Inleiding ziekte en genezing in bijbels perspectief
De voorbede wordt gevraagd voor mevrouw X die deze week
wordt opgenomen in het ziekenhuis om geopereerd te worden.
Voorbede in jouw gemeente. In de media horen we van mensen
die naar samenkomsten gaan en wonderlijk genezen van een
ziekte waaraan zij jarenlang hebben geleden. Misschien worstel
jij zelf wel met ziekte. Je hebt al heel veel om genezing gebeden,
maar niets lijkt te helpen. Moeten we in onze gemeenten ook niet
zulke samenkomsten organiseren?
Programma:
Opening:
- lezen Mattheüs 9:18-35?
- zingen
Inleiding
- Ziekte en genezing in het OT en NT
- Gebed en genezing
- Verhoring op het gebed
Zingen?
Mededelingen
Pauze
Verwerking
- in kleine groepjes standpunt vormen/beslissing nemen over stelling/casus
- Plenaire bespreking
- Gelegenheid om vragen te stellen
Inleiding
De voorbede wordt gevraagd voor mevrouw X die deze week
wordt opgenomen in het ziekenhuis om geopereerd te worden.
Voorbede in jouw gemeente. In de media horen we van mensen
die naar samenkomsten gaan en wonderlijk genezen van een
ziekte waaraan zij jarenlang hebben geleden. Misschien worstel
jij zelf wel met ziekte. Je hebt al heel veel om genezing gebeden,
maar niets lijkt te helpen. Moeten we in onze gemeenten ook niet
zulke samenkomsten organiseren?
Wat wordt er in het Oude en Nieuwe Testament gezegd over ziekte en
zonde? Daar wordt eerst naar gekeken. Daarna willen we kijken naar ziekenzalving.
Vervolgens wordt er stilgestaan bij gebedsgenezing. Wat is dat en
hoe wordt daar nu vorm aan gegeven?
Ziekte en zonde in het Oude en Nieuwe Testament
Sinds de zondeval is er al ziekte in deze wereld. Toch zijn erin het OT bijna geen gegevens over artsen te vinden. Als ze genoemd worden, is dat vaak in negatieve zin. Asa gaat bijvoorbeeld naar de heelmeester voor de ziekte aan zijn voeten (2 Kronieken 16:12) Asa zoekt zijn hulp dus niet bij de Heere, maar bij heidense beoefenaars van de geneeskunst. Deze “artsen” kwamen veel voor bij de heidense volken om Israel heen, maar de Israëlieten mochten er geen gebruik van maken. Ook komen er niet veel teksten over het verzorgen van wonden met olie of balsem in het OT voor. Dit geeft wel aan dat er in Israel zorg aanwezig was, maar de nadruk ligt in de Bijbel op God als Heelmeester, Hij is de Geneesheer. Dit wordt ook getoond d.m.v. genezingswonderen of wonderen van herstel. In de psalmen komt deze eigenschap van de Heere ook terug. Voor de Israëlieten in het OT horen de vergeving van zonde en genezing van ziekte bij elkaar. Het zijn tekenen van de heilstijd die zal aanbreken bij de komst van de Messias.
In het Nieuwe Testament besteedt de Heere Jezus veel aandacht aan wonderen van genezing. Van de 1257 verzen die gebeurtenissen beschrijven gaat bijna 40% over de genezing van lichamelijke en geestelijke ziekten en de opstanding uit de dood. Mattheus vat het werk van Jezus op aarde als volgt samen: Hij ging alle dorpen en steden langs en leerde in hun synagogen, Hij verkondigde het Evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en kwaal. De Heere toont macht over de ziekte. Wanneer bijvoorbeeld de schoonmoeder van Petrus hevige koorts heeft, bestraft Hij de koorts, en de koorts verliet haar. Ook worden op Zijn koninklijk bevel boze geesten uitgeworpen. Door wonderen te doen bewijst Jezus daarnaast dat Hij de Messias en Zoon van God is. In de Bijbel wordt maar een klein gedeelte weergegeven van de wonderen die de Heere Jezus gedaan heeft. Johannes schrijft aan het eind van zijn Evangelie dat wanneer alle wonderen beschreven zouden worden, de wereld het aantal boeken niet zou kunnen bevatten (Joh 21:25).
In vergelijking met het Oude Testament blijkt dat er in het Nieuwe Testament een diepere invulling gegeven wordt aan het welzijn dat God op het oog heeft voor de mens. Het accent in het Oude Testament lag op de vervulling van welzijn in het nu en in het zichtbare. In het Nieuwe Testament komt welzijn sterker in het eeuwigheidsperspectief te staan. Hiertussen mag echter geen sterke tegenstelling gemaakt worden. De Heere waarschuwt dan ook dat je gezond kunt zijn en toch eeuwig verloren kunt gaan, of andersom. Dit blijkt uit de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus. In het perspectief van de eeuwigheid blijkt Lazarus degene te zijn die schatrijk is. Voor de rijke man geldt het tegenovergestelde, hij blijkt aan het einde van zijn leven ontzettend arm te zijn. Deze gelijkenis laat zien dat het verband tussen aardse zegen en geestelijke zegen in het Nieuwe Testament bijna helemaal verbroken is. Niet helemaal, dit kunnen we zien bij de man die al 38 jaar ziek is en in Bethesda ligt; hij krijgt het volgende te horen uit Johannes. Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet wat ergers geschiede. Ook ziekte als directe straf komt af en toe in het Nieuwe Testament voor. Een voorbeeld hiervan is Herodes. Hij voert een brallerige rede en laat zich daarna toejuichen door de mensen. God bestraft dit met een darmziekte. (‘en hij wordt van de wormen gegeten en gaf de geest.’ Handelingen)
Toch is er geen automatische samenhang meer tussen persoonlijke zonde en een aanwezige ziekte. De relatie tussen zonde en ziekte is veel minder direct.
Ziekenzalving
In Jakobus 5 staat dat wanneer iemand in de christelijke gemeente ziek is de ouderlingen geroepen moeten worden. In vers 14 staat: Is iemand krank onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in de Naam des Heeren. De vraag is hoe we deze tekst moeten begrijpen. Moeten we echt de ouderlingen of predikanten vragen om zieken te zalven?
Ten eerste is het belangrijk om goed vast te stellen, dat Jakobus in zijn brief geen voorschrift geeft tot ziekenzalving. Het is de bedoeling van Jakobus de lezers aan te sporen of te vermanen. Hij spoort de lezers aan alles te verwachten van het gebed tot God. Men mag een gebed als middel niet gering schatten. “En het gebed des geloofs zal de zieke behouden, en de Heere zal hem oprichten, en zo hij zonden gedaan zal hebben, het zal hem vergeven worden. Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt. Een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel” staat er in vers 15 en 16. Ouderlingen worden geroepen om te bidden voor en zieke en zalven in de naam van de Heere. Deze vezen zijn bedoeld om het mogelijke verband tussen een concrete zonde en ziekte aan te wijzen en verwijzen niet naar een specifieke handeling die gekoppeld is aan de ziekenzalving.
Het zalven met olie is in de tijd van het NT een gebruikelijke manier om het genezingsproces te bevorderen. Voorbeelden hiervan vinden we in Lukas waar het over de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan gaat.
Verder stond er in vers 14 dat de ouderling over hem bidden. Dit doelt op een bepaalde gebedshouding. IN die tijd was het gebruikelijk staande te bidden. Ouderlingen zouden dan staande om een zieke bidden. Het zou ook kunnen zijn dat er hier verwezen wordt naar het opleggen van de handen. In het NT komt dat voor. In al deze gevallen is de handoplegging een teken van de zegen die de Heere wil geven. Dat de ouderlingen dit doen in de naam van de Heere wil zeggen dat de genezing verwacht moet worden op gezag van de Heere.
Ondanks dat wij natuurlijk een arts raadplegen wanneer we ziek zijn, is het nog steeds goed dan ook de ouderlingen te roepen of op de hoogte te stellen. Meeleven, meelijden en meebidden is een taak die op verschillende plaatsen in de Bijbel wordt onderstreept. Belangrijk is zeker dat het accent niet op de middelen moet liggen, maar op een gelovig gebed. Zoals toen de olie het middel was om zieken te doen herstellen, zo moeten de huidige middelen gebruikt worden. Maar dan wel met het gebed of God de middelen wil zegenen. Het gebed in geloof heeft kracht, ook als er geen bijzondere middelen aan te pas komen.
Hoe Jezus mensen genas
De wonderen van de Heere Jezus gebeuren vaak spontaan en niet op een
vastgesteld moment. Hij geneest op Zijn machtswoord, zoals bij de
maanzieke jongen. Soms vraagt Hij de zieke iets te doen zoals de verlamde
van Bethesda: ‘Sta op, neem uw bedje op en wandel.’ (Johannes 5:8). De tien
melaatsen die om genezing vragen, moeten zich aan de priester gaan tonen
en op weg daar naar toe worden zij genezen (Lukas 17:11-19) . De
blindgeborene moet het slijk van Zijn ogen gaan wassen in het badwater
Siloam. (Johannes 9:7). In zulke gevallen moet de zieke blindelings geloven
wat Jezus zegt, zelfs als Hij iets onmogelijks of schijnbaar zinloos vraagt. In
andere gevallen raakt Jezus de zieken aan. Hij legt Zijn handen bijvoorbeeld
op de vrouw die achttien jaar verkromd was en gelijk richt ze zich op (Lukas
4: 40). Soms wordt iemand ook genezen door hem of Zijn kleding aan te
raken. Op deze manier mag de bloedvloeiende vrouw de genezende kracht die van
hem uitgaat ontvangen (Markus 5: 25-34).
Soms gebruikt Jezus bij Zijn genezing ook middelen. Als men een dove tot hem brengt die moeilijk spreekt, steekt Hij de vingers in de oren van de man, dan raakt Hij de tong van de dove man aan met Zijn eigen speeksel, Hij ziet op naar de hemel, zucht en zegt: Effatha!’-’Wordt geopend’ (Markus 7:32-37). Jezus kan daarnaast zieken genezen die niet in Zijn aanwezigheid Zijn. Zo geneest Hij op afstand de zoon van de hoveling (Johannes 4: 46-54), de dochter van de Kananese vrouw (Mathëus 15:21-28) en de slaaf van de hoofdman te Kapernaüm (Lukas 7:2-10). In alle gevallen van wondergenezing is duidelijk dat de genezing onmiddellijk en volkomen is . Daar bestaat geen discussie over, zelfs niet bij Jezus tegenstanders. Kenmerkend voor deze wonderen is de rust en stilte. Jezus gebied meerdere keren over het wonder te zwijgen. Zo mogen Jaïrus en Zijn vrouw niemand over de opwekking van hun dochtertje vertellen ( Markus 5:43) bij de Heere staan wonderen ten slotte nooit op zich zelf, maar altijd in het teken van het koninkrijk der hemelen en ondersteunen ze Zijn prediking.
Gebed en genezing
In de christelijke gemeente gebeuren wonderen, ook onder ons in deze tijd. Veel mensen weten van een wonder in hun directe omgeving, familie, of zelfs gezin. Tegelijkertijd nemen we ook waar dat de Heere veel gebeden om genezing niet verhoort. Mensen worden ziek. Er wordt gebeden, zelfs gesmeekt om genezing, maar er volgt geen herstel. Alle middelen zijn ingezet, allerlei artsen en ziekenhuizen zijn bezocht en toch gaat het ziekteproces door.
Op een dag wijst iemand een zieke in zo’n situatie op een gebedsgenezingsdienst. Hij heeft gehoord dat het bij anderen geholpen heeft. En baat het niet, dan schaadt het toch ook niet? De zieke besluit het een kans te geven. Een (ingekort) verslag van iemand die ene genezingsdienst bijwoonde van voorganger Jan Zijlstra:
“Er waren ongeveer 250 mensen aanwezig. De dienst begon op zondagavond om 19.00 uur met veel zingen. Veel opwekkingsliederen, goed begeleid. Opvallend was dat bij verschillende liederen drie mooie jonge meiden, gekleed in strakke, glimmende, zilverkleurige pakjes op het podium stonden te dansen en met vlaggen zwaaiden. Het zingen duurde lang. Pas na een half uur begon het optreden van Jan Zijlstra. Hij heette welkom, sprak toe, bad, las uit de Bijbel en hield een preek. De boodschap van de preek was: ‘ziekte komt van demonen, God wil niet dat zijn kinderen ziek zijn.’ Dit alles werd afgewisseld met zingen. Daarna sprak hij uitvoerig over zijn vele plannen, waaronder het organiseren van tournees en het uitgeven van een full colour magazine. Voor die plannen was heel veel geld nodig. Met grote nadruk werd ons op het hart gebonden toch vooral te geven voor het koninkrijk van Jezus Christus. Het liefst door het invullen van de machtiging die we bij binnenkomst kregen.
Het was inmiddels al later dan 21.00 uur toen het eigenlijke genezen begon. De videocamera werd aangezet. Steeds vroeg Zijlstra eerst of zijn geloofden in Jezus Christus en of zij hun leven aan de Heere hadden gegeven. Vervolgens informeerde hij naar de kwaal, raakte het zieke lichaamsdeel aan of legde zijn handen op hun hoofd. Wanneer de vraag ‘geloof je dat God je kan genezen?’ bevestigend werd beantwoord, begon hij luidkeels te bidden en op bevelende toon de ziekmakende geest te zeggen dat die uit moest gaan. Talloze malen herhaalde hij de woorden ‘in de naam van Jezus’ en vanuit de zaal werd dit meegepreveld. Achter elke patiënt stond iemand voor de veiligheid, om hem op te vangen wanneer hij eventueel zou vallen. Ook was er ene jongen van ongeveer tien jaar, die samen met zijn moeder naar voren kwam. De jongen liep wel, maar zijn moeder vertelde dat hij door een spierziekte weinig kracht in zijn benen had. Zijlstra sprak over de jongen een gebiedend gebed uit. Vervolgens beval hij de jongen: ‘Vooruit, ga lopen, ga rennen, in de naam van Jezus! Schiet op, ren eens heen en weer door die zaal.’ Toen de jongen aarzelde, gaf hij hem een duwtje. Vervolgens liep de jongen inderdaad op een drafje heen en terug. Er klonk applaus en ‘halleluja’. Vervolgens werd de jongen – net als eerdere patiënten – meteen door iemand van het opvangteam meegenomen de zaal uit.”
Wanneer mensen hun toevlucht tot een dienst van gebedsgenezing nemen, zoals beschreven bijvoorbeeld, kan dat verschillende gevolgen hebben.
Er zijn mensen die niet genezen. Zo is er het voorbeeld van een moeder die met haar dochtertje met Downsyndroom afreisde naar Nigeria. De ‘profeet’ Joshua bad voor het kind en verzekerde haar dat haar dochtertje was genezen. Dit bleek uiteindelijk, na een tijd van hopen en bidden, niet het geval te zijn.
Anderen voelen zich beter op het moment van het gebed en men spreekt van een wondergenezing. Of men voelt niet direct vermindering of verdwijning van de klachten, dat gebeurt stapsgewijs. In beide gevallen blijkt het geen blijvende genezing te zijn. De symptomen komen terug, of er komen andere klachten. Men wordt weer invalide. Het blijkt dan een gedeeltelijke of tijdelijke genezing te zijn.
De aandoeningen waar het hier om gaat zijn vaak gerelateerd aan de psychosomatiek. Dit moet niet verward worden met psychisch, of ‘tussen de oren’. Een verband tussen lichaam en geest bestaat wel degelijk. We spreken toch ook over ‘rood van kwaadheid’ of ‘bleek zien van schrik’? Dit soort aandoeningen zijn erg complex en kunnen heel ingrijpend zijn. Artsen kunnen er vaak moeilijk grip op krijgen. Deze aandoeningen kunnen niet zomaar met medicijnen verholpen worden en worden vaak als een groot kruis ervaren.
Dergelijke aandoeningen zijn niet minder serieus te nemen, maar het is opmerkelijk dat het juist om dit soort aandoeningen gaat bij de hedendaagse genezingswonderen. We horen niet vaak van genezingen door gebedsgenezers van puur lichamelijke aandoeningen. Zo zien we bijvoorbeeld nooit dat iemand die volledig onder een huidziekte zit, na een gebed volledig genezen is.
Zonder de spot met dergelijke ‘wonderen’ te drijven, is het goed erover na te denken dat de bijbelse voorbeelden van wonderen juist volkomen zijn. Blinden, doven, mensen met hoge koorts, verlamden, enzovoorts, worden helemaal beter. Denk bijvoorbeeld ook aan de genezing van Naäman (2 Koningen 5). Deze melaatse geneest niet alleen van zijn ziekte, hij krijgt een huid als van een kleine jongen (vers 14).
Dat de wonderen van de Heere volkomen moeten zijn, blijkt ook uit de keer dat de Heere een blinde in Bethsaïda de handen oplegt. De man zegt daarna dat hij de mensen ziet wandelen als bomen (Markus 8:24). Dat vindt Jezus echter niet voldoende. Hij legt opnieuw de handen op zijn ogen, en hij werd hersteld en zag hen allen ver en klaar (vers 25.
Juist in de volkomenheid en in de totaliteit van het genezingswonder laat Christus zien dat Hij een volkomen Zaligmaker is. Hij geneest volkomen en vergeeft volkomen! Die twee zaken zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. En dat wordt door de wonderen bevestigd.
Belangrijk in dit verband is ook dat de Heere Jezus en Zijn discipelen mensen genazen op hun machtswoord. Vaak wordt in een dienst van genezing ingepraat op de zieke. De druk op iemand wordt steeds meer opgevoerd. Woorden of zinnen worden vele keren herhaald en de genezer beantwoordt steeds zijn eigen vragen. Dit lijkt meer op een methode van genezingsdwang, dan op de manier waarop Jezus en Zijn discipelen mensen beter maakten.
Het is komt ook voor dat mensen voelen dat zij hersteld zijn en bij wie de ziekte niet meer terugkomt na bezoek aan een dienst van genezing. Wanneer zo’n wonder wordt verricht, is de reactie van omstanders van het genezingswonder vaak: ‘Zie je wel, het werkt, dus het is waar! ’Wat is dan waar? Dat moet de boodschap van de genezer zijn. En die boodschap is dat genezing beschikbaar is voor wie gelooft. Daarmee wordt je wel op je eigen geloof teruggeworpen. Wat als je niet genezen wordt, terwijl je biddend naar zo’n dienst bent gegaan? Schiet je geloof dan tekort? Heb je te weinig of verkeerd gebeden? Of ‘het waar is’, moet dan ook getoetst worden aan de prediking van een genezer. Eerder zagen we al dat een wonder een drager is van de boodschap. Het woord en het wonder hangen dus nauw samen.
In veel kringen waarin gebedsgenezing wordt toegepast, klinkt het: ‘Ziekte komt van demonen. God wil niet dat Zijn kinderen ziek zijn’. Er zijn echter situaties waarvoor wij geen verklaring of oplossing hebben. Die ondanks dat ze in het gebed aan de Heere worden voorgelegd ook niet veranderd worden. Denk bijvoorbeeld aan Paulus. Hij verrichtte zelf meerdere wonderen. Maar hij bad ook verschillende keren of de Heere ‘de scherpe doorn in zijn vlees’ wilde wegnemen. En dat gebeurde niet. De Heere antwoordde: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht (2 Korinthe 12:7-9).
Hier komen we op het punt van Gods vrijmacht, Zijn soevereiniteit. God is vrij in Zijn doen en laten. Hij is ook vrij hierover aan ons iets of niets te vertellen, laat staan Zich tegenover ons te verantwoorden. Dat is een fundamenteel deel van het bijbels belijden. God staat zover boven de willekeur van een nietig mensje.
Een visie op ziekte en tegenspoed wordt dus gekleurd door een bepaald godsbeeld. Aan de ene kant wordt er verteld van een God die niet wil dat Zijn kinderen ziek zijn en die hen op commando geneest, mits ze geloven. Aan de andere kant wordt er een God getekend die soeverein is. Die loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijze en drank, gezondheid en krankheid… niet bij geval, maar van Zijn Vaderlijke hand ons doet toekomen. (HC, zondag 10, antw. 27)
Iemand schreef: ‘De troost van dit belijden voor mij is dat ik in mijn ziekte me mag wenden tot mijn God en Vader, die mij genezen kan, maar in Zijn Vaderlijke zorg en liefde mij niet altijd genezen wil. Ook dat laatste is troost. Al begrijp ik mijn Vader niet, zelfs met de vragen en de worstelingen, de pijn en het verdriet, kan en mag ik nog blijven schuilen bij het hart van mij God en Vader. Hij laat mij niet in de kou staan, omdat ik niet geloof.
Wanneer een dienst van genezing vergeleken wordt met wat de Bijbel zegt over gezondheid en ziekte en de wonderen van de Heere Jezus, vallen de volgende punten op:
- Jezus’ wonderen gebeurden spontaan en niet op een voor mensen vastgesteld moment. Dit staat in groot contrast tot de georganiseerde shows die diensten van genezing soms zijn, met voor het moment geprogrammeerde muziek, videoschermen en veel applaus.
- Wanneer de Heere Jezus iemand genas, was het resultaat er direct en volkomen. Dit is vaak niet het geval bij wonderen van genezing die in dergelijke diensten plaatsvinden.
- De Heere genas op Zijn machtswoord. In een dienst van genezing wordt een bepaald zinnetje vaak heel veel keer herhaald. Ook kan het gebeuren dat de zieke zelfs een duwtje krijgt. Dit lijkt meer op genezingsdwang, danop de macht die de Heere Jezus over ziekte had.
- De boodschap in een dienst van genezing is vaak: ‘Alles is mogelijk, als je maar gelooft’. Deze claim, dat geloof tot genezing leidt, is misleidend. Het woord ‘geloof’ dat op deze manier gebruikt wordt, heeft niets te maken met zaligmakend geloof, maar met vertrouwen in de ‘genezer’ en het idee dat ondanks alles genezing toch mogelijk is.
- De stelling dat ‘ziekte van de demonen komt en God niet wil dat Zijn kinderen ziek zijn’ is ook misleidend. Een waar gelovige wordt niet altijd genezen, omdat niet altijd in het plan past wat God voor Zijn kind heeft. Hij is vrij in Zijn doen en laten en geneest Zijn kinderen niet op commando.
Verhoring op het gebed
Genezing op het gebed. Het is een wonder als iemand, tegen alle verwachtingen van de geneeskunde in, beter wordt. De Heere kan en wil nog steeds wonderen doen en op buitengewone manieren werken. Hij heeft alle macht in hemel en op aarde.
Het gebed en gebruik van middelen sluiten elkaar echter niet uit, zagen we in het gedeelte over ziekenzalving. De Heere werkt meestal op gewone wijze. In dat geval zegent Hij de middelen en mag genezing volgen. We mogen – en moeten – daarom de middelen gebruiken, anders handelen we niet verantwoord.
Wat van belang is, is hoe we de middelen gebruiken. We hebben de Heere soms nauwelijks nodig, want de artsen kunnen zoveel. Dat zeggen we natuurlijk niet hardop, maar zo leven we vaak wel. We vinden het vaak vanzelfsprekend dat we weer beter worden of dat we door een operatie heen komen. Misschien is er zelfs niet om gebeden en alles lijkt vanzelf weer goed te gaan. Blijkbaar werkt God dus ook zonder dat Hij er om wordt gevraagd. Misschien is dat zelfs wel zo in de meeste gevallen. Duizenden mensen bezoeken de huisarts of het ziekenhuis en hebben baat bij de middelen die worden aangewend. Waarschijnlijk bidden de meesten van hen daar niet om, hebben ze God daar niet voor nodig.
We moeten echter niet denken dat we, wanneer we wel bidden een bepaald recht hebben op verhoring of dat we beter zijn dan degenen die niet bidden. Wij zijn allemaal zondaars. Het feit dat de Heere heel vaak ongevraagd gezondheid en genezing schenkt, laat zien dat Hij goed is. Zo toont Hij zijn barmhartigheid en genade. Het is belangrijk om dat steeds te bedenken.
Casussen/Stellingen
Ø In onze gemeenten komt geloofsgenezing vaker voor dan wondergenezing.
Ø Beter ziek en eens met de Heere, dan genezen en geen vrede met God.
Ø Marieke is 17 jaar en er openbaart zich een ernstige spierziekte bij haar. Ze weet dat ze met deze ziekte zeker niet oud zal worden. Ze weet dat God alle dingen in het leven leidt, maar ze tobt over de vraag: ‘Waarom moet mij dit nu overkomen’. Ze heeft gehoord van genezingsbijeenkomsten in een gemeente niet zover van haar woonplaats vandaan. Ze twijfelt of ze daar een keer heen zal gaan. Aan de ene kant denkt ze ‘Ik kan het allicht proberen’. Aan de andere kant voelt ze zich er ook niet helemaal lekker bij.
Wat zou jij doen als je Marieke was? Wat zou je Marieke adviseren?
Ø Een aantal keer kwam de stelling ‘Ziekte komt van demonen (van de duivel)’. Ben je het daar mee eens?
Ø Vergelijk onderstaande teksten met elkaar. Welke tekst zou je gebruiken in je oordeel over gebedsgenezing?
2 Johannes 5 : 14 en 15
14 En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons verhoort.
15 En indien wij weten dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, zo weten wij, dat wij de beden verkrijgen, die wij van Hem gebeden hebben.
Mattheüs 6:6
6 Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bid uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen is, zal het u in het openbaar vergelden.
Ø Meneer X is ernstig ziek. Het zal niet lang meer duren voor hij overlijdt. Hij is er stellig van overtuigd dat hij naar de hemel zal gaan. Afgaande op zijn levensstijl ben je daar niet zo zeker van. Wat doe je: Laat je hem rustig (met dit idee) overlijden, of probeer je hem er nog van te overtuigen dat zijn overtuiging wel eens niet zou kunnen kloppen?
Ø De discipelen genazen mensen in de Naam van Jezus. Kun je Jan Zijlstra hiermee vergelijken?
Ø Casus ‘Geboorte van een ernstig gehandicapt kindje’
Na een normale zwangerschap wordt een ernstig gehandicapt kindje geboren. Het heeft de hersentjes in een soort vruchtzak op het achterhoofdje en dus niet in de schedel. Het kind lijkt verder helemaal gezond. Het kindje wordt eerst naar een gewoon ziekenhuis gebracht waar ze direct zeggen dat het kindje eigenlijk geen levens-/overlevingskansen heeft en dat zij er niets mee kunnen. Op aandringen van de ouders wordt doorverwezen naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis te Utrecht. Hier wordt hetzelfde gezegd maar wordt het kindje toch opgenomen om nog onderzoek te doen. Ouders krijgen het gevoel dat hun kind een object voor de wetenschap gaat worden, maar weten ook niet goed wat ze moeten. Na enkele dagen wordt gezegd dat er medisch niets aan gedaan kan worden en dat het kindje dus mee naar huis mag, omdat het beter thuis kan overlijden. De ouders vonden dit uiteraard heel moeilijk en hadden hier geen vrede mee omdat het kind verder gezond was. Ze wisten verder ook niet wat ze moesten doen.
Een familielid kende echter een gezin waar hetzelfde was gebeurd. Dit kindje was in het St. Radbout ziekenhuis te Nijmegen geopereerd en was inmiddels 6 jaar.
De ouders hebben contact opgenomen met deze familie om als lotgenoten met elkaar te kunnen delen. Er waren zoveel vragen.
Na overleg met hun huisarts zijn deze ouders ook naar het St. Radbout ziekenhuis gegaan waar verteld werd dat hun kindje ook geopereerd kon worden, maar met veel risico’s: het kind kon overlijden tijdens de operatie, maar ook zouden de hersentjes beschadigd kunnen worden met verschillende gevolgen op lichamelijk of verstandelijk gebied. Weer vragen en bidden de ouders om wijsheid. ‘Is dit ethisch verantwoord? Wordt ons kind niet een object voor de medici om uit te proberen?’
Inmiddels is het kind geopereerd en hebben ze de hersentjes in de schedel kunnen plaatsen. Het kind is nu 13 jaar maar heeft helaas een verstandelijk handicap, is verlamd aan haar benen en blind. Toch zijn de ouders dankbaar dat ze deze beslissing hebben genomen.