Weergave

(+16 & +19) Registreer of log in:

Hemel

Je hoort nogal eens zeggen dat je God niet mag dienen om in de hemel te komen. Dat is natuurlijk waar en ik begrijp die uitdrukking wel, maar het naar de hemel gaan is wel heel belangrijk voor Gods kinderen. Zonder hemel zouden Gods kinderen niet op weg zijn naar huis, zonder hemel zouden ze nooit met God kunnen zijn en nooit zonder zonde. Het is dan ook niet verkeerd om naar de hemel te verlangen. Het 'blij vooruitzicht' geeft de ware gelovigen weleens moed,doet des te harder tegen de zonde strijden en maakt het lijden lichter.

Overdenken van het toekomende
Paulus wekte de gemeente van Kolosse op veel met de hemel bezig te zijn.  Laten we bemediteren, dus niet fantaseren hoe de nieuwe hemel en aarde eruit zal zien. Het overdenken ervan is medicijn tegen ontevredenheid, jaloezie, trots en alle andere zonden. Het  onderwerp is voor iedereen van belang. We zijn maar een kort poosje op aarde en daarna komt een lange eeuwigheid.

Paradijs
Opvallend! Het paradijs werd niet vernietigd,bomen werden niet ontworteld en verbrand. Nee, hoewel Adam en Eva sterfelijke mensen werden en de natuur werd ontwricht,toch  lezen we alleen maar dat de deur van het paradijs dichtging en dat de engelen de ingang bewaakten.  Heeft God het paradijs vernietigd? We kunnen beter stellen dat het van ons is weggenomen. Het is voor ons een onvindbare plaats geworden. Word ook wel eens gezegd  het verborgen paradijs.  Na de zondeval had God het daarbij kunnen laten.  Ja, en toch niet. Hoe kan Hij laten varen het werk van Zijn handen? God beloofde dat uit Eva de Messias geboren zou worden. Hij is de tweede Adam. Alleen als deze tweede Adam, Jezus Christus onze Zaligmaker is,zullen we het paradijs (terug) ingaan. Een iegelijk die in Hem geloofd zal het eeuwige leven hebben.

De hof van Eden
De Bijbel begint met een paradijs en eindigt met een paradijs. Ondanks alles wat er tussentijds is gebeurd,zal God een volk hebben dat zich in Hem verblijdt.  In Genesis lezen we van een paradijs met een boom des levens. In Openbaringen vinden we de boom weer terug. We vinden in het oude en het nieuwe paradijs de rivier die vruchtbaarheid brengt. Er zijn op beide plaatsen rijk dragende vruchtbomen. 
Eden betekent heerlijk. Adam en Eva waren dus in de heerlijke hof. Ze mochten in de hof met elkaar praten en de aarde bebouwen en bewaren. Vooral mochten ze samen God liefhebben en genieten van Zijn nabijheid. Het was echt een paradijselijke situatie. Het was volmaakt. God was het middelpunt in hun leven en ze hadden Hem lief boven alles,maar daarom konden ze elkaar nog wel ontmoeten.  Het was heus niet zo dat ze alleen maar oog voor God hadden en niet voor elkaar. Ze hadden heus wel tijd voor elkaar en dat mocht ook. God werd geëerd in het feit dat Adam niet alleen was en er was geen zonde in om iets anders te doen dan naar boven kijken. Ze hadden God lief boven alles en hun naaste als zichzelf. En in hun hart was de voortdurende behoefte om van alles God de eer te geven. Zou het nieuwe paradijs niet een beetje op dit paradijs kunnen lijken? De gedachte dat in een paradijs alleen maar oog is voor God, lijkt me niet. Ook in een paradijs kan er tijd zijn om God te dienen in het genieten van Zijn gaven. 

Gemeenschap der heiligen
Het zal heerlijk zijn om deel uit te maken van de schare van klein en groot staande voor de troon en dan binnengelaten te mogen worden. Er zal geen ziekte meer zijn,geen pijn,geen dood. Alles wat Gods kinderen gelukkig kan maken,zal in de hemel gevonden worden. God  zal alles voor ze zijn en alles voor ze meebrengen, wat ze maar kunnen wensen. Ik begrijp dat dat ook de eeuwige ‘gemeenschap der heiligen’ zal inhouden.

Meer kennis, niet minder
Het zal wat zijn om je grootvader te ontmoeten, je ouders, vrienden. Wat een hechte band zal dat geven. Nee, de kennis van Gods kinderen zal in de hemel niet minder,maar méér zijn dat hier op aarde. Gods kerk zal uiteraard vooral oog voor de Heere hebben,maar dat neemt niet weg dat het geluk meer omvat dan allen God zien. We hebben misschien met pijn sommigen van Gods kinderen moeten laten gaan, je opa, of je oma, misschien wel je vader of moeder,maar als je zelf genade mag kennen, zullen we ze straks met vreugde weerzien. We zagen ze vertrekken met storm en zullen ze weerzien in een rustige haven. Daar in de hemel zullen we nooit meer afscheid hoeven te nemen. En of er ook familieleden en bekenden gemist zullen worden? Helaas,ja. Velen zullen zoeken in te gaan en niet kunnen. Er zal echter geen tijd zijn om de pijn van dat gemis te voelen en de hemelingen zullen het altijd met God eens zijn. Ze zullen altijd aan Gods kant staan, zelfs als geliefden verloren moeten gaan.

Een schone erfenis
Na het sterven van je ouders, soms van anderen, krijg je de erfenis. Misschien zag je het aankomen, misschien ook niet,maar je krijgt een brief van de notaris waarin verteld wordt hoeveel geld  je zal krijgen en het bedrag valt mee of tegen. Maar of het nu meer of minder is dan je verwacht had, je krijgt het voor niets, en je hebt geen recht op klagen. Erfenissen zijn tenslotte gratis. Met de hemelse erfenis is dat niet anders. Als we wedergeboren zijn, zijn we de erfgenamen van God en de mede-erfgenamen van Christus en zullen we veel meer krijgen dan we ooit hadden kunnen denken.
De toekomst  van de kerk in de Bijbel wordt  een erfenis genoemd.

Zingen
Ik hoor het geluid van miljoenen mensen die gezamenlijk God prijzen. Het zijn er zoveel dat niemand ze kan tellen. Ze komen overal vandaan uit China en uit Zuid-Amerika, uit Europa en uit Rusland, van over de hele wereld. Ze spraken op aarde heel wat verschillende talen en nu verstaan ze elkaar allemaal omdat de Babylonische spraakverwarring is opgeheven. Samen staan ze voor de troon en voor het Lam. Ik zie dat ze allemaal lange witte klederen aanhebben en palmtakken in hun hand waarmee ze de grote God lof toebrengen. Ja,al deze mensen samen zullen wel zingen met een geweldig volume,zonder dat het oneerbiedig of schreeuwerig klinkt. En wat zingen ze? ‘De zaligheid zij onze God,Die op de troon zit en het Lam.’
Ik hoor eerbied in dit zingen, ik hoor ook verwondering en vooral liefde. Al deze mensen waren verloren Adamskinderen.  Ze hebben nu lange witte klederen aan wat hun reiniging van de zonde uitbeeldt. Ze zijn immers gewassen in het bloed van het Lam. En de manier waarop ze God loven,verraadt dat ze maar niet kunnen begrijpen dat juist zij hier voor de troon van God mogen staan, op zo’n heerlijke plek, voor een hellewicht. De manier waarop ze naar God opkijken, laat diepe eerbied zien voor dit hoge en heilige Wezen. Niemand is groter, wijzer, heerlijker,sterker en beter dan deze lieve God. Hun harten stromen over van liefde voor deze Heere en voor het Lam.  Het Lam, de Heere Jezus, wat een diep en oneindig geluk als we ons in de hemel voor altijd door Hem bemind mogen weten en mogen liefhebben. Hij is in hun leven begonnen en zij hebben Hem lief omdat Hij hen eerst liefgehad heeft. Ze hebben palmtakken in de hand, dat is een teken van uitbundige vreugde. In de hemel is een allesoverheersende vreugde. Je kan je geen heerlijker vreugde indenken dan zo verblijd te zijn in God. Dat is danken, danken in uitbundige liefde, danken in grote ootmoedigheid.
Eerst zwaaien ze met palmtakken, dan liggen ze geknield om God te danken en niets is afdoende om God de eer te geven die Hem toekomt.

Kinderen Gods
Denk eens aan de adoptie van kinderen. Toekomstige ouders gaan naar een ver land en mogen een kindje meenemen uit een weeshuis. De ouders worden de wettige ouders van hun kindje als de papieren zijn getekend. Ze stappen gedrieën op het vliegtuig en zijn ontzettend blij met elkaar. Maar ze zijn nog niet thuis! Wat een ontroerend moment als ze met hun nieuwe kind het huis binnenstappen. Ze hebben het gevoel dat het nu pas af is: thuis zijn met je kind.
Vergelijk dat met hoe God kinderen aanneemt. Uiteraard gaat dat anders, maar er is ook overeenkomst: het is pas af, als de kerk thuis mag komen in het nieuwe vaderland. Al had God eerder al lief met een eeuwige liefde , al ontfermde Hij Zich in het uur van de wedergeboorte over de zondaren, al kocht Hij Zijn kerk op Golgotha,al heeft Christus alle rechten verkregen met Pasen,toch zijn de geadopteerden pas echt thuis in de hemel. Wat een vreugde zal het zijn als de Heere Zijn kinderen thuishaalt, de armen om hen heen slaat en hen Zijn liefde laat voelen. Dan is het adoptieproces pas voltooid en is God alles en in allen. Zouden Gods kinderen er dan niet naar verlangen om straks thuis te zijn? Hoe meer ze beseffen wat er ‘thuis’ wacht hoe sterker het verlangen is.

Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken in ten dele, maar alsdan zal ik kennen gelijk ook ik gekend ben. En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde (1 Korinthe 13:12-13).

En niet alleen dit,maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik,zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams (Romeinen 8:23).

Stad van fundamenten
Hebreeën 11 vers 10 over Abraham Want hij verwachtte de stad, die fundamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is.
Amerikaanse theologen kunnen soms apart zijn en denken, dat blijkt wel over hoe ze over de hemel denken. Zo denken ze dat de hemel niet alleen met een stad word vergeleken, maar het ook echt zou zijn. Een stad die zou bruisen van energie, vol mensen die elkaar ontmoeten. Men reist van de ene naar de andere kant met de bus of metro en het is er gezellig. Zij vinden dat je met een gezonde dosis fantasie mag voortborduren op bijbelse gegevens en daarop beschrijven ze de hemel op de meest fantastisch wijze.  Maar laten we het maar eenvoudig houden. Maar het is natuurlijk wel waar dat het nieuwe Jeruzalem een stad wordt genoemd. Een stad die God heeft uitgedacht en gebouwd.
De Israëlieten hadden lang in tenten gewoond. Tenten breek je makkelijk af en je zet ze ergens anders weer op. Met steden doe je dat niet. Daarom is een tent vaak het voorbeeld van vergankelijkheid en een stad een beeld van wat blijft. Jeruzalem was de hoofdstad van Israël, de plaats waar de koning woonde en waar de tempel stond. Jeruzalem was de Godsstad en als de Israëlieten op de grote feesten naar Jeruzalem gingen, was het of ze even in de hemel konden kijken, of ze even een blik konden slaan in het Koninkrijk van God. Maar Jeruzalem was een beeld van wat komen zou, het werd ingenomen en  verwoest. Het was een tijdelijke stad, kwetsbaar en onvolmaakt. Dan het nieuwe Jeruzalem, dat is onverwoestbaar, niemand kan het innemen. Het is de blijvende stad en zal tot in eeuwigheid zijn. En het zal kunstig zijn, mooi ontworpen met een harmonie die nooit verveelt. God zal het als een bruid op aarde neerzetten. We zijn soms stil van de architectuur van de schepping en vergezichten kunnen zo adembenemend zijn, maar deze Godsstad zal nog veel mooier zijn. Geen oog heeft ooit zoiets schoons gezien. God Zelf zal er wonen, maar ook de stad zelf zal schokkend mooi zijn. Geen wonder toch, als God de Kunstenaar is! En gelukkig die daar zal mogen wonen en eeuwig genieten van wat God ontworpen heeft. Alleen door Jezus Christus krijgen mensen er een plaats. Hij zegt het zelf In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden (Johannes 14:2). Hij maakt er woning voor al de uitverkorenen. Zoeken we de stad met fundamenten? Of willen we liever verloren gaan?

Bruiloft van het Lam
Als je verloofd bent en nog niet getrouwd, woon je niet samen. Je weet dat God dat niet wil en dat je eerst een belofte van trouw moet afleggen. Als het goed is, is er wel een verlángen om te trouwen en een uitzien naar de tijd dat je niet telkens meer afscheid hoeft te nemen.
Laten we dit voorbeeld in gedachten houden. Gods kinderen zijn nog niet getrouwd. Ze zijn de bruid, maar die bruiloft moet nog komen. Wat een indrukwekkend beeld. We zijn misschien gewoon geraakt aan de uitdrukking, maar laat het eens op je in werken: de Zoon van God huwt een zondaarskerk! Niemand op aarde zou erover denken zo’n onaantrekkelijke en vijandige bruid te zoeken. Alleen Goddelijke liefde kan zo ver gaan. Het Lam is een bruid aan het werven om eeuwig bij Hem thuis te zijn. De Bruidegom zal komen en Zijn bruid ophalen, de bruid die Hem al veel eerder was toegezegd. Hij zal Zijn uitverkorenen aan Zijn Vader voorstellen zonder gebrek, gekleed in de meest indrukwekkende witte kleding. Dat betekend dat de bruidskerk geen schuld meer zal hebben maar voor haar Man versierd zal zijn. Haar Man is het Lam, de volmaakte Man, de meest zorgzame, vriendelijke, begrijpende, liefhebbende, trouwe, almachtige en eeuwige Zoon van God. De Bruidegom zal Zijn bruid innemend aankijken en de bruid zal uiteraard een en al verwondering zijn. Wat een stralende dag zal het zijn, als de Morgenster opgaat, als er geen gevoel van afstand meer is,geen onvolkomenheid, geen hapering, maar volmaakte harmonie. Geen wonder dat er staan: De Geest en de bruid zeggen: Kom!
God heeft in Christus Zijn volk ondertrouwd. Deze heilige ‘verloving’ kan nooit meer verbroken worden. Als rechthebbende eist het Lam Zijn kerk op! Natuurlijk wil God de Vader deze bruidskerk toelaten, maar het is goed te weten dat de Bruidegom de bruidsschat heeft betaald. Hij betaalde met Zijn kostbaar Lamsbloed, met Zijn onschuld, ja met Zijn dierbare dood. Raakt dat geen snaar in het hart van Gods bruid?
In de hemel niet getrouwd
Eerder hebben we gezien dat er sterke aanwijzing voor zijn om te geloven dat Gods kinderen elkaar zullen kennen, maar Gods kinderen zullen niet meer getrouwd zijn met hun man of vrouw. En dat is geen wonder. De aardse huwelijken waren immers alleen maar een voorbeeld van het huwelijk dat komen zou. Als het echte huwelijk met de hemelse Bruidegom realiteit is, is er geen behoefte mee aan aardse huwelijken.

Steeds voller
De hemel zal steeds heerlijker worden, zegt Jonathan Edwards. Hij schrijft dat Gods kinderen eindigen mensen blijven en nooit oneindige goden zullen worden. Edwards trekt daaruit de conclusie dat het daarom een eeuwigheid zal duren voor Gods kinderen de oneindige God ten volle kennen. Iedere ‘dag’ zal er wat nieuws ontdekt worden in God. Altijd weer zal er mee reden tot verwondering en blijdschap zijn. De hemel is niet eentonig, de nieuwe aarde zal altijd nieuw blijven, omdat God er zal zijn. Wat zullen onbekeerden vele moeten missen.
 Hun blijdschap zal dan, onbepaald,
 Door ’t licht dat van Zijn aanzicht straalt,
 Ten hoogsten toppunt stijgen.

Er blijft dan een rust over voor het volk Gods.

Kerkdienst
Al noemen we de hemel een eeuwige sabbat of een eeuwige zondag, we kunnen ons de hemel beter níét voorstellen als een eeuwig durende kerkdienst! Het is best mogelijk dat je in de hemel mag luisteren en er zijn genoeg aanwijzingen te geloven dat er in de hemel gezongen wordt, maar de hemel is te volmaakt om het te vergelijken met het altijd op een kerkbank te moeten zitten. We kunnen bij eeuwige sabbatsrust beter aan het paradijs denken. God had ‘gerust’ van Zijn werken, wat Hij gemaakt had was zeer goed. De schepping straalde vrede, harmonie en volmaaktheid uit en ook de eeuwige sabbat zal een vredestijd zijn. Er zal een einde komen aan de vermoeide reis en er komt voor Gods kinderen een Land van de rust. Elke zondag ligt een tipje van de sluier op en laat iets zien van wat de eeuwige rust zal zijn.

Kleine kinderen
Uit de mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid. Mattheüs 21:16. Hoe kinderen er in de hemel uit zullen zien is onbekend. Zijn ze nog steeds klein en onvolwassen? Nee, ze zijn volmaakt in de kennis en kennen God zoals ze van Hem gekend zijn. Op aarde was er nog geen of weinig bewustzijn, maar in de hemel zingen ook zuigelingen tot eer van God.
Na de opstanding zullen de kinderen hun lichaam terug krijgen in onsterfelijke vorm. Zullen kleine kinderen dan op de nieuwe aarde snel opgroeien, ineens volwassen zijn of kind blijven? Sommige middeleeuwse theologen hebben geschreven dat al Gods kinderen met een dertig jaar oud lichaam zullen opstaan, andere theologen hebben het over een drieëndertig jaar oud lichaam omdat Christus op die leeftijd stierf. Maar wat moeten we denken van het kind dat zich vermaakt bij het hol van een vroeger zo gemene basiliskslang, waar Jesaja over schrijft? Bedoelde de profeet dat niet letterlijk?

En een zoogkind zal zich vermaken over het hol van een adder; en een gespeend kind zal zijn hand uitsteken in de kuil van de basilisk (Jesaja 11:8)

Ik kan de vraag niet beantwoorden. Het zou wel eens kunnen zijn dat Gods kinderen leeftijdsloos zijn en toch ook allemaal jong blijven. Er zal vreugde zijn, onbezorgde blijdschap, kinderlijk vertrouwen, kinderlijke onschuld en kinderlijke onbezorgdheid. Al Gods uitverkorenen zullen op kinderen lijken, kinderen van één Vader, één grote familie. Er zullen geen discipelen zijn die kleine kinderen wegsturen en Christus zal aan ruziënde mannen geen klein kind ten voorbeeld hoeven te stellen. Het zal er goed zijn.
Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft,namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden (1 Johannes 3:1)

En geen inwoner zal zeggen: Ik ben ziek, want het volk, dat daarin woont,zal vergeving van ongerechtigheid hebben. Jesaja 33:24

Bij de opstanding krijgen Gods kinderen hun vorige lichaam in onsterfelijke vorm, zonder dat ze ziek kunnen worden. Ze zullen zo volmaakt zijn als Adam en Eva in het paradijs. Ze zullen zich niet op willen maken met make-up en poedertjes. Hoe ze eruit zien zal ook niet zo belangrijk zijn als het voor sommige op aarde is. Ieders natuurlijke schoonheid zal God verheerlijkend zijn. Lammen, blinde, gehandicapte mensen vind je op de nieuwe aarde niet meer. Er is verwondering over de heerlijkheid van de mensen waar God de Schepper van is. Het zullen lichamen zijn die optimaal gezond kunnen functioneren. Ze zullen zich kunnen verheugen in God met al hun geschapen zintuigen en wat geen oor heeft gehoord, wat geen oog heeft gezien, heeft God bereid voor hen die Hem liefhebben. Opmerkelijk: voor hen, die Hem liefhebben! Het is niet genoeg maar het beste te hopen en je best te doen om te geloven. Het is voor die Hem liefhebben!

Geen tijd meer
En Hij zwoer bij Die, Die leeft in alle eeuwigheid, Die de hemel geschapen heeft en hetgeen daarin is, en de aarde en hetgeen daarin is, en de zee en hetgeen daarin is, dat er geen tijd meer zal zijn. Openbaringen 10:6

Zal in de eeuwigheid de tijd stilstaan? Of is er in de hemel en later op de nieuwe aarde nog steeds een klok? Het lijkt wel of de bovenstaande tekst zegt dat tijd niet meer zal bestaan. Of betekend het wat anders? Als je in tijdnood bent kun je immers ook zeggen: ‘Er is geen tijd meer!’

We staan er niet altijd bij stil, maar tijd is geschapen. Voor God de wereld had gemaakt was er geen tijd.  Tijd en schepping zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Vandaar dat we geloven dat er in de hemel een aspect van tijd is. Het geschapen lichaam van Jezus is immers in de hemel, de zielen van Gods kinderen en de geschapen engelen. Dus daar is tijd, maar ook op de nieuwe aarde zal er afstand, tijd , ruimte en plaats zijn. Anders zou het toch ook geen nieuwe schepping kunnen zijn.
Geen wonder dat de martelaren in de hemel vragen: ‘Hoe lang,o heilige en waarachtig Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen die op de aarde wonen?’ (Openbaringen 6:10). Vandaar dat de boom des levens van maand tot maand zijn vrucht geeft. En er zijn nog veel meer teksten die tijd aanduiden in de hemel of op de nieuwe aarde. Denk daarom niet dat Gods kinderen in de hemel tijdloos worden. Alleen God is oneindig en zonder tijd,maar niet Gods volk. Gods uitverkorenen blijven altijd mens en mogen eeuwig leven zonder oneindig te worden. De jaren rijgen zich voor hen aaneen en er is een zee van tijd voor hen. Nooit zal er te weinig tijd zijn, en Gods kinderen zullen alle tijd hebben om hun liefste werk te mogen doen. Nooit klinkt het: ‘Is het nu al afgelopen?’ Het zal in de hemel niet meer nodig zijn om onze dagen te tellen (Psalm 90:12). Kortom:zonder tijd is de hemel geen hemel meer, en zonder tijd er geen plaats voor mensen. Alleen God is oneindig, alleen voor God is een dag als duizend jaren. Niet voor ons.

Geen tijd meer over
Wat betekend het dan dat er geen tijd meer zal zijn? Zoals ik al eerder zei betekent het dat er geen tijd over is. Het gaat in dit hoofdstuk over een Engel, de Heere Jezus Zelf. Hij hief Zijn hand op en zwoer bij Hem Die leeft in alle eeuwigheid dat er geen tijd meer zal zijn. Met andere woorden: het gaat nú gebeuren. Er is geen tijd meer over en God begint onmiddellijk met de uitvoering van het geheime plan. Ja, de Engel zwoer dat God geen minuut langer zou wachten. De Heere regeert en heeft haast. ‘Nog een zeer weinig tijds en Hij Die te komen staat, zal komen en niet vertoeven’ (Hebreeën 10)

We hebben nu verschillende aspecten van de hemel bekeken en willen nu nog kort nadenken over de hel.

 

Hel

De schrik des Heeren
Als Gods Woord het niet over de hel zou hebben, zouden wij er ook over moeten zwijgen. Maar het is juist Jezus Die het het meest over de rampzaligheid heeft gehad. Niet dat je uit vrees God zou moeten dienen. Dat niet. Het zou ook de verkeerde motivatie zijn. Maar hopelijk schokt het mensen wakker om te gaan zoeken wat wel aantrekkelijk is. Daarom had Paulus het ook over een ‘schrik’.
En de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn en knersing der tanden.  Mattheüs 8:12
Je hebt niet hard genoeg gewerkt voor je examen en je zakt. Je zit in zal en as en je tanden knersen over elkaar. ‘Had ik maar beter mijn best gedaan.’ Of denk aan de auto die je totalloss rijdt omdat je te hard ging. Je hebt spijt, had ik maar, had ik maar… Wat een wroeging heb je er dan van. En toch is het niet te vergelijken met hoe je om eigen schuld verloren gaat.
Op een keer zal je voor God staan en geoordeeld worden. Stel dat het niet goed is. Er zal zijn wenigen en knersing van tanden. Zeven keer vinden we deze uitdrukking in het Nieuwe Testament. Mogen we dat dan overslaan? Zijn we nog geloofwaardig en bijbelgetrouw als we onze ogen daarvoor dichtdoen, omdat we ons er zo belabberd door voelen, of omdat het niet meer te ‘verkopen’ is?
Adam werd het paradijs uitgezet. Dat viel ook niet mee, maar voor hem was nog een oplossing. Als je bij de dood niet bereid bent zal je uitgeworpen worden. Voor altijd onder de toorn van Gods vloek blijven liggen. Daar zal je tandenknersende spijt van krijgen. Knersen van tanden wijst ook op scherpe pijn.
Je huilt, maar geen tranen als Gods kinderen. Tranen zonder berouw, tranen van verloren te zijn, van ontroostbare, nooit eindigende wroeging, van nooit geen hoop meer te kunnen hebben.
Als we nog even kijken naar de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus wil ik daar nog een paar punten uit halen.
Lukas 16:23 En de rijke man stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn,zag hij Abraham van verre,en Lazarus in zijn schoot.
De rijke man deed zijn ogen open! Er is bewustzijn in de hel. Het lijkt erop dat de rijke man een lichaam heeft, anders kan hij zijn ogen niet openen. Het voelt voor de verlorenen alsof ze een lichaam hebben. Pas na de opstanding krijgen ook zij hun oude lichaam terug en is er een poel die brandt van vuur en sulfer. Maar er was dus al pijn in de hel.
Zijnde in pijn. Tegenwoordig hoeven mensen niet veel pijn meer te lijden, al lukt het niet altijd helemaal iemand pijnvrij te houden. In derdewereldlanden word nog ondragelijke pijnen geleden. Maar zelfs dat is niet te vergelijken met pijn in de hel. Dit is onnoemelijk veel erger. Zoals we ons geen goed beeld van de hemel kunnen voorstellen, zo ook niet van de hel. Het is een plaats van ondragelijke pijn.
En hij riep en zeide: Vader Abraham,onferm u mijner,en zend Lazarus, dat hij het uiterste zijns vingers in het water dope,en verkoele mijn tong; want ik lijd smarten in deze vlam. Er is geen druppel water om je tong te verkoelen. Niemand is er die je lijden maar een klein stukje kan verlichten. Velen willen niet meer horen over de hel. Er zijn er zelfs die de dood ‘vierden’ en champagne dronken bij het sterfbed. Wat zal het tegenvallen als je aan de andere kant van de dood erachter komt dat er toch een hel is.
Want ik lijd smarten in deze vlam. Dominee van Ruitenburg schrijft hier; Ik aarzel. Zal ik schrijven dat het hier niet echt om vuur gaat, dat het een beeld is van iets anders dat erg pijn doet? Eerlijk gezegd durf ik dat niet op papier te zetten. Ik laat het maar aan God over wat dat vuur is. Maar we moeten erop rekenen dat het als vuur beleefd wordt.

Daarom is er haast bij!
Loop je nog op de brede weg, dus naar de hel, dus naar de poel die brand van vuur en sulfer? Bid en smeek of God je wil trekken van die brede weg af, naar de smalle weg. Die weg eindigt in de eeuwige gelukzaligheid. Voor eeuwig bij God zijn.
Bunyan schrijft als hij Christen en Hopende de stad ziet naderen;een menigte des hemelse heirlegers kwam hen tegemoet. Door bazuingeschal en hun blikken en gebaren wisten ze zich nog meer welkom te weten in hun midden. Terwijl ze tot de poorten kwamen hoorde ik een plechtig klokkengelui van al de torens binnen de muren. Na het afgeven van hun toegangsbewijs gaat de poort open en bij het binnentreden werden zij geheel van gedaante veranderd en bedekte hen een kleed, dat schitterde van het fijnste goud. Opnieuw klokgelui en er word gezegd, ga in in de vreugde des Heeren. De stad blonk gelijk de zon, de straten waren van goud en op dezelve wandelen velen met kronen op hun hoofden en palmtakken in hunne handen, voorzien van gouden harpen om daarbij lof te zingen. Daarna worden de poorten gesloten. En Bunyan schrijft, “toen ik dit gezien had, wenste ik dat ik ook bij hen was. Wanneer komt die dag dat ik bij U wezen mag”.
Verlangen jullie dit ook?
Ezechiël 33 Zegt tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in de dood des goddelozen! Maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?

Lezen Lukas 16: 19-31
Zingen 
Psalm 25: 6
Psalm 17: 7 en 8
Psalm 68: 2
Lied: Ik zag de hemel nieuw en nieuw de aarde (R.M. MCheyne)