Inleiding 'De wil van God
Waarom Gods wil leren kennen?
Denk jij weleens na over wat de wil van God zou zijn? De wil van God voor je verdere leven, je studie, je baan, je vriend of vriendin? Of ben je stiekem benieuwd naar de wil van God, en zou je welleens willen weten hoe God jou leven eruit laat zien over 10 jaar?
Ondanks dat, dat voor ons begrijpelijke redenen zijn waarvan iedereen wel eens stiekem de wil van God zouden willen weten, is nieuwsgierigheid geen gegronde en zeker geen goede reden om Zijn wil te leren kennen.
Ik noem twee redenen die door Zijn Woord tot ons komen om naar de wil van God te zoeken:
Noodzaak: God eist van ons dat wij Zijn wil doen:
In het Woord van God kunnen we lezen dat God van ons eist dat wij Zijn wil doen en waarschuwt Hij degenen die Zijn wil niet doen.
Zo kunnen we horen als wij de wet lezen: Gij zult…
Want ik gebied u heden, de HEERE, uw God, lief te hebben, in Zijn wegen te wandelen, en te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, opdat gij leeft en vermenigvuldigt, en de HEERE, uw God, u zegene in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.(Deutronomium 30.)
Leviticus: 26
Maar indien gij Mij niet zult horen, en al deze geboden niet zult doen; En zo gij Mijn inzettingen zult smadelijk verwerpen, en zo uw ziel van Mijn rechten zal walgen, dat gij niet doet al Mijn geboden, om Mijn verbond te vernietigen; Dit zal Ik u ook doen, dat Ik over u stellen zal verschrikking, tering en koorts, die de ogen verteren en de ziel pijnigen; gij zult ook uw zaad te vergeefs zaaien, en uw vijanden zullen dat opeten.
Voorrecht: Grote beloften voor wie Zijn wil doet:
In Mattheus 5 tot en met 8 kunnen wij de bergrede lezen die de Heere Jezus heeft uitgesproken. De Heere Jezus sluit zijn bergrede af met de voorbeelden van de goede en de kwade boom en de man die zijn huis op een rots bouwt.
Daar waarschuwt Hij: Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen. Punt. Nee dat staat er niet, er staat een komma! Er staat: Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is.
De genezen blindgebore getuigt in Johannes 9:
En wij weten, dat God de zondaars niet hoort; maar zo iemand godvruchtig is, en Zijn wil doet, dien hoort Hij.
(1 joh2: 15-17) Johannes schrijft in zijn eerste brief:
Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die den wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.
En in hoofdstuk 5:
En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, datzo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons verhoort.
De Heere Jezus in Markus 3, als de schrifgeleerden Jezus ervan beschuldigen dat Hij bezet is met een onreine geest en zijn broers en moeder Hem roepen om naar buiten te komen. :
Als zijn broers en moeder Hem reopen om naar buiten te komen, en de mensen tot Hem zeggen: Zie uw broeders en moeder reopen u. Reageert de Heere Jezus:
Wie is Mijn moeder, of Mijn broeders? En rondom overzien hebbende, die om Hem zaten, zeide Hij: Ziet, Mijn moeder en Mijn broeders. Wantzo wie den wil van God doet, die is Mijn broeder, en Mijn zuster, en moeder.
De term ‘De wil van God’
Er zijn op zijn minst twee betekenissen bekend voor de Bijbelse uitdrukking: ‘de wil van God’. Het is erg belangrijk dat we begrijpen wat het verschil is tussen deze twee betekenissen. Het weten van het verschil tussen deze twee betekenissen van ‘de wil van God’ in de Bijbel is de sleutel tot het ontsluiten van één van de grootste geheimen of onbegrijpelijkheden in de Bijbel.
Namelijk dat God geheel souverein is over alle dingen, maar tegelijkertijd Zijn goedkeuring níet geeft over vele van deze dingen. Dit is een erg raadselachtige tegenstrijdigheid. God bestuurt en regeert alles en tegelijkertijd laat Hij Zich in de Bijbel kennen als Een die veel dingen, die gebeuren in deze wereld, haat. Dat is een onoplosbare en tegenstrijdige situatie als we niet begrijpen dat de term ‘de wil van God’ in de Bijbel meer dan één betekenis heeft. En dat heeft het zeer zeker! We zullen dit zien als we verschillende teksten bekijken.
We willen met elkaar overdenken over hoe we om moeten gaan met de tegenstrijdigheid dat God dingen verbiedt, terwijl Hij Zelf Degene is die diezelfde dingen onder Zijn controle heeft. Ja, dat Hij dingen gebiedt Die Hij tegelijkertijd verhindert te gebeuren. Dat iets in de ene betekenis de wil van God is en hetzelfde ding tegelijkertijd in een andere betekenis niét de wil van God is. Als we niet begrijpen dat de wil van God twee betekenissen heeft kunnen we deze dingen niet vatten. Dan kunnen we de boodschap van God in de Bijbel niet begrijpen. Laten we daarom nu naar deze twee betekenissen van ‘wil’ gaan.
De eerste betekenis: De soevereine wil van God
Deze wil wordt ook wel genoemd de verborgen wil of verborgen raad, of de besluitende wil van God of voorzienigheid. Allemaal termen voor hetzelfde principe: Het plan van God met deze wereld, waarnaar alle dingen die gebeuren op de aarde staan. Waar niets omheen kan en die niemand kan weerstaan. Alles gebeurd in overeenstemming met deze wil van God. Niets gaat daarbuiten.
Dit is waar Paulus over spreekt in Efeze 1:11
In Hem, in Wie wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die te voren verordineerd waren naar het voornemen van Hem, Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil;
Helemaal niets is buitengesloten in de opmerking alle dingen: deze wil werkt uit tot in de kleinste details van het gebeuren hier op aarde en daarbuiten.
Zoals we bevestigd zien in Spreuken 16:33
Het lot wordt in de schoot geworpen; maar het gehele beleid daarvan is van de HEERE. Dus zelfs het rollen van de dobbelsteen wordt door God bestuurd. Niemand wint er, niemand verliest er zonder Gods verordening.
Deze betekenis van de wil van God ziet op het het besluit van God, dat God aan de mens niet of voor een tijd niet heeft geopenbaard. Maar die dikwijls wel achteraf gezien wordt.
Een voorbeeld van Gods wil in deze betekenis:
In Mattheus 26:39 is Jezus in Gethsémané en Hij bidt als volgt:
‘Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan? doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.’
Wat betekent ‘maar gelijk Gij wilt’ hier? Welke soort ‘wil van God’ is dat? Wel, het betekent hier Zijn plan voor Jezus om gekruisigd te worden. Jezus zegt hier als het ware: ‘Als dit de enige, Vader, als dit de eeuwig-wijze, de eeuwig-liefdevolle, de eeuwig-rechtvaardige manier is, doe dan wat U moet doen.’ En de Vader deed het.
En nu het cruciale onderwerp dat we móeten opmerken: Dit hele feit is doordrongen van zonden die eraan vooraf gingen, en kon niet gebeuren zonder dat er zonde aan voorafging. Waren die er niet geweest, dan had Jezus niet hoeven lijden. Het is een zonde om Gods Zoon te doden! Het is een zonde om Hem te smaden! Het is een zonde om de Zoon van God te geselen, om de striemen aan te brengen die in het Oude Testament voorzegd waren. Het is een zonde om een hulpmiddel te zijn en je handen te wassen voordat je Hem overgeeft. En toch weten we het allemaal vanuit Handelingen 4:27 en 28 dat dit Gods wil was.
‘Want in der waarheid zijn vergaderd tegen Uw heilig Kind Jezus, Welken Gij gezalfd hebt, beiden Herodes en Pontius Pilatus, met de heidenen en de volken Israels; Om te doen al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had, dat geschieden zou.’
Dat wat er zou gebeuren in deze lijdensnacht in Gethsémané en voor de Goede Vrijdag was al lang -tot in veel detail!- beschreven in Jesaja 53. En in Psalm 22. En in veel andere tekstgedeelten. Het was al beschreven! De wil van God is hier een vastgesteld, vastbesloten doel om de dood van Zijn Zoon te bewerkstellingen. Het staat in Jesaja 53:10
‘Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen;...’
...en tegelijkertijd was dit vol van menselijke zonden. Daarom móeten we een categorie in gedachten hebben met betrekking tot ‘de wil van God’ die ons verklaart hoe God dit alles zo wilde laten gebeuren en toch geen veroorzaker van de zonde is. Als we hier geen uitleg voor hebben kunnen we het kruis en de profetiën daaromtrent niet rijmen met het feit dat God de zonde nooit wil. God verordent de zondige gebeurtenissen in de dood van Zijn Zoon (Hij kon niet gekruisigd worden zonder dat dit een zonde was) en Hij is tegelijkertijd desondanks geen zondaar.
Hier is een ander voorbeeld: 1 Petrus 3:17
‘Want het is beter, dat gij, weldoende, (indien het de wil van God wil) lijdt, dan kwaad doende.’
Het is beter om te lijden omdat je het goede doet (als dit Gods wil is) dan omdat je het kwade doet. Denk hier eens over na. Petrus weet dat het Gods wil kán zijn dat christenen onverdiend lijden onder verdrukking. Dit betekent: het kán Gods wil zijn dat deze zondige activiteiten gebeuren. Toch? Er kunnen immers geen christenen verdrukt worden zonder dat dit tegelijk gepaard gaat met actieve zonden, omdat christenverdrukking zonde ís. Als het naar Gods wil is dat wij lijden wanneer we dit niet verdienen, dan is het goed. En tegelijk is God géén veroorzaker van de zonde.
En verder, en verder, en verder vertelt de Bijbel ons dat er een betekenis is voor ‘de wil van God’. Alles is de wil van God. Hij is God! Hij zegt nooit: ‘Oeps’. Hij wrijft nooit in Zijn handen van spijt. Hij staat nooit perplex. Hij zegt nooit: ‘O, dat was niet mijn bedoeling’.
Luister nu naar Daniel 4:35, dit ontneemt je de adem.
‘en Hij doet naar Zijn wil met het heir des hemels en de inwoners der aarde, en er is niemand, die Zijn hand afslaan, of tot Hem zeggen kan: Wat doet Gij?’
Niemand kan tegen Zijn hand staan, alsof het zou kúnnen dat onze eigengereide wil God zou tegenstaan. En niemand kan tegen Hem zeggen: ‘Wat heeft U gedaan?’
Dit is één betekenis voor de term ‘de wil van God’: Zijn souvereine wil, Zijn wil van verordening. Alles gebeurt in overeenstemming met deze wil van God. Niets gaat daarbuiten.
De tweede betekenis: De geopenbaarde wil van God
De tweede betekenis; de geopenbaarde wil van God. Dit is de wil van God die ons bekend is gemaakt of die ons bekend had kunnen zijn. De wil van God in deze betekenis leren we kennen door Zijn woord. De wil die ons leert wat wij behoren te doen en waarvan God ons verteld dat Hij er naar verlangt dat wij die doen. Het is naar zijn welbehagen als wij die wil doen.
Een groot verschil met de wil van God in de eerste betekenis en deze tweede wil is, is dat wij tegen de verborgen wil van God niet kunnen zondigen. Omdat wij die eenvoudig niet kunnen weerstaan.
De verborgen wil van God is ook niet iets waar wij als mensen ons mee bezig moeten houden of druk over moeten maken. Dat is niet Bijbels. Zo staat er in Deutronimium 29 vers 29:
De verborgen dingen zijn voor de HEERE, onze God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden van deze wet.
"Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen, luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw gedachten" (Jes. 55:8-9)
Deze tweede betekenis van de wil van God, is de wil van God die we als mens wel kunnen weerstaan, overtreden en kunnen verbreken. Bijvoorbeeld de 10 geboden; God laat ons daardoor Zijn wil zien, maar wij verbreken en weerstaan dagelijks Zijn wil.
Dus kunnen wij concluderen: de term ‘de wil van God’ in de Bijbel heeft twee betekenissen. Aan de ene kant is het de souvereine wil van God die alles onder controle heeft en die nóóit verbroken of tegengestaan kan worden. En op een ander moment verwijst deze term naar wat wij hebben te doen, simpelweg omdat Hij dat gebíedt. Zoals ‘gij zult niet doodslaan’, ‘gij zult niet stelen’, ‘gij zult geen overspel doen’. En deze wil van God kunnen wij wel verbreken.
We kunnen hieraan ongehoorzaam zijn. En dáárom moeten we bij elke tekst over de wil van God vragen: ‘Over welke van de twee wordt hier gesproken?’
Wat wil God?
Nu we hebben gezien dat er twee betekenissen voor de term ‘de wil van God’ zijn. Zullen we nu kijken wat de wil van God is zoals Hij die ons bekend heeft gemaakt. Dat is immers de wil van God waarnaar wij moeten staan en leven. Zijn geopenbaarde wil aan ons, daar moeten wij naar leven.
Een voorbeeld van een Christen die leefde naar de wil zoals God die aan hem geopenbaard had:
Abraham en zijn enige zoon Izak die hij lief had, die hem belooft was en waarvan God had gezegd dat het tot een groot volk zou worden. God beval aan Abraham om zijn zoon Izak te offeren en te doden:
En Hij zeide: Neem nu uw zoon, uw enige, dien gij liefhebt, Izak, en ga heen naar het land Moría, en offer hem aldaar tot een brandoffer, op een van de bergen, dien Ik u zeggen zal.
Abraham volgde op dat moment Gods wil zoals Hij die aan hem geopenbaard had. Zonder uitstel;
Daarnaar moest Abraham luisteren en moest hij zijn zoon offeren:
Toen stond Abraham des morgens vroeg op, en zadelde zijn ezel, en nam twee van zijn jongeren met zich, en Izak zijn zoon; en hij kloofde hout tot het brandoffer, en maakte zich op, en ging naar de plaats, die hem God gezegd had.
De uitkomst, dat Izak nooit echt geofferd zou worden was op dat moment voor Abraham verborgen, hij wist het niet en het werd hem pas later geopenbaard toen hij tot een halt werd geroepen door de stem Gods.
God beloonde hem voor het volgen van die geopenbaarde wil:
En zeide: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de HEERE; omdat gij deze zaak gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt; Voorzeker zal Ik u grotelijks zegenen, en uw zaad zeer vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en als het zand, dat aan den oever der zee is; en uw zaad zal de poort zijner vijanden erfelijk bezitten.
Bij de vraag wat wil God kijken we dus naar zijn geopenbaarde wil. Over Zijn verborgen wil hoeven wij ons niet druk te maken of te bekommeren zoals Brakel dat zegt. De wil zoals genoemd in de beloften die wij aan het begin hebben gelezen gaan ook over deze geopenbaarde wil.
Deze wil van God komt tot ons door Zijn geboden, maar ook door Zijn daden, Zijn oproepen en Zijn beloften.
Zijn geboden
Deze wil van God komt tot ons door Zijn woord. Daarin staan geboden waarnaar wij moeten leven, zoals gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, eert uw vader en uw moeder, maar ook wees niet bevreest, wees niet trots, begeert niet, wees niet jaloers,
Wij kunnen deze geboden van onszelf niet houden en zijn daarom schuldig door de wet voor God vanwege zonde en de corruptheid van ons hart. Maar laten we nu kijken naar het doel van de Wet. Dit laat ons namelijk iets zien van de diepere wil van God.
In Galaten 3 vanaf vers 19 kunnen wij lezen van het doel van de wet. God eist van ons dat wij Zijn wet volkomen houden en naleven. Dat is Zijn wil aan ons geopenbaard door de Bijbel. Wij kunnen de wet echter niet houden, en daarom zijn wij schuldig. Paulus schrijft over de wet:
Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden.(Gal. 3:19)
En in Romeinen 10:
Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een ieder, die gelooft. (Rom 10:4)
Dat is het diepste doel van de wet, en de daarom de wil van God. Want de wet is van God. Dat de wet ons uit zou drijven tot Christus. Dat wij Christus nodig zouden hebben.
Zijn daden - Christus volbracht Gods wil
Wathnman Nee was een Chinees christen die om zijn geloof een groot deel van zijn leven in de gevangenis heeft doorgebracht. In zijn boekje ‘Het normale christelijke leven ’ schrijft hij over het eeuwige plan van God. Zoals dat tot ons komt in de bijbel. Ik zal daar een stukje uit voorlezen:
Wat was Gods doel met de schepping? En wat heeft Hij zich voorgenomen in de verlossing? Dit kan worden weergegeven met twee zinsneden uit de Romeinen brief . In Romeinen 3:23 lezen wij:
Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods; het gaat hier over de mens die gezondigd heeft en daardoor de heerlijkheid Gods dat is het eeuwige leven met God(kanttekeningen). door de zonde hebben wij die heerlijkheid verloren.
Wanneer wij aan zonde denken, denken wij onwillekeurig aan het oordeel, dat daaruit voortvloeit; wij brengen de zonde in verband met verdoemenis en hel. Wij denken aan straf, maar God denkt aan de heerlijkheid die de mensen dan derven moet. Het gevolg van de zonde is, dat wij Gods heerlijkheid verliezen: het gevolg van de verlossing is dat wij weer in aanmerking komen voor die heerlijkheid. In de verlossing heeft God zich Heerlijkheid voorgenomen. God wil ons door Zijn verlossing weer opnemen in Zijn heerlijkheid.
Dit brengt ons naar Romeinen 8, waar dit onderwerp ter sprake komt in de verzen 16 tot 18 en 29 en 30. Paulus zegt daar:
Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; indien wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.
Want ik houd het daarvoor, dat het lijden van deze tegenwoordige tijd niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden
En:
Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broeders.
En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.
Wat was Gods doel? Dat Zijn Zoon Jezus Christus de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders, allen gelijkvormig gemaakt aan Zijn beeld. Hoe heeft God dat doel bereikt? Die Hij gerechtvaardigheid heeft (mogelijk door het lijden van Christus), dezen heeft Hij ook verheerlijkt.
Gods voornemen in de schepping en in de verlossing was: Christus tot Eerstgeboren Zoon maken, onder vele verheerlijkte zonen. Misschien zegt dat op het eerste gezicht niet zoveel, maar laten wij daar eens wat dieper op ingaan.
In Johannes 1:14 lezen wij, dat de Heere Jezus Gods enig geboren Zoon was. ‘Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoon en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene des Vaders’. Dat Hij Gods eniggeboren Zoon was, betekend, dat God geen andere zonen had, behalve deze Zoon. Hij was van eeuwigheid bij De Vader. Maar zoals we gelezen hebben, wilde God Hem ook zijn eerstgeboren Zoon maken. Hoe kan de eniggeborene de eerstgeborene worden? Het antwoord is eenvoudig: dat kan, wanneer de Vader meer kinderen krijgt.
Zolang je maar één zoon hebt is hij de eniggeborene, maar als u later meer kinderen krijgt is hij de eerstgeborenen.
Het voornemen van God in de schepping en de verlossing was, dat Hij veel kinderen zou hebben. Hij verlangde ernaar om ons tot Zijn kinderen te maken.
Bij het lezen van de gelijkenis over de verloren zoon, komen de meeste mensen onder de indruk van de ellende, waarin de verloren zoon terechtkomt, zij vinden dat hij het erg moeilijk heeft. Maar daar gaat de gelijkenis niet om. De vader roept uit: ‘Mijn zoon was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden!’ Dat is de kern van het verhaal, het is niet de vraag; wat moet de zoon doomaken of lijden, maar wat verliest de Vader. De Vader heeft verdriet, Hij lijdt verlies! Er is een schaap verloren; wie lijdt dat verlies? De herder. Er is een penning verloren: wie lijdt dat verlies? De vrouw. Er is een zoon verloren: wie lijdt dat verlies? De Vader! Dat is wat Lukas 15 ons leert.
De Heere Jezus was de eniggeboren Zoon en als Eniggeborene had Hij geen broeders. Maar de Vader zond de Zoon, opdat De Eniggeborene ook de Eerstgeborene zou zijn en dat de geliefde Zoon vele broederen zou hebben. Hier hebt u de hele geschiedenis van het Kruis; en hier ziet u, hoe eindelijk Gods voornemen wordt vervuld, wanneer Hij vele zonen tot heerlijkheid brengt.
Zoals we lezen in Hebreen 2 vers 10-12:
Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen.
11 Want èn Hij, Die heiligt, èn zij, die geheiligd worden, zijn allen uit één; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.
12 Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broederen verkondigen; in het midden der Gemeente zal Ik U lofzingen.
In Romeinen 8:29 lezen wij over ‘vele broederen’; in Hebreen 2:10 over ‘vele kinderen / of in de grondtaal: zonen’(zie kanttekeningen + ps 22:23).
God wil niet dat Zijn kinderen in een schuur, of een onder een afdak wonen. Hij wil ze in Zijn huis hebben, Hij wil hen doen delen in Zijn heerlijkheid. Dit is de betekenis van Romeinen 8:30: En die Hij gerechtvaardigd heeft, deze heeft hij ook verheerlijkt.
Zoonschap – Het volledig uitgedrukte beeld van Zijn Zoon – in vele zonen, dat is het doel van God. Hoe kan Hij dat bereiken? Door hen eerst te rechtvaardigen en hen dan te verheerlijken. In Zijn omgang met hen heeft God voortdurend dat doel op het oog. Hij heeft zich vast voorgenomen zonen te hebben en Hij wil hen bij zich hebben in Zijn heerlijkheid, Hij heeft het mogelijk gemaakt, dat de ganse hemel bevolkt wordt met verheerlijkte zonen. Dat was Zijn voornemen in de verlossing.
Maar hoe was het mogelijk, dat Gods eniggeboren Zoon Zijn eerstgeborene werd? Dit wordt ons verklaard in Johannes 12:24 waar Jezus zegt: Voorwaar, Voorwaar, Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort.
Wie was die graankorrel? Het was de Heere Jezus zelf!
God had maar een ‘graankorrel’ in het ganse heelal, een tweede was er niet. Hij liet die ene graankorrel in de aarde vallen om te sterven.. en in de opstanding is die eniggeboren graankorrel de eerstgeborene geworden. Uit de éne graankorrel zijn vele korrels voortgekomen!
Wat Zijn Goddelijke natuur betreft blijft de Heere Jezus (en Hij alleen) de eniggeboren Zoon van God. Toch is Hij vanaf de opstanding tot in alle eeuwigheid ook de eerstgeborene. Na de opstanding openbaart Zijn leven zich immers in vele broeders. Want wij, die uit de Geest geboren zijn, hebben daardoor deel aan de Goddelijke natuur schrijft Petrus (2 pet 1:4). Doch niet, denkt u daar vooral om, in onszelf, maar in afhankelijkheid van God en omdat wij ‘In Christus zijn’. Wij hebben de ‘Geest van het zoonschap ontvangen, waardoor wij roepen Abba Vader’. Die Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn. (Rom 8:15,16). Door mens te worden en aan het Kruis te sterven heeft de Heere Jezus dit mogelijk gemaakt. Daarin heeft het Vaderhart van God zijn volle bevrediging gevonden., want door de gehoorzaamheid van de Zoon, een gehoorzaamheid tot de dood, kreeg de Vader vele zonen.
Het eerste en het twintigste hoofdstuk van het evangelie van Johannes geven dit op ontroerende wijze weer. In het begin van zijn evangelie zegt Johannes namelijk, dat Jezus de eniggeborene des Vaders was. Aan het eind van zijn Evangelie vertelt hij ons, hoe de Heere Jezus, na Zijn dood en opstanding tegen Maria Magdalena zei:
Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God.
Tot nu toe had de Heere Jezus in dit evangelie steeds gesproken van ‘De Vader’ of van ‘Mijn Vader’, nu na de opstanding voegt Hij er aan toe: ‘en uw Vader’. Hier spreekt de oudste zoon, de eerstgeborene. Door Zijn dood en opstanding zijn vele broeders toegevoegd aan het gezin van God. Daarom noemt Hij hen ook in hetzelfde vers: Mijn Broeders. Hij schaamt Zich niet hen broeders te noemen. (Hebreen 2:11).
Hieruit blijkt het verlangen en de wil van God.
Joh 3:16
Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
Dat wij vluchten naar Christus en ons vertrouwen op Hem stellen. Om zo een kind van Hem te worden en door Zijn Zoon een broeder genoemd te worden. Weetje nog wat de Heere Jezus zei tegen de mensen die hem kwamen halen?
Wie is Mijn moeder, of Mijn broeders? En rondom overzien hebbende, die om Hem zaten, zeide Hij: Ziet, Mijn moeder en Mijn broeders. Wantzo wie den wil van God doet, die is Mijn broeder, en Mijn zuster, en moeder.
De wil die hier genoemd wordt en blijkt uit het evangelie van Christus, is het verlangen van God dat wij in Christus geloven en heilig leven.
Zoals de Heere Jezus zegt in Johannes 6 (vs. 40)
40 En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
Zijn beloften en oproepen
God maakt de beloften en doet zijn oproepen, omdat Hij vol van liefde is, Hij doet die omdat het Zijn verlangen is. Ze laten zien wat God doet, wie Hij is en wat Hij verlangt. Het is een openbaring van Zijn wil met ons en voor ons. En de Bijbel staat er vol van.
Hij wil niet dat wij verloren gaan:
Zou Ik enigszins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve? (Ez 18:21)
Maar Hij wil dat wij onze zonden belijden:
Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid .(1 joh 1:9)
Zich tot Hem bekeren:
Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, al gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer. (Jes 45:22)
En Zijn naam aanroepen:
En het zal zijn, dat een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden. (Rom 10:13)
En in Hem geloven:
Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. (Joh 3:15)
Hij heeft zijn Bijbel ons gegeven omdat: (Joh 20 vs 31):
Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam.
Dat wij uit dankbaarheid daaruit leven:
DanktGod in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u. (1 thes 5:18)
En steeds meer van Zijn wil over ons en ons leven leren kennen.
Opdat gij moogt wandelen waardiglijk den Heere, tot alle behagelijkheid, in alle goede werken vrucht dragende, en wassende in de kennis van God; (Kol 1:12)
Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij.
Hij is lankmoedig:
2 Pet 3:9
De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.
De bede Uw wil geschiedde
Dit is de wil waarom wij bidden als wij bidden : Uw wil geschiedde. Wij bidden dan of zijn geopenbaarde wil door de mensen gedaan zou worden, opdat Zijn naam in de Hemel en op de Aarde verheerlijkt worden. Zou schrijft Brakel. Hoe vaak bid jij nog Uw wil geschiedde? Zonder dat te doen waarvan je weet dat Hij dat wil? God laat niet met zich spotten!
Daarom roept God nog:
Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarinheb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?