Weergave

(+16 & +19) Registreer of log in:

Inleiding 'wereldgelijkvormigheid'

Wellicht ben je bekend met het programma Microsoft Excel. Hierin kun je allerlei berekeningen uitvoeren en formules bouwen. Je kunt bepaalde reeksen cijfers ook filteren. Er zijn verschillende keuzes mogelijk, zoals ‘is groter dan’; ‘is kleiner dan’ en ‘is gelijk aan’. Hier moest ik aan denken bij het onderwerp wereldgelijkvormigheid. Zet het woordje ‘wereld’ er eens bij! Is groter dan de wereld. Wie is dat? God! Is kleiner dan de wereld. Wie is dat? De mens. En dan…is gelijk aan de wereld. Wie zijn naam wordt dan ingevuld…?

Wellicht ben je bekend met het programma Microsoft Excel. Hierin kun je allerlei berekeningen uitvoeren en formules bouwen. Je kunt bepaalde reeksen cijfers ook filteren. Er zijn verschillende keuzes mogelijk, zoals ‘is groter dan’; ‘is kleiner dan’ en ‘is gelijk aan’. Hier moest ik aan denken bij het onderwerp wereldgelijkvormigheid. Zet het woordje ‘wereld’ er eens bij! Is groter dan de wereld. Wie is dat? God! Is kleiner dan de wereld. Wie is dat? De mens. En dan…is gelijk aan de wereld. Wie zijn naam wordt dan ingevuld…?
 
In deze inleiding zullen een aantal zaken worden behandeld. In de eerste plaats hoe de Bijbel over de wereld spreekt. Als tweede wat de wereld is; als derde welk genot het geeft, als vierde waar we naar moeten staan en tot slot de afscheiding van de wereld.
 
In de Bijbel heeft de wereld meerdere betekenissen. In de eerste plaats de zichtbare wereld, dat is wat je ziet, de geschapen wereld. De kosmos, die niet evolueerde in miljarden jaren, maar in zes dagen is geschapen door het Wezen, Hetwelk wij God noemen. Ja Die Zichzelf God noemt, en Die wij mogen en moeten aanbidden. Daarnaast wordt er in de Bijbel gesproken over de wereld der uitverkorenen. Dit zijn de mensen die God voordat er ook maar iets bestond heeft uitgekozen, om voor altijd bij Hem te zijn. Wanneer er in zo`n verband over de wereld gesproken wordt, is dit geen zichtbare wereld. Jezus vergelijkt de wereld der uitverkorenen ook met de wereld. In Johannes 17 is dit duidelijk te lezen. De wereld fronst haar wenkbrauwen wanneer zij Gods kinderen horen spreken. Ze volgen het Lam dat de wereld overwonnen heeft (Joh. 16). Omdat Jezus hen heeft uitverkoren daarom haat de wereld hen (Joh. 15). Ze zijn geen eigendom van de wereld (Joh. 17). In de ogen van de wereld zijn Gods kinderen ‘uitvaagsel en afschrapsel’ (1 Kor. 4). De werken van de wereld worden niet nagevolgd, wat ergernis en haat oproept. De oproep om te doen wat de wereld doet en opgaan in dingen van de wereld wordt niet nagevolgd. Een heilige verontwaardiging volgt en de wereld keert zich tegen dezulken. Als derde kan de Joden en heiden wereld worden genoemd. Dit wordt dikwijls aangehaald in de Bijbel, Paulus wordt bijvoorbeeld de heidenapostel genoemd. Als vierde wil ik de zondige wereld noemen. Dat is de wereld die aan God niet wil onderworpen zijn en God niet wil bedoelen. De wereld die de mens op de troon zet. De mens als schepsel die een eigen weg gaat, los van God tegen God in. Zie ook in dit verband 1 Joh. 2:16 waarin het gaat over begeerlijkheid van het vlees en de ogen en de grootheid van het leven. Daarna wordt er gezegd dat dit niet uit de Vader is, maar uit de wereld. De duisternis heeft onze ogen verblind, maar de wereld zegt dat dát licht. Doen wat je ogen begeren. Doen wat je hart je ingeeft. Luisteren naar wat je oren graag willen. Kijk eens met zulke ogen naar reclameborden. Het wekt behoeftes op, het ziet er ook erg aantrekkelijk uit. Het wordt mooier gemaakt met een vrouw in keurig donkerblauw. Nee! Ook een shirt is tegenwoordig te veel om te showen. Je komt hier wel gelijk bij de vraag of je dan geen NEE NEE sticker op je deur moet hebben als christen. Hierover later meer.
 
In de Bijbel wordt eveneens verschillende keren gesproken over de duivel in relatie met de wereld. In Openbaring 12 bijvoorbeeld staat dat hij en zijn engelen op de aarde geworpen zijn en dat hij de gehele wereld verleidt. Even verderop staat dat de duivel grote toorn heeft, omdat hij weet dat hij weinig tijd heeft. Daarom is de strijd die we te voeren hebben, niet lichamelijk maar geestelijk. Paulus beschrijft heel nauwkeurig hoe we ons kunnen wapenen tegen de machten van de boze.
Wat is eigenlijk de wereld? Kun je de wereld definiëren, zo ja hoe? De wereld is alles wat zich tegen God verheft en wat zich niet wil onderwerpen aan God. De wereld staat dus lijnrecht tegenover het koninkrijk der hemelen. Je ziet dat er twee kampen zijn, en dus ook twee vorsten: Vorst Immanuel en vorst der duisternis. Jozua zegt ‘kiest u heden wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten in welker land gij woont; maar aangaande mij en mijn huis, wij zullen den Heere dienen.’(Joz. 24).
De wereld kunnen we het beste definiëren door middel van tegenstellingen. Dit doet de Bijbel immers ook. Er wordt gesproken over reinen en onreinen; armen en rijken; koninkrijk van deze wereld en Koninkrijk van God. Zeer helder staan in 2 Korinthe 6 een aantal van deze tegenstellingen omschreven. “Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis? En wat samenstemming heeft Christus met Bélial, of wat deel heeft de gelovige met den ongelovige? Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods lmet de afgoden? Want gij zijt de tempel des levenden Gods, gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen en Ik zal onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een volk zijn.Daarom, gaat uit het midden van hen en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal ulieden aannemen.En Ik zal u tot een Vader zijn, en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Heere, de Almachtige.” De wereld is zwanger van de zonde, Gods kinderen zijn zwanger van het Woord. De wereld baart de dood, Gods kind baart het Kind. God zegt dat Hij de blijmoedige gever liefheeft. De wereld zegt – door middel van reclame (Saturn): gierig maakt gelukkig. Heel typisch: wat de wereld het meeste aanbiedt (eten, kleding), daarvan zegt God dat we daar juist niet bezorgd over hoeven te zijn. De wereld zegt; geef me al je tijd en ik geef je geluk. God zegt: geef Mij uw hart en Ik geef je het eeuwige leven.
 
Naast de tegenstellingen zijn er ook de schema`s waarin je bepaald hoe je de dingen van het leven labelt. Het denkschema van de wereld is radicaal anders dan het denkschema van een kind van God. Als je een kind van God bent doe je de zelfde dingen en zie je dezelfde dingen, maar komen ze uit een ander schema en plaats je ze in een ander schema. Je hebt dus een hele andere beleving van dingen. Je plaatst de dingen die je doet en ziet in een heel ander perspectief dan iemand die God niet kent. In Efeze 4 gaat het over de oude en nieuwe mens. Hier zie je ook duidelijk de verschillende denkschema`s terug. Als eerste wordt het denkschema van de mens beschreven die God niet kent. “Ik zeg dan dit en betuig het in den Heere, dat gij niet meer wandelt gelijk als de andere heidenen wandelen in de ijdelheid huns gemoeds, verduisterd in het verstand, vervreemd zijnde van het leven Gods, door de onwetendheid die in hen is, door de verharding huns harten; welke ongevoelig geworden zijnde, zichzelven hebben overgegeven tot ontuchtigheid, om alle onreinheid gieriglijk te bedrijven.” Dus ijdelheid, laten leiden door je begeerten, verlangens, verharding, geen kennis van God zijn dingen die bij de wereld horen.De oude mens wordt verdorven door de begeerlijkheden van de verleiding. Je emotie en driften trekken je een bepaalde kant op. Je zit gevangen in zulk soort driften. (hoererij, onreinigheid).Hierna wordt een veel uitgebreidere omschrijving gegeven van hoe het denkschema van een kind van God moet zijn. Het begint met ‘doch gij hebt Christus alzo niet geleerd’. Daarna worden alle dingen opgesomd. Het is zeer helder dat dit van de Waarheid komt, aangezien vers 21 zegt: “Indien gij naar Hem gehoord hebt en door Hem geleerd zijt, gelijk de waarheid in Jezus is;” Het gaat dan achtereenvolgens over:
-          Afleggen van de oude wandel en de oude mens die verdorven wordt door de begeerlijkheid van de verleiding.
-          Vernieuwd worden in de geest van je gemoed.
-          De nieuwe mens aandoen.
-          De leugen afleggen en de waarheid spreken.
-          Boos worden maar daarin niet zondigen.
-          De duivel geen plaats geven.
-          Niet stelen, maar werken, opdat je degene die nood heeft kan meedelen wat hij behoeft.
-          Geen vuile redenen spreken, maar goede reden tot nuttige stichting.
-          De Heilige Geest Gods niet bedroeven.
-          Alle bitterheid, toornigheid, gramschap, geroep, lastering en boosheid moet geweerd worden. In plaats hiervan moeten we naar elkaar goedertierenheid, barmhartig en vergevingsgezind zijn, omdat ook God in Christus ons vergeven heeft.
 
Hier zie je dus een uitgebreide beschrijving van hoe een kind van God denkt en handelt. In de Bijbel kom je het meer tegen dat kinderen van God tegen allerlei dingen gewaarschuwd worden. Blijkbaar hebben kinderen van God dat nodig: “maar zijt navolgers Gods.” Het wereldse denken en leven heeft zoals hieruit blijkt ook veel invloed op Gods kinderen. De gedachtegangen, redeneringen, overleggingen zijn als het goed is anders dan de wereld. Een andere gerichtheid, intentie, motivatie moeten Gods kinderen hebben. Anders komt er lauwheid en verachtering in de genade. Bijvoorbeeld: wat maakt het verschil uit tussen een christelijke verpleegster en een niet christelijke verpleegster? Niet de aandacht voor patiënt, medelijden, heel veel voor doen en het plichtsgetrouw zijn. Wel: van waaruit doe je het, wat is je intentie, wat is je roeping, waarom doe je het, welk perspectief heb je? Dus de structuur, het beroep is niet het verschil, maar de beweging die daar achter zit, die daar aan vooraf gaat en die daaraan voorbijgaat.
Wereldgelijkvormigheid doet zo`n appèl op wat er in ons leeft, op onze driften. Beroemdheden hebben vaak een ongelukkig leven, ze zijn een paar keer gescheiden, ruzie met kinderen, verslaafd geweest, afkicken. En toch worden verhalen van zulke mensen met smaak gelezen, alsof dát het leven is. Beroemdheden willen ook steeds méér roem. Als je een miljoen per jaar verdient en dan nog fraude gaat plegen gaat je dat natuurlijk niets extra`s opleveren. En toch gebeurt het. Geld is een machtig wapen, maar ook een machtige afgod. We zijn ten opzichte van de tweede helft van de vorige eeuw, meer dan het dubbele gaan verdienen. Zijn we er echter ook gelukkiger door geworden? Geld maakt gelukkiger wanneer we de basisbehoeften missen. Daarna went alles en maakt geld maar op zeer korte termijn gelukkig. Hoe blij was je met je eerste mobiel? En nu?! 1 Timóthëus 6 zegt: “Want de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad, tot welke sommigen lust hebbende zijn afgedwaald van het geloof, en hebben zichzelven met vele smarten doorstoken.” Je kunt nagaan of je vrij bent van deze afgod. Iemand heeft eens gezegd: als kunt bidden ‘God, laat Uw plan gebeuren met mijn bezit. Uw plan mag van alles zijn. Ik geef geen voorwaarden vooraf. Ik zal doen wat U wilt.’ Als jij dit kunt bidden en je bedenkt niet gelijk een truc zodat er toch niets hoeft te veranderen, dan ben je vrij.
 
Er is ook een godsdienstige wereldgelijkvormigheid. De Bijbel is heel radicaal. Het kent niet ‘laten we ons leven goed in orde maken en laten we daarna kijken of we nog bekeerd kunnen worden’. Dus het idee van: laten we in ieder geval netjes reformatorisch leven, dat is een stapje beter dan werelds leven alhoewel het niet hetzelfde is als een kind van God. Dat soort denken is een verleiding. Een soort next best: we zijn dan niet bekeerd, en dat weten we ook wel, maar we proberen wel te leven naar Gods geboden. Doordat je meer en meer de Heere Jezus leert kennen, wordt je denken en handelen daardoor beïnvloed. Of je denkt in schema`s van de wereld en dan zou je ook over godsdienstige dingen denken in termen van macht, aanzien, bezit. Zelfs de discipelen waren hier niet vrij van. Ze vroegen immers aan Jezus: ‘wie mag de meeste zijn?’ Wie mag zitten aan Uw rechter en linkerhand in Uw Koninkrijk?’ De discipelen dachten mooie dingen (dicht bij de Heere Jezus zijn) maar toch is het een wereldse manier van denken. “wie onder u groot zal willen worden zal uw dienaar zijn” (Markus 10 en Mattheus 20) In dat licht wordt de positie van man en vrouw ten opzichte van elkaar heel anders. De Bijbel zegt dat de vrouw aan man onderdanig moet zijn en de man is het hoofd van het gezin. In schema`s van de wereld is dit: de man is de baas en de vrouw moet luisteren. Dit zie je sterk terugkomen in de moslimcultuur. In termen van Gods koninkrijk: hoofd-zijn is opofferen voor, zoals de Heere Jezus zich gegeven heeft voor de ander. Daarom legt de Bijbel het ook telkens uit aan de hand van Christus en Zijn gemeente. De gemeente wil Christus dienen, maar Christus, als Hoofd van de gemeente, geeft Zichzelf juist aan de gemeente.
 
Geeft de wereld ook genot? Ja zeker. Er wordt in de Bijbel niet voor niets zo veel aangehaald om uit de wereld te gaan en de wereld niet lief te hebben. De wereld moet dus een bepaalde aantrekkingskracht hebben. Als eerste is de wereld zichtbaar en tastbaar. Je hebt iets concreets in handen, of je gaat ergens naar toe. Je ziet dingen gebeuren die je leuk vind. Het sluit dus ook bij je hart aan. Het is heel direct en je kunt het snel verzilveren. Je kunt opgewonden raken van bepaalde dingen en het geeft tevredenheid. Wat wel helder is, is dat we kuddedieren zijn. We zoeken het geluk allemaal op dezelfde manier. We hebben wellicht alleen wat andere vormen om dit doel te bereiken. We willen misschien niet veel geld, maar als het maar niet al te moeilijk gaat in het leven; huisje boompje beestje; waardering door collega`s etc. etc. De een doet het echter op een manier waardoor je meer bereikt dan de ander (de verschillende vormen). Ook is het zeker waar dat het genot dat we zoeken niet veel houvast biedt. Het ebt steeds weer weg, er is even een hoogtepunt waarin ik verrukt ben/word. Dat geeft plezier en tevredenheid, maar hoe vaak moet ik het ook niet angstig vasthouden en dan is het al weer over zijn hoogtepunt heen. En dan moet er weer iets nieuws op het pad komen, omdat het leven anders saai wordt. De zonde moet ook elke keer wat anders, ze moet elke keer een andere kleur aannemen. Elke keer een andere gestalte hebben. We leven in een consumptiemaatschappij en wegwerp economie. Als je niet meedoet loop je zo een heel stuk achter. Let alleen al eens op de mobiele telefoon. Hoelang zou dat ding technisch gezien meekunnen? Maar wat is de werkelijkheid? Je word zo overweldigd door alle reclames dat je MIJ moet kopen (of abonneren) dat je binnen afzienbare tijd weer een nieuwe mobiel hebt. En zo gaat het met zoveel dingen. Neem ook supermarktfolders. Als je alles zou kopen wat je aangeboden wordt en aantrekkelijk lijkt, mag je –naar de wereld gesproken– in ieder geval ook een fitnessabonnement nemen. Begrijp je?!
Het genot is net een golfslag. Ik kan niet voorkomen dat er telkens nieuwe golven komen, maar dat ze ook weer omslaan en uitspoelen. Soms is het springvloed, soms kabbelt het water alleen maar…
Het zoeken naar genot wil niet zeggen dat je wereldgelijkvormig bent. Een zoektocht naar genieten of geluk is geoorloofd. De hamvraag is echter vanuit welke intentie we dit doen. Wat voor bedoeling hebben we er mee? In Lukas 17 vertelt Jezus over het Koninkrijk Gods. Hier wordt de eindtijd vergeleken met de dagen van Noach. Er werd gekocht, verkocht, getrouwd en geplant, waar op zichzelf genomen niets mis mee is. Jezus wilde hier echter mee laten zien dat deze twee tijdvakken, op hun best beschreven, leeg waren van God. Waarom doen we dus de dingen? Eigen doelen nastreven is leeg voor de ziel.
De wereld geeft ook genot omdat je iedereen bepaalde dingen ziet doen. Dat wekt ook lust op. Iets wat een ander heeft wil ik ook graag doen of hebben. Dan betreed je snel het terrein van de mode, maar dat is niet alles. Je kan ook begeren naar de kennis die iemand heeft. Zeker wanneer je meer kennis van iets hebt dan een ander kan dit inwendig plezier geven. Het geeft immers aanzien. Het is echter wel een teken van volwassenheid om niet alleen onderwijs te ontvangen, maar juist ook te onderwijzen.
De wereld laat je je verlangens bevredigen. Althans, deels en tijdelijk. Uiteraard de reclames op allerlei manieren, maar ook logistiek gezien. Je kan overal heen, binnen Nederland, maar ook in heel de wereld. Sneeuw, hitte, hoog, laag, mooi, lelijk noem maar op. Je verlangens worden steeds meer opgewekt. Het moet steeds méér zijn, waarbij er wordt voorgespiegeld dat een kleine groep mensen het écht voor elkaar heeft. Dit zijn de pop- en filmsterren en hele rijke mensen. Wat is het leven van deze mensen? Scheiding, alcohol, onvastigheid, onrust enzovoort. Dát is het leven, daar moeten we naar staan. Hoeveel mensen bereiken het? En als je er bent, wat dan? De wereld die wordt voorgesteld als een wereld van vakanties en mooie bestemmingen; gelukkige gezinnetjes; veel zekerheid door verzekeringen af te sluiten; door slank te zijn en veel eten te kunnen kopen is in werkelijkheid een wereld van oorlog; armoede; hebzucht; onzekerheid en egoïsme. En door dit alles heen tikt de wereldklok naar het einde, naar de nieuwe wereld. De wereld van volmaakte vreugde en vrede. Van rust en blijdschap, harmonie en lofprijzing. Waar geen bloed meer vloeit en geen tranen druppen. Waar Gods liefdesrivier stroomt en de Boom de levens, Jezus Christus, altijd bloeit. Met recht een wereld van verschil.
 
Als je dit zo hoort denk je wellicht, waar moeten we wel naar staan? Dit is heel belangrijk. Waar we naar moeten staan is: zoek het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid. De Heere Jezus roept op tot bekering. We hoeven niet in een klooster te gaan zitten. Het is uiteraard wel goed om ons te beschermen. De overheid beschermt tegenwoordig niet meer. Er is geen fatsoen meer, overal worden begeerten opgewekt. Wat je kunt doen aan filtering moet je ook echt doen, dat is heel belangrijk. Tegelijkertijd moet je ook gewoon je werk doen, de krant blijven lezen. Misschien doe je een aantal dingen hetzelfde als de wereld, maar hoe doe je ze, van waaruit doe je ze, wat is je focus, hoe lees je, wat is je schema? De Heere Jezus zei ook; geef des keizers wat des keizers is, dat laat ook zien Ik maak ook deel uit van deze maatschappij.
 
Maar waar ligt de grens? De duivel wil je laten zien van: als je de Heere gaat dienen dan valt er niets meer te genieten. Maar waarom zijn dan de planten zo mooi geschapen? Als je de Heere zoekt, dan zul je van sommige dingen niet meer genieten. Je krijgt je hart er niet meer in mee. Je voelt van: dit voelt gewoon niet goed. Uitgezonderd de dingen waarvan de Bijbel zegt dat ze zonden zijn. Als je voor je lol bijvoorbeeld ergens heengaat waar veel gevloekt wordt is dat van totaal andere orde dan wanneer je op je werk dit tegenkomt. Je werk is immers je roeping.
Als je geweten nee zegt, moet je het ook zeker niet doen. Oordeel een ander niet als hij of zij het wel doet. Iedereen is persoonlijk verantwoordelijk tegenover God. Het is ook de ruimte die er in de gemeente van Christus is. De een zal dit wel doen, terwijl de ander het zal laten. In zo`n zaak hoeven beiden niet te zondigen. Wanneer de kerkenraad je over een of andere zaak komt vermanen, ligt het anders. Zij oefent dan de tucht uit, waar je als lid van de gemeente onder dient te buigen.
 
Het is dus niet zozeer van: we moeten niet wereldgelijkvormig zijn, maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid. Dan verliest de wereldgelijkvormigheid. Als voorbeeld: als je denkt ik moet ergens niet aan denken, dan is dat juist heel erg lastig. Als je denkt laat ik ergens anders aan denken, dan raakt zo`n gedachte op de achtergrond. Nog een voorbeeld wat ik hoorde. Het ging over de inrichting van een gezin. De vrouw zei: ‘ik ben nog niet bekeerd, maar hoe moet ik dán mijn gezin inrichten?’ De Bijbelse boodschap is, bekeer je en zoek eerst het koninkrijk van God. En als zo`n vrouw met al haar macht en inspanning zou gaan zoeken, dan verandert een gezin natuurlijk ook wel. Want alleen al als je gaat zoeken, dan ga je al anders met je omgeving om en zul je anders zijn.
 
In 2 Korinthe 6 roept Paulus de gemeente op zich af te scheiden van de wereld. Dit heeft uiteraard ook alles te maken met waar je naar moet staan. J.C. Ryle heeft laten zien wat de afscheiding van de wereld wel en niet is. Dit wil ik graag met je delen.
 
Wat houdt de afscheiding van de wereld niet in?
Christenen mogen hun aardse roeping, beroep en zaken niet opgeven. Paulus verbood mensen niet om soldaat, matroos, advocaat, dokter, bankier of winkelier te zijn. In het Nieuwe Testament vinden we geen woord dat zo`n gedachtegang rechtvaardigt. Om alle zaken in het leven, die niet noodzakelijkerwijs zondig zijn, over te laten aan de goddelozen en de duivel, uit angst dat men er schade door oploopt, getuigt van lui en laf gedrag.
Als tweede wordt ook niet bedoeld dat alle omgang met onbekeerde mensen zou moeten worden vermeden en dat we weigeren in hun gezelschap te zijn. De Heere en Zijn discipelen weigerden niet om naar een bruiloft te gaan of bij een Farizeeër aan tafel te zitten. Het is bovendien ook niet mogelijk om te oordelen en vast te stellen wie wel en niet bekeerd is.
Als derde wordt niet bedoeld dat christenen nergens belangstelling voor mogen hebben dan alleen de godsdienst. Het verwaarlozen van wetenschap, kunst, literatuur en politiek; niets af te weten van wat zich onder de mensen afspeelt en nooit een krant te lezen lijkt in ogen van sommige mensen zeer goed en juist. Het is echter een ongegrond, zelfzuchtig plichtsverzuim. Paulus kende de waarde van goed bestuur en hij zag daar in een belangrijk hulpmiddel ‘opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid’(1 Tim.2).
Paulus bedoelde ook niet toen hij dit opschreef dat christenen uitzonderlijk en excentriek moesten zijn; dat ze bijzonder moeten zijn in hun kleding, manieren, houding en stem. Alles wat op deze manier de aandacht trekt, is verwerpelijk en moet zorgvuldig worden gemeden. Kleren dragen die door kleur of vorm zodanig zijn dat ze iedereen opvallen zodra je ergens komt, is een grote vergissing. Degenen die willen laten zien hoe onwerelds ze wel zijn door opvallende, lelijke kleding te dragen, of door op een jammerende, zeurende toon te praten, of door onnatuurlijke slaafsheid en nederigheid, schieten hun doel volkomen voorbij. Het geeft goddelozen mensen de gelegenheid om de godsdienst belachelijk te maken en het is een blijk van zelfgenoegzaamheid en aanstellerij. Uit niets blijkt dat Jezus en Zijn apostelen zich anders kleedden en gedroegen dan anderen in hun kring.
Het vijfde punt van wat de afscheiding van de wereld niet is, is het zich terugtrekken uit de maatschappij en in eenzaamheid gaan leven. Afscheiding van dit soort is niet in overeenstemming met de gezindheid van Christus. In Zijn laatste gebed zegt Hij expliciet:’Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van de boze’ (Joh. 17). In de Handelingen wordt eveneens geen woord gevonden dat zo`n afscheiding aanbeveelt.
Tot slot is het afscheiden van de wereld niet het zich terugtrekken uit de kerk waarin zich onbekeerde leden bevinden, of weigeren samen te aanbidden wanneer er ongelovigen bij zijn. De Heere Jezus Christus stond weloverwogen toe dat Judas Iscarioth drie jaar lang een apostel was en Hij bediende hem ook bij het avondmaal.
 
Wat houdt de afscheiding van de wereld wel in? Ryle zegt voordat hij zijn betoog vervolgd dat het niet eenvoudig is te zeggen waarin de afscheiding bestaat. Op sommige punten is het niet zo moeilijk om bepaalde richtlijnen te geven. Op andere punten kunnen we alleen maar algemene richtlijnen geven en het aan een ieder overlaten die op zijn omstandigheden toe te passen. Dit moeten we in ons achterhoofd houden als we het volgende horen.
Het eerste punt van afscheiding is het standvastig en consequent weigeren zich door de normen van de wereld over goed en kwaad te laten leiden. Als algemene regel is het de gewoonte van de grote meerderheid van de mensheid met de stroom mee te gaan, als anderen te doen, de mode te volgen en zijn eigen horloge op dat van de torenklok gelijk te zetten. De ware christen zal met deze regel geen genoegen nemen. Hij zal eenvoudigweg vragen: wat zegt de Schrift? Wat staat er geschreven in het Woord van God? Als hij zich van de menigte moet afscheiden en zijn eigen positie innemen, zal hij daarvoor niet terugschrikken en de Bijbel ongehoorzaam worden.
Als tweede noemt hij het voorzichtig omgaan met vrije tijd. Als we aan het werk zijn en druk bezig zijn, kan de duivel moeilijk gehoor krijgen. Echter, de avonden zijn de tijd waarin we van nature geneigd zijn ons te ontspannen na de arbeid van de dag; en de avond is dikwijls de tijd waarin de christen maar al te vaak geneigd is zijn wapenrusting af te leggen, waardoor hij zijn ziel in moeilijkheden brengt. Dan komt de duivel en met de duivel de wereld. De ware christen zal er goed aan doen zich voor te nemen zijn avonden niet te verkwisten. Wat anderen ook mogen doen, laat hij zich voornemen altijd tijd vrij te maken om rustig te kunnen denken – voor Bijbellezen en gebed.
Als derde behoort de christen een vast voornemen te hebben zich niet door de dingen van de wereld te laten inpalmen en daarin op te gaan. Een ware christen zal ernaar streven zijn plicht zo goed mogelijk uit te voeren in welke positie hij zich ook bevindt. Hij zal zijn werk zo willen doen dat niemand hem bekritiseren kan. Maar hij zal er wel voor zorgen dat zijn werk niet tussen hem en Christus komt in te staan. Als hij bemerkt dat zijn zaken hem ook op zondagen in beslag gaan nemen, dat ze hem geen tijd laten voor Bijbellezen, persoonlijk gebed en dat ze zijn omgang met God in de weg staan, dan zal hij zeggen: Stop! Hier is de grens. Hij zal er voor kiezen om dan maar minder rijk en welvarend te zijn, maar het welzijn van zijn ziel gaat hem boven alles ter harte. Op die manier alleen te durven staan en een koers te volgen die tegen die van anderen ingaat, vereist een grote zelfopoffering.
Als vierde moet iemand die zich wil afscheiden van de wereld zich onthouden van alle vermaak en ontspanning die onlosmakelijk met zonden verbonden zijn. Als voorbeeld noemt Ryle de paardenrennen en de schouwburg. Daarbij zegt hij: ‘dat er op zichzelf geen kwaad steekt in het kijken naar rennende paarden zal geen enkel weldenkend mens willen ontkennen. Dat er toneelstukken zijn, zoals die van Shakespeare, die tot de prachtigste voortbrengselen van de menselijke geest behoren, is evenmin onmiskenbaar. Maar daar gaat het niet om. Waar het om gaat is of paardenrennen en toneelstukken, zoals die nu worden opgevoerd, niet onlosmakelijk verbonden zijn met dingen die ronduit verkeerd zijn. Ik durf zonder aarzeling te stellen dat ze daarmee verbonden zijn. Ik waarschuw belijdende christenen dat ze niet over zich afscheiden van de wereld moeten praten als ze het vermaakt dat onlosmakelijk verbonden is met gokken, wedden, dronkenschap en ontucht, goedkeuren.’
Het vijfde punt is het zich matigen in het gebruik van verantwoorde en onschuldige ontspanning. Geen enkele weldenkende christen zal erover denken om alle ontspanning te veroordelen. In de gespannen en afmattende wereld waarin wij leven, heeft ieder mens af en toe behoefte aan ontspanning. Cricket, roeien en hardlopen is dan ook niet verkeerd, net als een partijtje schaak. Het is de overdrijving van die onschuldige dingen, waardoor het verkeerd wordt. Staan die dingen hem in de weg in zijn persoonlijke godsdienst? Worden zijn gedachten en aandacht er teveel door in beslag genomen? Laat hij dat onderkennen en laat hem dat tot voorzichtigheid manen.
De laatste richtlijn is het zeer voorzichtig zijn in het kiezen van de intieme vrienden en de omgang met wereldse mensen. Zolang we leven, kunnen we het niet helpen dat we veel onbekeerden zullen ontmoeten. We kunnen niet vermijden met hen om te gaan en zaken met hen te doen. Met hen te maken hebben is nog iets anders dan intiem met hen omgaan. Om zonder enige reden hun gezelschap op te zoeken en vriendschap met hen aan te gaan, is erg gevaarlijk voor de ziel. De menselijke natuur is zodanig samengesteld dat we niet veelvuldig met mensen kunnen omgaan zonder dat we door hen beïnvloed worden. De Schrift zegt nadrukkelijk: ‘Die met de wijzen omgaat, zal wijs worden; maar die der zotten metgezel is, zal verbroken worden’ (Spreuken 13). Als vrienden niet het smalle pad met ons willen gaan, moeten wij niet de brede weg gaan bewandelen om hen een plezier te doen. We moeten goed begrijpen dat iedere poging om vriendschap te onderhouden tussen een bekeerde en een onbekeerde, gedoemd is te mislukken als ze beiden hun ware aard volgen.
 
Met deze woorden is uiteraard hooguit een basis aangegeven voor het leven. Telkens zullen we voor nieuwe verrassingen staan. In een moeilijke, twijfelachtige situatie kunnen we het beste bidden om wijsheid voor het bewandelen van de goede weg. Mag de Heere er van weten? Maar houdt ook de wederkomst in het oog. Zou ik dan in een dergelijk gezelschap gevonden willen worden of met dat bezig willen zijn?
 
Ik wil eindigen met een citaat. Lees zelf het verband, het is zeker de moeite waard! ‘En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.’ Citaat van Jezus.