Inleiding: Christus' komst
Zingen Psalm 130 : 3,4
Lezen Mattheüs 24 : 1-14 en 25 : 1-13
Hoe vaak ben je er al langs gereden, hoe vaak heb je die 4 woorden al niet zien staan? Hoe vaak reed je in gedachten verzonken over de Kerkstraat en zág je die woorden niet eens. Maar elke keer als je langs de ingang van de oude begraafplaats rijdt, en die 4 woorden leest “ZIJT OOK GIJ BEREID” is dat een roepstem. Een roepstem waar je niet aan voorbij mag gaan.
Want de dagen des mensen zijn als het gras; gelijk een bloem des velds, alzo bloeit hij. Als de wind daarover gegaan is, zo is zij niet meer, en haar plaats kent haar niet meer. Daarom is het zo nodig dat er een antwoord komt op die vraag “Zij ook gij bereid?” Misschien zie je die woorden staan, en denk je er over na, maar voordat je bij kapper Pons rijdt denk je, o ja, ik moet van de week nog even naar de kapper. Weg is die gedachte, of je wel bereid bent voor de eeuwigheid! Maar als je niet oplet met de hoek omgaan, en je wordt geschept door een auto, wat dan? Ben je dan bereid, of heb je die gedachte steeds weer voor je uit geschoven, maar dan is het wel te laat!
We hebben allemaal een predikant wel eens horen zeggen dat we in de eindtijd leven. Is dat zo? Er is door de eeuwen heen veel gesproken en geschreven over de eindtijd. Je kunt dat op verschillende manieren doen. Theologisch uitgedrukt is de tijd na de Hemelvaart de eindtijd. In persoonlijke zin verstaan is het voor ons eindtijd wanneer we overlijden. Letterlijk is dan het einde van de tijd voor ons aangekomen. Ook in het licht van de geschiedenis wordt veel gesproken en gespeculeerd over de eindtijd.
God weet alleen hoe laat het is op de wereldklok. Maar aan verschillende dingen zien we dat het einde van de tijd in aankomst is. Weten we nog waar het vorige jaar mee begon? De verschrikkelijke tsunami. Mattheüs spreekt immers over “aardbevingen op verschillende plaatsen”. Tienduizenden mensen verdronken, tienduizenden mensen hadden van het ene op het andere moment niets meer, ziekten braken uit, armen werden teruggeslingerd in een nog veel grotere armoede. En als we denken aan wrede orkanen. Al noemen we alleen maar de naam ‘Rita’, dan weer iedereen hoeveel ellende die orkaan met zich meebracht. In Pakistan beefde de aarde en moesten opnieuw duizenden mensen het tijdelijke met het eeuwige verwisselen. “En gij zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen”. We leven in een eeuw, de 20e even inbegrepen, die getypeerd wordt door oorlogen en geruchten van oorlogen. Nog niet eerder in de geschiedenis werd er in een eeuw tijd zoveel bloed vergoten. Van Eerste Wereldoorlog tot Balkanconflict en van Hiroshima tot Midden-Oostendrama. Om nog maar niet te spreken over de toename van openlijke geweldgebruik in ‘vredestijd’, criminaliteit, zinloos geweld en terrorisme. In elke oorlog zien we de wijzers van de wereldklok verschuiven en worden we herinnerd aan de ‘laatste oorlog’, die alle oorlogen zal beëindigen als de Heere Zelf de satan definitief zal verslaan.
“En er zullen zijn hongersnoden en pestilentiën…” Hoeveel mensen sterven er van de honger in Afrika? En elke dag sterven er vele mensen aan de besmettelijke ziekte Aids.
Maar dat zal nog maar het begin zijn. “En nog is het einde niet”. Mattheüs 24. Gods kinderen zullen vervolgd worden en gedood. De satan zal proberen om de gemeente van Christus te vernietigen. De antichrist zal komen en vele valse profeten. Maar ondanks dit alles geeft God een belofte ´Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden”.
Er is zo veel ongerechtigheid, zo veel zonden en zo weinig wandel in de vreze des Heeren. Dat Gods kinderen de dag van Christus’ wederkomst met groot verlangen uitzien. Wat de geloofsbelijdenis zegt in artikel 37. Daarom verwachten wij dien grote dag met een groot verlangen om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus onze Heere.
Het woord verwachten gebruiken we vaak zo oppervlakkig. We zeggen bijvoorbeeld, ik verwacht van jou… Wat betekend verwachten eigenlijk? Dat moet je maar eens vragen aan een aanstaande moeder. Er gaat geen dag voorbij of ze denkt eraan. Ze is in verwachting! Heel diep en mooi zegt de dichter van Psalm 130 het; Ik verwacht de Heere; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn woord. Mijn ziel wacht op de Heere, meer dan de wachters op den morgen. Mag je zo al uitzien naar Zijn komst?
Heel veel verwachtingen komen in dit leven niet uit. Het Woord van God en onze belijdenis zijn zeker in één verwachting: Hij komt om de aarde te richten. Psalm 98 vertelt hierover. Hij komt om de aarde te richten: Hij zal de wereld richten in gerechtigheid, en de volken in alle rechtmatigheid. Nog al wat verwachtingen bleken niet uit te komen. De Jehovagetuigen en andere sekten ontsporen ook op dit punt. Het zijn valse profeten. Maar willen wij het ook vaak niet beter weten dan de Schrift? In Markus 13 staat immers Maar van die dag en dat uur weet niemand, nog de engelen die in de hemel zijn, nog de Zoon, dan de Vader. Zelfs de Zoon weet het niet. Maar er wordt gelijk aangespoord op waakzaamheid. Ziet toe, waakt en bidt, want gij weet niet, wanneer de tijd is. Hoewel de Bijbel geen bepaald tijdstip noemt, noemt de Schrift wél een tijdstip. 2 Petrus 3:10 Want de Zoon des mensen zal komen als een dief in de nacht. Een dief laat natuurlijk niet weten wanneer hij van plan is te komen. Bovendien komt hij meestal in de nacht. Hij komt in het donker en onverwachts, wanneer de mensen liggen te slapen. Die zijn zich van geen kwaad bewust. Zó zal de komst van de Heere zijn. Zo onverwachts.
Niemand verwacht blijkbaar iets bijzonders. En dat is juist zo erg. Komt de koningin een stad of een dorp bezoeken, dan ziet ieder gespannen uit naar de koninklijke stoet. Maar als Jezus wederkomt dan zal bijna niemand Hem verwachten. Of verlang jij wel om de Zaligmaker in Zijn schoonheid te zien?
De dag van Zijn komst zal niet anders zijn dan andere dagen. Om het eens heel dicht naar ons toe te brengen: je staat net een nieuwe spijkerbroek te passen, of je zit in de trein op weg naar de universiteit, je zit te zwoegen voor je examens, of je spreekt je vriendin via je mobieltje en opeens wordt de verbinding verbroken. Opeens is daar het geluid van de bazuin. Jezus komt! In het uur dat gij het niet meent.
Niet allen in de wereld zal men geen rekening houden met Christus komst, maar ook in de kerk. Als de Bruidegom vertoeft, vallen zowel de dwaze als de wijze maagden in slaap.
Omdat het onderwerp van vanavond best moeilijk is willen wij het verduidelijken met behulp van de gelijkenis van de vijf wijze en de vijf dwaze maagden. Waarschijnlijk zullen jullie wel weten waar deze gelijkenis overgaat.
We zullen eerst in het kort vertellen waar deze gelijkenis over gaat en daarna zullen we uitgebreid ingaan op de betekenis van deze gelijkenis.
In deze gelijkenis gaat het over tien maagden, tien meisjes. Ze zijn aan het wachten op de bruidegom en omdat het al donker is hebben ze natuurlijk lampen bij zich die op olie branden. Ze vinden het wachten wel erg lang duren en de meisjes vallen in slaap. Alle tien. Maar ineens schrikken ze wakker. Iemand roept dat de bruidegom er aan komt. “Ziet de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet!” Inmiddels is het al midden in de nacht. Hieruit blijkt dat ze al een tijd geslapen hebben. Ze springen allemaal op. Maar de lampen van de maagden zijn uitgegaan. De vijf wijze maagden hebben olie in hun vaten bij zich zodat ze hun lampen weer aan kunnen doen maar de vijf dwaze maagden hebben dat niet. Daarom vragen ze aan de andere meisjes: “Geef ons van uw olie, want onze lampen gaan uit.” Deze antwoorden “Geenzins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij.” Het is niet zo dat ze hen niet willen helpen maar ze hebben al hun olie zelf nodig om hun lampen te laten branden. Ze zeggen dat ze beter naar de verkopers kunnen gaan om voor hun lampen olie te kopen. En dat doen deze vijf meisjes dan ook. Maar toen zij wegwaren kwam de bruidegom al. De vijf meisjes, de vijf wijze maagden, lopen met hun prachtig brandende lampen in de stoet mee. Ze komen bij het huis aan en gaan allemaal mee naar binnen om feest te vieren. En dan staat er “…en de deur werd gesloten.”
Inmiddels zijn de vijf andere meisjes, de vijf dwaze maagden, ook bij het huis van de bruidegom aangekomen. Ze kloppen op de deur. Maar wat erg. Ze zijn te laat. Ze proberen nog binnen te komen. Ze roepen “Heere, Heere , doe ons open.” Maar de deur bleef gesloten. In de Bijbel staat er: “En Hij, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg Ik u, Ik ken u niet.”
Wat is nu precies de betekenis van deze gelijkenis? Want het gaat natuurlijk niet alleen maar om het verhaal op zich. Ook met deze gelijkenis heeft de Heere Jezus een bedoeling gehad. Het doel van deze gelijkenis is om ons allen op te wekken tot de uiterste zorg en naarstigheid om ons voor te bereiden op Christus’ wederkomst.
In deze gelijkenis wordt het beeld gebruikt van een bruiloft. In de tijd van de Bijbel ging dat er op een andere manier aan toe dan nu. Het was een gewoonte van sommige Joden bij een bruiloft dat de bruid met haar vriendinnen in het huis bleef totdat het nacht werd. Dan kwam de bruidegom met zijn vrienden de bruid ophalen met lampen of fakkels en bracht haar zo, met haar vriendinnen in de bruiloftszaal, waar zij dan met z’n allen verder het feest vierden. Dit even ter verduidelijking.
Deze gelijkenis gaat dus over de wederkomst van Christus op de aarde. In het bijzonder gaat het in deze gelijkenis over de komst van Christus aan de belijders van het Christendom. Christus wordt hier vergeleken met een bruidegom waarop de bruid met haar vriendinnen wacht. Op meerdere plaatsen wordt Christus vergeleken met een bruidegom. Hierbij kun je denken aan het Hooglied van Salomo. Je kan dus zeggen dat het in deze gelijkenis gaat over hoe het zal zijn als Christus terugkomt op de aarde in het leven van kerkmensen. Deze “kerkmensen” worden in de gelijkenis vergeleken met tien maagden. Er staat “tien” maagden. Beide groepen, de vijf wijzen en de vijf dwazen worden dus aangeduid met “maagden”. De wijze maagden zijn de uitverkorenen, dus Gods kinderen. De vijf dwaze maagden zijn de kerkmensen die Christus niet met hun hart kennen. Het eerste belangrijke punt uit deze gelijkenis is dus dat alle tien, maagden worden genoemd. De vijf dwaze maagden worden dus niet vergeleken met heidenen, goddelozen, of andere slechte mensen. Nee, de Heere noemt hen net als de wijzen “maagden”. En waarom zullen jullie zeggen? Omdat ze in hun leven even vroom, dit wil zeggen kuis en godsdienstig, leefden als de wijzen, dus als Gods volk. Zij die het Lam volgen worden maagden genoemd, Openb. 14:4. Dit duidt hun schoonheid en reinheid aan. Zij worden als een reine maagd aan Christus voorgesteld, 2 Kor. 11:2. En dat is ook het treffende van deze gelijkenis. In hun uiterlijk leven was er geen verschil te zien tussen de tien maagden. In de gelijkenis wordt genoemd dat beide, de wijze en de dwaze maagden, brandende lampen bij zich hadden. Ook vielen tijdens het lange wachten, beide in slaap. Waarom worden dan toch de eerste vijf maagden wijs genoemd en de andere vijf dwaas?
Ten eerste verschilt de aard van deze mensen, maar dat blijkt natuurlijk al uit het feit dat de enen wijs worden genoemd en de anderen dwaas. Want mensen die tot hetzelfde kerkverband behoren en hetzelfde belijden, kunnen toch in het oog van God zeer verschillend zijn. Voor het oog van de mensen zijn ze gelijk. Ze gaan allemaal ’s zondags twee keer naar de kerk en misschien zelfs nog wel doordeweeks. Ze leven netjes. Qua uiterlijk is er niets op hen aan te merken. Maar…dit is het verschil: de wijze maagden zijn oprechte Christenen. Zij belijden hun geloof in Christus niet alleen met de mond, maar ook met het hart. De dwaze maagden worden wel geveinsden genoemd. Om dit te verduidelijken: Je bent waarlijk wijs óf dwaas ten opzichte van je ziel. Ware godsdienst is ware wijsheid. Zonde is dwaasheid, vooral de zonde van de geveinsdheid. Dit betekent: ze zijn dwaas maar ze vinden zichzelf eigenlijk wel wijs. Ze zijn de ergste zondaren, maar ze veinzen, ze menen, rechtvaardig te zijn.
De dwaze maagden worden zo genoemd omdat zij geen innerlijk beginsel hadden. Ze hadden wel olie in hun lamp. Dit betekent: Ze beleden wel Christus met de mond. Maar… ze hadden geen olie in hun vaten. Dit betekent: ze beleden niet oprecht met het hart, ze hadden niet de Heilige Geest als Inwoner in hun hart. Het gaat hun meer om het uiterlijk. Ze willen laten zien: Kijk eens hoe goed wij zijn. We leven netjes, gaan naar de kerk enz. maar het gaat hen niet om Christus.
Nu iets over de wijze maagden. Het was de wijsheid van de wijze maagden dat zij olie namen in haar vaten met haar lampen. Vers 4. Zij hadden een goed inwendig beginsel. Met het vat wordt ons hart bedoeld en met de olie genade, die wij in dat vat moeten hebben. Wij moeten als een licht schijnen voor de mensen maar dit kan niet zonder een waar geloof in Christus en liefde tot God en onze naasten. Wat we niet moeten vergeten is dat wij de olie, de genade, niet zelf in het vat, het hart, kunnen gieten. Deze olie komt van de Kandelaar Jezus Christus, de grote en goede olijfboom. “En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade.” Hieruit kunnen wij een belangrijke les leren. Met de mond belijden is niet genoeg. Alleen naar de kerk gaan is niet genoeg. Het gaat erom dat wij genade in ons hart ontvangen. En daar mogen wij God om smeken. Deze belofte staat duidelijk in Gods woord.
Vorige keer heeft Rineke van Rijn ons een tekst meegegeven, hangt hij al op je kamer? “Want een iegelijk, die de naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.” Romeinen 10:13
Maar er is nog een belangrijk punt. Vers 5 luidt: “Als nu de Bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig en vielen in slaap.” Er staat “allen”. Waarom zijn ze dan niet allen dwaas? De wijze maagden waren in hun grondslag wijs. In hun hart hadden ze de zaligheid ontvangen. Dit betekent: In hun “staat” voor God waren ze wijs. Maar ze konden nog wel dwaze dingen in hun “stand” doen. En hoewel ze dan dwaze dingen in hun stand, hun wandel, doen, ze kunnen toch nooit meer dwaas in hun staat worden.
Natuurlijk was het een droeve stand van de wijze maagden om in slaap te vallen, terwijl ze de Bruidegom verwachtten. Maar ’t was zoals de Bruid zei: “Ik sliep (dat is dus in haar stand) maar mijn hart waakte.” In hun staat voor God, kan nooit één wijze meer slapen. Hieruit blijkt dus weer dat het Christus om ons hart gaat. De grondslag moet goed zijn. De wijze maagden waren wijs, staat er in Matth. 25, ze hadden de zuivere olie van de heilige Geest in hun vaten, in hun hart. Ze waren wedergeboren en vernieuwd. Niet dus het wachten op de Bruidegom en hun olie in hun lampen maakte hen tot wijze maagden. Niet door hun doen waren ze wijs, maar ze waren wijs door Gods genade- in en door Christus als eeuwig van God uitverkorenen.!
Al slapen ze, als de Bruidegom komt, staan ze op, ze zijn dus bereid om met hem de bruiloftszaal in te gaan!
Als de Bruidegom komt, is de genadetijd voorbij. Er is geen tijd meer om olie te kopen. Je moet namelijk voorbereid zijn op Zijn komst. Want zo staat er in vers 13: “ Zo waakt dan, want gij weet de dag niet noch het uur, in dewelke de zoon des mensen komen zal.”
De deur ging achter de Bruidegom dicht en de dwaze maagden stonden buiten, voor eeuwig! En ze riepen in grote wanhoop: “Heere, doe ons open.” Daarbinnen in de bruiloftszaal is het zo licht en daar buiten is het zo donker. Maar de deur bleef dicht en vanbinnen komt een stem, die zegt: Ik ken u niet. Eeuwig zelfverwijt zal aan hen knagen. We zijn tevreden geweest met wat uiterlijke zaken, en nu is het te laat! De deur werd gesloten. De wijzen zijn voor eeuwig binnen en de dwazen voor eeuwig buiten.
Als je denkt dat je bij die dwaze bruidsmeisjes behoort, ga dan tot de verkopers, voor het te laat is. Vóór middernacht. Het is nu vijf voor twaalf. En wat kost de olie? Alles en niets! Alles: heel je oude zondige leven en je eigen gerechtigheid. En niets: het is alles genade, door Christus verdiend.
De bondsdag van 2005, waar helaas bijna niemand is geweest, had als onderwerp “Zicht op morgen”. Maar zícht op mórgen, wat mag dat er zijn als je weet dat God je leven mag leiden. De Geest wil dan je leven richten naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. En Hij wil jóu leven gebruiken in het laten komen van Zijn rijk. Wat is je leven dan zinvol. Dan krijg je zicht op morgen. Je ogen gaan stralen en het vuur gaat branden in je hart. Er zijn momenten dat het land van Immanuël in zicht komt, en je het Johannes op Patmos na mag zeggen; En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde was voorbij gegaan, en de zee was niet meer.
En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft kome: en die wil, neme het water des levens om niet.
Nu is het nog genade tijd, al is het 5 voor 12. Maar Christus komt op de wolken om de volken te richten, Zijn komst staat vast. Haast je dan en spoed je dan om je levens wil. Zijt ook gij bereid? Dat was de vraag waar we deze inleiding mee begonnen. Er moet vandaag nog een antwoord komen op deze vraag. Want het zal waar worden, wat er boven de ingang van een andere begraafplaats elders in ons land staat, Ik wacht ook op u!
Als Koning Jezus morgen komt…………………………... Dan heb je nog één dag!!!
Zingen Psalm 98 : 2,4
We hebben allemaal een predikant wel eens horen zeggen dat we in de eindtijd leven. Is dat zo? Er is door de eeuwen heen veel gesproken en geschreven over de eindtijd. Je kunt dat op verschillende manieren doen. Theologisch uitgedrukt is de tijd na de Hemelvaart de eindtijd. In persoonlijke zin verstaan is het voor ons eindtijd wanneer we overlijden. Letterlijk is dan het einde van de tijd voor ons aangekomen. Ook in het licht van de geschiedenis wordt veel gesproken en gespeculeerd over de eindtijd.
God weet alleen hoe laat het is op de wereldklok. Maar aan verschillende dingen zien we dat het einde van de tijd in aankomst is. Weten we nog waar het vorige jaar mee begon? De verschrikkelijke tsunami. Mattheüs spreekt immers over “aardbevingen op verschillende plaatsen”. Tienduizenden mensen verdronken, tienduizenden mensen hadden van het ene op het andere moment niets meer, ziekten braken uit, armen werden teruggeslingerd in een nog veel grotere armoede. En als we denken aan wrede orkanen. Al noemen we alleen maar de naam ‘Rita’, dan weer iedereen hoeveel ellende die orkaan met zich meebracht. In Pakistan beefde de aarde en moesten opnieuw duizenden mensen het tijdelijke met het eeuwige verwisselen. “En gij zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen”. We leven in een eeuw, de 20e even inbegrepen, die getypeerd wordt door oorlogen en geruchten van oorlogen. Nog niet eerder in de geschiedenis werd er in een eeuw tijd zoveel bloed vergoten. Van Eerste Wereldoorlog tot Balkanconflict en van Hiroshima tot Midden-Oostendrama. Om nog maar niet te spreken over de toename van openlijke geweldgebruik in ‘vredestijd’, criminaliteit, zinloos geweld en terrorisme. In elke oorlog zien we de wijzers van de wereldklok verschuiven en worden we herinnerd aan de ‘laatste oorlog’, die alle oorlogen zal beëindigen als de Heere Zelf de satan definitief zal verslaan.
“En er zullen zijn hongersnoden en pestilentiën…” Hoeveel mensen sterven er van de honger in Afrika? En elke dag sterven er vele mensen aan de besmettelijke ziekte Aids.
Maar dat zal nog maar het begin zijn. “En nog is het einde niet”. Mattheüs 24. Gods kinderen zullen vervolgd worden en gedood. De satan zal proberen om de gemeente van Christus te vernietigen. De antichrist zal komen en vele valse profeten. Maar ondanks dit alles geeft God een belofte ´Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden”.
Er is zo veel ongerechtigheid, zo veel zonden en zo weinig wandel in de vreze des Heeren. Dat Gods kinderen de dag van Christus’ wederkomst met groot verlangen uitzien. Wat de geloofsbelijdenis zegt in artikel 37. Daarom verwachten wij dien grote dag met een groot verlangen om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus onze Heere.
Het woord verwachten gebruiken we vaak zo oppervlakkig. We zeggen bijvoorbeeld, ik verwacht van jou… Wat betekend verwachten eigenlijk? Dat moet je maar eens vragen aan een aanstaande moeder. Er gaat geen dag voorbij of ze denkt eraan. Ze is in verwachting! Heel diep en mooi zegt de dichter van Psalm 130 het; Ik verwacht de Heere; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn woord. Mijn ziel wacht op de Heere, meer dan de wachters op den morgen. Mag je zo al uitzien naar Zijn komst?
Heel veel verwachtingen komen in dit leven niet uit. Het Woord van God en onze belijdenis zijn zeker in één verwachting: Hij komt om de aarde te richten. Psalm 98 vertelt hierover. Hij komt om de aarde te richten: Hij zal de wereld richten in gerechtigheid, en de volken in alle rechtmatigheid. Nog al wat verwachtingen bleken niet uit te komen. De Jehovagetuigen en andere sekten ontsporen ook op dit punt. Het zijn valse profeten. Maar willen wij het ook vaak niet beter weten dan de Schrift? In Markus 13 staat immers Maar van die dag en dat uur weet niemand, nog de engelen die in de hemel zijn, nog de Zoon, dan de Vader. Zelfs de Zoon weet het niet. Maar er wordt gelijk aangespoord op waakzaamheid. Ziet toe, waakt en bidt, want gij weet niet, wanneer de tijd is. Hoewel de Bijbel geen bepaald tijdstip noemt, noemt de Schrift wél een tijdstip. 2 Petrus 3:10 Want de Zoon des mensen zal komen als een dief in de nacht. Een dief laat natuurlijk niet weten wanneer hij van plan is te komen. Bovendien komt hij meestal in de nacht. Hij komt in het donker en onverwachts, wanneer de mensen liggen te slapen. Die zijn zich van geen kwaad bewust. Zó zal de komst van de Heere zijn. Zo onverwachts.
Niemand verwacht blijkbaar iets bijzonders. En dat is juist zo erg. Komt de koningin een stad of een dorp bezoeken, dan ziet ieder gespannen uit naar de koninklijke stoet. Maar als Jezus wederkomt dan zal bijna niemand Hem verwachten. Of verlang jij wel om de Zaligmaker in Zijn schoonheid te zien?
De dag van Zijn komst zal niet anders zijn dan andere dagen. Om het eens heel dicht naar ons toe te brengen: je staat net een nieuwe spijkerbroek te passen, of je zit in de trein op weg naar de universiteit, je zit te zwoegen voor je examens, of je spreekt je vriendin via je mobieltje en opeens wordt de verbinding verbroken. Opeens is daar het geluid van de bazuin. Jezus komt! In het uur dat gij het niet meent.
Niet allen in de wereld zal men geen rekening houden met Christus komst, maar ook in de kerk. Als de Bruidegom vertoeft, vallen zowel de dwaze als de wijze maagden in slaap.
Omdat het onderwerp van vanavond best moeilijk is willen wij het verduidelijken met behulp van de gelijkenis van de vijf wijze en de vijf dwaze maagden. Waarschijnlijk zullen jullie wel weten waar deze gelijkenis overgaat.
We zullen eerst in het kort vertellen waar deze gelijkenis over gaat en daarna zullen we uitgebreid ingaan op de betekenis van deze gelijkenis.
In deze gelijkenis gaat het over tien maagden, tien meisjes. Ze zijn aan het wachten op de bruidegom en omdat het al donker is hebben ze natuurlijk lampen bij zich die op olie branden. Ze vinden het wachten wel erg lang duren en de meisjes vallen in slaap. Alle tien. Maar ineens schrikken ze wakker. Iemand roept dat de bruidegom er aan komt. “Ziet de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet!” Inmiddels is het al midden in de nacht. Hieruit blijkt dat ze al een tijd geslapen hebben. Ze springen allemaal op. Maar de lampen van de maagden zijn uitgegaan. De vijf wijze maagden hebben olie in hun vaten bij zich zodat ze hun lampen weer aan kunnen doen maar de vijf dwaze maagden hebben dat niet. Daarom vragen ze aan de andere meisjes: “Geef ons van uw olie, want onze lampen gaan uit.” Deze antwoorden “Geenzins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij.” Het is niet zo dat ze hen niet willen helpen maar ze hebben al hun olie zelf nodig om hun lampen te laten branden. Ze zeggen dat ze beter naar de verkopers kunnen gaan om voor hun lampen olie te kopen. En dat doen deze vijf meisjes dan ook. Maar toen zij wegwaren kwam de bruidegom al. De vijf meisjes, de vijf wijze maagden, lopen met hun prachtig brandende lampen in de stoet mee. Ze komen bij het huis aan en gaan allemaal mee naar binnen om feest te vieren. En dan staat er “…en de deur werd gesloten.”
Inmiddels zijn de vijf andere meisjes, de vijf dwaze maagden, ook bij het huis van de bruidegom aangekomen. Ze kloppen op de deur. Maar wat erg. Ze zijn te laat. Ze proberen nog binnen te komen. Ze roepen “Heere, Heere , doe ons open.” Maar de deur bleef gesloten. In de Bijbel staat er: “En Hij, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg Ik u, Ik ken u niet.”
Wat is nu precies de betekenis van deze gelijkenis? Want het gaat natuurlijk niet alleen maar om het verhaal op zich. Ook met deze gelijkenis heeft de Heere Jezus een bedoeling gehad. Het doel van deze gelijkenis is om ons allen op te wekken tot de uiterste zorg en naarstigheid om ons voor te bereiden op Christus’ wederkomst.
In deze gelijkenis wordt het beeld gebruikt van een bruiloft. In de tijd van de Bijbel ging dat er op een andere manier aan toe dan nu. Het was een gewoonte van sommige Joden bij een bruiloft dat de bruid met haar vriendinnen in het huis bleef totdat het nacht werd. Dan kwam de bruidegom met zijn vrienden de bruid ophalen met lampen of fakkels en bracht haar zo, met haar vriendinnen in de bruiloftszaal, waar zij dan met z’n allen verder het feest vierden. Dit even ter verduidelijking.
Deze gelijkenis gaat dus over de wederkomst van Christus op de aarde. In het bijzonder gaat het in deze gelijkenis over de komst van Christus aan de belijders van het Christendom. Christus wordt hier vergeleken met een bruidegom waarop de bruid met haar vriendinnen wacht. Op meerdere plaatsen wordt Christus vergeleken met een bruidegom. Hierbij kun je denken aan het Hooglied van Salomo. Je kan dus zeggen dat het in deze gelijkenis gaat over hoe het zal zijn als Christus terugkomt op de aarde in het leven van kerkmensen. Deze “kerkmensen” worden in de gelijkenis vergeleken met tien maagden. Er staat “tien” maagden. Beide groepen, de vijf wijzen en de vijf dwazen worden dus aangeduid met “maagden”. De wijze maagden zijn de uitverkorenen, dus Gods kinderen. De vijf dwaze maagden zijn de kerkmensen die Christus niet met hun hart kennen. Het eerste belangrijke punt uit deze gelijkenis is dus dat alle tien, maagden worden genoemd. De vijf dwaze maagden worden dus niet vergeleken met heidenen, goddelozen, of andere slechte mensen. Nee, de Heere noemt hen net als de wijzen “maagden”. En waarom zullen jullie zeggen? Omdat ze in hun leven even vroom, dit wil zeggen kuis en godsdienstig, leefden als de wijzen, dus als Gods volk. Zij die het Lam volgen worden maagden genoemd, Openb. 14:4. Dit duidt hun schoonheid en reinheid aan. Zij worden als een reine maagd aan Christus voorgesteld, 2 Kor. 11:2. En dat is ook het treffende van deze gelijkenis. In hun uiterlijk leven was er geen verschil te zien tussen de tien maagden. In de gelijkenis wordt genoemd dat beide, de wijze en de dwaze maagden, brandende lampen bij zich hadden. Ook vielen tijdens het lange wachten, beide in slaap. Waarom worden dan toch de eerste vijf maagden wijs genoemd en de andere vijf dwaas?
Ten eerste verschilt de aard van deze mensen, maar dat blijkt natuurlijk al uit het feit dat de enen wijs worden genoemd en de anderen dwaas. Want mensen die tot hetzelfde kerkverband behoren en hetzelfde belijden, kunnen toch in het oog van God zeer verschillend zijn. Voor het oog van de mensen zijn ze gelijk. Ze gaan allemaal ’s zondags twee keer naar de kerk en misschien zelfs nog wel doordeweeks. Ze leven netjes. Qua uiterlijk is er niets op hen aan te merken. Maar…dit is het verschil: de wijze maagden zijn oprechte Christenen. Zij belijden hun geloof in Christus niet alleen met de mond, maar ook met het hart. De dwaze maagden worden wel geveinsden genoemd. Om dit te verduidelijken: Je bent waarlijk wijs óf dwaas ten opzichte van je ziel. Ware godsdienst is ware wijsheid. Zonde is dwaasheid, vooral de zonde van de geveinsdheid. Dit betekent: ze zijn dwaas maar ze vinden zichzelf eigenlijk wel wijs. Ze zijn de ergste zondaren, maar ze veinzen, ze menen, rechtvaardig te zijn.
De dwaze maagden worden zo genoemd omdat zij geen innerlijk beginsel hadden. Ze hadden wel olie in hun lamp. Dit betekent: Ze beleden wel Christus met de mond. Maar… ze hadden geen olie in hun vaten. Dit betekent: ze beleden niet oprecht met het hart, ze hadden niet de Heilige Geest als Inwoner in hun hart. Het gaat hun meer om het uiterlijk. Ze willen laten zien: Kijk eens hoe goed wij zijn. We leven netjes, gaan naar de kerk enz. maar het gaat hen niet om Christus.
Nu iets over de wijze maagden. Het was de wijsheid van de wijze maagden dat zij olie namen in haar vaten met haar lampen. Vers 4. Zij hadden een goed inwendig beginsel. Met het vat wordt ons hart bedoeld en met de olie genade, die wij in dat vat moeten hebben. Wij moeten als een licht schijnen voor de mensen maar dit kan niet zonder een waar geloof in Christus en liefde tot God en onze naasten. Wat we niet moeten vergeten is dat wij de olie, de genade, niet zelf in het vat, het hart, kunnen gieten. Deze olie komt van de Kandelaar Jezus Christus, de grote en goede olijfboom. “En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade.” Hieruit kunnen wij een belangrijke les leren. Met de mond belijden is niet genoeg. Alleen naar de kerk gaan is niet genoeg. Het gaat erom dat wij genade in ons hart ontvangen. En daar mogen wij God om smeken. Deze belofte staat duidelijk in Gods woord.
Vorige keer heeft Rineke van Rijn ons een tekst meegegeven, hangt hij al op je kamer? “Want een iegelijk, die de naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.” Romeinen 10:13
Maar er is nog een belangrijk punt. Vers 5 luidt: “Als nu de Bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig en vielen in slaap.” Er staat “allen”. Waarom zijn ze dan niet allen dwaas? De wijze maagden waren in hun grondslag wijs. In hun hart hadden ze de zaligheid ontvangen. Dit betekent: In hun “staat” voor God waren ze wijs. Maar ze konden nog wel dwaze dingen in hun “stand” doen. En hoewel ze dan dwaze dingen in hun stand, hun wandel, doen, ze kunnen toch nooit meer dwaas in hun staat worden.
Natuurlijk was het een droeve stand van de wijze maagden om in slaap te vallen, terwijl ze de Bruidegom verwachtten. Maar ’t was zoals de Bruid zei: “Ik sliep (dat is dus in haar stand) maar mijn hart waakte.” In hun staat voor God, kan nooit één wijze meer slapen. Hieruit blijkt dus weer dat het Christus om ons hart gaat. De grondslag moet goed zijn. De wijze maagden waren wijs, staat er in Matth. 25, ze hadden de zuivere olie van de heilige Geest in hun vaten, in hun hart. Ze waren wedergeboren en vernieuwd. Niet dus het wachten op de Bruidegom en hun olie in hun lampen maakte hen tot wijze maagden. Niet door hun doen waren ze wijs, maar ze waren wijs door Gods genade- in en door Christus als eeuwig van God uitverkorenen.!
Al slapen ze, als de Bruidegom komt, staan ze op, ze zijn dus bereid om met hem de bruiloftszaal in te gaan!
Als de Bruidegom komt, is de genadetijd voorbij. Er is geen tijd meer om olie te kopen. Je moet namelijk voorbereid zijn op Zijn komst. Want zo staat er in vers 13: “ Zo waakt dan, want gij weet de dag niet noch het uur, in dewelke de zoon des mensen komen zal.”
De deur ging achter de Bruidegom dicht en de dwaze maagden stonden buiten, voor eeuwig! En ze riepen in grote wanhoop: “Heere, doe ons open.” Daarbinnen in de bruiloftszaal is het zo licht en daar buiten is het zo donker. Maar de deur bleef dicht en vanbinnen komt een stem, die zegt: Ik ken u niet. Eeuwig zelfverwijt zal aan hen knagen. We zijn tevreden geweest met wat uiterlijke zaken, en nu is het te laat! De deur werd gesloten. De wijzen zijn voor eeuwig binnen en de dwazen voor eeuwig buiten.
Als je denkt dat je bij die dwaze bruidsmeisjes behoort, ga dan tot de verkopers, voor het te laat is. Vóór middernacht. Het is nu vijf voor twaalf. En wat kost de olie? Alles en niets! Alles: heel je oude zondige leven en je eigen gerechtigheid. En niets: het is alles genade, door Christus verdiend.
De bondsdag van 2005, waar helaas bijna niemand is geweest, had als onderwerp “Zicht op morgen”. Maar zícht op mórgen, wat mag dat er zijn als je weet dat God je leven mag leiden. De Geest wil dan je leven richten naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. En Hij wil jóu leven gebruiken in het laten komen van Zijn rijk. Wat is je leven dan zinvol. Dan krijg je zicht op morgen. Je ogen gaan stralen en het vuur gaat branden in je hart. Er zijn momenten dat het land van Immanuël in zicht komt, en je het Johannes op Patmos na mag zeggen; En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde was voorbij gegaan, en de zee was niet meer.
En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft kome: en die wil, neme het water des levens om niet.
Nu is het nog genade tijd, al is het 5 voor 12. Maar Christus komt op de wolken om de volken te richten, Zijn komst staat vast. Haast je dan en spoed je dan om je levens wil. Zijt ook gij bereid? Dat was de vraag waar we deze inleiding mee begonnen. Er moet vandaag nog een antwoord komen op deze vraag. Want het zal waar worden, wat er boven de ingang van een andere begraafplaats elders in ons land staat, Ik wacht ook op u!
Als Koning Jezus morgen komt…………………………... Dan heb je nog één dag!!!
Zingen Psalm 98 : 2,4