook Jesaja spreekt hierover, in hoofdstuk 40: “Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen. Spreekt naar het hart van Jeruzalem, en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij van de hand des HEEREN dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden.” (Jes.40:1,2) Jesaja heeft 39 hoofdstukken lang straf en oordeel moeten prediken. Wat zal dat voor hem geweest zijn! Maar nu mag hij het door het geloof uitjubelen: “Troost, troost Mijn volk!” Hij mag op de Messias zien, en over Hem profeteren. Een paar hoofdstukken later gaat het over de lijdende Knecht: “Hij zal het recht den heidenen voortbrengen” (Jes.42:1) en: “Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen.” (Jes.42:3) Zo kan ik nog wel even doorgaan, het hele hoofdstuk is één grote lofprijzing op de komende Messias. Eigenlijk zou je die hoofdstukken vanaf Jesaja 40 eens moeten lezen, wat een rijke beloften en profetieën voor dat volk dat naar Hem uitziet! En die beloften zijn allemaal gegrond op het werk dat Hij doen zou.
Als laatste wil ik nog een keer noemen psalm 68 “Gij zijt opgevaren in de hoogte, Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd, Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, o HEERE God!” (Ps.68:19) Ook deze belofte is gegrond op het werk van de komende Messias.

Voor wie?

Maar voor wie is Hij eigenlijk gekomen? Want we kunnen wel weten waar Hij is geboren, in welke tijd, wie Hij was, enz. maar als we niet weten voor wie Hij is gekomen, wat hebben we er dan aan dat we weten dat Hij de lang beloofde en verwachte Messias is?
Het antwoord op deze vraag kunnen we terugvinden op heel veel plaatsen in de Bijbel. Christus heeft het Zelf meer dan één keer gezegd: “Die gezond zijn hebben de Medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.” (Matth.9:12,13 Luk.5:31,32) En op een andere plaats lezen we: “Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.” (Luk.19:10) Wat een wonder, Hij is gekomen voor de grootste zondaren! Voordat Christus naar de hemel gaat, geeft Hij aan Zijn discipelen de opdracht om het evangelie aan alle mensen te verkondigen, en dan voegt Hij er nog speciaal aan toe: “beginnende van Jeruzalem” (Luk.24:47) Het is maar een klein stukje tekst, het lijkt onbelangrijk, maar dat is het zeker niet. John Bunyan heeft er een heel mooi boek over geschreven: “Goed nieuws voor de slechtste mensen”. Hij verteld daarin dat de Jeruzalemse zondaar in die tijd wel de ergste zondaar was. Christus heeft heel veel in Jeruzalem gepreekt, en de mensen opgeroepen tot bekering, maar ze hebben de Messias, de bron van zaligheid, aan het kruis gehangen, ze hebben geroepen: “Kruist Hem, kruist Hem!” (Mark.15:13,14 Luk.23:21) Ze wilden Hem weg hebben! En dan zegt Christus tegen Zijn discipelen: “beginnende van Jeruzalem.” Hij wil dat de grootste zondaren het eerst van Zijn genade horen! Hoe onnoemelijk groot is Zijn liefde! Jesaja zeg dat Hij voor de overtreders gebeden heeft! (Jes.53:12) Onbegrijpelijk toch?
Als Paulus een brief gaat schrijven aan zijn vriend Timotheüs, zegt hij: “Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.” (1Tim.1:15) Moet ik nog meer noemen? Ik las pas ergens een gedicht:
God moge ons ook doen beleven
dat feit zo vol betekenis
dat Hij Zijn Zoon heeft willen geven
voor zondaars tot behoudenis.
Heel eenvoudig, maar toch een diepe betekenis.
Toen ik bezig was met het voorbereiden van een inleiding, dacht ik bij mezelf: onvoorstelbaar hoe vaak de komst van Christus voorzegd is, door het hele Oude Testament heen, en hoe nauwkeurig ook, over hoe Hij zou zijn, enz. En als ik aan de andere kant zie hoe groot de kennis van de meeste Joden over het Oude Testament was, dan denk ik: onvoorstelbaar dat ze niet zagen dat dát de voorzegde Messias was. Dat ze Hem niet aannamen als hun Zaligmaker.
Maar waar zijn velen van ons mee bezig? Doen zij niet precies hetzelfde, ja nog veel erger? Want wij hebben veel meer middelen. We kunnen niet alleen iedere zondag naar de kerk, maar we hebben ook een schat aan boeken, die we kunnen lezen. Die waren er nog niet in de tijd van Christus. En velen van ons verwerpen Hem nog dagelijks! Velen van ons weigeren Hem aan te nemen als hun Borg en Zaligmaker. Want op het moment dat we Gods Woord horen, en we dat na afloop weer naast ons neerleggen, hebben we Hem al verworpen! Johannes zegt: “Die in de Zone Gods gelooft, heeft de getuigenis in zichzelven; die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, dewijl hij niet geloofd heeft de getuigeis, die God getuigd heeft van Zijn Zoon.” (1Joh.5:10) Zo nauw neemt God het! Hij wil dat we Christus NÚ aannemen als onze Borg en Zaligmaker, NU, vandaag, vanavond! Er is haast bij! Want zolang we dat niet doen, maken we God in ons hart uit voor leugenaar! En iedere zondaar mag Christus aannemen als zijn Zaligmaker, want Hij is gekomen voor zondaars, en durf eens te zeggen dat je dat niet bent, als je nog buiten Christus bent! We weten allemaal vanuit de Bijbel dat we zondaars zijn, dus we mogen Hem allemaal aannemen! Ja het moet! Christus zegt tegen ons, als Hij de wet laat afkondigen: “Ik ben de HEERE, UW God!! En in het gebod wat volgt, gebiedt Hij aan ons om Hem alleen te dienen, om Hem te hebben als onze God! Geloof dat nu eens, dat Hij je God wil zijn! Kom nu eens niet met argumenten: ik mag Hem niet aannemen, of ik kan het niet, want dat is eigenlijk: ik wíl het niet! Heden, zo gij Zijn stem hoort, verhardt uw hart niet, maar laat u leiden! (Ps.95:7,8 onber., Ps.95:4ber.)