Inleiding - Het tweede gebod
Hoe denk jij hierover?
- Om mij een beter beeld te vormen van het lijden van Jezus bekijk ik de film ‘Passion of the Christ’.
- Het is niet goed boeken over de Bijbel te lezen; die kunnen je een verkeerd beeld van God geven.
- Engelen en duivelen mogen afgebeeld worden.
- Kunst (schilderkunst, muziek) over de Bijbel of het geloof kan beter niet bedreven worden; het gevaar dat je zondigt tegen het tweede gebod is groot.
Lees hieronder meer over de betekenis van het tweede gebod
- Intro met stellingen
Het eerste gedeelte van het tweede gebod
Geen beeldendienst
“Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken van hetgeen boven in de Hemel is, noch van het geen dan onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen…”
Nauwelijks waren deze woorden weggestorven, of daar klinkt de stem van Aäron: “Rukt af de gouden oorsierselen (…) en brengt ze tot mij. (…) en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: dit zijn uw goden, Israël! Die u uit Egypteland opgevoerd hebben. (…) en Aäron zeide: morgen zal den HEEREN (met hoofdletters) een feest zijn”.
Tijden het maken van dit gouden kalf verblijft Mozes op de berg. De Israëlieten vinden dat hij erg lang wegblijft en ze weten niet wat er met hem is gebeurd. Het volk ervaart nu een leegte. Daarom vragen ze aan Aäron of hij een beeld wil maken om naar te kijken en om daardoor hun gedachten op God te kunnen richten. Zo kunnen ze toch hun aandacht richten op God.
Beelden hebben verschillende functies. Zij zijn bedoeld om God tastbaar te maken en dichterbij te brengen, ook maken beelden de verhevenheid van God “toegankelijk”, dat betekend dat je in een beeld over de kracht van God kan beschikken en deze binnen handbereik brengen. Dit is in tegenstelling tot wat er in de bijbel staat. Denk maar aan wat er in hebr. 11;1 staat: “Het geloof is een vaste grond der dingen die men hoopt, en een bewijs der zaken die men niet ziet”.
Waarom mogen wij geen beelden vereren?
Het klinkt allemaal heel onschuldig. Een beeld maken om daardoor de Heere te dienen. Maar als je goed bekijkt wat het dóel is van beelden maken ziet het er toch niet zo onschuldig uit.
Als eerste: Een beeld maken van heeft als doel om God dichterbij te brengen. Je miskent daarmee Zijn alomtegenwoordigheid. De Heere hoeft niet dichterbij gebracht te worden. Hij ís al dichtbij, want Hij is overal. Denk maar eens aan psalm 139: “Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mijn in de hel, zie, Gij zijt daar. (…) Woonde ik aan de uiterste der zee, ook daar zou Uw hand mij geleiden”. Er is geen god zo dichtbij als de Heere. De Heere openbaart zich ín Zijn Woord en spreekt tot ons dóór Zijn Woord. Hij wil in Christus zelfs in on hart wonen en ons door het geloof vrede en blijdschap geven in de gemeenschap met Hem.
Als tweede: een beeld heeft als doel om lichamelijk dicht bij God te kunnen komen. Wie dat doet, heeft niet genoeg oog voor Gods verhevenheid. Het maken van beelden is is volgens Paulus: “Het veranderen van de heerlijkheid van de onveranderlijke God”. De heerlijkheid van de Heere is zó groot dat niemand Hem kan zien en blijven leven. Zelfs de engelen bedekken hun aangezicht als zij voor de Heere staan. Door de zonde is ons lichaam sterfelijk geworden. Hoe zou een sterfelijk lichaam de heerlijkheid van God kunnen verdragen? Dat kan niet! Alleen in de Hemel kan de Heere gezien worden doordat het sterfelijke lichaam onsterfelijk is gemaakt voor God.
Als derde: wie de Heere wil vangen in een beeld, beperkt als het ware Zijn vrijheid. Je kan het beeld verplaatsen. Zo kan je als het ware zelf over God beschikken. God laat zich niet op deze manier door mensen meenemen. Het is juist omgekeerd: Híj beschikt over óns!!
Geen afbeelding van de Heere.
De Heere mag op geen enkele wijze worden afgebeeld. Het is ook onmogelijk om Hem af te beelden, omdat niemand Zijn gedaante gezien heeft. “Wacht u dan wel voor uw zielen; want gij hebt geen gelijkenis gezien, ten dage als de HEERE op Horeb uit het midden van het vuur tot u sprak; opdat gij u niet verderft…”. De Heere is met niets of niemand te vergelijken. “Bij wie dan zult gijlieden Mij vergelijken, dien Ik gelijk zij?” Hier kunnen we het antwoord al vinden. Met niemand is Hij te vergelijken.
Eigen beelden.
Ook al hebben wij geen beelden, toch betekend dat niet dat het dan wel goed zit met de onderhouding van het tweede gebod. Iedereen heeft in zijn gedachten een bepaald beeld van God gevormd. Maar, is dat het ware beeld van God? Sommigen denken dat de Heere de zonden door de vingers ziet. Weer anderen denken dat de Heere aan sommige geboden meer waarde hecht dan aan andere. Dat de zonde tegen het 7e gebod veel erger is dan kwaadspreken over je naasten. Zo vormen wij een beeld van de Heere waarin rechtvaardigheid is weggelaten. Gods rechtvaardigheid eist immers straf op de zonde. Wie denkt dat de Heere het toch niet zo nauw neemt met de zonde, denkt in feite dat het wel meevalt met Zijn rechtvaardigheid. Anderen oen juist weer het tegenovergestelde. Zij beelden zich een God in Die meedogenloos op de aarde neerkijkt. Je mag niks, alles wat leuk en gezellig is, is verboden. En doe je het toch, dan word je zonder medelijden in de hel gegooid. Een “nettere” vorm van dit voorbeeld komt ook voor. Je wilt zo graag bekeerd worden, maar de Heere wil het maar niet geven. Er staat wel in de bijbel dat de Heere Zijn handen de ganse dag uitbreidt tot een wederstrevig volk, maar jij denkt het tegenovergestelde: je hebt je handen de ganse dag uitgebreid tot een wederstrevig God. Uit onze eigen gedachten kan ook nooit meer een juist beeld van God voortkomen. Het enige juiste beeld geeft de Heere Zelf in Zijn Woord en dat wil Hij ons ook in het hart openbaren.
Het juiste beeld van God.
Maar wat is dan het juist beeld van God? Dat is de Heere Jezus Christus. Hij is het afschijnsel van Gods heerlijkheid en het uitgedrukte beeld van Zijn zelfstandigheid. Dat betekend dat in de Heere Jezus als het ware het beeld en de heerlijkheid van God is afgedrukt. In Hem openbaart de Heere Zijn rechtvaardigheid: Hij straft de zonde eerder aan Zijn Zoon, dan dat Hij ze óngestraft laat. In Hem openbaart de Heere Zijn barmhartigheid: Hij wil vijanden met Zichzelf verzoenen. Ook de andere eigenschappen van God, zoals Zijn almacht en Zijn wijsheid, worden zichtbaar gemaakt in de Heere Jezus. In het tweede gebod gaat het dus ten diepste om de ware, zaligmakende kennis van God. Tegenover het verbod van het maken van de verkeerde denkbeelden, staat het gebod om de Heere te kennen zoals Hij si. En tegenover het verbod van zelfbedachte godsdienst , staat het gebod om Hem te dienen zoals Hij dat wil. Het één hangt samen met het ander. Wie Hem mag kennen zoals Hij is, gaat Hem in het gein ook dienen zoals Hij dat wil. Hem dienen zoals Hij dat wil betekent: Zijn geboden onderhouden met een volkomen ijver, met volkomen liefde en Hem de eerste plaats geven in je hart. Dat is de heiligmaking. Wie door het onderwijs van de Heilige Geest in de Heere Jezus God weer mag zien zoals Hij is, gaat zelf ook het begin dat beeld vertonen.
Wat staat er in de Bijbel en de Cathechismus over het tweede gebod
We hebben het vanavond over het 2e gebod. Het gebod wat God op de berg Horeb aan zijn volk heeft gegeven. Laten we allereerst stilstaan bij wat het verschil is tussen gebod 1 en 2, wat vaak door elkaar gehaald wordt.
Gebod 1 vertelt ons vooral dat we God moeten dienen.
Gebod 2 vertelt ons vooral hoe we God moeten dienen.
Laten we beginnen bij de Catechismus.
Vraag en antwoord 96.
Wat eist God in het 2e gebod?
Dat wij in genelei wijzen afbeelden en op geen andere wijze vereren dan Hij in Zijn woord bevolen heeft.
Misschien vraag je jezelf af: waar dan in het woord? Enkele teksten.
Romeinen 1:23
En hebben de heerlijkheid des overerfelijken Gods veranderd in de gelijkenis eens beelds van een verderfelijk mens, en van gevogelte, en van viervoetige en kruipende gedierten.
Jesaja 40:18
Bij wien dan zult gij God vergelijken, of wat gelijkenis zult gij op Hem toepassen?
Jesaja 40:25
Bij wien dan zult gijlieden Mij vergelijken, dien Ik gelijk zij? zegt de Heilige.
Handelingen 17:29
Wij dan, zijnde Gods geslacht, moeten niet menen, dat de Godheid goud, of zilver, of steen gelijk zij, welke door mensenkunst en bedenking gesneden zijn.
Mattheus 15:9
Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn.
Jesaja 40:25: Bij wien dan zult gijlieden Mij vergelijken, dien Ik gelijk zij? zegt de Heilige.
Deze tekst sluit aan met de volgende twee teksten: Psalm 97:7 Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen & Deuteronomium 16:22 Ook zult gij u geen opgericht beeld stellen, hetwelk de HEERE, Uw God, haat.
Het is daarom niet te begrijpen waarom de Roomse kerk deze beelden wel in haar kerken neemt en die aanbidt. Stel je voor, God als een oude man neerzetten in een kerk, terwijl dat in strijd is met de Tien Geboden. Het lijkt dan of het is dat God een moegestreden man is. Dat is wat in de voorafgaande teksten bedoelt wordt.
De Roomse kerk pleegt hierbij heilschennis door dit uit hun Catechismus te schrappen. De roomse kerk heeft totaal geen grond onder hun voeten wanneer zij zeggen dat ze God vereren met hun hart en het beeld slechts eren met hun lichaam. Wij moeten God juist eren met hart en lichaam!
Het is je misschien opgevallen dat er door heel de Bijbel door steeds teksten zijn die over het 2e gebod opheldering geven. Omdat we niet al deze teksten kunnen bespreken zou ik graag wat dieper in willen gaan op Mattheus 15:9, die we daarnet hebben gehoord.
Deze tekst roept op om vooral bij de Tien geboden te blijven, en geen mensenregels te gebruiken. Het is verstandig op je af te vragen of het tot Gods eer is of dat we een denkbeeld volgen van hoe God is, en hoe we dat kunnen dienen.
Je vraagt jezelf nu waarschijnlijk af, hoe zit het dan met Mozes, die had toch ook een afbeelding van een slang gemaakt?
Dat ligt als volgt:
Op de eerste plaats werd dit op uitdrukkelijk bevel van God gedaan, wat Numeri 21:8 ons vertelt “Maakt u een vurige slang”.
Dus het is rechtvaardig om een beeld te maken van een slang en daarmee de beelden in de kerken rechtvaardigen en daarmee onze bevindingen kunnen maken?
Nee, dat is het zeker niet.
Door kennis weet men hier een antwoord op, informatie die hierbij erg belangrijk is.
als eerbetoon ging het volk Israel wierook roken aan deze slang. Hizkia, een godvrezende koning heeft daarom het beeld verbrijzeld. De restanten van dat beeld werd Nuhustan genoemd (alleen maar koper). God heeft hem hierover geprezen in 2 Koningen 18:3-4.
Een tweede voorbeeld in de Bijbel is het volk van Israel die samen met Aaron een gouden kalf maken, omdat God ver weg was konden ze daardoor God toch dienen. God is niet ver weg en laat zich altijd vinden.
Het tweede gedeelte van het tweede gebod
IJverig God
Het woord ijverig in het 2e gebod is heel wat anders dan dat wij tegenwoordig onder ijverig verstaan. Het woord ijverig kan hier het beste vertaald worden met het woord jaloezie. Maar dan niet in de betekenis dat je iemand iets misgunt. Het gaat hier meer om het gekrenkt worden in het eigendomsrecht, als dat door een ander aangetast wordt. Als in een huwelijk iemands echtgenoot met een andere vrouw uitgaat, is het terecht dat die vrouw boos en gekrenkt is. Echte liefde kan niet gedeeld worden. En zo is het ook met God. Hij wil de hoogste plaats in ons leven hebben, en ook dat wij Hem niet op een andere manier dienen zoals Hij dat wil. Maar de jaloersheid van God heeft ook een andere kant, en daarover gaat het in het 2e gedeelte van het 2e gebod. Daar staat: Ik zal barmhartigheid bewijzen aan duizenden degenen die mij liefhebben. God ijvert over degenen die hem liefhebben, om hen te zegenen. Daarover spreekt God ook over in de Bijbel. Bijvoorbeeld in Zacharia 1:14,16 waar staat: Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een grote ijver. Ik ben tot Jeruzalem weergekeerd met ontfermingen.
Haten
Wie haten de Heere eigenlijk? Bij kerkmensen valt dat toch wel mee? Het Hebreeuwse woord haten betekend hier: niet verkiezen, minder liefhebben dan. Alles wat geen eerste keus is valt onder het haten. De Heere haten is: iets anders belangrijker, of net zo belangrijk vinden dan Hem. Dus dan is het eigenlijk niet zo erg toch? Want iemand op de tweede plaats zetten is veel minder erg dan iemand hartgrondig verafschuwen. Nee zo is het niet, want de Heere wil juist laten zien dat dat geen verschil maakt. Haten staat dus tegenover het liefhebben met het gehele hart. Dus het haten is een heel breed begrip. Van op de gedeeld 1e plaats staan tot openlijke vijandschap. Als je altijd achter je computer zit, of altijd maar aan je brommer sleutelt, of altijd graag huiswerk maken, staat de Heere dan op de eerste plaats? Hoe vaak komt het Koninkrijk van God zoeken op de laatste plaats? Je hebt het altijd zo druk met van alles en nog wat, en voor het slapen gaan nog even bidden en Bijbel lezen, maar niet te lang want je bent al erg moe, en morgen moet je ook weer vroeg op. In Lukas 14 gaat het daar ook over, als Jezus een gelijkenis verteld van iemand die een grote maaltijd maakt en veel mensen uitnodigt, maar iedereen heeft wel wat. De een heeft een akker gekocht, en moet daar nog naar toe, een ander heeft ossen gekocht en moet die nog testen, en een ander is pas getrouwd en kan z’n vrouw toch niet zomaar achterlaten. Wat zegt Jezus daar dan van? Hij zegt: Indien iemand tot Mij komt en niet haat (op de tweede plaats zet) zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja ook zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn. Mag je dan niet genieten van de dingen die God je geeft in dit leven? Jazeker, maar daar gaat het hier niet om. Het gaat hier om wie de hoogste plaats in je leven heeft.
Belofte en bedreiging
In het tweede gebod staat: …die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid degenen die Mij haten… In de tijd van Ezechiel was er een spreekwoord dat luidde: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten en de tanden der kinderen zijn stomp geworden. Daar bedoelde het volk mee: Wij zitten in ballingschap omdat onze vaders gezondigd hebben, en dat vinden wij niet eerlijk. De Heere wijst deze redenering af, want Hij zegt: De ziel die zondigt die zal sterven. In Deuteronomium 24:16 staat: De vaders zullen niet gedood worden voor de kinderen, en de kinderen niet voor de vaders, een ieder zal om zijn zonde gedood worden. Is dat dan niet in tegenspraak tot het 2e gebod? Nee, want in de zojuist genoemde teksten wil de Heere laten zien dat Hij de zonden niet onrechtvaardig straft. Vanuit die gedachte moeten we ook het 2e gebod lezen. De Heere straft kinderen niet alleen om het feit dat hun vaders gezondigd hebben, maar Hij straft de kinderen wel als zij in de voetstappen van de vaders voortgaan. Een mooi voorbeeld uit het Oude Testament is als de kleinzoon van Manasse op de troon zit, en het land Juda verwoest wordt door de Chaldeeen, Syriers, Moabieten en Ammonieten. Daarvan zegt God letterlijk in 2 Kon. 24:3: Zekerlijk geschiedde dit naar het bevel des Heeren tegen Juda dat Hij hen van Zijn aangezicht wegdeed, om de zonden van Manasse, naar alles, wat hij gedaan had. Is het nageslacht van Manasse dan het zielige slachtoffer? Nee, want zij zijn doorgegaan in de zonde van hun vader. 2 Kon. 21:20 en 21 zegt daarover: Manasses zoon Amon deed wat kwaad was in de ogen des Heeren, want hij wandelde in al de weg, die zijn vader gewandeld had, en hij diende de drekgoden die zijn vader gediend had en hij boog zich voor die neer.
In het tweede gebod waarschuwt de Heere voor deze ernstige gevolgen van de zonde. Denk erom welk kwaad je je kinderen toebrengt als je hen voorleeft in de zonde. Kinderen nemen gemakkelijk de levensstijl van de ouders over. Kijk maar hoe iemand over catechesatie denkt als zijn moeder hem makkelijk thuis houdt. Of hoe iemand over het houden van verkeersregels denkt, als zijn vader die met gemak overtreedt. Of kijk maar in de kerk tijdens een doordeweekse dienst of je kinderen ziet, waarvan de ouders zelf nooit gaan. Daarom is het voorbeeld van ouders aan kinderen heel belangrijk. Want de zonden van de ouders kan de val betekenen van de kinderen. Daarom is het ook heel belangrijk welke keuze je maakt bij het zoeken en vinden van een levensgezel. Een stap van de kerk af heeft niet alleen gevolgen voor jezelf, maar ook voor je nageslacht.
Afsluiting
Het tweede gebod:
Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in de hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor dien niet buiten, noch hen dienen, want Ik, de Heere uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergenen die Mij haten. En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.
Een beeld maken heeft als bedoeling om God heel dichtbij te brengen, om lichamelijk bij God te komen en om God in een beeld te vangen. Dat is nergens voor nodig, want God is altijd bij ons, wij hoeven dus niet lichamelijk bij Hem te komen. En wij hoeven God ook niet in een beeld te vangen, omdat we niet over God kunnen beschikken. Hij beschikt over ons. En Hij wil de eerste plaats innemen in ons leven. God is een ijverig God: God is een jaloers God. Hij straft daarom de kinderen die doorgaan in de zonde van hun ouders, maar de duizenden die Hem liefhebben, zal hij zegenen met barmhartigheid.
Wij kunnen vanuit onszelf geen goed beeld vormen over God. Dat hoeft ook niet, omdat God dat ons al heeft gegeven in Zijn Woord, en het ons in het hart wil openbaren. De Heere Jezus Christus is het enige juiste beeld van God.
Wij moeten dit gebod dus niet zien als een verbod om gesneden beelden te aanbidden. Maar als een gebod om de ware, zaligmakende kennis van God te zoeken; om Hem te kennen zoals Hij is.
Zingen: gezang 1: 2, 3
Lezen: Jesaja 40: 12-31
Zingen: psalm 97: 4
Zingen: avondzang: 7