Weergave

(+16 & +19) Registreer of log in:

Inleiding zaligsprekingen

De zaligsprekingen zijn het eerste deel van de Bergrede. In de Bergrede heeft de Heere Jezus duidelijk gemaakt wat Hij wilde. Hij heeft in de Bergrede Zijn wil bekend gemaakt ten opzichte van Zijn volgelingen. Hoe zij in de wereld moeten staan en moeten leven.

Het is van het begin af en alle eeuwen door Gods bedoeling geweest om Zich een eigen volk te heiligen, ijverig in goede werken. (Titus 2:14). God heeft een Volk voor Zichzelf gewild. Een Volk dat van Hem is en Hem dient.

In de Bergrede wordt steeds duidelijk dat de burgers van Gods Koninkrijk anders zijn dan de kinderen van de wereld. Dat wil ik benadrukken.

Het komt ook duidelijk in de zaligsprekingen naar voren. De mensen die het Koninkrijk van God dienen worden zalig gesproken, in tegenstelling tot de mensen van de wereld.

Jezus laat zien wie Zijn onderdanen zijn in het verborgen leven van het gebed tot de hemelse Vader en de plaats die zij in de wereld hebben.

Jezus heeft ons geleerd het Koninkrijk van God op aarde te brengen door met elkaar om te gaan zoals Hij dat in de Bergrede leert.

Wanneer de principes van de Bergrede worden aanvaard en opgevolgd, zullen oorlog, armoede, onderdrukking en haat er niet meer zijn, zegt de wereld. De wereld ziet dit als oplossing, maar hebben het bloed van Christus niet nodig. Het gaat hen alleen om het voorbeeld Jezus, en niet om Jezus als de Zaligmaker en Borg.

De Bergrede moeten we ook in praktijk brengen. Om het echt te kunnen doen hebben we een nieuw hart nodig, want wij zijn van onszelf egoïstisch, we gaan op in onze eigen zorgen enz. De Bergrede vraagt dan ook om een vernieuwde geest en een nieuw hart. Dan staan we anders als voorheen tegenover God en tegenover de naaste.

 
Mattheus 5:3

Zalig1 zijn de armen van geest;2 want hunner is het Koninkrijk der hemelen.3

1Deze zaligspreking begint met het woord ‘zalig’.

Zalig betekend vol, gelukzalig betekend vol van geluk.

Iemand die zalig is ontbreekt het aan niets.
 

2 De armen van geest zijn, de burgers van Gods Koninkrijk, zijn de ware gelovigen. Het zijn eenvoudige mensen, arme mensen, voornamen mensen, slaven of slavinnen. Lydia, die in dure purper handelt, schaamt zich niet voor dit gezelschap en zo zijn er nog meer voorbeelden te noemen, Jozef van Arimathea en Nicodemus.

De gemeente van Christus bestaat het meest uit armen en onaanzienlijke mensen. De apostel Paulus schrijft aan de gemeente van Korinthe: Want gij ziet uw roeping, broeders, dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen. (1 Korinthe 1:26)

Het lijkt wel of de armen hier iets voor hebben op de rijke. Ja, het is Gods behagen om juist naar het arme en verachte om te zien. God wil dat er slechts overblijven zal: Die roemt, roeme in den Heere. ( 1 Korinthe 1:31).

Toch gaat het om het arm zijn voor God, het kennen van een geestelijke armoede.

We moeten zien en geloven dat we schuldig staan voor God en met helemaal niets kunnen betalen van de schuld die we maken in ons leven.

Wij moeten weten vernederd te worden. Dat is los te zijn van alle aardse rijkdom en ons hart er niet op zetten. We moeten het niet overdrijven en dingen weg gaan gooien die God ons gegeven heeft. Als we rijk zijn in de wereld moeten we arm van geest worden, dat betekend dat we ons neer moeten buigen tot de armen en met hen meevoelen, als aangeraakt zijnde door het gevoel van hun zwakheid.

Job was ook arm van geest. Hij loofde God in Zijn wegnemen en geven van al zijn aardse goed.

In het arm zijn van geest moeten we ook ootmoedig en nederig zijn in onze eigen ogen. We moeten gering denken over onszelf, wat wij hebben, wie wij zijn en hoe zij doen. het is nodig dat wij God als groot erkennen en wij onszelf als gering. God is heilig en wij zijn zondig. Hij is alles, wij zijn niets.

In de geestelijke armoede moeten we ook afhankelijk worden van de verdienste van Christus en de geest en genade van Christus en niet van ons zelf.

We moeten eerst beginnen bij het arm worden van geest om hoger op te komen. Iedereen die hoog wil komen, moeten laag beginnen. Zij die vermoeid en belast zijn, zijn de armen van geest en zij zullen rust vinden bij Christus.

 

3 Hunner is het Koninkrijk der hemelen. De armen van geest zijn zalig, omdat zij deel hebben aan het Koninkrijk der hemelen. Zij bezitten het burgerschap in het Godsrijk. Maar wat is eigenlijk het Koninkrijk van God?

1 Het Koninkrijk van God is geestelijk: het is de geestelijke regering van God in Christus in het hart van een wedergeboren mens.

2 Het Koninkrijk van God is nu: de ware gelovige mensen hebben er nu al deel aan.

3 Het Koninkrijk van God is toekomst: bij de wederkomst van Christus zal Gods Koninkrijk volledig zijn. Het brengt geluk en zaligheid voor het lichaam. (2 Petrus 3:13)

In het paradijs zijn wij gevallen en toch heeft God de wereld en de mens niet aan de machten van de duivel prijsgegeven. De kop van de slag zou worden vermorzeld. Dat is gebeurd op Golgotha. Door de verzoening van het bloed van Christus heeft God zijn Koninkrijk weer op aarde. De Heilige Geest richt het op in de harten van zondaren en alles zal uitlopen op de volkomenheid van Godsrijk met een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Dan zal God zijn alles en in allen en iedereen zal erkennen dat De Heere, God is! Ben jij al een burger van Godsrijk?

 
Mattheus 5:4

Zalig1 zijn die treuren;2 want zij zullen vertroost worden.3

1Deze zaligspreking begint met het woord ‘zalig’.

Zalig betekend vol, gelukzalig betekend vol van geluk.

Iemand die zalig is ontbreekt het aan niets.
 
2Zalig die treuren?

We zouden het ook kunnen vertalen met: Gelukkig zijn de ongelukkigen. Wat voor soort verdriet brengt de troost van deze zaligspreking met zich mee?

Het gaat hier niet om het verdriet dat je hebt om het verlies van een familielid of vriend, een dierbare bezitting of gezondheid. De burgers van Gods Koninkrijk hebben verdriet over de verwoesting van de zonde die zij in zichzelf en om hen heen zien.

Het treuren in deze zaligspreking heeft Jezus het over de droefheid van de bekering. Dit ware berouw gaat niet alleen over de gevolgen van de zonde, maar over de zonde zelf. God staat in het middelpunt van de droefheid. Het gaat om wat wij God aangedaan heben.

Het leed wordt voor God uitgestort. In psalm 32:5 staat: Mijn zonde maakte ik U bekend en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor de HEERE.

De Heere Jezus las in de synagoge van Nazareth uit Jesaja 61. Daar wordt gezegd dat de Messias komt om alle treurigen te troosten, om de treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugde-olie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest. (vers 3) De treurige Sions ware vrome mensen in de ballingschap van Babel. Deze mensen waren ontroostbaar, zij treurden vanwege de verwoesting van de tempel en de stad, het verval van Gods kerk, de ontluistering van Gods Naam en vooral omdat dit kwam door hun eigen zonden. Hier stond Gods Koninkrijk in het middelpunt en niet ons zelf.

Het gaat hier ook over een meelevend treuren. Dat is treuren om de zorgen en kwellingen van een ander. Zij wenen met de wenenden, die met medelijden zien op omkomende zielen en wene daarover. Christus weende ook over Jeruzalem.

 

2Zij zullen vertroost worden. Jezus noemt de treurigen zalig. Snap jij het?: treuren en toch zalig zijn, maar de troost van het Evangelie is bijzonder voor deze treurenden. In het Grieks staat er zij en géén anderen. Geestelijke droefheid hebben we nodig op te weten wat hemelse troost is. Gods kinderen willen dan liever de droefheid naar God, dan in de wereld genieten. Hier op aarde zal altijd verdriet blijven, ook al troost God wel, in de wereld zult gij verdrukking hebben. Gelukkig blijft die droefheid niet, nee, zij zullen vertroost worden. Er is voor hen licht en het is zeker dat zij vertroost zullen worden in de hemel, net zoals Lazurus. God zal al de tranen van hun ogen wissen. Wat zal dat geweldig zijn, geen verdriet meer, maar alleen eeuwige blijdschap. Wonderlijk! Niet te bevatten als je kijkt in de wereld om je heen. Kijk alleen maar naar de aardbeving in Haïti, wat hebben die mensen een verdriet! De blijdschap is net een oogst die met tranen is gezaaid.

Jezus troost het verslagen hart met de boodschap dat de strijd op Golgotha is gestreden en de verzoening is aangebracht. (Jesaja 40:1)

In Chrisus is de enige troost, beide in leven en sterven. Het is ook een troost als de Heilige Geest in je hart komt wonen. Zonder troost kun je niet sterven, maar daarom is Christus gestorven om ons te troosten. God is een God aller vertroosting, Hij wil iedereen toosten, Hij toost de ziel, maar troost ook in het verdriet van het leven.

Wil jij ook door Hem getoost worden, de troost voor je ziel? Bid daar veel om.

 
Mattheus 5:5

Zalig1 zijn de zachtmoedigen;2 want zij zullen het aardrijk beërven.3

1Deze zaligspreking begint met het woord ‘zalig’.

Zalig betekend vol, gelukzalig betekend vol van geluk.

Iemand die zalig is ontbreekt het aan niets.
 

2Zijn de zachtmoedigen. Wat is eigenlijk een zachtmoedig persoon? Het is een persoon die geduld met de zwakheden van anderen heeft en niet strijdt voor eigen eer. Het wil niet zeggen: slap van karakter. Zachtmoedig zijn is: onbeschroomd, moedig en nooit wijkend waar het de zaak van God en Zijn eer betreft. Zij zijn zacht moedig, die liever 20 beledigingen zouden vergen, dan er één wreken. Zij die voor hun vijanden bidden om bekering. Deze zachtmoedigheid is niet van het karakter zelf, maar door de genade van de Heilige Geest krijg je dat. Zachtmoedigheid is geen deugd, maar het is genade. Mozes was ook een zachtmoedig man. In Numeri 12:3 staat: Doch de man Mozes was zeer zachtmoedig, meer dan alle mensen die op de aardbodem waren. In de opstand van Mirjam en Aaron werd Mozes niet boos, maar hij verdroeg geduldig hun opspraak totdat de Heere het voor Mozes opnam. Mozes was dit echt niet vanuit zichzelf, hij was juist driftig van aard, kijk maar naar de Egyptenaar die hij vermoorde, het slaan op de rots i.p.v. het spreken tegen de rost. Gods genade verandert het karakter. Zachtmoedigheid is een vrucht van Gods genade.

Christus zegt: leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen. (matth. 11:29). Christus verdroeg alle smaad, hoon en zelfs de dood. Als we daarnaar kijken gaat de toorn en de zelfverdediging weg.

Zij zijn zalig die zachtmoedig zijn, want zij zijn gelijk de zalige Jezus. Zij kunnen leven en sterven.

 

3weer volgt er hier een belofte, zij zullen het aardrijk beërven. Wie aan de ander denkt en niet voor zichzelf opkomt, maakt het niet in deze maatschappij. De brutalen hebben de halve wereld. Er is ellebogenwerk voor nodig om vooraan te komen. Wie de ander naar beneden trapt, komt zelf een sport hoger te staan. Zo gaat dat in de wereld en helaas ook dikwijls in de kerkelijke wereld.

Hoe kan Jezus nu zeggen: zij zullen het aardrijk beërven? Het is een belofte die verbonden is met de komst van het toekomstige Godsrijk. De zachtmoedigen worden bezitters van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Wat de goddeloze ook mogen bezitten, de volle, de echte, de gave wereld krijgen zij nooit! Er ontbreekt altijd nog wat aan hun geluk. Het is hoogstens een deel van de vervloekte wereld, die zij ontvangen. Adam verloor door de zonde zijn recht op de aarde. In Christus worden de ware gelovigen bezitters en koningen van de aarde.

 
Mattheus 5:6

Zalig1 zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid;2 want zij zullen verzadigd worden.3

1Deze zaligspreking begint met het woord ‘zalig’.

Zalig betekend vol, gelukzalig betekend vol van geluk.

Iemand die zalig is ontbreekt het aan niets.
 

2Zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Het gaat in deze zaligspreking niet om de gewone honger en dorst, maar om de honger en dorst naar de gerechtigheid. Daarmee wordt niet gezegd, dat de Heere zich de nood van hen die gebrek lijden niet aantrekt. Integendeel, de Heere toornt tegen hen die de armen, zwakken, vreemdelingen, weduwen en wezen geweld aandoen en gebrek laten lijden. God eiste van Israel ook sociale gerechtigheid. Je zou kunnen zeggen dat iedereen krijgt wat hij/zij toekomt. Er wordt recht gedaan. God is rechtvaardig als hij Zijn volk geeft wat Hij heeft beloofd.

Als een zondaar ooit gerechtigheid zal bezitten, moet hij die door het geloof in Christus vinden. We moeten deel hebben aan Christus en de belofte, dat een ieder die in Hem gelooft niet verderven, maar het eeuwige leven zal hebben.

Honger en dorst keren steeds weer terug. De levend gemaakte ziel roept om voortdurende maaltijden voor zijn ziel. Dat zij maaltijden van gerechtigheid, genade om het werk van elke dag op dezelfde dag te verrichten. Zij die hongeren en dorsen zullen werken om een voorraad eten. We moeten niet alleen geestelijke zegeningen verlangen, maar ook moeite doen voor het gebruik van de aangewezen middelen.

Het hongeren en dorsten naar de gerechtigheid van een burger van Jezus’ Koninkrijk heeft niet alleen betrekking op de relatie met God, maar ook tot de naaste. Chirstus’ onderdanen verlangen er naar, dat in de menselijke samenleving naar Gods geboden geleefd zal worden. Zij hongeren en dorsten er naar dat er recht zal worden gedaan. Zij zijn zalig, zij zijn gelukkig, ook al moeten ze weleens honger lijden, geestelijk en lichamelijk.

 

3Zij zullen verzadigd worden met de zegeningen die God hun geeft, wat zij verlangen voor de volkomen verzadiging, zij verlangen naar de komst van Gods Koninkrijk. God vervult deze hongerigen en dorstigen. Dat zingt Maria ook in haar lofzang: hongerigen heeft Hij met goederen vervuld. Er komt een Dag van gericht waarop God recht zal doen. Chirstus zal de nooddruftige dan bevrijden en de verdrukker verbrijzelen. De bergen zullen de volke vrede dragen, ook de heuvelen, met gerechtigheid. Onze belijdenis zeg er van: Daarom verwachten wij die grote dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus onze Heere. Artikel 37 van de Nederlandse geloofsbelijdenis.

 
Mattheus 5:7

Zalig1 zijn de barmhartigen;2 want hun zal barmhartigheid geschieden.3

1Deze zaligspreking begint met het woord ‘zalig’.

Zalig betekend vol, gelukzalig betekend vol van geluk.

Iemand die zalig is ontbreekt het aan niets.
 

2Zalig zijn de barmhartigen. Hier begint eigenlijk een tweede deel van de zaligsprekingen. Deze zaligsprekingen zijn gericht op de levensheiliging en de naaste.

Barmhartigheid heeft alles te maken met je hart. Het betekent dat je een brandend hart hebt ten opzichte van de ellende van een ander. De Heere ziet ook hier het hart aan. Barmhartigheid moet onder scheiden worden van het begrip genade. Barmhartigheid wijst altijd naar de pijn, de ellende en de gevolgen van de zonde, terwijl genad wijst op de zonde zelf en de schuld die daardoor voor God ontstaat. Genade vergeeft, maar barmhartigheid geneest, helpt en brengt verlossing.

Lees de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan maar eens.

In dit woord: zalig zijn de barmhartigen ligt ook het gezegde van Christus opgesloten, dat wij verder niet in de Evangeliën vinden: Het is zaliger te geven dan te ontvangen. Handelingen 20:35

Barmhartigheid is een deugd van God. Gods barmhartigheid. De Bijbel zelf zegt dat God rijk is in barmhartigheid. Gods barmhartigheid heeft in Christus verlossing teweeggebracht. Het is een daad van barmhartigheid, wanneer Gd een arm,ellendig zondaar de gerechtigheid van christus toerekent. Gods barmhartigheid is, dat Hij geeft waar Hij eisen kan. Als een zondaar Gods liefde en barmhartigheid in Christus heeft leren kennen, wordt hij ook een liefhebbend en bewogen mens. Ons zondige vlees blijft ik-gericht. Maar de Geest van Christus wint het in die strijd, hoewel wij ook moeten onderliggen.

Door de invloed en de werking van de Heilige Geest mogen de wedergeborenen uitverkorenen Gods, heiligen en beminden zijn. dan mogen zij de innerlijke beweging der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, lankmoedigheid aandoen. (kolossenzen 3:12b)

De barmhartigheid die Christus toont was een ware barmhartigheid. Daarom wordt Christus ook een barmhartige Hogepriester genoemd.

 
Mattheus 5:8

Zalig1 zijn de reinen van hart;2 want zij zullen God zien.3

 
 
Mattheus 5:9

Zalig1 zijn de vreedzamen,2 want zij zullen Gods kinderen genaamd worden3.

1Deze zaligspreking begint weer met het woord ‘zalig’.

Zalig betekend vol, gelukzalig betekend vol van geluk.

Iemand die zalig is ontbreekt het aan niets.
 

2Zalig zijn de vreedzamen. In de kanttekeningen staat verdemakers, zij die niet alleen voor zichzelf vredemakers zijn, maar ook bij de andere bevorderen ze de vrede. Ze willen met iedereen in vrede leven. De vrede is een vrucht van de Heilige Geest.

Zouden wij mogen wensen dat iedereen van ons er naar streeft om vreedzaam te zijn, vrede te stichten in het gezin, met andere, in de kerk en in de hele wereld.

In Hebreen 12:14 staat: Jaagt de vrede na met allen (dat betekend wees vergevingsgezind) en de heiligheid (bij dit woord, wordt er weer terug verwezen naar Matth. 5:8 Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien) zonder welke niemand den Heere zien zal.

Deze zaligspreking staat niet zomaar na de zaligspreking over de reinen van hart. De wijsheid die van Boven is, is als eerste rein en daarna vreedzaam. De zaligen zijn rein voor God en vreedzaam voor de mensen. Hier zie je duidelijk dat je eerst met God verzoend moet worden, voordat je echt vreedzaam kan zijn voor tot de mensen. Zulke mensen zijn zalig. Zij werken met Christus samen, Die in de wereld gekomen is om alle vijandschap te doden en vrede op aarde te verkondigen. De Heere Jezus heeft Zijn bloed gegeven om zalig te maken en met god te verzoenen wat verloren was. Er zijn geen zonden die het bloed van Jezus Christus niet kan vergeven. Abels bloed riep om wraak, maar Christus bloed roept om vrede voor ieder, die als overwonnen rebel op `Jezus bloed leert pleiten! Een rebel, die een opstandeling was maar vrede heeft gevonden door het bloed van Christus, zoekt de vrede met alle mensen.

Bidt om deze vrede met God door het bloed van Christus!.

 

3De tekst stopt niet, nee, die gaat juist verder met een bemoediging. Zij zullen Gods kinderen genaamd worden. God wil hen als zijn kinderen erkennen, bij God Zijn de gelovigen uitverkoren en dierbaar. Hij is een genadig God. Hij straft ons, maar naar onze zonden niet, anders zou Hij ons niet als kinderen Gods aan kunnen nemen.

De gelovigen mogen zichzelf ook Gods kinderen noemen, zij mogen die naam aannemen. God maakt hun dit bekend en verzekert hen daarvan door Zijn Geest en de merktekenen van de kinderen Gods.

 
Mattheus 5:10-12

Zalig1 zijn die vervolgd worden2 om der gerechtigheid wil3, want hunner is het Koninkrijk der hemelen4.

Zalig1 zijt gij als u de mensen smaden en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u sprekende,2 om Mijnentwil3.

Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen4; want alzo hebben zij vervolgd de profeten die voor u geweest zijn5.

 

1Weer klinkt hier het woord zalig, vol, gelukzalig, vol van geluk.

 

2Eigenlijk is het tegenstrijdig, want er staat zalig, vol van geluk, zijn die vervolgd worden. Het is toch helemaal niet vol van geluk als je vervolgd, uitgescholden, tegen je gelogen wordt en veracht wordt? Ze worden vervolgd, nagejaagd en ingehaald, zoals men een schadelijk dier najaagt om te doden. Er is angst bij en ben je dan gelukkig? Nee toch?

Als het vervolgd en nagejaagd worden om jezelf gaat, ben je niet vol van geluk.

 

3Als we verder lezen zie je waarom de gelovigen vervolgd worden, ‘om der gerechtigheid wil’, ‘om Mijnentwil’ om de rechtvaardige zaak, het werk van Christus, om het bloed wat Hij gestort heeft op Golgotha en om Zijn leer worden de gelovigen vervolgd. Zij lijden omdat zij doen wat goed is.

Zalig zijn zij, het is voor hen een eer om vervolgd te worden om Zijn Naam. Het is een gelegenheid om Christus te verheerlijken en om de bijzondere vertroostingen en tekenen van Zijn tegenwoordigheid te ondervinden.

In 1 Petrus 4:15 en 16 staat: Doch dat niemand van u lijde als een doodslager, of dief, of kwaaddoener, of als één die zich met eens anders doen bemoei; maar indien iemand lijdt als een christen, die schame zich niet, maar verheerlijke God in dezen dele.

De laatste zaligspreking is eigenlijk een soort test voor ons christen-zijn. Zijn wij een echte christen of alleen een naam-christen?

Hoe onderzoekend is het woord van Jezus: Lukas 6:26 Wee u, wanneer al de mensen wel van u spreken. De ware christen is gelijk zijn Meester. Johannes 15:18: Indien u de wereld haat, zo weet, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft. De wereld haatte Jezus en heeft Hem tenslotte uitgeworpen. Hoe meer wij het beeld van Jezus vertonen, hoe meer dit ook op ons van toepassing zal zijn. De ware christen is niet die man of vrouw die bij iedereen populair en gevierd is. 

1 Timotheus 2:12: En ook allen die godzaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden.

Soms lijkt het alsof wij geen vervolging hebben, toch ontmoet je dan op je werk, op school of in je familiekring spot en vijandschap. Het pijnlijkste is het wanneer Jezus’ woord vervuld wordt in Mattheus 10:36: En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn.

 

4 De Heere Jezus noemt de vervolgde mensen, gelukkige mensen. Hij doet dit niet zonder reden. Hij zegt: want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Met deze belofte is Jezus de zaligsprekingen begonnen. Hij begon met: Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. En nu eindigt Hij de zaligsprekingen daarmee. Zij zullen beloond worden; hunner is het Koninkrijk der hemelen. Zij hebben nu een vast recht op een lieflijke voorsmaak van het Koninkrijk der hemelen en eerlang zullen zij er in het bezit van zijn. ‘Uw loon is groot in de hemelen’. Zo groot, dat het de dienst ver overtreft. Het lijkt alsof Gods kinderen in de wereld de grote verliezers zijn, zij worden aan de kant geschoven, niet meegeteld. God zal ervoor zorgen dat zij die voor Hem verliezen, als is het hun leven zelf, in het einde toch niet door Hem zullen verliezen. Dit is het wat de lijdende heiligen te allen tijde ondersteund heeft: deze vreugde, die hen voorgesteld was.

Gods kinderen zullen horen: komt, gij gezegende Mijns Vaders, beerft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld: Mattheus 25:41.

 

5 Want alzo hebben zij vervolgd de profeten die voor u geweest zijn. De profeten waren voor ons in de tijd, ze zijn voor ons een voorbeeld geweest in het lijden en in de lankmoedigheid. Daarom: verblijdt en verheugd u. Het is niet genoeg geduldig en tevreden te zijn onder dit lijden, maar wij moeten ons verblijden. Zijn volgelingen mogen zich verblijden te midden van de smaad en het kruis. Niet dat wij hoogmoedig moeten zijn op ons lijden, maar wij moeten er een welbehagen in hebben, als wetende dat Christus hierin voor ons geweest is en dat Hij niet bij ons zal achterblijven. Er is loon voor hen weggelegd: genadeloon. Zij staan in een lange en gezegende traditie. De Heere Jezus zegt: je hoort bij Abel, bij Mozes, bij David, bij Jeremia, bij Paulus, bij Johannes, je staat in de rij van profeten, apostelen en martelaren. En al is het dan maar achterin: toch hoor je er bij. Jij mag er ook bij staan in die rij, wat geeft dat verbazing als de Heere dat laat zien. Dan wordt het eer om vanwege de naam van Christus smaadheid te dragen.

 

Met iedere zaligspreking zagen wij de kloof tussen de burgers van het Koninkrijk Gods en de burgers van het koninkrijk van de wereld breder worden. In de laatste zaligspreking is die het breedst. Daar vervolgt de wereld hen, die in Jezus Christus godzalig willen leven. In de tijd van het antichrist zal dit het hevigst zijn. maar dan is de verlossing van de Kerk ook nabij! De kloof tussen Gods kinderen en de kinderen van de wereld zal in de toekomstige wereld worden doorgetrokken: die het goede in Christus gedaan hebben, tot de opstanding de levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis (Johannes 5:29). Waar hoor jij bij? Waar je nu bij hoort, zal allesbeslissend zijn. 

 


Verwerkingsvormen         voor de +16/+19 JV

 
 
 Casus + vragen en stellingen rouleren
 

Voorbereidingen

Bij deze werkvorm is het de bedoeling dat de JV in groepjes verdeeld wordt door af te tellen. Het is aan te raden om de groepjes niet groter dan 6 tot 8 personen te maken. Tevens moeten de groepjes aan de tafels kunnen werken. Deze werkvorm leent zich voor verdieping bij een bijbelstudie.

 

Benodigdheden

-          tafels om aan te werken

-          Voor elke groep 2 x A4 papier en een pen

 
 

Werkwijze à blijf binnen je tijd

1.      Ieder groepje verzint 1 casus die te maken heeft met de zaligsprekingen, waarover je kunt discussiëren. Schrijf deze casus uit. Als je geen casus weet mag je onderstaande casus ook behandelen.

Een voorbeeld: Mijn alleenstaande buurman houdt veel van popmuziek. Doordeweeks is hij bijna altijd van huis voor zijn werk en komt hij vaak alleen thuis om te slapen. Alleen in het weekeinde is hij thuis. Meestal zit het huis ’s avonds vol. Men drinkt en de volumeknop van de stereo wordt steeds harder gedraaid. Wanneer je hem ontmoet, is hij niet onaardig. Je hebt hem een enkele keer gevraagd of de muziek wat zachter mag voortaan en op een dag ontstond er een gesprek. De buurman brengt in, dat hij tot 00:00 uur muziek draait, maar daarna is het stil. ‘k Ga me toch ook niet druk maken voor dat jengelende orgel van jullie op zondag avond. Mag ik alsjeblieft ook een beetje genieten? Heel de week ben ik hard aan het werk en dan wil je wel eens iets anders.

2.      Daarna maak je 2 vragen of stellingen waar het groepje meer over wil weten of een discussie over aan wil gaan. Schrijf de 2 vragen of stellingen op het blaadje.

3.       Je krijgt ongeveer 10 á 15 min de tijd om binnen je groepje de casus en vragen of stellingen te bespreken en een samenvatting op te schrijven.

4.      Geef de opgeschreven casus en vragen/stellingen door aan de volgende groep.

5.      Bespreek met je groepje de casus en de vragen/stellingen van het andere groepje.

·         Welke zaligspreking is bij deze casus van toepassing?

·         Waarom is deze zaligspreking van toepassing?

·         Hoe zou jij reageren?

Z.O.Z.

Afronding

Plenaire bespreking. Er wordt een casus voorgelezen, inclusief reactie. Dit betreft zowel de reactie van het eerste groepje, alsook de reactie van het groepje, die de casus voorleest. Het eerste groepje mag reageren, daarna mogen ook andere groepjes reageren. Hierdoor kan, als de tijd het toelaat, een mooie plenaire discussie ontstaan. Er kunnen samenvattende conclusies worden geformuleerd.

 

Opmerkingen

-          Probeer prikkelende stellingen te formuleren.

-          Wees kritisch op de wijze, waarop men reageert op een casus.

-          Wees scherp en kritisch tijdens de plenaire discussie.