Weergave

(+16 & +19) Registreer of log in:

Maleachi

Vandaag is het de 1e adventszondag. Toen ik een onderwerp uit moest zoeken voor deze avond, leek het mij dan ook wel passend om dit te betrekken bij advent. Er wordt nogal eens gepreekt uit Maleachi tijdens de kerst. Toch kon ik mij niet meer precies herinneren hoe de link was vanuit dit bijbelboek naar kerst. Tijd om daar eens wat meer over te bezinnen.
We weten allemaal dat de profetie van Maleachi, de laatste is van het Oude Testament. Persoonlijk wist ik eigenlijk niets over deze profeet, terwijl zijn bijbelboek best een bijzondere plaats inneemt in de Bijbel. Tussen het bijbelboek van Maleachi en het Nieuwe Testament zit nl. een periode van 4 eeuwen, 400 jaar, waarin niet geprofeteerd wordt! Maleachi mag dus als laatste nog 1x het volk Israƫl wijzen op de komende Messias!

Allereerst, wie is Maleachi en in welke tijd leefde hij?
Er is maar weinig bekend over de profeet. Men weet niets over zijn land of afkomst. Het enige waar men iets over weet, is de betekenis van zijn naam. Het betekend: Mijn engel of bode. Sommigen zeggen dat hij dus geen echt mens is, maar een engel. Volgens de kanttekeningen klopt dit echter niet. Hij is eigenlijk te vergelijken met Johannes de Doper, die ook een gezant van God was.

Maleachi mogen we dus ook wel de bode des Heeren noemen. Het is ook niet helemaal duidelijk wanneer hij door God gezonden werd om het volk Israël te waarschuwen. Hij profeteerde na de terugkeer uit de Babylonische ballingschap. Sommigen denken dat hij tijdens de komst van Ezra heeft geprofeteerd rond 470 voor Christus. Anderen denken dat hij een tijdgenoot van Nehemia is geweest rond 420 voor Chr. We kunnen dus niet exact aangeven wanneer hij geprofeteerd heeft, maar wel in watvoor tijd!

Haggaï en Zacharia waren gezonden om het volk Israël te berispen over de traagheid van de tempelbouw. Maleachi kreeg de opdracht om het volk te straffen over het slechte gebruik van de tempeldienst, er was een tijd van godsdienstloosheid. Er was een verval in het huwelijks en gezinsleven, echtscheidingen en gemengde huwelijk waren aan de orde van de dag.  De priesters onderwezen het volk niet meer, zij verachten Gods naam en waren ook niet vreemd van oneerbiedige praktijken. Over de hele linie schijnt het maatschappelijk leven de instorting nabij te zijn. Sprinkhanen en kevers hebben het land kaalgevreten, de wijnoogst is slecht. Er was grote armoede onder het volk. En dan komt de Heere met Zijn Woord, dmv de prediking van Maleachi.

Indeling van het bijbelboek 
Het bijbelboek Maleachi is te verdelen in 6 gesprekken die de HEERE houdt met Israël. Het boek draait om het verbond tussen God met het joodse volk. Maleachi wil bij de priesters en het gewone volk benadrukken het verbond na te leven en ontrouw te bestrijden. De profeet hanteert een bijzondere vorm voor zijn profetiën: de dialoog. Hij antwoord telkens op vragen en opmerkingen beginnend met 'gij zegt'.
Kort wil ik met jullie stilstaan bij deze 6 dialogen.

1e gesprek: Ik heb u lief! (vs 1-5)
Als we kijken naar vers 1 begint dat met de Last van het Woord des Heeren. Het woord dat Maleachi moest preken woog zwaar voor Israël, de Heere tilde er zwaar aan. Ook voor Maleachi zelf moet het een zware taak geweest zijn. Hij moest een gewichtige boodschap van God overbrengen naar het volk. Wat het ook extra bemoeilijkt heeft voor hem is dat hij gezonden werd naar Israël, bij zijn eigen familie.

De Heere valt eigenlijk met de deur in huis als hij zegt (vs 2) Ik heb u liefgehad. Alleen God kan zo mensen aanspreken, die Hem links laten liggen en Hem (eerbiedig gezegd) vervolgens op het matje roepen. Ze vragen: Waarin hebt Gij ons dan liefgehad? Ze trekken Zijn liefde in twijfel en willen weten waarom. Ze zijn helemaal niet verbaasd over het Woord dat tot hen komt. Het is eigenlijk heel vanzelfsprekend, zij zijn immers nakomelingen van Abraham?! Waarom zou God hen niet liefhebben? Het wonder dat de Heere hen nog wil liefhebben wordt niet eens opgemerkt. Ze hebben net een hoop tegenslagen gehad. Tijdens de ballingschap hadden ze het veel beter dan nu. Er is een hoop armoede, oogsten mislukken, het opbouwen van de stad kost een hoop moeite en de opgebouwde tempel voldoet ook niet aan de verwachtingen. Vandaag de dag stellen wij ook vaak de vraag: Waar is die liefde van God dan? Zoveel honger, zoveel geweld, zoveel aids zoveel dit en zoveel dat, waarom? We roepen God ter verantwoording voor al de gevolgen van onze eigen zonden. Wij willen bepalen hoe God ons lief moet hebben, maar dan zou het nooit goed zijn. We willen God begrijpen, wat nooit zal lukken. God is onbegrijpelijk in Zijn oordelen, maar ook in Zijn liefde. Zoals Hij ook zegt tegen het volk Israël(vs 3): nochtans heb ik Jakob liefgehad. De Heere had met Israël kunnen doen zoals Hij met Ezau deed, maar dat deed Hij niet.

2e gesprek: de priesters (vs 6-14 en 2:1-9)
De Priesters worden ter verantwoording geroepen. Ze hadden het voorrecht geroepen te zijn om te offeren, bidden en te zegenen. Daartegenover stond de grote verantwoordelijkheid die ze daardoor hadden. Verachters mijns Naams zo worden ze genoemd (vs 6) Ze zijn knechten, maar geven hun Heer niet de eer. Daarbij durven ze zelfs nog te vragen: waarmee verachten wij Uw naam? We zien hier eigenlijk een herhaling van vs2. Dan wordt het schuldregister opgenoemd waaraan de priesters zich schuldig hebben gemaakt. Ze brengen beschimmeld brood op het altaar (vs7) Als er maar wat geofferd wordt, verder maakt het ze niet uit. Het was ook verboden om zieke dieren te offeren (vs8 en 13). Als het volk kwam met een kreupel dier, moest de priester dat verbieden. Maar daar werd helemaal geen aandacht aan besteedt. Er moest geld verdient worden, hoe dat dan gebeurde maakt ze niet uit. Vs 10 wijst erop dat de priesters niets gratis doen. Het werk was een last voor hen (vs 13) God krijgt niet de eer van de tempeldienst. Het beste is nog niet goed genoeg voor Hem. Het is een grove miskenning van de HEERE. En dat laat Hij ook merken in vs 10. God neemt geen genoegen met een 2e plaats. Dat drukt ons met de neus op de feiten. Hoe dienen wij God? Op welke plaats komt Hij? God laat niet met zich spotten.
In hoofdstuk 2 gaat de beschuldiging nog verder. Hier wordt gedoeld op de onderwijstaak die de priesters ook hadden. Zij moesten het volk de wet leren. Dit was al beslist toen Levi de taak kreeg in de tempeldienst. Echter, in deze tijd hebben de priester het verbond verbroken. Ze zijn van de goede weg afgeweken en hebben het vertrouwen beschaamd. Ze hebben expres de wet verkeerd gebruikt en pasten die partijdig toe. Bij de één zagen de zonden door de vingers, anderen die zij moesten redden, werd kwaad aangedaan. Over hun zonden kenden zij geen schaamte of rouw. Dat had uiteraard consequenties. Zij hadden geen zegen op hun werk, ze hadden hun achting verloren. Ook bij het volk.(vs 9&10)  Net als bij Hofni en Pineas, zullen ze verworpen worden van God. Wat een actuele profetie van Maleachi. Alleen al in 2 hoofdstukken is de overeenkomst met onze tijd zo duidelijk!

3e gesprek: het verbond en het gezin (vs 10-16)
In vs 10 wordt Israël gewezen op de wortel van hun natie, namelijk dat ze Abraham tot een vader hebben. Natuurlijk wordt hier ook de hemelse Vader mee bedoelt, maar de Joden ging prat op dat Abraham hun voorvader was. Dat betekende namelijk dat zij anders waren dan de andere volken, afgescheiden. Echter, zij hebben deze eer, de afscheiding verguisd, door met vreemde vrouwen te trouwen. Deze vrouwen dienden namelijk andere goden. God laat dit niet zomaar gebeuren. In vs 12 kunnen we dat lezen: de Heere zal den man die zulks doet, uitroeien. Het Verbond wordt overtreden, ze worden niet meer erkend als Zijn volk. Het offer kan ook niet meer redden. Barmhartigheid en geduld hadden hun tijd gehad en het moment voor het oordeel was aangebroken. En de straf zou des strenger zijn, omdat ze Gods altaar op schijnheilige wijze bedekt hadden met tranen en zuchten, zonder tot gehoorzaamheid terug te keren. Daarom wilde Hij geen offers meer van ze aanvaarden.
De vrouwen van het volk Israël werden door de mannen mishandeld en verjaagd, zodat er plaats gemaakt kon worden voor de vreemde vrouwen. De mannen waren liefdeloos voor hun vrouwen, overspel was deze mannen niet vreemd. Maar de Heere weet van dit overspel. Hij was getuige geweest van hun huwelijk met de huisvrouw hunner jeugd, hun eerste liefde.  De Heere neemt het hoog op als het huwelijksverbond wordt verbroken. Hij waarschuwt er 2x voor, vs 15 en 16. In onze maatschappij is ook weinig eerbied meer voor het huwelijk. Werkt het niet, dan stop je er gewoon mee, of je kijkt het eerst een tijdje aan voordat er getrouwd wordt. Ik ben er al aan gewend geraakt, dat het merendeel er zo makkelijk overdenkt, jullie misschien ook wel. Maar hier wordt toch echt niet lichtzinnig gedacht over een huwelijk. Het huwelijk is in de Bijbel het beeld van een onbreekbare, onontbindbare, blijvende relatie, intiemer dan welke familierelatie dan ook. Het is dan ook een waarschuwing naar ons toe, dat we ons niet laten meeslepen met de gedachtegang van de rest, maar afgescheiden horen te leven. Wij dragen immers ook het verbondsteken op ons voorhoofd!

4e gesprek: de Koning komt! ( 3: 1-5)
In vs 17 wordt nogmaals de brutaliteit van het volk herhaald. De Heere wordt moe van al de waaroms, alleen ziet Israël dit helemaal niet. Hun wordt onrecht aangedaan vinden zij. Degene die kwaad doen, hebben voorspoed terwijl zij alleen tegenspoed kennen. Ze vergeten echter dat zij al die tijd hebben ontkend dat ze met een Heilig God te doen hadden. Hij haat de zonde die zij deden (ps. 5:5) Ook verloochende zij dat Hij de Bestuurder der wereld was. Ze vragen: waar is de God des oordeels? Oftewel: er gebeurd toch niets, wanneer komt die God dan met Zijn oordeel?
Vs 1 van H3 geeft gelijk antwoord op deze vraag. Hier is Hij, De langverwachte Messias is gereed om te komen. Hier wordt op Johannes de Doper gedoeld, die als wegbereider de weg baande voor de komst van de Heere Jezus. Ook Maleachi is als een Engel gezonden, om de komst van de Messias te verkondigen. Wanneer die komst is, weet ook Maleachi niet. Hij benadrukt dat er lang geprofeteerd is over de komst, en dat nu die tijd bijna gekomen is. Maleachi kende een adventverwachting. Hoe zit dat bij ons? Hoe actief zijn wij bezig met advent, nu het over een paar weken kerst is?

5e gesprek: eis tot bekering (3: 6-12)
Hier wordt de onveranderlijkheid van God nog eens benadrukt. Al Zijn Woorden zijn waarheid en trouw. Zelfs nadat al de zonden van het volk zijn opgesomd blijft het waar wat in H 1:1 staat beschreven: Ik heb u liefgehad. Tevens wordt ook de onveranderlijkheid van de mens bedoeld. Israël blijft het kind van Jakob, de bedrieger. De noodzaak van de bekering blijft. Het gaat er echter om dat het volk dat leert zien, en wij ook. Weer vragen zij: waarin zullen wij wederkeren? (vs7) Ze zien ook niet dat zij God bedriegen (beroven). Ze brengen niet meer de 10en naar de tempel en als er wel gegeven werd, was het met tegenzin alsof het dwang betrof. De Heere heeft Israël vervloekt omdat Hij door hen bedrogen word. Net zoals hij Ananias en Safira strafte, blijft het volk Israël ook niet ongestraft, hongersnoden zorgden voor de armoede onder het volk. Toch wisten zij niet waarin zij moesten wederkeren. Israël leefde van God af en daarmee ook van Zijn zegen. Echter, met Israël is het niet slechter gestemd dan met ons. Het is nodig om weder te keren tot God. Dat zal dan ook gezegend worden. In vs 12: want gijlieden zult een lustig land zijn. Dat geld ook nu nog. We zien vaak niet gelijk het oordeel van God, maar het zal komen. Zien we er nu niet al wat van terug? Kredietcrisis misschien?  

6e gesprek: het gedenkboek (3: 13-18/ 4: 1-3)
Weer legt het volk de woorden des Heeren naast zich neer. Het zijn toch maar woorden, ze ontkennen in alle toonaarden. Maleachi wordt opgeroepen om ze te bewijzen. Anderen hebben veel ergere dingen gezegd, waarom die drukte? Ze zien het nut ook niet om God te dienen, wat levert het immers op? Ze dienden God niet, maar de Mammon. Ze hebben het wel geprobeerd voor een tijdje Vs 14, maar het was toch tevergeefs. De weg van de goddeloosheid leverde veel meer voorspoed op.  Ik moet bekennen dat ik best in de redenatie van het volk Israël kan komen. Het naar de kerk gaan, uit je bijbel lezen en anders leven dan de rest van Nederland levert geen dikke winst op. Althans, zo zie ik dat en jullie misschien ook. Maar we moeten dan maar luisteren naar de mensen bij wie het wel wat opleverde, want dat kunnen we ook lezen in vs16. Er was nog een overblijfsel dat God wel vreesde en hier ook niet over zwijgen konden. Zij wijzen echter op het gedenkboek dat scheiding maakt tussen goddelozen en godvrezenden. Alleen de laatsten staan in dit boek geschreven. En op de dag die komt, de 2e komst van Christus, zal het verschil openbaar komen tussen godlovers en godhaters. Voor de goddelozen is er dan echt geen hoop meer, zoals we kunnen lezen in vs 3. Terwijl vs 2 genade en troost biedt voor degene die Zijn Naam vrezen en Hem de eer geven. De Zon der gerechtigheid is de Heere Jezus Christus. Hij is Het licht der wereld. En kwam als genezing voor een zieke aarde. Er is wel een avond vol te praten over het beeld van de zon der gerechtigheid. Het gaat er echter om of ons hart al genezen is door de zonnestralen die Christus uitstraalt.

Nawoord (4: 4-6)
Omdat de profetie ophoud en 400 jaar zal zwijgen wordt tot slot nog één keer een appel gedaan op het fundament van de bijbel: de Wet. Het vergeten van de wet is de grondslag voor onze overtredingen. Zolang men gedenkt aan de wet en hier naar leeft uit liefde tot God, zal de Heere dit zegenen. Er moest verwachting zijn voor de komst van de Messias. Maar voordat Deze zou komen, wordt eerst Johannes gestuurd. In vs 5 aangeduid als Elia. Elia wordt ook wel gezien als het symbool van de profetie. Zo wordt Johannes eerst nog gezonden om de komst van Christus voor te bereiden. Het werk van Johannes zal een werktuig zijn in Gods hand. Jongeren en ouderen zal hij oproepen tot bekering. Het is Gods goedheid dat Hij Johannes zendt, zodat er nog gewezen wordt op de genadetijd om hun verderf te voorkomen. Zo hebben wij vandaag ook nog genadetijd die wij krijgen van God. Ieder zondag horen wij de voorbereiding van Christus komst. Hoeveel verschillen wij echter van het volk van Israël? De wet van Mozes geldt nog steeds, maar gelukkig is deze ook de vervult. Het is vloek en genade waar het Oude Testament mee eindigt. Vergelijken we dit met het Nieuwe Testament dan ligt daar de toekomst: De genade van onze Heere Jezus Christus zij met ons allen, amen.

 

Psalm 73: 1, 14
Psalm 74: 12
Psalm 37: 3

Lezen: Matth. 11: 7-15