Inleiding 'Gezag en Macht'
Op zondag 14 september, de eerste JV-avond van de +16, werd er een inleiding gehouden over 'Gezag en Macht'. De volgende vragen kwamen aan de orde: Wat is gezag en macht? Wat zegt de Bijbel over gezag en macht? Hoe gaat het er in de praktijk aan toe (gezin, school, kerk)? Ben je benieuwd of wil je het nog eens nalezen? Lees dan zeker verder!
Wat wil God in het vijfde gebod?
Dat ik mijn vader en moeder, en allen die over mij gesteld zijn, alle eer, liefde en trouw bewijze, en mij hunner goede leer en straf met behoorlijke gehoorzaamheid onderwerpe en ook met hun zwakheid en gebreken geduld hebbe, aangezien het Gode belieft ons door hun hand te regeren.
Ja, maar… ho even. Dan ken jij mijn ouders nog niet. Die zijn zo eigenwijs, star en kortzichtig. Die mensen leven in gedachten ongeveer 100 jaar geleden. En mijn pa is zo eigenwijs, als je eenmaal in discussie met hem raakt, dan moet en zal hij z’n gelijk krijgen. Nou, dat pik ik dus niet. Ik wil me best open opstellen voor andermans mening, als die persoon dan tenminste voor rede vatbaar is. En bovendien… ik ben oud en wijs genoeg om zelf te bepalen wat goed voor me is. Ik heb toch een eigen mening en mijn eigen rechten?!!
Net als die leraren op school. Je trekt altijd aan het kortste eind. Als je ze eindelijk klem hebt, sturen ze je er uit. Dan ben jij zogenaamd het brutale jong. Ja makkelijk is dat. Machtsmisbruikers zijn het. Even keten en je bent weer de dupe. Als je geen orde kunt houden, ga dan niet voor de klas staan en zoek een andere baan.
Nee, en dan de politie. Pas stonden ze met 10 man onder het tunneltje, verdekt opgesteld natuurlijk. Kreeg ik een bekeuring omdat het licht van m’n fiets het niet deed. Ik zeg nog tegen die smeris: “Weet je moeder dat je hier staat’, ‘Ga boeven vangen, of zo… ‘ Wat denk je, krijg ik er nog een bekeuring bij omdat ik ‘m beledig. Nou, ‘k heb geen greintje respect voor die gasten…
Goedenavond jongelui,
Van harte welkom op deze eerste verenigingsavond van het nieuwe seizoen. In het bijzonder welkom als je hier voor het eerst bent. Hopelijk spreekt de JV jou aan en is dit niet de laatste keer dat we je hier zien. Geloof me, de JV is zó verrijkend. Niet alleen geestelijk, wat uiteraard wel het voornaamste doel is, maar ook sociaal. Je houdt er een heleboel leuke contacten aan over.
Waarom een inleiding over gezag en macht? Buitenom het feit dat ik dit onderwerp zelf razend interessant vind, is het ook erg actueel. Het moet je wel aanspreken, omdat je dagelijks met gezag en macht te maken hebt. Vaak ben je als jongere nog ondergeschikt, maar wat geeft het een heerlijk gevoel op het moment dat jij de touwtjes in handen hebt. Hoe komt het anders dat pesten nooit ophoudt? Blijkbaar genieten sommige jongeren er van om hun macht uit te oefenen op anderen. Door de enorme hoeveelheid media die ons bereikt horen we tegenwoordig van alles. En soms lijkt het wel alsof we in een gezagscrises verkeren. De berichten die je leest of hoort, roepen vaak gevoelens van afschuw bij je op die niet onderdrukt kunnen worden. Ik noem enkele voorbeelden:
- Op 1 september 2004 heeft de burgemeester van Barneveld het meldpunt voor huiselijk geweld geopend. Hij vertelde bij die gelegenheid dat huiselijk geweld één van de gevaarlijkste vormen van geweld is die we kennen in onze maatschappij. Dit geweld is vaak een uiting van machteloosheid van opvoeders, of ook wel het gebruiken van machtsmiddelen zoals lichamelijk geweld of mishandeling.
- In oktober 2004 steekt in Naaldwijk een man zijn vrouw dood en vermoordt hij drie van zijn kinderen. Het echtpaar was nog niet gescheiden en de vrouw probeerde ergens te wonen zonder dat haar man op de hoogte was van het adres. Hij had haar toch gevonden, met als gevolg deze fatale afloop.
- In september 2004 vond de politie in de kofferbak van een auto het lijkje van een driejarig kind, Savanne. De moeder en haar vriend, die in de auto zaten, werden aangehouden. Ze waren van plan het kind in de bossen te begraven.
- In het voorjaar van 2004 werd ons land opgeschrikt door een moord op een VMBO school in Den Haag. Een leraar werd op school door een leerling doodgeschoten. De leerling was vaak gewaarschuwd door de leraar dat hij zich beter moest gedragen. Uiteindelijk vertelde de leraar hem dat hij de school zou moeten verlaten. De leerling kon niet omgaan met de regels van de school, wilde de leraar niet gehoorzamen en gebruikte een wapen om zijn oplossing te krijgen voor het probleem.
Gezag en macht
Iedereen heeft wel een beeld bij de woorden gezag en macht. Vaak zijn deze beelden gevormd op wat men in het verleden heeft geleerd of heeft meegemaakt. Uiteraard zijn de ideeën die je over gezag en macht hebt ook bepaald door je eigen opvattingen die je in de loop van je leven ontwikkelt.
Mensen hebben het hele leven lang te maken met het uitoefenen van gezag. Dat begint al wanneer je als kind opgroeit en waar ouders het gezag dragen en gebruiken. Hoe vaak gebeurt het dat kinderen het niet eens zijn met ouders over de dingen die ze moeten en niet mogen? Later krijg je te maken met gezagsdragers buiten het gezin: op school, de vereniging of club, of bij de kerk waar je bij hoort. Tijdens en na de schoolperiode krijgen veel mensen te maken met gezag op het werk en het gezag van de overheid.
Bij het ouder worden komen veel mensen zelf ook in een gezagspositie bij bijvoorbeeld hun kinderen, als leidinggevende op het werk of als leerkracht op school. Je weet vast wel situaties te noemen, die je misschien zelf wel hebt meegemaakt of van dichtbij hebt gezien, waarin het fout ging in de gezagsverhouding. Dat liep dan vaak uit op een gezagscrisis of een situatie waarin macht, soms zelfs op een brute wijze, werd toegepast.
Je vraagt je soms af: is er werkelijk zoveel mis met onze samenleving? Is Nederland in een crisis geraakt omdat men niet meer weet wat goede gezagsrelaties zijn?
Persoonlijk denk ik dat het verstoorde gezag wat we zien in onze maatschappij te maken heeft met het verlaten van God en Zijn Woord. Als er één goede handleiding is voor het hanteren van gezagsverhoudingen dan is het namelijk de Bijbel. In het Bijbels perspectief zien we duidelijk dat het gezag vaak veel beter, veel anders kan worden uitgeoefend. Een gezagsrelatie gebaseerd op liefde, harmonie en rust.
De Bijbel geeft aan dat gezag door God gegeven wordt. Degene die gezag draagt moet dus ook steeds in de Geest van God handelen en in zijn gedrag de liefde tot de naaste laten blijken. Door de zonde die in de wereld gekomen is zijn de goede relaties verbroken. De mens is alleen door de genade van God en het werk van de Heere Jezus in staat om de gezagsrelaties in liefde tot de naaste een diepere inhoud te geven.
Gezag wordt vaak omschreven als ‘de door anderen aanvaarde macht, heerschappij’. Iemand geeft dus aan een ander toestemming om over hem te heersen, om de baas te zijn over hem. Iemand heeft gezag doordat die persoon verantwoordelijkheid heeft voor iets of iemand. Iemand die gezag heeft, heeft tegelijkertijd ook macht. Veel mensen luisteren naar hem. Ze vinden het belangrijk om te horen wat hij te zeggen heeft of om te doen wat hij wil.
Macht is bij relaties: heerschappij over personen. Je hebt macht als je in de positie bent om mensen iets te laten doen wat jij wilt, ook al willen ze dat zelf niet. Dat noemen we machtsuitoefening. Macht op zich is geen negatief verschijnsel, denk maar aan de macht die de regering heeft, of de politie of het leger. Deze macht komt namelijk voort uit de verantwoordelijkheid dragen voor het land door ook gebruik te maken van de toegestane machtsmiddelen zoals boetes en straffen. God verplicht zelfs de overheid om machtsmiddelen te gebruiken. In Artikel 36 van de Ned. Gel. bel. Wordt dit duidelijk genoemd: “Tot het einde heeft Hij de overheid het zwaard in handen gegeven tot straf der bozen en bescherming der vromen”. We moeten dus altijd de overheid gehoorzaam zijn, ook al leven we in een niet-christelijke maatschappij. Wel staan Gods geboden, boven die van de overheid. Dit maakt het behoorlijk moeilijk. In de Tweede Wereldoorlog is bekend dat veel Duitse christenen niet in opstand zijn gekomen omdat Hitler nu eenmaal de fuhrer, dus de overheid was.
De positie van Hitler is duidelijk een voorbeeld van iemand die over machtsmiddelen beschikt en daar dus ook misbruik van maakt. Zij gebruiken hun macht vaak alleen om zichzelf een plezier te doen. In het geval van Hitler neemt dit zelfs extreme vormen aan. We spreken dan over machtswellust. Een machthebber geniet er dan van om zijn macht zomaar, zonder dat het nodig is te gebruiken.
Laten we voor ogen houden dat de strijd tegen een antichristelijke overheid veel beter gestreden kan worden door gebed, geduld en liefde dan door er met de botte bijl tegenin te gaan
Macht duurt overigens niet altijd. Macht is een kwestie van vechten, waarbij de sterkste de baas wordt. Dat is degene die beschikt over de meeste machtsmiddelen. Na verloop van tijd kan het zijn dat iemand anders ook de macht wil krijgen. Dan ontstaat een machtsstrijd. Daar waar machtsmiddelen gebruikt wordt, is altijd sprake van een conflict.
Gezag en macht in de Bijbel
In de Bijbel wordt vaak het ontvangen gezag van God bedoeld. Iemand spreekt bijvoorbeeld op gezag van God. Van Jezus wordt een aantal keren gezegd dat Hij met veel gezag en macht spreekt. In de Bijbel worden de woorden gezag en macht vaak samen gebruikt en zijn ze veelal inwisselbaar. Dat is niet zo vreemd want er is sprake van gezag als je iemand over jou de macht geeft, dus als je zijn macht aanvaardt. Zo lezen we in 2 Korinthe 13 : 10 dat Paulus spreekt over de bevoegdheid die hij van God ontvangen heeft. Hiermee bedoelt hij het gezag dat God hem gegeven heeft. Op verschillende plaatsen in de Bijbel worden concrete richtlijnen gegeven hoe je in bepaalde situaties met gezag moet omgaan. In 1 Timoteüs 6 : 1 spreekt Paulus over gelovige slaven die hard moeten werken voor hun werkgever. Als deze slaven ook christen zijn is het zelfs goed om extra hard te werken, omdat je door je werk een geloofsbroeder helpt. Er zijn verschillende aanwijzigen te vinden hoe men binnen de kerk en binnen het gezin met elkaar moet omgaan. Al die voorbeelden komen uiteindelijk neer op de kernbegrippen ‘dienen en naastenliefde’. Deze dienstbaarheid is gebaseerd op de liefde van God en het werk van Jezus Christus. Kolossensen 2 : 10”en gij zijt in Hem volmaakt, die het hoofd is van alle overheid en macht’.
Het gedeelte wat we met elkaar gelezen hebben begint met de oproep om alle overheden de boven ons gesteld zijn te gehoorzamen, want er is geen overheid die niet door God is ingesteld. We kunnen dus zeggen dat het dragen van gezag en het gehoorzamen daaraan een orde in onze samenleving is die door God gewild is. Ieder mens hoort als hoogste levensdoel de eer van God te hebben in het houden van Zijn geboden, waarvan de liefde voor God en de naaste het belangrijkste is. Iemand die gezag draagt en goed weet te hanteren is immers gericht op harmonie, vrede en welzijn voor degene die zijn gezag opvolgen. Uit de Bijbel leren we dat God ook steeds de liefde en de vrede als doel heeft van het uitoefenen en het volgen van gezag.
Romeinen 13 gaat echter verder met de regels waaraan gezagsdragers dienen te voldoen. In vers 8 staat, (en dat geldt dus voor alle mensen ongeacht hun positie:) ‘Zijt niemand iets schuldig, dan elkaar lief te hebben; want die de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. Want dit: gij zult geen overspel doen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, wordt samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben gelijk u zelven. De liefde doet de naaste geen kwaad. Zo is dan de liefde de vervulling der wet.' In de Romeinenbrief wordt verder veel aandacht gegeven aan het helpen van elkaar en hoe je respectvol met elkaar om moet gaan. Het kan dus niet zo zijn dat de gezagsdrager liefdeloos zijn wil oplegt aan de gezagsvolgers.
Toch geeft de Bijbel ons ook genoeg voorbeelden van wat er fout kan gaan in onderlinge verhoudingen. Deze voorbeelden gaan zowel over het gezin, de overheid of de kerk. In het nieuwe testament vinden we veel concrete aanwijzingen en waarschuwingen om dit te voorkomen. In het oude testament zijn veel algemene aanwijzingen te vinden in Spreuken en in Prediker, de boeken van Salomo. De verhalen over Sara als werkgeefster van Hagar tonen een aantal goede voorbeelden, hoe God aanwijzingen geeft hoe zij in hun onderlinge verhouding met elkaar moeten omgaan. Recht en gehoorzaamheid, eerlijkheid en respect zijn hierbij belangrijke elementen, bijvoorbeeld in Genesis 16 en 17. God geeft eerst opdracht aan beiden om de relatie op een goede manier stand te houden. Later geeft God de opdracht aan Hagar en Sarah om hun gezagsrelatie te verbreken, om dat het hen niet lukt op een goede manier met elkaar verder te leven.
Over gezag en macht is veel te zeggen, het is ook een heel breed begrip. Alleen over de macht van God of de macht van de satan zou al een inleiding te houden zijn, ik wil me echter meer richten op de praktijk, namelijk ‘hoe gaan we om met gezag en macht van onze medemens’. Ik wil in drie onderwerpen hier wat dieper op ingaan, namelijk het gezin, de school en de kerk. Over deze drie onderwerpen hoop ik kort wat te zeggen vanuit mijn eigen mening. Specifieke vragen kun je na de pauze stellen aan één van de forumleden. Je kunt dan ook terecht met je vragen met betrekking tot het functioneren van de overheid of gezag en macht op het werk. Nu ga ik daar in de inleiding niet op in.
Het gezin
Ouders zijn de eerste gezagsdragers waar kinderen mee in aanraking komen. Sowieso wordt een kind de eerste vier jaar van zijn leven grotendeels beïnvloed en gevormd door ouders. Die eerste vier jaren zijn ook nog eens de meest belangrijke in de opvoeding en vorming van een kind. Een zeer belangrijke taak dus voor ouders en een grote verantwoordelijkheid. Het is zaak dat ouders zich bewust zijn van deze verantwoordelijkheid. Ze hebben tenslotte ook voor God het jawoord gegeven om hun kinderen in de voorzijde leer te helpen en te doen onderwijzen. Gelukkig werpt de opvoeding vaak z’n vruchten af en blijven kinderen netjes in het gareel. Soms gaat het echter ook mis. Vaak komt dit doordat ouders in de opvoeding de neiging hebben om het kind het altijd naar de zin te maken omdat ze het tenslotte liefhebben. Wanneer je een kind altijd zijn gelijk geeft en als een bediende rent zodra het een kik geeft, dan maak je hiermee meer aan je kind kapot. Niet voor niets zegt de Bijbel: ‘wie zijn kind liefheeft, kastijdt het’. Kinderen moeten gecorrigeerd worden. Ik irriteer me altijd aan ouders die hun kinderen de boodschappen laten kiezen en met snoep aan komen dragen zodra een kind het op een huilen zet.
Als ouders niet op één lijn zitten in de opvoeding gaat het ook faliekant mis. Kinderen hebben dit heel snel in de gaten. Je krijgt dan het spel: ‘als het van ma niet mag, dan probeer ik het bij pa’.
En dan de ouder wordende kinderen. Kledingstijl, uitgaan, computergebruik, geldbesteding… het valt niet mee. Gesprek is hierin ontzettend belangrijk. Vaak loopt de jeugd vooruit als het gaat om media en ICT. Als ouders zul je je hierin moeten verdiepen om te begrijpen wat de gevaren zijn, maar ook om te begrijpen hoe leuk het kan zijn voor jongeren.
Een persoonlijk leven met God is noodzakelijk om je principes en uitgangspunten in het gezin echt kracht bij te zetten. In hoeveel gezinnen worden de regels niet aangeleerd omdat we nu eenmaal netjes willen lijken voor de buitenwereld. Jongeren voelen haarfijn aan of principes en regels vanuit het hart en met liefde worden opgelegd, of puur uit wettisisme en om het imago van het gezin hoog te houden. Want laten we eerlijk zijn, het raakt je dieper als je ziet dat je moeder verdriet heeft van een bezoek aan de discotheek dan dat je vader als een tiran staat te schreeuwen dat je er niet heen mag gaan.
Er kunnen situaties zijn dat je echt een gegrond meningsverschil hebt met je ouders, waarbij jij niet zozeer fout hoeft te zijn. Laat ik een concreet voorbeeld noemen, het fietsen in een rok naar school. Het hoeft niet verkeerd te zijn als jij dit niet noodzakelijk vindt. Op grond van Gods Woord moet je dan toch je ouders gehoorzamen, met het oog op het vijfde gebod: ‘Eert uw vader en uw moeder’. Het is soms moeilijk om goed met dit gebod om te gaan. Ouders kunnen er zelf ook verkeerd mee omgaan, wanneer ze dit gebod op een manier gebruiken van: ‘Je moet ons gehoorzamen en doen wat wij willen, zonder tegenspraak’. Ouders gebruiken dan de Wet van God als een soort machtsmiddel. Ik denk niet dat dit gebod door ouders gebruikt moet worden om hun kinderen te dwingen hen te gehoorzamen. In dit gebod gaat het namelijk om de houding van de kinderen tegenover hun ouders. Men moet de ouders de eer geven die zij verdienen, omdat zij je ouders zijn. Dat wil dus niet zeggen dat je het met ze eens moet zijn, of dat je de wil van je ouders moet doen.
Het is ook belangrijk hoe je je ouders aanspreekt. De meeste ouders laten zich door hun kinderen aanspreken met ‘u’. Ze vinden dat hieruit blijkt dat de kinderen eer geven aan de ouders. Ook gebruiken de kinderen niet de voornamen van hun vader en moeder, maar bijvoorbeeld papa en mama. Door deze aanspreekvorm blijft er een zekere afstand tussen de ouders en het kind. Hierdoor wordt de gezagsverhouding duidelijk en zo tonen de kinderen respect voor de ouders. Toch is het ‘u’ zeggen een Nederlandse opvatting. In Duitsland worden ouders aangesproken met ‘du’(jij). Hiermee wordt de intieme relatie met de ouders uitgedrukt.
Al met al gaat het er om, dat je een respectvolle houding hebt tegenover je ouders, een houding van liefdevol eer betuigen en hen gezag toekennen.
De school
Als leerkracht heb je een belangrijke functie. Ouders besteden een deel van de opvoeding tenslotte uit aan de leerkracht. Daarbij mogen ouders er vanuit gaan dat de leerkracht hun kinderen voorgaat in de leer zoals de Bijbel en de formulieren hen voorhouden. Het valt in deze tijd ook voor leerkrachten niet mee om de leerlingen het juiste voor te houden. Vaak zijn de leerlingen op veel gebieden al weer verder ontwikkelt als een generatie daarvoor, hoe jong de leerkracht soms ook is. Het is daarom moeilijk om praktische richtlijnen te geven aan jongeren over maatschappelijke en ethische onderwerpen. De Bijbel moet daarom altijd de toetssteen zijn bij alle stof die je behandelt in de klas.
Leerlingen zijn verplicht om de leerkracht gezag toe te kennen, ook al zit je met desbetreffende persoon niet op één lijn. Een leerkracht kan zijn macht misbruiken maar moedwillig de zwakke kanten opzoeken van een leerkracht en daar met een groep op inspelen is evengoed machtsmisbruik. Natuurlijk mag een meningsverschil op z’n tijd, maar wederzijds respect voor elkaar moet daarbij een belangrijk uitgangspunt zijn, zelfs al is een leerkracht in jouw beleving star en kortzichtig.
We horen in het onderwijs vaak de klacht dat het gezag afneemt. Ik denk dat we hier niet omheen kunnen. Vooral de media heeft hier een grote invloed in. We leven in een tijd dat jeugd veel meer mag zeggen en daardoor ook veel meer durft te zeggen. De maatschappij heeft als uitgangspunt ‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst’. Jongeren ontwikkelen door alle media die ze tot hun beschikking hebben tegenwoordig veel eerder een eigen mening en zijn minder gezeglijk. In een gezagsrelatie kan dat wel eens botsen. Het valt niet mee om als belezen leerkracht met een hoop papieren en levenservaring in discussie te gaan met een onervaren leerling, die het ook nog een allemaal denkt te weten.
Wanneer het in een verhouding tussen jongeren en een docent fout gaat, komt dat vaak doordat beide partijen elkaar niet goed aanvoelen. Autoritair gedrag van de leerkracht, waarbij bij voorbaat de mening en het gevoel van de jongere het zwijgen wordt opgelegd, kan een aanleiding zijn, waardoor de leerling zijn hakken in het zand zet. Een open gesprek waarbij beide partijen zich gelijk opstellen levert tegenwoordig vaak het beste resultaat op.
Uiteraard blijft de leerkracht boven de leerling staan, maar dit moet hij door zijn houding bereiken en niet door zijn macht en machtsmiddelen.
De houding van een leerkracht is ontzettend belangrijk. Gezag neemt ook af doordat de gezagsverhouding met name verandert. De autoritaire docent die zijn kennis op zijn wijze zonder inspraak van klas overdraagt is voorbij. We moeten met de jeugd in gesprek gaan op gelijk niveau. Te ver meegaan op het niveau van de leerlingen is echter ook niet goed. Persoonlijk denk ik dat sommige leerkrachten te weinig afstand houden van de leerlingen en hiermee hun gezag verliezen. Een gepaste afstand bewaren is noodzakelijk. Het Hyven en MSNnen tussen docenten en leerlingen zie ik hierin als een negatief voorbeeld. De gezagsverhouding wordt hierdoor aangetast en leerlingen kunnen soms niet meer de omslag maken tussen de rol van de docent achter Internet en de rol van de docent voor de klas, omdat die rol soms ook totaal niet overeen komt.
Verder is de houding van ouders ten opzichte van de school en leerkrachten ontzettend belangrijk. Je hoort je ouders nog zeggen dat zij vroeger, wanneer ze op school straf kregen er thuis nog een portie straf bovenop kregen. En misschien heb je zelf die tijden ook nog meegemaakt of maak je ze nog mee. Je kunt er om lachen, maar deze houding is niet verkeerd. Hiermee doe je je kind geen schade aan, hoewel je de leerkracht moet kunnen vertrouwen dat de straf werkelijk eerlijk gegeven is. Ik maak steeds vaker mee dat ouders achter hun kind gaan staan en de leerkracht afvallen, zonder eerst het verhaal van de leerkracht aan te horen. Funest voor een gezagsverhouding en totaal onchristelijk. Ouders hebben in hun houding naar leerkrachten toe dus een even grote verantwoordelijkheid als de leerlingen.
De kerkBinnen de kerk zijn verschillende groepen gezagsdragers die door God zelf zijn ingesteld. Een kerk bestaat dus niet zonder een kerkenraad. Een ouderling of diaken is in de eerste plaats dienend bezig voor de gemeente. Het begrip ‘naastenliefde’ heeft hierin, na het liefhebben van God, de eerste plaats. Als het goed is, gaat het niet om de eigen eer. Vanuit mijn ervaring denken veel jongeren dat het vervullen van een ambt in de kerkenraad vaak gaat om eer en aanzien. Ik denk vooral dat dit voortkomt uit het imago en de uitstraling die een kerkenraad met zich meedraagt. Alleen het zwarte pak kan bij jongelui al de haren overeind doen zetten. We willen het liefst weinig afstand en zo’n pak komt op ons al over als of ze zich daarmee boven de rest van de gemeente willen zetten. Je krijgt dan vaak de discussies van: ‘laat die man toch door de weeks gewone kleren aantrekken’ en ‘die stropdassen hoeven toch ook niet perse zo zwart te zijn’. Juist door de afstand te bewaren wordt de kerk indirect voor een heleboel gevaren behoed. Hoe kleiner de afstand tussen de kerkenraad en de gemeente, des te meer vragen, discussies en grensverlegging. In andere kerken zien we hierin een duidelijk voorbeeld. Waar de kerkenraad slap en krachteloos optreedt, zien we snel grenzen vervagen en de gemeente afglijden met de jeugd voorop. Let wel dat het steeds moeilijker wordt voor een kerkenraad om deze strijd te voeren. De ontwikkelingen gaan door en via de achterdeur komt er van alles oogluikend binnen. Het is misschien wel daarom dat een kerkenraad in onze ogen met bepaalde zaken krampachtig omgaat, simpelweg om het zekere voor het onzekere te nemen. De gedachte hierachter is vaak: grenzen verleggen naar buiten kan altijd nog, maar je neemt de grenzen nooit meer terug.
Goed luisteren naar elkaar en elkaar begrijpen is ontzettend belangrijk. Ondanks een grote afstand kan de relatie wel goed zijn. Een kerkenraad zal daarom dingen uit moeten leggen. De jeugd accepteert niet meer een antwoord zoals ‘dat zijn we nu eenmaal gewend’. Op catechisatie en tijdens huisbezoek is de houding van een ambtsdrager daarom erg belangrijk. Wordt de jeugd serieus genomen en durven we een discussie aan te gaan als jongeren serieus menen dat er met popmuziek niets verkeerd is? Wanneer je direct ten aanval gaan en laat blijken dat je die mening onvolwassen vindt en dus niet serieus neemt, kun je er op rekenen dat je voor die jongere bent afgedaan. Een open en eerlijk gesprek is erg noodzakelijk voor een goede verhouding. Het is natuurlijk wel zo dat je je als jongere ook iets moet kunnen laten gezeggen. Je ziet vaak dat jongeren niets anders op het oog hebben dan een ambtsdrager klem te praten. Deze jongeren laten zich niets gezeggen en weten soms diep in hun hart wel dat de principes duidelijk zijn, maar willen er ten diepste niet aan.
Niet alleen de ambtsdragers verdienen respect en gezag, maar ook een predikant horen we ten allen tijde hoog te achten. Helaas ken ik voorbeelden van jongelui die een predikant groeten met ‘hoi’. Als ze de predikant niet verstaan volgt er een ‘he’? Als mensen niet meer aanvoelen dat dit niet kan, geloof ik dat je met recht over een gezagscrisis kunt spreken. Gelukkig zijn de meeste jongeren nog uiterst beleefd tegen een predikant en wordt zelfs naar de kleding gekeken die je aantrekt, wanneer je een gesprek met een dominee hebt. Maar hoe vaak gaan we niet respectloos met een predikant om wanneer we zijn preek compleet afkeuren? Er is heel wat kritiek op de prediking, wat vaak uitmondt in kritiek op de predikant. Let wel, als we werkelijk geloven dat een dominee door God zelf in het ambt geroepen en bevestigd is, bekritiseren we dus God zelf wanneer we een dominee afvallen.
Door kort wat praktische zaken aan te stippen over gezag en macht binnen gezin, school en kerk, hoop ik dat je je aangesproken voelt. Alles wat ik hierover genoemd heb is echter gebaseerd op de mening van mij en enkele boekenschrijvers, dus misschien ben je het er niet mee eens. Des te meer een reden om met je vragen en opmerkingen te komen in het forum.
Eén ding moeten we in ieder geval voor ogen houden: de macht van de mens is ontzettend beperkt. Alles waar wij ons groot mee voelen is voor God als nietig aards gewemel. Voor Hem zijn de grootste wereldmachten niets. Hij regeert, al lijkt het misschien of de mens en de satan het voor het zeggen hebben. Zijn macht is groot, maar nog groter: Zijn trouw zal nooit vergaan. Al wat Hij ooit beloofd heeft, zal bestaan. Hij is al met je begonnen door je te laten dopen, je bent opgegroeid in een christelijk gezin. Je hebt als één van de weinigen op aarde het voorrecht om christelijk onderwijs te ontvangen en je kunt wekelijks in vrijheid naar de kerk. Voel je wat het betekent als je Zijn gezagsdragers, je ouders, het onderwijzend personeel of de kerkenraad de rug toe keert?! Je schopt dan tegen de weg en de middelen die God je geeft.
Misschien ben je juist volgzaam, waardeer je het gezag en luister je goed naar de gezagsdragers. Let wel, de macht en het gezag van mensen kan je ook bedriegen. Misschien kun je voor jezelf wel een vertrouwenspersoon bedenken, waar jij je veilig bij voelt en je hart kunt luchten. Toch behoren wij als mensen het gezag te dragen, in dienst van die grote Gezagsdrager, Jezus Zelf en ook onze gezagsvolgers daar te brengen.
Hem is gegeven alle macht, in hemel en op aarde, hoort Hem.
Aller volken macht
Niets bij Hem geacht;
Buigt u dan in ’t stof,
En verheft met lof
’t Heilig Opperwezen;
Wilt Het eeuwig vrezen.