Weergave

(+16 & +19) Registreer of log in:

Inleiding 'zondebelijdenis'

Vanavond wil ik het met jullie hebben over zondebelijdenis: een van de belangrijkste dingen in het leven van een christen. De Heere vraagt het van ons en wil in zijn trouw door zondebelijdenis ons verhoren en vergeven! Het is denk ik goed om hier samen als christelijke jongeren over nadenken. Je zonden belijden is een van de facetten van de bekering tot God en daarom onmisbaar voor ons allemaal.
Wanneer wij nog niet tot bekering zijn gekomen moet de Heere ons veroordelen, omdat we de dood verdient hebben. Dat is rechtvaardig omdat Hij zelf zegt dat een ieder die de niet Wet niet houdt vervloekt is en sterven moet, dat heeft God ook al tegen Adam gezegd. Maar gelukkig is dit niet het enige wat de Heere God in zijn Woord tegen ons zegt. Door het bloed van de Heere Jezus Christus mogen we leven, want Hij de Wet vervulde en stelt ons, als we in Hem geloven, in de vrijheid.

Vanavond wil ik het met jullie hebben over zondebelijdenis: een van de belangrijkste dingen in het leven van een christen. De Heere vraagt het van ons en wil in zijn trouw door zondebelijdenis ons verhoren en vergeven! Het is denk ik goed om hier samen als christelijke jongeren over nadenken. Je zonden belijden is een van de facetten van de bekering tot God en daarom onmisbaar voor ons allemaal.
Wanneer wij nog niet tot bekering zijn gekomen moet de Heere ons veroordelen, omdat we de dood verdient hebben. Dat is rechtvaardig omdat Hij zelf zegt dat een ieder die de niet Wet niet houdt vervloekt is en sterven moet, dat heeft God ook al tegen Adam gezegd. Maar gelukkig is dit niet het enige wat de Heere God in zijn Woord tegen ons zegt. Door het bloed van de Heere Jezus Christus mogen we leven, want Hij de Wet vervulde en stelt ons, als we in Hem geloven, in de vrijheid.
 
Ik wil met jullie door 1 Johannes 1, wat heel duidelijk over dit onderwerp is, heen gaan. Ik vind het belangrijk om aan te tonen hoe rijk de Heere zelf spreekt in Zijn Woord. Sommige teksten zijn zo duidelijk, die spreken eigenlijk voor zichzelf. Ik wil beginnen bij vers 5.
5. En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is, en gans geen duisternis in Hem is.
God is dus een en al Licht. Licht ontbloot dingen, duisternis verbergt dingen. God weet alles, en zijn wil is zuiver en heilig. Gods licht maakt je eerlijk en dan heb je geen dubbel leven.
6. Indien wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben, en wij in de duisternis wandelen, zo liegen wij, en doen de waarheid niet.
Kortom, als we zeggen dat we een leven met de Heere hebben of ernaar verlangen Hem te kennen, maar we wandelen nog in de duisternis (dat is rustig doorleven in de zonde, boezemzonden bewust aan de hand houden – wandelen is dus iets anders dan vallen in de zonde), dan liegen wij. God geeft geen zegen aan je als je bewust zonden aan de hand blijft houden.
7. Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.
Dit vers is zo’n geweldige troost en bemoediging om echt te breken met zonden en ze nederig voor de Heere God neer te leggen. Schimmel houdt van duisternis, want zodra het in het licht komt sterft het. Zo is het ook met de zonde. Satan en ons vlees laten ons zondigen en proberen deze zonden verborgen te houden. We schamen ons immers voor onze zonden?! Maar de Heere vraagt dat wij onze zonde in het licht brengen, bij Hem. Als we dat doen, in afhankelijkheid van de Heere, wandelen we in het licht, en hebben we gemeenschap met elkaar. In Efeze 4:25 staat: ‘daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid, een ieder met zijn naaste; want wij zijn elkaar leden’. We moeten ons niet vromer voor doen dan we zijn, en daarom is het ook goed wanneer je worstelt met een bepaalde zonde of boezemzonde, zoals drank, porno, roken, mode, egoïsme of wat dan ook, dat met iemand die je vertrouwt te bespreken en er samen mee tot de Heere te gaan. Wanneer we in het licht wandelen, als kinderen van het licht, past geen enkele slavernij! En dank de Heere, want wij kunnen niet in het licht wandelen omdat wij zo goed bidden, bijbel lezen ofzo, maar omdat het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, ons reinigt van alle zonde! Ik denk terug aan de preek van vorige week zondagmorgen uit Micha: de Heere zegt daar 9x ‘Ik zal’. Wij hoeven en wij kunnen onszelf niet reinigen, maar het bloed van Jezus Christus reinigt ons.
8. Indien wij zeggen, dat wij geen zonden hebben, zo verleiden wij ons zelf, en de waarheid is in ons niet.
Dit is eigenlijk een krachtige herhaling van wat Johannes al zei in vers 6, namelijk dan houden we onszelf in de duisternis en laten het Licht niet toe in ons hart. Met als verschrikkelijke consequentie dat Hij ons ook niet reinigt… Maar dan:
9. Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid. 
Wat een zegen, zo’n tekst! De Heere vergeeft en reinigt! Hij is trouw en rechtvaardig en zal onze zonden vergeven als wij onze zonden belijden. Niet als voorwaarde, maar hoe de Heere werkt! Het is een belofte om op te pleiten! Dat betekent dat Jezus onze zonden betaald heeft, maar ook weggewist heeft van voor Zijn aangezicht! Je kan ook zeggen, reinigen is vergeten door de Heere en opent weer ons hart om recht voor Hem te staan. Waar moet jij van gereinigd worden?
10. Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, zo maken wij Hem tot een leugenaar, en Zijn woord is niet in ons.
Wij zijn allemaal zondaren. We willen dat ook nog wel erkennen, maar als er een specifieke zonde wordt aangewezen, en we ons dan gaan verdedigen, zeggen we ten diepste dat we niet zondig zijn. Wanneer we niet bereid zijn onze zonden aan de Heere te belijden maak je Hem tot een leugenaar, is Gods waarheid niet in je, en zal je de dood sterven.
 
Wat zwijgen tegen God met ons doet
De Heere vindt het dus erg belangrijk dat wij onze zonden Hem belijden en Hij is getrouw om ze te vergeven wanneer wij dat doen. Misschien leef jij nog niet met de Heere en spreek je nog niet echt met Hem. Is jouw gebed echt een spreken met Hem, of zijn het wat formules en woorden die je uitspreek? Het ligt niet aan de Heere als jij nog geen relatie met Hem heb! Hij laat door heel de Bijbel heen zien hoe lief Hij zondaren heeft! Na de zondeval komt God tot Adam en vraagt: ‘Waar zijt gij?’. Daardoor wordt de zonde aan het licht gebracht en kon God hem wijzen op de verlossing die er komen zou in Jezus Christus (de moederbelofte). In Ezech. 33 zegt God: Zo waarachtig als ik leef, spreekt de Heere Heere, zo Ik lust heb in de dood des goddelozen! Maar hierin heb ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?
Het is zo belangrijk dat we berouw hebben over onze zonden, en dat we gaan bidden zoals David dat deed in Psalm 32:
1.      Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonden bedekt is.
2.      Welgelukzalig is de mens, die de Heere de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is.
3.      Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen de ganse dag.
4.      want Uw hand was dag en nacht zwaar op mij; mijn sap werd veranderd in zomerdroogten.
Heb je dat wel eens gehad, dat je voelde dat je iets aan het doen was wat de Heere bedroefde en je eigenlijk naar de Heere toe moest gaan om ze te belijden, maar dat je daar geen zin in had of dat je te trots was? Ik wel, David ook… Dat het je, ondanks de kick of het lekkere gevoel, je toch een leeg en ellendig gevoel geeft? Het is de liefde van de Heere God dat Hij je op zo’n moment laat zien dat een leven buiten Hem geen leven is. Vind je het niet erg dat je buiten Gods genade bent? De uitdrukking ‘Uw hand was dag en nacht zwaar op mij’ doet mij denken aan Psalm 139: ‘Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw hand op mij’. Je ziet hier aan de ene kant dat God alomtegenwoordig is, maar het woord dat hier wordt gebruikt heeft de betekenis van zoiets als belegeren. De Heere belegert de ziel, en legt Zijn hand erop, Hij heeft recht op onze ziel. Daarnaast houdt Hij ons vast en overtuigt Hij ons van onze zonden door Zijn hand op de zere plek te leggen en die niet weg te halen voordat we Hem onze zonden beleden hebben. Wat doe je met Zijn roepstem? Laat je je stad innemen, zoals bij stad ‘mensenziel’ van Bunyan?
David gaat door en zegt dat hij verdroogt, zijn passie en vreugde die hij had voor de Heere is weg. Buiten God is er alleen maar dorheid en droogte.
Als je nu vanavond moet erkennen dat je door je zonden de Heere hebt verlaten en je Hem je zonden nog niet hebt beleden, keer dan vanavond nog op je knieën en belijdt je zonde!
Want, zoals David verder gaat in vers 5:
5. Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den Heere; en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde.
David maakt zijn zonden de Heere bekent, verbergt ze niet meer, doet zich niet vromer voor dat hij is, en dan vergeeft de Heere hem. Ongelooflijk!
6. Hierom zal iedere heilige U aanbidden in vindingstijd; ja, in een overloop van grote wateren zullen zij hem niet aanraken.
Wanneer je de Heere hebt gevonden, zal dat zoveel vreugde geven, dat je Hem alleen maar kan aanbidden! Ik, een zondig mens, dat niet kan bestaan voor Gods aangezicht, en toch laat de Heere zich vinden als wij onze ongerechtigheid niet voor Hem bedekken. Ja, de Heere zorgt ervoor dat grote wateren ons niet zullen aanraken! Niet dat je dan zonder zorgen bent, maar Hij zorgt voor je. Zou je Hem dan niet zoeken? In Jesaja staat: ‘Zoekt de Heere, terwijl Hij te vinden is, roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den Heere, zo zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk’.
En dan vers 7:
7. Gij zijt mij een verberging; Gij behoedt mij voor benauwdheid; Gij omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding.
Wanneer we onze zonden aan de Heere beleden zullen hebben, en we mogen ervaren dat de Heere om niet ons wil vergeven geeft dat vreugde en verwondering. De Heere is dan je schuilplaats en Hij behoedt je voor benauwdheid. Die hoge en heilige God, die je eerst belegerde heeft je ingenomen en omringt je nu met gezangen van bevrijding! Iedere keer kom je er weer achter dat jij zondig bent, maar iedere keer mag je dan ook weer ervaren, dat, wanneer je deze zonden bij Hem brengt, Hij je door het bloed van Jezus Christus wil vergeven! We kunnen niet zonder het bloed van Gods Zoon! Zou je dan, tot Gods eer en je eigen zaligheid, niet je vrome of onverschillige masker afzetten en op je knieën voor de Heere terechtkomen?
 
Zuiver dus je leven, als er aanwijsbare dingen zijn in je leven die nog rechtgezet moeten worden, vraag de Heere om wijsheid hoe het aan te pakken. Wees heel concreet en praktisch hierin, geef terug wat niet van jou is. Heb je ruzie met iemand, verzeker jezelf ervan dat jij alles gedaan hebt om het recht te zetten. Kortom, als mensen door jou toedoen onrecht is aangedaan, maak het in orde en vraag om vergeving. Het is daarbij belangrijk om gezond en christelijk volwassen hier mee om te gaan, maar vraag de Heilige Geest om je hierin te leiden zodat je specifieke dingen gaat zien die je nog in orde moet maken met je ouders, familie, collega, buurman of ouderling; welke naaste het ook is, vraag de Heere om zijn leiding en Hij zal je de woorden geven en wellicht de ander ook een vergevingsgezind hart. Het belangrijkste is echter, dat je weer recht tegenover God staat en Satan je niet meer kan aanklagen over deze zonde omdat je in het Licht staat!
  
Ik wil afsluiten met enkele verzen uit Efeze 5:
22 Te weten dat gij zoudt afleggen,aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding;
23 En dat gij zoudt vernieuwd worden in den geest uws gemoeds,
24 En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.
25 Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; want wij zijn elkanders leden.
26 Wordt toornig, en zondigt niet; de zon ga niet onder over uw toornigheid;
27 En geeft den duivel geen plaats.
28 Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever, werkende dat goed is met de handen, opdat hij hebbe mede te delen dengene, die nood heeft.
32 Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft.
 
Zingen: ps. 6, 38, 76, 51
Lezen: psalm 32
Zingen: psalm 103:2
  
 
Vragen nav. Inleiding Zondebelijdenis
 
1.      Welke ‘vereisten’ zijn er voor vergeving? Zie o.a. spreuken 28:13, psalm 51:19, Lukas 18:13.
2.      Kan een mens zeker weten dat God zijn/haar zonden heeft vergeven als hij/zij ze beleden heeft? Hoe weet je dat zeker?
3.      Is God verplicht om jouw zonden te vergeven als je ze beleden heeft? Is het niet een beetje te gemakkelijk gezegd?
4.      Wat als je wel je zonden beleden heeft, maar nog niet hebt ervaren dat de Heere Jezus voor jou persoonlijk is gestorven en opgestaan?    Zie o.a. Hebr. 10:22, spreuken 28:13, Jak. 4:7-10
5.      ‘Een zonde uit het verleden blijft altijd aanwezig zolang we hem niet openlijk beleden hebben’