Weergave

(+16 & +19) Registreer of log in:

De tien geboden

Het woord 'wet' kan verschillende betekenissen hebben in de Bijbel. Het kan betekenen: het hele Oude Testament, de vijf boeken van Mozes, de Tien Geboden of 10 woorden, waar het vanavond om zal gaan. Je vindt de wet beschreven in Ex. 20 en in Deut. 5. De enkele verschillen tussen Exodus 30 en Deut. 5 hebben te maken met het feit dat in Deut. 5 het volk Israel in het beloofde land is en daardoor een nadere concretisering nodig was. Zie hiervoor ook Efeze 6 : 2 en 3, waar Paulus, het woord 'land' uit het 5e gebod verandert in 'aarde', als verklaring voor de Nieuw Testamentische gemeente. (Wij passen dit niet toe)

In de Bijbel zijn verschillende wetten te vinden. De ceremoniële wetten waarin de godsdienstige handelingen worden beschreven. Deze godsdienstige handelingen waren voor het volk van Israël een zichtbare prediking. De ceremoniële wetten wezen heen naar de komende Christus, in en door Wie al deze wetten vervuld zouden worden. Daarom hebben deze wetten hun functie verloren toen Christus alles had volbracht.

Naast de ceremoniële wetten gaf God ook de burgerlijke wetten. In deze wetten worden de burgerlijke en maatschappelijke zaken onder Israël vastgelegd. Toen God de scheidsmuur tussen Israël en de heidenen wegnam, kwam er ook een einde aan de bijzondere plaats van Israël in burgerlijk opzicht. De burgerlijke wetten zijn ook hiermee vervallen, behalve zover zij in de algemene scheppingsorde van ons, als mens, zijn gefundeerd.

We zouden de vraag kunnen stellen of de ceremoniële wetten en burgerlijke wetten van Israël voor ons volledig overbodig zijn geworden. Dat is zeker niet het geval, want zowel door de ceremoniële als door de burgerlijke wetten worden ook wij nog steeds heengewezen naar de Persoon en het werk van Christus, die ook in deze wetten wordt afgebeeld.
(Denk aan de preek vorige week zondag over de reinigingsrituelen rond melaatsheid, waarin het vogeltje in het bloed van de ander werd vrijgelaten)

De derde, en belangrijkste, wet is de Zedenwet, of de Wet van de Tien Geboden. Deze Tien Geboden zijn de door God zelf beschreven bekendmakingen van de Verbondswet, die bij Adam al in de schepping in het hart was ingeschapen. Deze Wet is eeuwig en blijvend. Om dit tot uitdrukking te brengen schreef God Zelf deze geboden in twee stenen tafels.
- Op de eerste tafel van de Wet beschrijft God in vier geboden zijn liefdeseis ten opzichte van Hemzelf.
- Op de tweede tafel van deze Wet beschrijft God in zes geboden Zijn liefdeseis ten opzichte van de naaste.
Deze twee verschillende tafels kunnen nooit los van elkaar gemaakt worden.

In de zondagen 34 t/m 44 van de HC komt de wet aan de orde in het kader van de dankbaarheid. In de eerste zondagen van de Catechismus is dat m.b.t. de kennis van onze zonde. Dat betekent dat de wet meerdere functies heeft. De wet wordt weleens vergeleken met een spiegel. Waarvoor kun je een spiegel gebruiken? Je kunt daarin b.v. kijken of je er netjes uitziet, of je das goed zit of je haar toonbaar is. Maar in diezelfde spiegel kun je ook zien hoe groot de wond is op je voorhoofd en hoe vaal de kleur is van je gezicht. In het eerste geval toont de spiegel hoe je moet zijn en in het tweede geval hoe je bent. Zo leert de wet ons verschillende zaken. We spreken wel over de drie functies van de wet.

De eerste functie

Regel voor het maatschappelijke leven. De wet heeft met het leven van elke dag te maken. Vele mensen zijn vandaag geneigd om de wet te reserveren voor de kerk en voor de mensen die tot de kerk behoren. Dat is een gevaarlijk spel van de duivel om de vragen van het geloof voor de zondag te beperken. Geloven doe je in de kerk zegt men dan. Je mag best naar de kerk, maar je geloof moet geen consequenties hebben voor het dagelijkse leven. Hoe zou de kerk dan een zoutend zout kunnen zijn? Het zout mag bij wijze van spreken wel op tafel staan maar het mag niet door het eten. Wanneer je de wet van God uitschakelt uit het maatschappelijk en politiek handelen dan heb je een vrijbrief voor abortus, euthanasie, zondagsontheiliging enz. Sommige politici en politieke partijen gaan uit van het beginsel: die wet is wel geldig voor ons als kerkmensen, maar die mogen we anderen niet opleggen. We moeten echter uitgaan van wat de Schrift zegt, dat de wet heilzaam is voor alle mensen, terwijl God ook Zijn recht behoudt op alle mensen. Wanneer we in het beeld van spiegels willen blijven m.b.t. de wet dan zou je deze functie kunnen vergelijken met de zij- en achteruitkijkspiegel van de auto. Zonder het gebruiken van deze spiegels komen er ongelukken. Zo gaat het ook verkeerd zonder het acht geven op Gods wet.

De tweede functie...

...van de wet is tot ontdekking. Denk aan het voorbeeld van die spiegel waarin je ziet hoe groot de wond is. Heidelbergse Catechismus zondag 2 vraagt: “Waaruit kent gij uw ellende?” Dan wordt er geantwoord: “Uit de wet van God”. Wanneer de eis van de wet niet meer wordt voorgehouden, dan leren we ook niet wat zonde is. Paulus zegt in Romeinen 7 : 8: “Zonder de wet is de zonde dood”. Dat betekent dat je geen last hebt van de zonde als je niet weet dat het zonde is. Om een voorbeeld te gebruiken uit het verkeer: Als iemand niet weet dat een rond bord met een wit vlak en een rode rand betekent dat je die weg niet mag inrijden, is hij zich van geen kwaad bewust, wanneer hij dat doet. Maar toch begaat hij een overtreding. Wanneer het hem echter uitgelegd wordt door een agent, weet hij zich schuldig. Zo moet de wet van God ons ook steeds weer voorgehouden worden en de zonden ons concreet worden aangewezen, zodat de zonde voor ons zichtbaar wordt. In Rom. 7 : 7 zegt Paulus dat hij niet geweten zou hebben dat de begeerlijkheid zonde was als de wet niet zei: “Gij zult niet begeren!” Veel mensen zien nergens kwaad in, omdat zij geen rekening houden met de wet van God. Wanneer we echter niet d.m.v. de wet ontdekt worden aan onze zonden, zullen we nooit Christus nodig leren krijgen als verzoener van onze zonden. Denk in dit verband aan wat Paulus zegt in Gal. 3 : 24: “De wet is ons een tuchtmeester tot Christus.” Wanneer een arts de diagnose van de ziekte niet stelt, dan zal hij ook het juiste middel niet gebruiken. Laten we ondertussen niet vergeten dat het een genadig handelen van God is, wanneer we ontdekt worden. Het gaat de Heere om ons behoud. In de kerk worden we door de prediking waarin Christus Zelf door Zijn Geest en Woord tot ons komt, onderwezen in de wet van God, opdat we bij het kruis zullen komen.

De derde functie

De wet als regel voor de dankbaarheid. De wet als spiegel die laat zien hoe je er uit moet zien. Meestal spreken we hier over de Tien Geboden als tien lampen, die we nodig hebben als verlichting op ons levenspad. De wet als regel voor de dankbaarheid is de eigenlijke functie van de wet. De ontdekkende functie is behulpzaam aan het Evangelie, terwijl in de wet als regel der dankbaarheid weer de eer van God gezocht wordt. Daarvoor is de mens dan ook geschapen. Er zijn mensen die stellen: als je Christus liefhebt, dan heb je toch de wet niet meer nodig. Vanuit de liefde doe je immers vanzelf wat God wil. Toch is dit een foutieve redenering. De liefde is niet in plááts van de wet gekomen, maar de liefde is de vervulling van de wet. Wanneer we de Heere liefhebben, belijden we met Paulus: “Ik heb een vermaak in de wet van God”. David belijdt: “Hoe lief heb ik Uw wet, zij is mijn betrachting de ganse dag.” Hoe meer je de wet liefhebt (en daarin heb je dan God lief, want de wet is uitdrukking van de wil van God), hoe meer je ziet dat je zondaar bent. Psalm 119 is het loflied op de wet. Calvijn merkt op bij Ps. 119 : 15: “Het begin van goed te leven is, wanneer de wet van God ons aantrekt door haar liefelijkheid. Dit is ook het enige middel om de begeerlijkheid van het vlees ten onder te houden of te genezen.”

Ontsporing

Zoals we al eerder zagen kunnen we de twee tafels van de wet nooit los van elkaar zien. Steeds meer theologen doen dat wel. Zij zeggen: als je maar goed bent voor je naaste, is God ook wel goed voor jou. De Heere Jezus leert ons echter duidelijk wat anders: “Dit (de eerste vier geboden) is het eerste en het grote gebod. Je kunt nooit je naaste liefhebben, als je God niet liefhebt.” Anderzijds moeten we ook oppassen, dat we de tweede tafel niet onderwaarderen, want in het leven moet de liefde tot God uitkomen en de wereld door onze handel en wandel getrokken worden tot Christus.

De Rooms Katholieke Kerk maakt een andere verdeling van de geboden op de twee tafelen. Op de eerste tafel staan drie geboden: Het eerste en tweede gebod worden samengevoegd. Op de tweede tafel van de Wet staan zeven geboden, het laatste gebod wordt door hen in tweeën gesplitst. De Rooms Katholieke Kerk gelooft dat ons tweede gebod, Gij zult geen gesneden beeld maken, moeten worden gezien als een vervolg op het eerste gebod, Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Mensen mogen geen afbeeldingen maken van andere goden. De Rooms Katholieke Kerk denkt dan ook dat beelden van heiligen niet in strijd is met de Tien Geboden.
Volgens ons leert het eerste gebod Wie wij moeten dienen en het tweede gebod op welke wijze wij God moeten dienen.

Ook orthodoxe Joden maken van het eerste gebod en het tweede gebod, één gebod. Zij hebben daar weer een andere reden voor.
Als de Tien Geboden worden gelezen in de kerk, wordt altijd eerst de Aanhef of preambule gelezen. Ik ben de HEERE uw God, die u uit Egypteland, uit het Diensthuis uitgeleid heb.
Deze Aanhef behoort ook duidelijk tot de Woorden die God gesproken heeft, toen God op de berg Horeb de Tien Geboden afkondigde. De orthodoxe Joden geven aan deze woorden zoveel aandacht dat zij er het eerste gebod van maken. Opvallend is dat wel, want in de Aanhef wordt niets geboden. Dat gebeurt pas na de Aanhef.

Waarom wordt nu deze Aanhef ook altijd gelezen bij ons in de kerk?

Aan de hand van de Aanhef kan toegelicht worden dat wij in de Tien Geboden een oorkonde bezitten van het verbond dat God bij de Sinaï met Israël gesloten heeft. De Heere maakt, zo lezen we in Deuteronomium 4 vers 13, Israël zijn verbond bekend, dat wil zeggen, De Tien Woorden, die God schreef op twee stenen tafels.
Uit buitenbijbelse bronnen is bekend dat in die tijd ook andere volken gebruik maakten van tafels (tabletten) om een verbond vast te leggen. En dat niet alleen, soms vallen ook punten van overeenkomst op tussen wat we in de Tien Geboden als verbondsdocument vinden en wat we elders aantreffen. Zo kon een Hethietische koning zijn verbond met vorsten die aan hem onderdanig waren als volgt beginnen: “Zo spreekt de Zonnekoning Mursilis, de grote koning, de koning van het land Hatti...”. Dat doet ons denken aan de imponerende inzet van het verbond met Israël: “Ik ben Jahwe Uw God...”. De waarachtige, eeuwige en almachtige God, de auteur en Behouder van alle goede dingen; die van Mijzelf bestaat en aan alle andere dingen het aanzijn geef, en daarom ook de hoogste macht bezit om ander te gebieden. In een hethietisch verbond kon vervolgens melding gemaakt worden van de weldaden die de grote koning aan zijn vorsten bewezen had. Op dezelfde manier lezen we van Jahwe dat Hij Israël uit Egypte, het slavenhuis, bevrijd heeft. Daarom bent u gehoorzaamheid en dankbaarheid verplicht. Deze weldaad was zelfs zo groot dat het in de hele toenmalige wereld bekend was welke daden God had gedaan met Zijn volk. Ook bedoeld God hier alle andere weldaden en alle verlossingen van de Kerk met hoofdletter uit de dagelijkse kwaden, en als grootste het hele werk van de verlossing en de wonderlijke verlossing die door Christus is gewerkt. De verlossing uit Egypte was hier een voorbeeld van. Verder maakte de Hethietische vorst duidelijk welke verplichtingen zijn onderdanen moesten nakomen. In vergelijkbare zinnen lezen we in de Tien Geboden met het telkens herhalen van “Gij zult niet.” de bepalingen die Israël moest onderhouden om trouw aan het verbond met Jahwe te zijn.

De wet is de openbaring van de volmaakte en onveranderlijke wil van God. In Zijn wet stelt God een norm voor al het doen en laten van de mens. De wet verplicht de mens tot volkomen gehoorzaamheid, maar ook tot vrijwillige gehoorzaamheid, want God wil uit liefde gediend worden.
Zoals God eeuwig en onveranderlijk is, is ook Zijn wet eeuwig en onveranderlijk. Alle menselijke willekeur of aanpassing is aan de wet van God vreemd. Er is ook geen heiden of atheïst die zich aan de wet van God kan ontrekken, want de afdrukken van de norm van Gods wet zijn in het hart van ieder mens gebleven, zelfs al kent hij niets van de openbaring van God in Zijn Woord. Wanneer zelfs de gevallen mens dan nog afdrukken van de wet in zijn hart bewaart, hoeveel meer heeft Adam dan in de staat van rechtheid de volmaakte kennis van deze goddelijke wet gehad.

Zoals we zagen is de wet door God in het kader van het verbond geplaatst. De eisen die God in het verbond stelde om de mens tot de zaligheid te brengen, waren in de wet besloten. De belofte werd verkregen door het volbrengen van de eisen.
Omdat God verbondsgewijs met de mens wilde handelen, kwam Hij met de eisen van Zijn wet tot degene met wie Hij het verbond sloot.
Wat betreft het werkverbond was dat Adam. Adam vertegenwoordigde alle mensen en door zijn verbondgehoorzaamheid zou hij de belofte voor zichzelf en voor al zijn nakomelingen verkrijgen. Door de ongehoorzaamheid verbrak Adam van zijn kant het verbond en bracht hij zichzelf en zijn nakomelingen onder de oordelen van de drievoudige dood. Nooit zal de wet meer in de weg van gehoorzaamheid door een nakomeling van Adam kunnen worden vervuld.
Wat betreft het genadeverbond was het Christus met wie God zijn verbond sloot. Christus vertegenwoordigd alle uitverkorenen en door zijn verbondsgehoorzaamheid heeft Hij de belofte voor al de Zijnen verworven.
Uit volmaakte liefde heeft Christus de eisen van Gods wet aanvaard: zowel door voldoening van de gemaakte schuld door Zijn uitverkorenen die de wet overtraden. (Dit noemen wij de lijdelijke gehoorzaamheid van Christus), als ook door de volkomen gehoorzaamheid in het vervullen van de wet vóór hen, wat wij aanduiden met de dadelijke gehoorzaamheid van Christus. Dit voldoen aan de eisen van Gods wet aanvaarde Christus in de Vrederaad en volbracht Christus in de tijd. Zo ontvangt de mens in het genadeverbond de wet uit de hand van Christus, Die de wet heeft vervuld. Buiten Christus kan God met Zijn wet niet tot een mens naderen; hij zou onder de vloek van de wet direct verteerd worden.

Het Eerste Gebod

Het eerste gebod wordt ook wel het wortelgebod genoemd, het fundament van alle geboden. Tegen dit gebod zondigde de mens in het paradijs. Adam en Eva in het paradijs wilden als God zijn en overtraden daarom het eerste gebod. Ook het volk Israël moest steeds weer teruggeroepen worden tot de ware en levende God. Israël had kennis gemaakt met de afgoden van Egypte en ook in Kanaän duiken ze steeds weer op: Baäl en Astarte. In het oude Oosten leefde de gedachte dat elk land zijn eigen god had. Zulke dingen hoor je tegenwoordig ook wel verkondigen: ieder zijn eigen mening over godsdienst en even goede vrienden. Maar de HEERE is aan tijd noch plaats gebonden en roept de hele wereld op zich tot Hem te bekeren.

Steeds meer mensen geloven dat iedereen een stukje van de waarheid heeft. Men zegt dan: “Er is ook openbaring van God in andere religies en al die godsdiensten vormen eigenlijk een grote legpuzzel die je elkaar moet proberen te schuiven om de volle waarheid te kennen.” Men heeft al vele malen en langs verschillende wegen geprobeerd om de absoluutheid van het Evangelie te ontkrachten. Er is een ergernis aan de belijdenis, dat er geen andere naam onder de hemel gegeven is om zalig te worden dan die van Jezus Christus. De Bijbel leert ons wel dat ieder mens een ingeschapen Godskennis heeft, maar van daaruit kan hij de ware God niet leren kennen. In Romeinen 1 wordt gezegd dat de mens de waarheid in ongerechtigheid ten onder houdt. De mens probeert zichzelf een god te scheppen, die hem niet lastig valt met de eis van de bekering. Andere goden zijn in de Bijbel afgoden en wie aan een andere god offert, offert aan de duivel, zegt Paulus in 1 Korinthe 10 . Afgoden bestaan slechts bij de gratie van mensen, die ze in de verbeelding bewaren. Afgoden worden door de duivel gestimuleerd om ons bij de ware God vandaan te houden. In Israël werd afgoderij overspel en hoererij genoemd. Het verbond met God was als een huwelijksverbond. In het Nieuwe Testament is het niet anders. In de brieven wordt keer op keer gewaarschuwd voor mensen die een andere waarheid brengen.

Afgoden en levenswandel

Er is een duidelijk verband tussen het verlaten van de enige ware God en de levensstijl. Zeker hier geldt: andere heren andere wetten. Denk in dit verband aan het alarmerende hoofdstuk 1 Korinthe 15 en bijzonder vers 33: “Dwaalt niet, kwade samensprekingen bederven goede zeden.”

Afgoderij. Wat is dat? Alles buiten God, Die Zich in Christus geopenbaard heeft. Calvijn stelt terecht dat wie over God spreekt buiten Jezus Christus om, het heeft over een afgod. Je hoort nogal eens: “Ik geloof ook in een god.” Dat doet in feite ieder mens. De duivelen geloven ook dat er een god is, en zij sidderen. Je zou kunnen zeggen dat alles wat een eigen leven gaat leiden een afgod is. Dat kan techniek zijn of wetenschap, het gezin, je hobby, geld, lekker en veel eten. Zelfs de kerk en ons kerkelijk bezig zijn kan een afgod zijn. Calvijn zegt dat ons hart een fabriek van afgoden is. Door Gods Geest gaan we dat ontdekken. Hoe kunnen onze afgoden verbroken worden? Alleen in de weg van bekering. Jezus Christus is gekomen de werken van de duivel te verbreken.

Heeft de wet ook al in ons leven betekenis gekregen.
Laat ons gebed zijn zoals Psalm 119 : 17.
   Leer mij, O Heer, de weg door U bepaald,
   Dan zal ik dien ten einde toe bewaren;
   Geef mij verstand met Goddelijk licht bestraald;
   Dan zal mijn oog op Uwe wetten staren;
   Dan houd ik die, hoe licht mijn ziel ook dwaalt;
   Dan zal zich ’t hart met mijne daden paren.

Zingen Psalm 1 : 1 en 2
Lezen Romeinen 7 : 7 - 26
Zingen Psalm 119 : 17 + 80
Zingen Psalm 19 : 4