Weergave

(+16 & +19) Registreer of log in:

Tel je zegeningen

Ik wil vanavond met jullie nadenken over het thema: “Tel je zegeningen” en “deel je zegeningen”

In de Bijbel is daar behoorlijk wat over te vinden. Daarom wil ik aan de hand van een aantal Bijbelverzen daar wat opmerkingen over zeggen.

Maar eerst wil ik graag vertellen hoe ik op dit onderwerp gekomen ben. Ik hoorde een aantal jaren terug een Nigeriaanse dominee (en daar hebben ze het echt niet zo makkelijk als in het rijke westen) zeggen: We moeten vaker stil staan bij de zegeningen die we elke dag weer krijgen. Misschien moeten we vaker met elkaar het lied “Count your blessings” zingen.

Lezen: Matt. 6: 19 - 34
Zingen: Psalm 103: 1 en 3
En aan het einde van de avond
Zingen: Psalm 67: 3


Tel je zegeningen

Ik wil vanavond met jullie nadenken over het thema: “Tel je zegeningen” en “deel je zegeningen”

In de Bijbel is daar behoorlijk wat over te vinden. Daarom wil ik aan de hand van een aantal Bijbelverzen daar wat opmerkingen over zeggen.

Maar eerst wil ik graag vertellen hoe ik op dit onderwerp gekomen ben. Ik hoorde een aantal jaren terug een Nigeriaanse dominee (en daar hebben ze het echt niet zo makkelijk als in het rijke westen) zeggen: We moeten vaker stil staan bij de zegeningen die we elke dag weer krijgen. Misschien moeten we vaker met elkaar het lied “Count your blessings” zingen.

Ken je dat liedje?

Ik zal het refrein even voorlezen:

Tel je zegeningen, tel ze een voor een.
Tel ze allen en vergeet er geen.
Tel ze allen, noem ze één voor één
En je ziet Gods liefde dan door alles heen.

Ik dacht toen bij mezelf: Als zij in die situatie al vinden dat ze niet vaak genoeg bij hun zegeningen stilstaan, hoe erg is het dan wel niet met ons gesteld? Laten we eens kijken wat de Bijbel over zegeningen zegt. Daarvoor wil ik eerst een stukje lezen uit Psalm 128.

1 Een lied Hammaaloth. Welgelukzalig is een iegelijk, die den HEERE vreest, die in Zijn wegen wandelt.
2 Want gij zult eten den arbeid uwer handen; welgelukzalig zult gij zijn, en het zal u welgaan.
3 Uw huisvrouw zal wezen als een vruchtbare wijnstok aan de zijden van uw huis; uw kinderen als olijfplanten rondom uw tafel.
4 Ziet, alzo zal zekerlijk die man gezegend worden, die den HEERE vreest.
5 De HEERE zal u zegenen uit Sion, en gij zult het goede van Jeruzalem aanschouwen al de dagen uws levens;
6 En gij zult uw kindskinderen zien. Vrede over Israël!

Het eten van voedsel waar je zelf voor hebt mogen werken, het krijgen van kinderen, goede momenten met familie en ouderdom. Zegeningen zijn in dit geval dus niet enorme rijkdom. Het gaat hier niet over vorstelijke paleizen en miljoenen aan geld in je bezit.

Je zou in eerste instantie toch denken: Als je echt gezegend wordt, dan heb je niets meer om over te klagen. Een dikke bankrekening, een lekker stuk vlees op je bord, elke avond en dan ook nog een droomauto om in te rijden.

Maar volgens Psalm 128 zitten zegeningen in dingen die vaak gezien worden als alledaagse feitjes. Die de meeste onder ons als de normaalste zaak van de wereld verslijten. Hoe vaak staan wij stil bij dat we elke dag te eten hebben? Of bedenken we dat we in een land wonen waar iedereen het recht heeft op een goed bestaan. Dat zijn enorme zegeningen als je het vergelijkt met de situatie in veel derde wereld landen.

Veel kinderen in Afrika moeten zes kilometer lopen om water te halen, elke dag. Dat water is vaak ook nog ongezond. Denk daar nog maar eens rustig over na, als je het moeilijk vindt om dagelijkse zegeningen te zien in je leven.

Hemelse zegeningen

Natuurlijk is het een grote zegening als je veel aardse goederen mag hebben. Abraham, Izak en Jacob waren ook gezegend met veel aardse bezittingen. En het is ook goed om er voor te danken als je niets hoeft te missen als het gaat om dagelijks eten en een plaats om te slapen.
Als het goed is bid je daar ook voor. In het onze Vader staat niet voor niets: Geef ons heden ons dagelijks brood.

Maar er is meer.
Als je de Heere mag kennen, dan is dat de grootste zegening. Als je dat mist, wat zijn al die aardse zegeningen dan nog waard? Dat is puur tijdelijk gemak, terwijl je niet leeft voor dit leven, maar voor een leven hierna!
Als je dat mag inzien, (en daar ook dagelijks voor mag bidden), dan is dat een zegening die veel meer waard is dan een rijk leven hier op aarde. Het lied wat gister bovenaan stond, heeft nog een ander couplet. Dat gaat als volgt:

Als je ziet op anderen met veel geld en goed.
Weet uw Vader in de hemel geeft u overvloed.
Tel uw zegeningen voor geen geld te koop.
Schatten in de hemel zijn uw blijde hoop

Schatten in de hemel zijn zegeningen die blijvend zijn. Denk eens na over welke schatten jij zoekt. Je bent zoveel beter af als je net als de visser in de gelijkenis van de parel van grote waarde op zoek gaat naar die Parel. Hij had al zijn aardse bezittingen ervoor over om die Parel in handen te krijgen.

Dit is niet alleen een les voor veel van ons maar het is ook een troost als je misschien niet zo rijk bent als anderen. Als je niet zoveel geld kunt uitgeven. Bedenk dan maar dat sommige zegeningen niet met geld te koop zijn. Die kunnen je worden gegeven. Daar mag en daar moet je om vragen.

 

Waarom eigen zegeningen tellen?

Wat is het nut van je zegeningen tellen?
Het antwoord is heel simpel: Omdat je ze anders over het hoofd ziet. Wij zijn zo gewend aan ons goede leven dat we de zegeningen die de Heere God ons geeft vaak niet eens meer zien.
En als je leert je zegeningen in te zien, dan moet je er ook voor danken. De Heere bidden voor iets wat je graag wilt hebben dat is makkelijker dan dankbaar zijn om zegeningen die wij tegenwoordig vanzelfsprekend vinden.

Bedenk eens bij jezelf (en dat is bij mij ook zo), hoe vaak bid je ergens voor, en hoe vaak dank je ervoor als je iets gekregen hebt? Dat is bij mij in ieder geval niet in evenwicht.

In de bijbel worden mensen opgeroepen om God dankbaar te zijn. Als je kijkt naar wat Salomo als dankoffer aan de Heere offert, dan is dat voor ons onvoorstelbaar. 22.000 runderen en 120.000 schapen. Wat moet dat een vermogen hebben gekost. Nu hoeven wij niet meer te offeren tegenwoordig, maar danken we ’s avonds de Heere nog voor het eten wat we gegeten hebben, voor de gezondheid die we nog gekregen hebben? Of is het meer een formaliteit na het eten? En wat doen we met rijkdom als we die gekregen hebben? Daar wil ik straks nog iets over zeggen.

In voorspoed dankbaar en in tegenspoed geduldig. We gaan er vanuit dat de zegeningen “normaal” zijn, en zijn ondankbaar en ontevreden op het moment dat we die zegeningen niet hebben. Maar is het normaal om deze zegeningen te krijgen? Elke dag weer? Daarom is het goed om ze te tellen, en God er voor te danken. Elke dag opnieuw.

Maar wat als je niet veel aardse zegeningen hebt gekregen?

Maar wat nu als je thuis als gezin veel schulden hebt, moeite hebt om de dagelijkse levensbehoeften te kopen. Wat nu als je veel moeite hebt om vrienden te vinden, of als je erg vaak ziek bent? Dan heb je toch niet veel zegeningen gehad? Wat zegt de bijbel daar over?

In psalm 37 staat daar wat over geschreven.
Daar schrijft David over boosdoeners, mensen die dus erg zondig zijn. Deze mensen zijn ook nog eens voorspoedig. Het gaat ze voor de wind, ze hebben veel aardse zegeningen gehad. En dat terwijl ze niet eens een eerlijk en goed leven leiden. Dat gevoel van onrechtvaardigheid kan je misschien ook krijgen als je kijkt naar mensen die extreem rijk zijn geworden met oplichting bijvoorbeeld. Die hoeven zich nergens zorgen om te maken toch?
Maar David gaat schrijft: Als gras zullen zij haast (snel) worden afgesneden. En even verderop: En nog een weinig (tijd) en de goddeloze zal er niet zijn.
Dan realiseert ook David zich dat de rijkdom van die goddelozen waar hij het over heeft maar een tijdelijke rijkdom is. In het volgende vers staat dan ook dat de zachtmoedigen de aarde erfelijk zullen bezitten. Dat is hun troost. Zij zullen in het leven hierna niets te kort komen.
Want daar is geen armoede, geen ziekte, geen eenzaamheid.
Het kan zijn dat je tegen deze dingen aanloopt. Dat je het moeilijk vindt om die zegeningen voor anderen te begrijpen. Maar er zijn zegeningen die veel meer waard zijn dan geld en beroemdheid.

Meer…meer…meer

Grote zegeningen zonder dankbaarheid en nederigheid kunnen ook een gevaar zijn. Rijke mensen willen vaak alleen maar meer en meer. En dat terwijl de Bijbel ons juist wil leren om in afhankelijkheid van de Heere te leven. In de bijbel staat niet voor niets:

Weest niet bezorgd voor de dag van morgen, uw Vader in de hemel weet wat u nodig heeft! Hebben we gelezen….

Wij zijn zo vaak bezorgd dat we iets te kort komen. Als we maar genoeg gaan verdienen, als we maar wel op vakantie kunnen. Die zaken kunnen onze hele gedachten innemen. Misschien als je niet zo’n goede baan kunt krijgen zul je later denken: Hoe kan ik deze maand weer rond komen?

Dan zegt de Heere Jezus zelf in Mattheus tegen jou en mij: Weest nu maar niet bezorgd om de dag van morgen, of je wel te eten hebt, of te drinken. Want al deze dingen weet de Vader in de Hemel. Dat is het verkeerde om je druk over te maken! Je maakt je dan druk om Aardse zegeningen. Maar de Heere Jezus gaat verder: Zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid. Dan zullen al deze dingen u toegeworpen worden.
Mag je dan niet bezorgd zijn? Natuurlijk wel. De vraag is dan wel: ga je lopen piekeren of leg je jouw bezorgdheid in gebed neer bij de Heere? Als je dat doet, dan mag je het ook aan Hem overlaten. Dan kun je weer gericht zijn op het zoeken van het Koninkrijk van God, waar je elke dag toe wordt opgeroepen.  Want dat zijn de zegeningen die echt noodzakelijk zijn in je leven.

Deel die zegeningen!

We hebben het gehad over aardse en over hemelse zegeningen. Kun je die allebei delen? Ja dat kan!

Het delen van de Hemelse zegeningen. In 1 Korintiërs wordt als één van de belangrijkste vruchten van het geloof de liefde genoemd. Er wordt zelfs gezegd: Al ware het dat ik de taal van de mensen en van de Engelen sprak maar ik had de liefde niet, dan is dat waardeloos. Echte liefde voor de medemens is dus een belangrijke Hemelse gave. Als je mag geloven dan hoort dat onder andere daarin naar buiten te komen. Hoeveel geef je eigenlijk om je medemens?

We hebben het hier niet over het geven van een gift voor een goed doel. Dat is natuurlijk belangrijk maar laten we de liefde voor de medemens eens van de andere kant bekijken.

De Heere Jezus spreekt in de Bergrede over Christenen als het zout der aarde. Zout heeft twee eigenschappen: De eerste is eten smakelijk maken. En de tweede is dat het prikt en zuivert. Zo werden vroeger wonden met zout uitgespoeld. Christenen hebben dus het doel om zout te zijn voor de omgeving. Ze moeten smaak geven aan de mensen, liefde voor de medemens hebben. Wij behoren te laten zien dat we het beste voor hebben met iedereen om ons heen.

Maar we hebben ook een zuiverende en een prikkende taak. Door mensen te wijzen op de noodzaak om te geloven. Door mensen te wijzen op verkeerde dingen. Dat prikt, dat vinden mensen niet fijn. Maar als je het op een liefdevolle manier doet, dan kan het zuiverend werken.

Als wij als Christenen als zout zijn, dan zijn we een zegen voor onze omgeving. Op die manier kunnen we de mensen om ons heen naar Christus wijzen. Na deze tekst komt ook nog een waarschuwing. Zorg er voor dat je niet smakeloos wordt. Als zout smakeloos wordt, dan dient het nergens meer voor. 

Aardse zegeningen delen

In Jacobus 2 staat:

Als er een broeder of zuster naakt zou zijn, en gebrek zou hebben aan dagelijks voedsel; En je zou tegen hem zeggen: Ga heen in vrede, wordt warm en eet genoeg, maar je zorgt niet voor dat voedsel en wat hij nodig heeft, wat heeft dat nu voor Nut?

Oftewel: Geen woorden maar daden! Je kunt wel zeggen: Wat hebben we het hier goed! Wat zijn we toch blij en dankbaar dat we niets te kort komen. Maar wat heeft dat voor nut? Het gaat er om wat je met je zegeningen doet! Dankbaarheid tot God is nodig voor alles wat je geschonken wordt, maar deel je jouw zegeningen ook met een ander?

Als jij populair mag zijn, help je dan ook die ander wel eens die weinig vrienden heeft?

Dat is ook het delen van je zegeningen! Als je dat mag doen dan zul je zien dat het delen van zegeningen echt niet pijnlijk hoeft te zijn. Als je de mensen om je heen kunt helpen dan is dat een dankbare taak.

Een zegen zijn voor je naasten. Ook als je het moeilijk hebt?

Misschien denk je bij het horen hiervan wel: Een zegen zijn voor mijn omgeving, dat kan ik wel als alles me voor de wind gaat. Maar met mij gaat het helemaal niet lekker. Ik voel me juist eenzaam. Of ik zit niet lekker in m’n vel.
Hoe kan je dan een zegen zijn?

Laten we eens kijken naar Jozef. Hij was zeventien jaar oud toen door zijn broers in een kuil werd gegooid en verkocht werd naar Egypte. Dat moet toch wel invloed hebben gehad op het geloof van Jozef zou je denken? Hij zal wel boos zijn of teleurgesteld in God. Maar we lezen niets van dit alles. De Heere zegende al het werk dat Jozef bij zijn meester Potifar deed. Dat was zo duidelijk dat ook Potifar het in de gaten kreeg en al snel werd Jozef verantwoordelijk gemaakt voor alle activiteiten in zijn huis. Jozef ging dus niet bij de pakken neer zitten ondanks zijn moeilijke situatie. Ook probeert hij niet koste wat het kost weg te lopen of geeft hij God de schuld.
Nee, Jozef werkt en doet zijn taak. Hij is daarmee een zegening voor zijn omgeving ondanks alles wat hij heeft meegemaakt. Ook als hij straks zelfs zonder eigen schuld in de gevangenis terecht komt.

Daar kunnen wij wel wat van leren. Zouden wij als we in zo’n moeilijke situatie terechtkomen ook op de Heere vertrouwen? Dan kunnen we ook een zegen zijn voor onze omgeving. Want een vast geloof in moeilijke tijden, dat is pas echt zout voor je omgeving.
Het verhaal van Jozef kan ook een troost voor je zijn. Jozef zal ook wel twijfels en moeiten hebben gehad. Maar uiteindelijk was het de weg van de Heere die Jozef via slavernij en de gevangenis onderkoning van Egypte maakt. Dat heeft tot zijn dertigste jaar geduurd. Als je veel moeite hebt en twijfels over jouw leven, en hoe jij een zegening kan zijn voor jouw omgeving, denk dan maar aan Jozef.

Discussie stellingen:

1. Als je christen bent, moet je 10 procent van je inkomsten aan goede doelen schenken (de tienden uit de Bijbel)

2. Rijkdom houd je van God weg (lees eventueel Matt. 19:24)

3. Als je ongelovige vrienden/vriendinnen hebt, vertel je ze dan wel eens over de Heere Jezus? Weten ze dat je gelovig bent?

4. Evangeliseren doe je in de eerste plaats door Christen zijn uit te stralen, niet door praten over geloof

5. Stel dat jouw onchristelijke collega overlijdt, en hij/zij heeft nooit over het geloof gehoord van jou, wat zou je daar dan bij voelen?

6. Als je zelf niet overtuigd bent dat je bekeerd bent, dan kun je ook geen zegen zijn voor je omgeving

7. Bijbels leven als Christen is vrijwel onmogelijk in deze tijd

8. Talenten heb je gekregen om je naasten mee te dienen, niet om zelf zo goed mogelijk te presteren

9. Je mag niet bidden om aardse zegeningen, alleen om hemelse zegeningen

10. De duivel gebruikt onze westerse verwendheid om ons weg te houden bij Christus