Weergave

(+16 & +19) Registreer of log in:

Inleiding 'De vroegchristelijke kerk'

De christenen in de eerste drie eeuwen na Christus wonen in gebieden die deel uitmaken van het grote Romeinse keizerrijk. Het Romeinse rijk is dan op het hoogtepunt van haar bloei. Er is sprake van rust en vrede. Zo nu en dan komt er volken in opstand, maar het leger is snel inzetbaar om deze onlusten de kop in te drukken.
In het Romeinse rijk leven veel verschillende volken. Ieder volk heeft zijn eigen cultuur. Maar door de overheersing van de Romeinen zijn er ook veel overeenkomsten.

Verspreiding van het christendom in een Romeinse wereld:

De samenleving waarin de eerste christenen levenDe christenen in de eerste drie eeuwen na Christus wonen in gebieden die deel uitmaken van het grote Romeinse keizerrijk. Het Romeinse rijk is dan op het hoogtepunt van haar bloei. Er is sprake van rust en vrede. Zo nu en dan komt er volken in opstand, maar het leger is snel inzetbaar om deze onlusten de kop in te drukken.
In het Romeinse rijk leven veel verschillende volken. Ieder volk heeft zijn eigen cultuur. Maar door de overheersing van de Romeinen zijn er ook veel overeenkomsten.
Een belangrijke overeenkomst is de standenmaatschappij. De hoeveelheid land en vermogen bepaalt hoe hoog je in de standenmaatschappij staat. De hoogste 2 klassen zijn de senatoren en de ridders. Zij vormen het bestuur in het rijk. Daaronder komen de vrije burgers, de vrijgelaten slaven en de slaven. De omstandigheden waarin deze klassen leven zijn vaak slecht. 2/3 van de bevolking leeft op of onder het bestaansminimum.
De invloed van de Romeinen is ook duidelijk zichtbaar in de godsdienst. Iedereen in het grote Romeinse rijk gelooft in een of meer goden. Atheïsme komt niet voor. Het erkennen en vereren van goden hoort bij het dagelijks leven. Het is belangrijk om de goden regelmatig te vereren anders kunnen ze boos worden en zullen zij de bevolking straffen. Behalve de goden krijgt ook de keizer goddelijke verering. Keizer Augustus ziet de keizerverering als een middel om de burgers bij Rome te betrekken. Niet alleen priester, maar ook van de gewone burgers worden offers verwacht.

 

De verbreiding van het ChristendomDe verbreiding van het christendom begint in Jeruzalem. De Heere Jezus geeft Zijn discipelen de opdracht om het Evangelie te verkondigen onder alle volken. De discipelen beginnen deze zendingsopdracht tijdens de uitstorting van de Heilige Geest. De verbreiding van het evangelie ontstaat in het begin vooral vanwege de vervolgingen door Saulus en helpers. Een groot aantal christenen vlucht daardoor uit Jeruzalem. In de plaatsen waar zij heen vluchten verkondigen zij het wordt van God. Handelingen 8:4: “Zij dan nu, die verstrooid waren, gingen het land door, en verkondigden het Woord.” Zo ontstaat de eerste christelijke gemeente onder de heidenen in Antiochie.
Na verloop van tijd gaat men over op het maken van zendingsreizen. In de eerste eeuw zijn er vooral veel christelijke gemeenschappen gesticht in Klein-Azie, wat nu Turkije is. Andere christelijke gemeenschappen worden vooral langs de Middelandse Zee gesticht, omdat het schip in die tijd het snelste vervoermiddel was. In de tweede eeuw breidt het christendom zich steeds meer uit naar het minder toegankelijke binnenland. Eind van de tweede eeuw zijn er al gemeenschappen in Frankrijk en zelfs enkele in Duitsland. Het aantal christenen ligt dan rond de 2 procent van de rijksbevolking. Eind van de 3e eeuw is het christendom in bijna het hele rijk aanwezig. De verbreiding van het christendom is erg snel gegaan. Dit komt vooral doordat er weinig culturele belemmeringen zijn tegen het christendom. Nieuwe christenen kunnen bijvoorbeeld gewoon hun oude beroep houden. De Romeinse cultuur staat zelfs open voor de nieuwe God van de christenen. Een mooi voorbeeld daarvan geeft de prediking van Paulus op de Areopagus, bij Athene. Paulus had in Athene een beeld gezien voor de onbekende God en vertelde de Grieken wie deze God was. De Grieken waren zeer geïnteresseerd in goden die zijn niet kenden. Het was namelijk erg belangrijk om alle goden te vriend te houden, zodat ze gespaard zouden blijven voor rampen. Nu konden ze ook deze God aanbidden.

 

Weerstand tegen het christendom:Klachten tegen christenen
Helaas betekende deze open houding niet altijd dat de bevolking deze nieuwe God ook overnam. In tegendeel, voor veel Joden was het evangelie en ergernis en voor veel Grieken een dwaasheid. Om verschillende redenen ontstond er weerstand tegen het christendom. Ik zal de belangrijkste klachten noemen:
- De eerste klacht was dat christenen slechts 1 God aanbaden. In eerste instantie stonden de heidenen openvoor de nieuwe God van de christenen. Ze wilden namelijk elke god te vriend houden, zodat deze hen zou zegenen. Maar doordat christenen maar 1 God aanbaden, zouden de andere goden jaloers worden. Deze zouden het volk daarvoor straffen. Rampen konden alleen voorkomen worden door alle goden te vriend te houden. Omdat christenen dit niet deden, kregen zij al snel de schuld als er zich een ramp voordeed.
- Een tweede klacht was dat aan christenen niets kon worden verdiend. Christenen werden afgeschilderd als gierige mensen die altijd tot de laatste cent afpingelden. Daarnaast leefden ze een sober leven, waardoor weinig aan hen kon worden verkocht. Deze klacht kwam vooral van waarzeggers, tovenaars en zilversmeden. In de bijbel vinden zien we dit terug in Efeze, waar Diana werd vereerd. Om hun inkomsten te behouden organiseerden ze daarom een opstand tegen Paulus.
- De derde klacht: Christenen weigerden de keizer te offeren. Christenen waren de overheden in alles gehoorzaam en baden zelfs voor de overheid. Maar aanbidding was alleen aan God voorbehouden. Voor de keizer betekende dit echter gezichtsverlies.
Deze 3 klachten waren terecht. Ze laten zien dat het christendom niet paste in de Romeinse godsdienst. Behalve terechte klachten, waren er ook onterechte klachten. Zo nu en dan deden de wildste verhalen de ronde. Zo werden christenen beschuldigd van incest en van kannibalisme. Tijdens het heilig avondmaal zouden er baby’s gegeten worden. De Heere Jezus had namelijk zelf gezegd “Neemt, eet, dat is mijn lichaam” en “Drinkt allen daaruit; want dat is mijn bloed.” Nu de Heere Jezus er niet meer was, werd het lichaam en het bloed van baby’s gebruikt.
Zo nu en dan werden christenen voor dergelijke aanklachten voor de rechter gedaagd. De aanklager moest daarbij kunnen bewijzen dat de christenen werkelijk hun baby’s doden. Omdat dit bewijs niet kon worden geleverd, werden christenen meestal vrijgesproken. Er deed zich echter 1 groot probleem voor. Voordat de rechtszaak begon moest de verdachte de geest van de keizer offeren. De geest werd daarbij om hulp bij het proces gevraagd. Christenen weigerden dit echter te doen. De overheden zagen dit als vernedering van de keizer en als een teken van vijandigheid tegen de overheid. Christenen werden daardoor als staatsgevaarlijk gezien en werden regelmatig veroordeeld tot de dood.

 

Vervolging en martelingDe weerstand die was ontstaan, heeft geleid tot zware vervolgingen. Keizers en lagere machthebbers vervolgden christenen vooral omdat ze de keizer niet offerden. De bevolking werkte vaak vond de vervolging, vooral in de begintijd, vaak wel prima. Zij waren bang voor rampen die christenen veroorzaakten en waren beïnvloed door allerlei geruchten.
Toch hebben christenen het in de eerste 3 eeuwen niet eens zo zwaar gehad. In de eerste eeuw was het christendom lange tijd een beschermde godsdienst. Het christendom werd namelijk gezien als een stroming van het Jodendom. Dit Jodendom had een beschermde status gekregen omdat de Joden in het verleden militaire steun hadden verleend aan de Romeinen. De eerste vervolgingen waren dan ook niet van Romeinen maar van Joden zelf. De steniging van Stefanus is één van de eerste gevallen geweest.
De eerste vervolging door de Romeinse overheid is tijdens Nero, die vanaf het jaar 54 regeerde. Hij zocht een dader voor de brand van Rome en vond de christen daarvoor geschikt. In Rome ontstonden klopjachten om zoveel mogelijk christenen te grijpen. Deze vervolgingen waren alleen in Rome. In andere delen van het Romeinse rijk merkten christenen hier niets van. Hoewel het voorbeeld van Rome in sommige gebieden spontaan werd nagevolgd.  Maar dit was zelden en op kleine schaal.
Na Nero houden de vervolgingen voor een korte tijd op. Aan het eind van de eerste eeuw ontstaan er echter opnieuw vervolgingen. Domitianus, de keizer die dan aan de macht is, verlangt van alle inwoners dat men hem als god vereert. Wie aan deze keizerverering niet meedoet, moet worden opgepakt. Omdat van de christenen bekend is dat zij de keizer geen goddelijke eer willen geven, wil Domitianus de christenen in wortel en tak uitroeien. De keizer geeft daarvoor opdracht in het gehele rijk. Gelukkig worden zijn bevelen maar in een klein deel van het rijk uitgevoerd. Na Domitianus hebben de keizers lange tijd niets tegen christenen gedaan. Pas in de derde eeuw zijn er weer vervolging onder de keizers Decius en Valerianus, beiden 3 jaar lang.
Christen werden niet alleen vervolgd en terechtgesteld, maar vaak ook gemarteld. Ze kregen als het ware een kans om hun leven te redden. Ze moeten daarvoor wel hun geloof verloochenen. Verloochende ze echter hun geloof niet dan werden ze soms zwaar gemarteld. De resultaten waren verschillend. Velen zijn standvastig gebleven. Een bekende martelaar is Sanctus, die op de vragen van zijn beulen steeds hetzelfde antwoord gaf: “ik ben een christen.” Ondanks zware martelingen bleef hij steeds zeggen: “ik ben een christen” Het voorbeeld laat duidelijk zien dat christenen vervolgd en gemarteld werden puur om hun christen-zijn. Het publiek reageerde heel verschillend op deze martelingen. Bij Sanctus werd het publiek razend. Ze scholden de grofste verwensingen naar hem toe. In andere gevallen keek het publiek medelijdend toe. Vele heidenen vroegen zich af hoe deze christenen toch standvastig konden blijven. zij raakten diep onder de indruk. Veel heidenen zijn hierdoor christen geworden.
Helaas hielt niet iedere christen stand. Velen hebben onder druk het christendom afgezworen. Hierdoor ontstond onder christenen de discussie of christenen mochten vluchten voor vervolgingen. Gematigden vonden dat christenen hun leven niet in gevaar mochten begeven. De meer orthodoxen vonden het een grove zonde om te vluchten. Zij benadrukten dat christenen voor hun geloof moeten uitkomen. Volgens hen is de martelaar de ware christen. Loochenaars konden volgens hen niet meer terugkeren tot het geloof.

 

Positieve reacties op het christendomAanvankelijk is er veel verzet tegen het christendom. De Joden vinden het evangelie een ergernis en de Grieken vinden het een dwaasheid. Allerlei geruchten doen zich de ronde. Voor christenen was het moeilijk om zich hiertegen te verdedigen. Christenen kwamen bijeen in relatief besloten gemeenschappen. De omgeving begrijpt niet goed wat in deze bijeenkomsten gebeurd. Zo komt het dat christenen niet alleen vervolgt worden op gebod van de keizer, maar dat er ook spontaan plaatselijke vervolgingen ontstaan.
Toch wordt er niet alleen negatief naar de christenen gekeken. Naar mate de heidenen de christenen beter leren kennen, leren ze christenen waarderen. De volharding van de martelaren heeft daar een belangrijke rol in gespeeld. Maar vooral de levenshouding in het dagelijks leven heeft veel heidenen overtuigd. Christenen hebben in het Romeinse rijk een heel eigen levensstijl. Deze aparte levensstijl is te merken op alle vlakken van het leven. De manier waarop deze christenen leefden in een moeilijke tijd, kan ook voor ons een voorbeeld zijn.

 

Het leven van christenen:Het leven van de christenen onderscheid zich het meest op drie vlakken. De zorg voor de naaste; huwelijk en gezin; werk en beroep.

Zorg voor de naaste
De kracht van de christelijke kerk in de eerste eeuwen is de hechte gemeenschap. In handelingen 2 kunnen we lezen dat christenen alle dingen gemeenschappelijk hebben. En allen, die geloofden, waren bijeen, en hadden alle dingen gemeen; En zij verkochten hun goederen en have, en verdeelden dezelve aan allen, naar dat elk van node had.” De bezitters van goederen beschouwen hun bezit niet als persoonlijk eigendom, maar als gave van God. Niemand in de gemeente komt dan ook te kort. Regelmatig worden er gemeenschappelijke maaltijden gehouden, bedoeld om de behoeftigen te verzorgen. De rijkeren nemen uit liefde voedsel mee waarvan de armen gezamenlijk met de rijkeren mogen eten. Na zulke maaltijden wordt vaak gezamenlijk het Heilig Avondmaal gevierd.
De hulp blijft niet beperkt tot de leden van de gemeenschap van één plaats. De christelijke gemeenschappen in het Romeinse rijk proberen ook zoveel mogelijk elkaars noden te dragen. Zo helpen de gemeenten van Macedonië de gemeente in Jeruzalem. Deze gemeente heeft regelmatig een tekort aan voedsel. In 2 kor. 8 vraagt Paulus aan de Korintiërs of ook zei Jeruzalem willen helpen: “Zo dan, gelijk gij in alles overvloedig zijt, in geloof, en in woord, en in kennis, en in alle naarstigheid, en in uw liefde tot ons, ziet, dat gij ook in deze gave overvloedig zijt.” Uit deze tekst blijkt ook hoe goed de gemeenteleden van Korinthe voor elkaar zorgen.
Vanaf het begin heeft de kerk haar armenzorg goed georganiseerd. Diakenen hadden de taak om iedereen goed te onderhouden en niemand over het hoofd te zien. Gemeenteleden dragen bij naar hun eigen vermogen. De bijdrage is geheel vrijwillig. Op deze manier zorgt de kerk van Rome rond 250 voor het levensonderhoud van meer dan 1500 weduwen en armen. Het effect op het saamhorigheidsgevoel is groot. Niet alleen rijken dragen bij aan het kerkelijk leven. Misschien doen weduwen en armen zelf nog wel het meeste voor de gemeente. Zij die niet werken kunnen op een andere manier het gebod van naastenliefde opvolgen. Zij nemen regelmatig de taak op zich om zieken te bezoeken of ze gaan bij gemeenteleden langs die in de gevangenis zitten.
Over het algemeen zijn de christelijke gemeenten hecht en vrij gesloten. Toch blijft de zorg van de christenen niet beperkt tot de gemeente zelf. Zij hebben de taak om zelfs hun vijanden te helpen en zij doen dit ook. Van de zorg voor de naaste is een mooi voorbeeld bekend uit Carthago. In 252 tot 254 worden Carthago en omgeving geteisterd door een verschrikkelijke epidemie, waar veel mensen aan sterven. Zoals gewoonlijk in die tijd laten veel heidenen hun zieken in de steek en vluchten naar veiliger oorden. De christelijke gemeente neemt in deze drie jaar de hulpverlening voor zijn rekening, met gevaar voor eigen leven. Men maakt geen onderscheid tussen christelijke en heidense slachtoffers. Deze houding wekt bij de heidenen bewondering. In grote delen van het rijk werden christenen langzamerhand steeds meer gewaardeerd om hun levenshouding. De hulp heeft daarmee ook een positieve uitwerking gehad op de groei van de kerk.

 

Huwelijk en gezinWat betreft huwelijk en gezin lijkt de situatie in het Romeinse rijk veel op de situatie van tegenwoordig. Aanvankelijk is het gezin de basis van de Romeinse samenleving. De vader van het gezin heeft gezag en er zijn duidelijke regels. In de eeuwen na Christus veranderd dit meer en meer. Door de aanhoudende burgeroorlogen zijn mannen lang weg en komen nooit meer thuis. Hierdoor ontstaan er veel weduwen en wezen. Ook komt overspel door zowel vrouwen als mannen regelmatig voor. Mannen is het toegestaan om buitenechtelijke relaties te hebben. Als een vrouw een buitenechtelijke relatie heeft wordt dit echter als overspel gezien. Voor de echtgenoot is dit vaak reden voor echtscheiding. Een gemiddelde Romein is minstens één keer gescheiden en hertrouwd. Regelmatig worden baby’s geaborteerd of te vondeling gelegd. Dit is bijvoorbeeld omdat de man vermoed dat het kind buitenechtelijk is of om economische redenen. Te vondeling leggen gebeurde vooral bij meisjes. De Romeinen hadden liever jongens omdat deze voor inkomsten konden zorgen. Daarnaast komt ook homoseksualiteit regelmatig voor. Het geeft allemaal wel aan hoe het met de zedelijke moraal gesteld is.
De levenshouding van de christenen staat haaks op de praktijken van de Romeinen. Volgens christenen is het gezin de basis van de samenleving. In het gezin ontvangen kinderen bescherming, zorg en opvoeding. Wanneer het gezin in crisis verkeerd, zal de samenleving daar de negatieve gevolgen van ondervinden. Ook in het Romeinse rijk zijn deze negatieve gevolgen duidelijk zichtbaar. Vele baby’s sterven doordat ze te vondeling worden gelegd. De jeugdcriminaliteit neemt ernstige vormen aan door het grote aantal wezen en gebroken gezinnen. Veel Romeinen onderkennen deze problemen wel, maar daarom gaan ze nog niet anders leven. Christenen brengen wel een nieuwe levensstijl. Onder hen komt overspel weinig voor en worden er nagenoeg nooit baby’s te vondeling gelegd. En toch liggen ook voor christenen de verleidingen op de loer. Regelmatig waarschuwt Paulus in zijn brieven tegen overspel en hoererij.
Een heilige levenswandel is daarom een belangrijk onderwerp in de vroegchristelijke gemeenten. Paulus zegt bijvoorbeeld dat het beter voor een man is om niet te trouwen. Binnen de christelijke gemeenschap is er dan ook veel respect voor vrouwen die kiezen om levenslang maagd blijven. Om dezelfde reden van een heilige levenswandel wordt make-up door velen verwenst. Tertullianus, een groot schrijver uit deze tijd, roept christelijke maagden zelfs op om een sluier te dragen.

 

Werk en beroepIn de eerste eeuwen na Christus wordt werk door de heidenen gezien als iets negatiefs. Het is een noodzakelijk kwaad. Er wordt dan ook hoog aangekeken tegen de rijken die veel land hebben. Zij verdienen hun geld voornamelijk aan pacht en hoeven daar weinig voor de doen.
De christenen kijken heel anders tegen werk aan. Voor hen is arbeid een goddelijke opdracht. Er zijn drie redenen voor hen om hard te werken:
- De eerste reden. Werk is de manier om onze tijd niet in ledigheid door te brengen. Ledigheid is des duivels oorkussen en daarom is werken goed voor de mens. Overmatig werken is overigens ook slecht voor de mens. Dit is namelijk de oorzaak van veel ziekten.
- Daarnaast hoort een christen hard te werken voor zijn levensonderhoud. Rijkdom mag daarbij niet het doel zijn. Dit staat gelijk aan het dienen van de mammon; afgoderij dus. Maar rijkdom wordt ook niet veroordeeld. Rijkdom kan juist goed gebruikt worden om de armen van de gemeente te ondersteunen.
De eerste christenen mogen geen geld uitlenen tegen rente. Winsten mogen alleen gemaakt worden door arbeiden. Een andere reden is dat geld uitgedeeld moet worden met een vrijgevig hart en een open hand.
- De derde reden om hard te werken is dat christenen daarmee God kunnen dienen. Zij die werken, moeten dat zorgvuldig doen. In de brief aan Kolosse schrijft Paulus het volgende: “En al wat gij doet, doet dat van harte als voor den Heere, en niet voor den mensen.”
Christenen horen dus eerlijke en ijverige mensen te zijn. Bij hun handelen zijn de tien geboden daarbij de norm. Dat betekend dat handelaren eerlijk met hun klanten om moeten gaan. Leraren hebben de taak om hun leerlingen het Evangelie te vertellen. De meeste beroepen konden christenen blijven uitvoeren vanuit een christelijke houding. Er zijn ook beroepen die niet passen binnen het christendom. Denk daarbij aan gladiatoren, priesters, bewakers van afgodsbeelden, goochelaars. Mensen die deze beroepen toch blijven uitoefenen, worden uitgesloten van de doop. Elk beroep dat met de heidense cultuur heeft te maken wordt afgewezen.

 

Tot slot:De eerste christenen leefden in een moeilijke tijd, die in veel opzichten lijkt op onze tijd. Ze waren een kleine minderheid van de bevolking. Er werd negatief over christenen gedacht en delen van de bevolking had zelfs een hekel aan christenen. Ze mochten wel christen zijn als  ze maar ook de keizer offerde. Tegenwoordig mogen wij ook christen zijn, als we maar niet weigeren homohuwelijken af te sluiten. We hebben vrijheid zolang we de vrijheid van de meerderheid niet beperken. Daarom kunnen wij veel leren van de christenen in de eerste drie eeuwen.
De belangrijkste les die ik wil meegeven: Je krijgt pas respect als  je een oprecht leven leidt. Zorg dat je hele leven staat in het teken van Christus, zoals ook de eerste christenen dat op alle terreinen van het leven deden.