Weergave

(+16 & +19) Registreer of log in:

De zin van het lijden

Er is veel lijden in de wereld. Ver weg in het groot, hongersnoden, oorlogen, ziekten, rampen. Maar ook dichtbij en in het klein. Ernstige ziekte, ouders die een kind verliezen, iemand die psychisch ziek is. De Bijbel zegt dat het belangrijkste deel van ons leven moeite en verdriet is. Dat zal niet iedereen hier beamen, maar komt het lijden dichterbij dan zou deze psalm realistischer zijn dan we zelf denken. Wat is nu de zin van het lijden? Hoe komt toch al die ellende in de wereld? Waarom treft het juist mij? Wij willen het hebben over de volgende punten.
1. Leven is lijden
2. Waar komt het lijden vandaan
3. Het waarom van Job
4. Thomas Boston en het lijden
5. Het tijdelijk lijden in het licht van de eeuwigheid

 

Leven is lijden

Er is een grote verscheidenheid in lijden. Bovendien is er voor de ene mens al veel eerder spraken van lijden dan voor de andere. Dat heeft te maken met karakter, lichamelijke en geestelijke gesteldheid en onze hele levensgeschiedenis.
Er is lijden in hongersnoden, oorlogen epidemieën, natuurrampen. Dat zijn vaak aangrijpende beelden die ons voor grote vragen stellen. Er is veel lijden dat minder opvallend is In ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen staan ontelbaar veel bedden en op elk bed ligt iemand die pijn heeft, iemand die lijdt, of iemand die bang is, misschien wel stervende. Mensen liggen soms in eenzaamheid te wachten op het einde.
Ook de dood brengt veel verdriet in mensenlevens. De begraafplaatsen zijn stille getuigen van het leed dat op mensen afkomt na het overlijden van een geliefde.
Veel lijden is er ook vanwege politieke of godsdienstige overtuigingen, gelovigen worden vervolgd, gefolterd of gedood. Vele martelaren hebben in de loop van de eeuwen geleden om de Naam en zaak van Christus.
Veel andere voorbeelden zouden nog te noemen zijn. Duidelijk is in ieder geval dat leven en lijden met elkaar verboden zijn.
Ook de Bijbel tekent deze werkelijkheid wanneer Mozes zegt in psalm 90: Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen. Direct na de zondeval waarschuwt de HEERE Adam en Eva. Er zal een strijd ontstaan tussen het slangenzaad en het vrouwenzaad. Eva en alle vrouwen na haar zullen met smart kinderen baren. Om Adam wordt de aarde vervloekt. Met veel moeite zal hij voor het dagelijkse brood moeten gaan zorgen, totdat – en dat is het meest aangrijpende - Adam en Eva ‘tot de aarde wederkeren’. Totdat ze sterven. Tot aan het bijbelboek Openbaringen volgt het ene lijden het andere lijden op.
Het lijden in de Bijbel bereikt z’n climax echter op Golgotha. Christus is de man van smarten en verzocht in krankheden lezen we in Jesaja 53. Jezus, de Zoon van God, kwam naar de aarde om te lijden voor zondaren. Zijn hele lijden was een aaneenschakeling van lijden. Als een volmaakt mens leefde Hij op een totaal verdorven wereld. Hij werd verzocht door de satan in de woestijn en gehaat door de Farizeeën en Schriftgeleerden. Hij werd tot in het diepst van zijn ziel geconfronteerd met de gevolgen van de zonden bij blinden, kreupelen, melaatsen, bezetenen en doven.  Hij heeft gehuild bij het graf van Lazarus, geworsteld in de Hof van Gethsemane, en tenslotte is Hij gestorven aan het kruis. In Zijn leven heeft Christus de volle toorn van God gedragen en de helse smarten doorleefd.
Als het leven zijn gewone gang gaat, gaan we er vaak van uit dat we de dingen redelijk onder controle hebben. Zelfs een gevoel van onkwetsbaarheid kan zich van ons meester maken. We denken dat we veilig zijn. Terwijl we met ons verstand weten dat rampen ons onverwacht treffen. Een ernstige tegenslag is dan als een naald die onze mooie ballon lek prikt.

 

Waar komt het lijden vandaan?

Als lijden je treft kunnen er heel veel vragen in je opkomen. Waarom treft dit lijden nou precies mij? God is toch liefde? God is toch een voorzienig, almachtig en alwetend God? Hij heeft toch het beste met je voor? Waar leef ik eigenlijk nog voor?
Al deze vragen zijn al heel oud. In de Bijbel kwamen deze al voor. Denk maar aan Job. In Job 3 vervloekt Job de dag dat hij geboren werd. In de kerkgeschiedenis is geprobeerd heeft men telkens geprobeerd hier antwoorden op te geven. Men heeft telkens geprobeerd het beleid van Gods bestaan te doorgronden en te rechtvaardigen. In elk geval blijkt dat altijd weer gevraagd wordt naar de plaats van God in het lijden.
Het lijden was er aanvankelijk niet. God heeft de wereld goed geschapen. De Bijbel zegt ons dat er kwaad in deze wereld is gekomen door de zondeval. Adam en Eva hebben van de boom der kennis des goeds en des kwaads gegeten, wat niet mocht. De mens en de duivel zijn de veroorzakers van het lijden. Verleid door de satan hebben wij als mensen voor het kwaad van de zonde gekozen door als God te willen zijn, kennende het goed en het kwaad. Hierdoor is er lijden in de wereld gekomen. Er is lijden door onze zonde. Daarom mogen we Gods goedheid niet uitspelen tegen onze zonden en gebreken en nog minder tegen Zijn eigen almacht.
God is wel almachtig, maar het is onmogelijk dat hij zonde doet. Hij kan alles doen ter verheerlijking van Zijn grote naam maar geen dingen die tegen Hemzelf ingaan. God haat het kwade omdat hij heilig is, en daarom kan hij ook geen zonde doen. Daarom mogen we God niet de schuld geven van ons lijden of aanwijzen als de oorsprong van het lijden.
Hierdoor veranderen de vragen niet. Als God de oorsprong van het lijden niet is en wij er zelf de oorzaak van zijn, loopt het hem dan uit de hand? Kan hij dit lijden niet tegenhouden? Welke relatie bestaat er eigenlijk tussen God en het lijden? Het nadenken over deze dingen kan een hele worsteling zijn. Lees maar in Psalm 13 hoe David daar worstelt.
Ps: 13: 2 “Hoe lang Heere, zult Gij mij steeds vergeten? Hoe lang zult Gij uw aangezicht voor mij verbergen?”   
Toch zie je bijvoorbeeld bij David dat hij door die worsteling heen toch weer aan Gods voeten terecht komt.
Met vragen zoals: “God is toch liefde? Waarom is er dan zoveel leed op deze wereld?” roepen we als nietige zondaren eigenlijk de Schepper van hemel en aarde ter verantwoording. Terwijl we door hem geschapen zijn!
Er zijn al heel wat oplossingen gezocht voor deze vragen. Er zijn mensen die denken dat God boven goed en kwaad verheven is en er onpartijdig tegenover staat. Anderen zeggen dat God het lijden inderdaad niet kan tegenhouden. Anders was God geen goede God en geen liefde. In het lijden en sterven van Jezus heeft God laten zien dat Hij meelijdt en meestrijdt met de mens. Aanhangers van het Dualisme zeggen dat God de veroorzaker is van het goede en een tegenovergestelde onafhankelijke macht het kwaad veroorzaakt. Dan is God hooguit een macht die stukje bij beetje het kwade probeert te overwinnen.
De Bijbel leert ons andere dingen. We hebben al gezien dat de mens de veroorzaker van het lijden is, en niet God. Ook belijden we dat de Heere almachtig is, en alle dingen in Zijn hand heeft. Op veel plaatsen in de Bijbel lezen we dat. Ook in relatie tot het lijden.
Jes. 45:7 ‘Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak denk vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen.
Het onheil (kwaad) dat volgt op de zonde, wordt in de Bijbel redelijk vaak in verband gebracht met God.
2 Sam. 17:14b ‘Doch de HEERE had het geboden om de goede raad van Achitofel te vernietigen opdat de HEERE het kwaad over Absolom bracht.’Bij deze en bij andere teksten zien we dat het onheil het lijden niet uitsluitend en alleen uit de mens voortkomt, maar dat God Zelf mensen tegenkomt met onheil. Soms zit de satan daar duidelijk tussen, soms ook niet. Jeremia zegt bijvoorbeeld dat al de wreedheden die de Chaldeeen in Juda begaan, Gods werk zijn. Daardom ook wordt Nebukadnezar Gods dienaar of instrument genoemd. Op verschillende plaatsen zegt de Heere dat door zijn sissen, door de klank Zijn bazuin en door Zijn gebod de goddelozen worden aangezet om tegen Israel oorlog te voeren. Ze zijn een net om Israel te verstrikken en een hamer om hen te slaan. Sanherib noemt Hij een bijl die door Zijn hand bestemd en gedreven wordt. Calvijn haalt in dit verband Augustinus aan die zegt dat het van henzelf is dat ze zondigen, maar dat het uit Gods kracht is, dat ze zondigend dit of dat doen. De goddelozen kunnen dat dus niet allemaal ongestraft doen, alsof ze willoze werktuigen in de handen van God zouden zijn. Ze zijn helemaal zelf verantwoordenlijk voor hun daden. De Heere beschikt en zendt het onheil, zodat het gebeurt. Hij is er echt niet de Auteur, de Bewerker van. Maar dat het onheil ons overkomt, dat leidt Hij. Dit is ook duidelijk terug te zien in Jesaja 45:7.
Jesaja 45:7. : ‘Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen.’
De belijdenis op grond van de Bijbel dat we het goede zowel als het kwade van God ontvangen, geeft wel een beetje antwoord op de vragen rondom het lijden en de zin daarvan. In Zondag 10 belijdt de kerk dat God ons door Zijn Vaderlijke hand niet alleen loof en gras, regen, vruchtbare jaren, spijze en drank, gezondheid en rijkdom geeft, maar ook droogte, onvruchtbare jaren, ziekte, en armoede. Kortom: lijden. Het is dat er steeds in het geloof zo nadrukkelijk  over God als Vader gesproken wordt, anders zou je misschien denken dat God, als zender van het onheil, geen oog heeft voor de gevolgen hiervan. Dat we niet te maken hebben met een kille, onbewogen God blijkt wel uit de geschiedenis van Lazarus. Jezus weende, hij was zeer bewogen en ontroerd, verbolgen vanwege de macht van de dood. Toch blijkt ook weer uit deze geschiedenis dat het hem niet uit de hand loopt. Zijn verdriet was niet hetzelfde als de machteloze droefheid van de nabestaanden. Hij kan doden levend maken. Zo wordt dwars door het lijden heen Gods wil gerealiseerd.
Maar hierdoor ontstaat er wel weer een nieuwe vraag: waarom schikt God het kwade op die manier, in die hoeveelheid, of juist precies bij mij? Direct vragen naar het waartoe in plaats van naar het waarom is geen oplossing. Evenmin de uitspraak: niet klagen maar dragen en bidden om kracht’. De vraag waarom de Heere nu juist deze weg met je gaat, mag gesteld worden. Ook in de Bijbel hoor je de bijbelheiligen vragen naar het waarom. Zelfs Jezus vroeg aan het kruis: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?’ Het antwoord op die waarom vraag is echter niet eenvoudig en vaak niet te geven. Denk in dit verband aan de vraag van de Joden aan de Heere Jezus of de Galileers wiens bloed door Pilatus met hun offers was gemengd, grote zondaars waren. De Heere Jezus geeft hen als antwoordt: “Ik zeg u, neen zij;”, maar roept hen vervolgens ook op tot bekering. Om zijn boodschap te onderstrepen haalt hij het instorten van de toren van Siloam aan. Die bedolf achtien mensen onder het puin. Waren zij ergere zondaars dan de andere mensen in Jeruzalem? “Ik zeg u, neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen insgelijks vergaan.”En dat is de boodschap die je in heel de Bijbel tegenkomt. Boven alles staat dat God het goede met de mens voorheeft. God wegen zijn de goede wegen al begrijpen wij ze soms niet. Dat is ook gelijk erg moeilijk. Om God God te laten en ons over te geven aan Zijn leiding met ons. We mogen dan God bidden om Zijn genade in Christus die hier beslist voor nodig is.
Het is van het grootste belang dat we hier artikel 13 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis bijvallen. Guido de Bres schrijft daar – in een tijd van hevige vervolging – over de Godsregering in ons leven: “aangaande hetgeen Hij doet boven het bereik van het menselijk verstand, dat willen wij niet curieuselijk, nieuwsgierig, onderzoeken, meer dan ons begrip verdragen kan.; maar wij aanbidden met alle ootmoedigheid en eerbied de rechtvaardige oordelen van God, die ons verborgen zij; ons tevreden houdende, dat wij leerjongeren van Christus zijn, om alleen te leren hetgeen Hij ons in Zijn Woord aanwijst, zonder deze palen te overtreden.”
Het vraagt geloof om Gods vaderlijke zorg in je eigen leven te zien en te bewonderen. Het vraagt een gerichtheid op Christus, die gezegd heeft: ‘Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op, en volge Mij.’ De geopenbaarde dingen zijn voor ons, maar de verborgen dingen – vaak dingen zoals lijden, moeite en verdriet – zijn voor de Heere, hoe moeilijk dit in sommige situaties ook kan zijn. Dit is de enige heilzame weg, die God zelf in Zijn Woord ons aanwijst.

 

Het waarom van Job

De naam van Job is in de Bijbel onlosmakelijk verbonden met het lijden. Er is geen bijbelboek waarin de waaromvraag zo vaak gesteld wordt als in het boek Job. Job verloor al zijn bezittingen. Het boek Job is één lange worsteling is van Job met God. Ten diepste gaat het erom dat God in dit boek laat zien hoe krachtig en sterk zijn eigen werk is.
Job is rijk gezegend met aardse voorspoed, maar van veel grotere waarde is de getuigenis die de Heere geeft van Job. In Job 1:8b: ‘Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad.’ De Heere pronkt als het ware tegenover de satan met de vroomheid van Job. Maar dan gaat de satan een vraag stellen ‘Is het om niet, dat Job God vreest?’ Het ligt voor de hand dat Job God dient en vreest. Het gaat hem tenslotte allemaal voor de wind! Dan is het, volgens de satan, heel gemakkelijk om God te dienen, Satan stelt hier de oprechtheid van Jobs geloof ter discussie.
Om Jobs geloof nog meer te doen uitkomen, staat de Heere aan de satan toe om Job te beproeven. Dat de Heere satan toestaat om Job te beproeven, daar heeft Job geen weet van. Het enge dat Job weet, is dat hij op dezelfde dag al zijn bezittingen verliest en al zijn kinderen. Van steenrijk is hij opeens straatarm. Het wonderlijke is dat Job buigt onder het lijden wat hem overkomt. We lezen in Job 1:22: ‘In dit alles zondigde Job niet, en schreef Gode niets ongerijmds toe.’  Alsof het niet genoeg is, gaat de beproeving verder. Van Jobs vrouw hoeft het allemaal niet meer. Ze zegt in Job 2:9 ‘Houdt gij nog vast aan uw oprechtigheid? Zegen God, en sterf.’ Zegenen heeft hier de betekenis van vloeken. Deze woorden moeten Jobs smart verzwaard hebben.
Vervolgens krijgt Job bezoek van zijn vier vrienden. Wat kan bezoek en meeleven in tijden van lijden iemand goed doen. Stil zitten ze bij hem. Na zeven dagen gezwegen te hebben, verbreekt Job zelf de stilte. Job neemt de waaromvraag op z’n lippen.  In Job 3:11 ‘Waarom ben ik niet gestorven van de baarmoeder af, en heb den geest gegeven, als ik uit den buik voortkwam?’ In deze omstandigheden verkiest Job de dood boven het leven. Job 3:21 ‘Die verlangen naar den dood, maar hij is er niet;’
Hierna gaan de vrienden ook spreken. De redevoeringen van de vier vrienden omvatten maar liefst 36 hoofdstukken. En in die woorden beluisteren we niet dat ze Job proberen te helpen in zijn worsteling. Het hoofdthema is: God straft de goddeloze. Met al deze woorden bereiken de vrienden dat Job zijn klacht nog meer naar God richt. Job 10:18 ‘En waarom hebt Gij mij uit de baarmoeder voortgebracht? Och dat ik den geest gegeven had en geen oog mij gezien had.’ De klacht over zijn ellende en de aanklacht tegen God gaan bij Job samen.
In het lijden van Job komen we nog iets tegen dat we niet over het hoofd moeten zien. God verbergt Zijn aangezicht voor hem en dat moet voor Job het allerergst zijn geweest. Alle ellende vervult zijn ziel met verdriet, maar daarbij kan Job de Heere niet volgen.  Hij roept dit uit in Job 13:24: ‘Waarom verbergt Gij Uw aangezicht, en houdt mij voor Uw vijand?’  Er zijn ook momenten dat hij ervaart dat de Heere van hem afweet. Tegen zijn vrienden zegt hij ‘Want ik weet: mijn Verlosser leeft’
Het hoogtepunt van het boek Job ligt in het spreken van God Zelf. Het antwoord van Job op zijn vragen komt vanuit een onweer. Wie zou denken dat de Heere aan Job gaat uitleggen waarom al dit lijden in zijn leven gekomen is, vergist zich.  De Heere laat zijn eigen vragen op Job neerdalen als een regen.  Het doel van deze vragen is om Job te laten zien hoe klein en gering hij is. Naast de hoge en verhevene Schepper vermag de kleine, nietige mens niets. Wij waren er niet bij toen God Zijn plan maakte voor de schepping en zijn besluiten nam ten aanzien van de wereldregering. Job 39:37 ‘Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond.’  Eigenlijk geeft Job met deze woorden antwoord op zijn waaromvraag. Hij heeft het antwoord op zijn vragen bij God gezocht en God willen dwingen om Zich te verantwoorden voor Zijn daden. De Heere hoeft Zich echter niet te verantwoorden voor mensen. Ook niet voor Job.
Uiteindelijk is alleen met het zicht op het kruis een antwoord mogelijk op de vragen rondom het lijden. Aan het kruis heeft het ‘waarom’ uit de mond van een lijdende Jezus geklonken. Hij leed en stierf voor de zonden van Zijn kinderen. Alleen in het zien op de lijdende Zaligmaker kunnen zondaren verlost worden van hun zonden en een nieuw zicht krijgen op de verwoestende gevolgen van de zonde. De geschiedenis van Job leert ons veel over het lijden. Opmerkelijk is dat God aan Job niet heeft uitgelegd wat de zin van het lijden is geweest, terwijl er wel een reden was aan te wijzen. De lezer van dit Bijbelboek weet dankzij de openbaring meer dan Job zelf wist. God geeft lang niet altijd rekenschap van zijn daden. Daar is Hij vrij in. Dat is voor mensen maar moeilijk te aanvaarden. Ook jobs vrienden kwamen er niet uit. Het menselijk denken geeft nooit het antwoord op de vraag naar de zin van het lijden. Iets anders is daarbij nodig, namelijk de openbaring van God. Dat is de lamp in deze duistere wereld. In het licht van het Woord en door de verlichting van de Heilige Geest zien we de wijsheid van God.
Dat geeft lang niet altijd een afdoende antwoord op de waarom-vraag, maar het geeft wel rust en overgave aan Gods leiding en bestuur.

 

Thomas Boston en het lijden

Thomas Boston heeft aan het einde van zijn leven een boekje geschreven, ‘Het kromme in het levenslot’. Deze schotse prediker zijn tegenspoeden in het leven niet bespaard gebleven. Hij bracht 6 van zijn 10 kinderen op jonge leeftijd naar het graf en had een vrouw die leed aan ernstige depressiviteit. Beproefd door al dit lijden heeft hij dit boekje geschreven. Op de vraag; waarom brengt de Heere zoveel lijden in iemands leven geeft hij 7 antwoorden.
1. Het voornaamste doel is de mens beproeven of hij verkeerd in de staat der genade.
2. De Heere kan een kromming in het leven van een mens brengen om hem op te roepen tot zijn plicht.
3. De Heere gebruikt het lijden ook tot overtuiging van de zonde.
4. Ook gebruikt Hij het ter kastijding of bestraffing van onze zonden.
5. Om de zonde te voorkomen.
6. Om zijn verborgenheden te ontdekken.
7. Als oefening van de genade bij Gods kinderen.

 

Het tijdelijke lijden in het licht van de eeuwigheid

We hebben het tot nu toe alleen nog maar over het tijdelijke lijden gehad. In Romeinen 8:18 schrijft Paulus: “Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.”  Aan de ene kant geeft deze tekst hoop doordat het lijden op aarde totaal vervaagd bij de heerlijkheid die ons geopenbaard zal worden als we bekeerd zullen zijn. Dit doordat God zijn onschuldige Zoon, liet lijden op deze wereld, zo erg dat zelfs Hij de waarom vraag uitriep. Het is natuurlijk niet zo dat Gods kinderen dan alles begrijpen en geen pijn en verdriet hebben. Het lijden blijft echt lijden met alle ellende van dien, maar ze mogen wel vertrouwen dat de Vader het goed met hen voorheeft. De rust ligt dan ook niet in het begrijpen en het weten waarom hen dit alles overkomt. Wie daarin kan berusten, blijft toch altijd de vraag houden: had dat dan niet op een andere manier  gekund? Maar...wat als je het hemelse uitzicht niet hebt? Als het perspectief van je leven niet verder reikt dan het lijden zelf? Eigenlijk kan dat niet. Het lijden zou je verder moeten brengen, namelijk bij God. Wanneer het geloof gemist wordt is het beter oog te hebben voor Gods geduld met mensen. Wie zich verwondert over Gods lankmoedigheid en verdraagzaamheid, zal worstelen met zijn genadetijd en bedelen om het geloof in een weg van bidden en buigen. Smeek daarom God om een nieuw hart zodat deze tekst jou toekomst zou mogen zijn.

 

Lezen: Romeinen 8: 1-18
Zingen voor de inleiding: Psalm 22:1
Zingen na de inleiding: Psalm 16:6

 

Vragen en stellingen

Lees uit de H.C. Zondag 10 vraag en antwoord 27.

1. De Heere doet voor- en tegenspoed vanuit zijn vaderlijke hand ons toekomen. Mogen we bidden of lijden ons bespaard blijft?

Lees Romeinen 8: 17 & 18. Gods kinderen lijden met Christus opdat zij ook met hem verheerlijkt worden.

2. Wat betekent dat: lijden met Christus?
3. Wat is de heerlijkheid waar Paulus het in vers 18 over heeft?
4. Waarom is die wetenschap in dit leven al tot troost?

Lees Romeinen 5: 3 en 5  Klaagliederen 3:33  Psalm 10:14

5. Als je niet gelooft is lijden ondraaglijk.
6. Als je niet gelooft is lijden zinloos.