Jong christelijk leven
Beste Jongelui,
Vanavond wil ik met jullie een ogenblik nadenken over wat het betekent om als jongere christelijk te leven in een niet christelijk samenleving waar ook wij deel van uitmaken.
Eerst wil ik iets zeggen over de levensvisie van niet-christenen, en daarna wil ik stilstaan bij de levensvisie van 'christenen'.
In vroeger eeuwen leefde bij ‘niet christenen’ algemeen de gedachte, dat met het toenemen van kennis en ontwikkeling, de mensheid ook vooruitgang zou boeken op zedelijk gebied.
Dit optimistisch vooruitgangsgeloof heeft inmiddels z’n tijd gehad.
Het geloof aan de natuurlijke goedheid van de mens heeft plaats gemaakt voor een negatief mensbeeld. In plaats van vooruitgang (evolutie) komt ‘het leven’ steeds meer in het teken van degeneratie en achteruitgang te staan.
In de 19e eeuw nam het inzicht van Immanuel Kant bij een groot deel van de bevolking, de plaats in van de Wet der Tien Geboden. Immanuel Kant leefde van 1724 -1804 in het huidige Rusland en was een beroemd filosoof. Kant leerde, dat “de mens zijn eigen wetgever is” dat wil zeggen; geen God en geen meester.
Ook Karl Marx 1818-1883 een Jood, Duits politicus, en filosoof leerde, dat de maatstaven van goed en kwaad, van wat mag en wat niet mag, uitsluitend in onszelf en in onze lichamelijke gesteldheid is gelegen. Deze inzichten hebben mede geleidt tot de afbraak van de geestelijke en zedelijke normen en waarden van het menselijk leven.
Het leven zelf leert ons niet wat goed of kwaad is, of wat mag en niet mag. Dat wordt alleen geleerd, in de geopenbaarde waarheid, het woord van God.
Het was toen eigenlijk nog een betere tijd dan heden ten dage. Toen werd het Godsbestaan wel geloochend, maar met Godloochenaars is nog wel te praten! In onze tijd wordt God genegeerd, er wordt van God nauwelijks of geen notitie meer genomen.
De vraag: Wat is de zin van het leven, waartoe ben ik op deze aarde, is niet interessant. De waarde van het menselijk leven is daardoor sterk verminderd.
Onze tijd wordt gekenmerkt door grote welvaart en een hoog cultureel peil. Dat heeft in grote mate bijgedragen aan een toename in zedelijk verval. Toen de film, (als modern cultuurverschijnsel) haar intrede deed, droeg zij daadwerkelijk bij aan het droevig verval van onze zeden. Zij heeft soms op grove, soms op verfijnde manier sluimerende hartstochten geactiveerd en de zinnen van oud en jong geprikkeld. Deze ontwikkeling heeft sterk bijgedragen aan de secularisatie of verwereldlijking in onze eertijds nog christelijke samenleving.
De moderne mens ontkent het gezag en verwerpt de maatstaf van het Woord van God. Een groot deel van onze bevolking leeft vanaf de jaren zestig buiten en zonder God. Het Godsbestaan en het geloof in de onsterfelijkheid van de ziel wordt geloochend. Er zijn jongeren die zeggen: “Ik heb er niet om gevraagd, om er te zijn, het is mij tegen wil en dank opgedrongen. Er is zonder mij over mij beschikt.” Achter hen ligt niets en voor hen ligt de dood. Het levensbeginsel van velen in onze tijd is: “Laat ons eten, drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij.”
Vooral in de achterliggende veertig a vijftig jaar is het normbesef in ons land sterk verminderd. Als voorbeeld noem ik de publieke opinie over abortus provocatus. Onder abortus wordt verstaan de spontane miskraam, onder provocatus de bewust opgeroepen miskraam, die een eind maakt aan de al- dan niet gewenste zwangerschap. In 1971 opende Stimezo de eerste abortus kliniek in ons land. De vele reacties waren onthutsend, vooral onder het christelijk volksdeel. Al heel snel waren ook christenen aan de gedachte gewend. Toch blijft abortus provocatus een zeer grote zonde het is niet minder dan moord in de moederschoot,.
Dit voorbeeld kan model staan voor de visie op homosexualiteit, op de waarde van het huwelijk en het beeindigen van het menselijk leven door euthanasie. De komst van de PIL in 1965 een anticonceptioneel middel ter voorkoming van zwangerschap, gaf extra versterking aan de zelfbeschikking van de mens. Alles wat eertijds in Gods hand lag, beslissen we nu zelf.
Deze veranderingen in de samenleving gaat de christelijk kerk niet voorbij. Ook wij, oud en jong, ademen de geest in van deze tijd. De achteruitgang in de moraal, dat wil zeggen in de “opvattingen van zedelijkheid” komen in onze dagen het meest tot uitdrukking in de sexuele opvattingen.
50 Jaar geleden was de toestand op sexueel gebied ook niet zoals het moet zijn. Hoewel het huwelijk toen nog een heilige instelling was, die niet licht werd verbroken. Het was eerbaar en onverbrekelijk, tot de dood scheiding maakte. Het zedelijk peil stond in die tijd veel hoger, zeker in het christelijk gezin.
Het zedelijk normbesef is in onze tijd ontstellend diep gezonken. Het gevolg hiervan is te zien aan de; aan drugs, bezit, en sex, verslaafde mens zonder een eigen identiteit.
Deze schets van het menselijk bestaan buiten en zonder God is de moeite van het overdenken meer dan waard. Mogelijk leidt het tot een herwaardering van het waardevolle leven, ons van God geschonken.
De vraag is, in hoever ons ‘jong christelijk leven’ besmet is met de hiervoor geschetste levensvisie. Met die vraag komen we op het terrein van de ethiek. Ethiek is de wetenschap die handelt over; zedelijke begrippen en gedragingen van mensen, in hun leven op aarde. Dogmatiek is de wetenschap die de vragen m.b.t. de waarheid zoekt te beantwoorden. Christelijke ethiek is de bezinning op het morele handelen van mensen, vanuit het perspectief dat ons in de Heilige Schrift geboden wordt.
Christelijk leven kenmerkt zich door het geloof in God, Die Zich in Zijn woord aan mensen heeft geopenbaard. ‘Gods woord’ is de bron, waaruit wij putten en waardoor als het goed is, ons handelen wordt bepaald. Dr. J Douma geb in 1931 was hoogleraar christelijke ethiek aan de Theologische Universiteit in Kampen. Hij heeft zich beijvert, een handreiking te geven voor het christelijk leven in deze tijd. Zijn boeken: “Grondslagen” en “de Tien Geboden” wijzen ons daarin de juiste weg.
In de Heilige Schrift, het Woord van God wordt ons de enige juiste weg aangewezen voor ons morele handelen.
Wij geloven in God en wij geloven wat God in Zijn Woord ons leert. Dat woord zegt ons hoe de verhouding tussen God en mensen was voor de val, en is geworden na de val.
De zonde, bracht de breuk tussen de Heilige God en de zondige mens. De realiteit van ons bestaan is, dat wij onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Als wij elke dag vanuit dat besef zouden leven, dan geeft dat een ‘voorzichtig’ leven voor Gods aangezicht. Niettemin is onze tijd uitermate complex. In vroeger jaren waren de levensomstandigheden veel primitiever. Voor het uitleving in zonden en zondige driften waren vroeger veel minder middelen en minder gelegenheden ter beschikking.
Jong christelijk leven.
Het meest onrustbare verschijnsel van deze tijd is, dat wij als christen zo weinig waakzaam zijn. Velen bepalen zelf wat mag en niet mag, wat goed en wat kwaad is. De autoriteit en het gezag van Gods Woord dreigt ook onder ons, sterk te verminderen. De huidige communicatie middelen hebben wel de meeste invloed op ‘t jonge christelijke leven. Mobieltje, Internet, DvD- speler, Film, MP3-speler, Webcam TV enz ontnemen ons (misschien zonder dat we het beseffen) ons godsdienstig leven. Sociale controle is er nauwelijks nog bij ouders of gezinsleden.
Jonge christenen moeten waken, dat zij in deze ontwikkeling zich niet laten meevoeren, en zo hun christelijke identiteit verliezen.
Het is voor ons allen hoog tijd, om kerkelijk en persoonlijk ons te bezinnen hoe wij m.b.t. ons leven, de christelijke identiteit bewaren.
Daarbij moeten we het waardevolle van Gods heilzame geboden niet onderschatten. Ik weet het, dat vereist moed, en vooral gebed om in deze tijd onze christelijke identiteit te bewaren.
Niet zolang geleden las ik van iemand: “Velen denken dat Rome de antichrist is, anderen denken dat het de Islam is, maar het is niet ondenkbaar, dat de techniek in dienst staat van de antichrist.
De techniek in de hand van Satan heeft heel veel verleidelijks in zich, waar wij in eigen kracht niet tegen bestand zijn.
Maar bovenal is op zedelijk terrein, grote waakzaamheid geboden. Voor christenen mag niet ik denk of ik geloof de maatstaf zijn, maar wat leert Gods Woord ons. De bijbel leert duidelijk, dat we kuis, dat is rein en zuiver dienen te leven, zowel voor als in het huwelijk. De ontwikkelingen juist op dit gebied zijn schrikbarend, dat weten jullie misschien nog beter dan ik. Daarom wil ik hier ernstig aandringen om in je levenswandel te laten zien, dat je christelijk bent opgevoed en zo ook wilt leven. Daar zal je nooit spijt van krijgen en er ook zegen op ontvangen. Een slordige levenswandel geeft later veel verdriet. Het laatste vers in Pred. 11 luidt: “Want God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed, of hetzij kwaad.”
Ook onder onze gezindte zijn er veel jongeren, die beschadigd het huwelijk ingaan. Hun jonge leven is besmet door onkuis, onzedelijk gedrag. Een jongen of meisje die voor het huwelijk als man en vrouw hebben geleefd gaan onrein het huwelijk in. Zo’n huwelijk kan zonder schuldbelijdenis voor God, niet kerkelijk worden bevestigd.
Onkuis gedrag is voor een groot deel te wijten aan het onzorgvuldig omgaan met de moderne communicatiemiddelen. Het gebruik maken van hyve, sms, webcam en film, zijn bij uitstek middelen, waarvan Satan zich bediend om het koninkrijk Gods te bestrijden.
Deze gang van zaken kan onze God niet behagen, ja is Hem een gruwel. Dan alleen mogen we het huwelijk ingaan in de verwachting, dat de Heere ons zal leiden en bewaren. Niet alleen in gedrag, maar ook in kleding moeten wij ons christen zijn tot uitdrukking brengen. Koop kleding waarmee het lichaam wordt bedekt. Uitdagende kleding wekt de begeerte tot overspel in de hand. Dat moeten we toch niet willen? De laatste jaren stranden veel huwelijken. Vaak is de oorzaak dat een of beiden onrein het huwelijk zijn ingegaan. Bij tegenslag, financieel of anderszins, komen er verwijten over en weer. Het gevolg ervan is vaak, een verharding van de standpunten. Echtscheiding lijkt dan de enige oplossing, waarvan kinderen de dupe zijn. De eigenliefde is zo groot, dat van zelfverloochening geen sprake is. Dat alles is een gevolg van het minachten van Gods heilzame geboden.
Het lijkt mij goed om met de bijbel in de hand de inhoud van deze lezing af te sluiten. Ik wil dat doen aan de hand van 1 Johannes 2 : 15, 16 en 17. We lezen daar het volgende:
Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde van de Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid van het vlees, en de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar begeerlijkheid; maar die de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.
Johannes richt zich hiermee tot zijn kinderkens. Het doel van de brief is hen te sterken in geloofskennis. Het christelijk geloof is voor jonge christenen bepalend voor hun levenswandel. Geloof in, en liefde tot Christus, heeft als vrucht gehoorzaamheid aan Zijn geboden.
Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is.
Veelvuldig gebruikt Johannes het woord ‘wereld’ in zijn evangelie en in zijn brieven. Daar bedoeld hij niet de schepping of de mensheid mee, maar de wereld in zover zij zich bevind in de macht van de duivel. De ongelovige mens heeft een ander levensdoel, dan de gelovige mens. Een ongelovige en een gelovige kunnen nooit overeen- stemmen met betrekking tot Gods eer. De liefde tot God en een zondige wereld kunnen niet samengaan. Hebben we de wereld lief, laten we dan niet denken dat we God ook liefhebben.
Waarin openbaart zich de liefde tot de wereld? Het antwoord staat in genoemde tekstverzen. Johannes noemt drie zaken:
1) De begeerte van het vlees.
2) De begeerte van de ogen.
3) Een hoogmoedig leven.
1) Onder de ‘begeerte van het vlees’ wordt verstaan, de zinnelijke lusten.
Er zijn jongeren uit onze gemeente, die de Abdij in Alblasserdam, of andere gelegenheden bezoeken, waar jonge christenen niet horen. Doe dat niet, strijd tegen zondige begeerten en lusten van het vlees. Kan er van een reine jonge vrouw of man gesproken worden, die zulke gelegenheden bezoekt? Daar, waar hartstochten worden opgezweept door muziek en dans? Dat kan de goedkeuring van de Heere nooit wegdragen. Job zegt in Job 31:1 “Ik heb een verbond gemaakt met mijn ogen, hoe zou ik dan acht hebben gegeven op een maagd?” Job stelt zijn ogen voor als bondgenoten, met wie hij overeengekomen is, zich voor de zonde van begeerlijkheid te hoeden. Hij wil zich niet schuldig maken aan ongeoorloofde blikken.
2) De begeerte van de ogen.
Spreuken 27:20 leert ons: “De hel en het verderf worden niet verzadigd, alzo worden de ogen der mensen niet verzadigd.” De ogen willen steeds meer zien, ze verslinden van alles. Dat hier geen onschuldige dingen mee bedoeld zijn, bewijst de vergelijking met de hel. Het oog is de zetel van de begeerte. Wat men ziet, wil men hebben en men heeft nooit genoeg. Onze Heere Jezus werd van satan verzocht in de woestijn. Hij toonde Hem alle koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid. Hij zegt: dit alles zal ik U geven, als Gij neder vallende mij zult aanbidden. ‘Ga weg satan’, zegt Jezus, want er staat geschreven: De Heere uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen. ‘Satan’ betekent; strijder tegen God.
Hier schuilen ontzaggelijke problemen en spanningen voor elke christen, met name op het gebeid van het culturele leven. Denk aan bioscoop, films, maar ook aan ontspanning, zoals voetbal enz. Johannes bedoeld niet dat we de wereld moeten mijden, maar hij spoort aan tot waakzaamheid. Schijnbare onschuldige compromissen kunnen grote schade voor onze ziel teweeg brengen.
3) Een hoogmoedig leven.
Jakobus 4 waarschuwt ons voor hoogmoedig gedrag en spreken. Met betrekking tot de onzekerheid van het leven zegt hij: Zeg niet wij zullen heden of morgen naar zulk een stad reizen en daar een jaar doorbrengen, handel drijven en winst maken. Gij die niet weet wat morgen zal gebeuren, want hoedanig is uw leven. Zeg daarom: Indien de Heere wil en wij leven, zullen we dit of dat doen. Velen hebben al een vakantie geboekt voor de zomer. Hoe vaak gebeurt het niet als gevraagd wordt ga je nog met vakantie dat gezegd wordt: Ja, wij gaan dit jaar naar Oostenrijk, zonder ons te realiseren, dat we met de vakantie reeds in het graf kunnen liggen.
Jong christelijk leven.
Misschien vind je het wel moeilijk om als jongere christelijk te leven. Christelijk leven brengt strijd met zich mee, dat is zeker waar. Toch geeft het ook veel voldoening als we strijdbaar mogen zijn. Die zichzelf overwint is sterker dan die een stad inneemt. In de strijd met de afgoden van deze tijd, moeten we de vijand kennen, die onze ondergang beoogt. Satan kan zich voordoen als een engel des
lichts. Daarom is het goed, als jongeren daarin elkaar ook zouden helpen. Om gezamelijk te strijden tegen de geestelijke boosheden in de lucht. Hoe dat zou moeten? Dat kan door met leeftijdsgenoten om te gaan, die met elkaar voor Gods aangezicht beloven rein en kuis te leven. Zo kunnen we ons onderscheiden van de grote massa, met een levensstijl, die zich richt op het woord van God.
Jonge vrienden, met een gedoopt voorhoofd zijn jullie christen. Laat je leven beheersen door wat God in Zijn woord van ons vraagt. Laat de wereld zien, dat een gedoopt voorhoofd voor jou van groot belang is. Dat doen we, als we in de omgeving waarin we leren en/ of werken, ons gebonden weten aan het gezag van Gods woord.
Beste vrienden, er is geen aangenamer leven dat een jong christelijk leven. Het brengt grote zegen met zich mee. Eigenlijk beloont een jong christelijk leven zichzelf. Als we ons rein mogen bewaren, dan geeft dat ook heel veel voldoening. Niet dat we vanuit onszelf daartoe bekwaam zijn. In het jonge christelijke leven, is het gebed tot God onmisbaar nodig. Zijn we ons bewust, dat we onszelf niet kunnen bewaren, vraag dan de Heere om Zijn hulp en bijstand. Dan wordt het ons dagelijkse bede: Bewaar mij Heere, voor de zonde van onreinheid. Helpt u mij heilig en oprecht te leven voor Uw aangezicht. Leer mij naar Uw wil te handelen, dan zal ik in Uw waarheid wandelen.
Als jonge christen sta je midden in dit leven. De verleidingen komen in volle hevigheid op je af. Steeds opnieuw wordt je geroepen een keus te maken. Dat geeft een afhankelijk leven voor Gods aangezicht. Maar het geeft ook veel vrijmoedigheid om onze tijdelijke zaken aan Hem voor te leggen. Breekt de leeftijd aan, dat we tot een keus mogen komen van een levenspartner, laat ook dan het gebed niet ontbreken. Vraagt of de Heere je raad geeft en je wilt leiden. De tekst in psalm 32 is mij persoonlijk dikwijls tot bemoediging geweest als ik niet wist wat ik moest doen. “Ik zal u onderwijzen, en u leren de weg, die gij gaan zult; Ik zal raad geven, Mijn oog zal op u zijn.” Krijg je dan ook wel antwoord zal misschien iemand vragen. Luister; als je werkelijk in ernst tot God bidt, dan zal Hij ook antwoorden. Dat mag ik vrijmoedig tot jullie zeggen. In Jer. 33:3 staat: “Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet.”
Weet je wat vaak onze kwaal is? Dat we wel tot God bidden, maar niet echt geloven dat Hij ons ook hoort. Als we in het gebed oprecht Gods aangezicht zoeken, dan mogen we met de dichter van psalm 85 : 9 zeggen: “Ik zal horen, wat God, de HEERE, spreken zal.” Na een oprecht gebed, moeten we luisteren wat antwoord God ons geeft.
Dat kan soms lang duren, maar wachten op de Heere is een oefening in het geloof. Op Zijn tijd en wijze geeft de Heere antwoordt.
Misschien is er iemand, die zich onrein voelt en berouw heeft. Doe belijdenis voor Gods aangezicht, bij Hem is vergeving. De Heere Jezus stierf de vervloekte kruisdood voor de grootste der zondaren.
In Maleachi 3:10 zegt de Heere “Brengt al de tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in Mijn huis; en beproeft Mij nu daarin, zegt de HEERE, der heirscharen, of Ik u dan niet opendoen zal de vensters des hemels, en u zegen afgieten, zodat er geen schuren genoeg wezen zullen.”
Ik sluit af met een gedicht van M. Nijsse.
Wij moeten strijden tegen sterke machten
Rondom ons loert de boze met zijn haat
Hij krijgt voortdurend met zijn helse krachten
Opdat Gods schone schepping ondergaat
Wij staan als hulpelozen en verachten
En zijn alleen niet tot de kamp in staat.
Ons zwakke vlees kan ’t goede niet betrachten
Tenzij het door Uw Geest zich leiden laat.
Houdt daarom ’t zwaard omklemt om ’t kwaad te weren
Bidt om geloof dat vast op God zal staan
En blijft de troffel voor de bouw hanteren.
Dan brengen wij in stilte stenen aan
Ons leven zij een dienen en begeren
Om tot Gods eer het leven door te gaan.