Inleiding: Islam en Jezusmoslims
We kennen allemaal de Islam. In elk geval de oppervlakkige kennis over deze religie ontbreekt niemand in dit gezelschap. Vanaf de kansel en vanuit de meer behoudende christelijke hoek worden we al jarenlang gewaarschuwd voor de dreigingen van deze gemeenschap in Nederland, dan wel de hele wereld.
We kennen allemaal de Islam. In elk geval de oppervlakkige kennis over deze religie ontbreekt niemand in dit gezelschap. Vanaf de kansel en vanuit de meer behoudende christelijke hoek worden we al jarenlang gewaarschuwd voor de dreigingen van deze gemeenschap in Nederland, dan wel de hele wereld.
Op de +16 vereniging hebben jullie waarschijnlijk ook al zat verdieping over dit onderwerp mogen aanhoren; vooral de politieke gevolgen van een vergrijzend Nederland en een sterk groeiende Islamitische gemeenschap, met daarbij de agressieve houding van de Islam tegenover het Christendom, werd toegelicht.
Ik hoop in deze inleiding minder in te gaan op deze reeds bekende informatie en me meer te richten tot de fundamentele verschillen van de Godsdienst ervaring tussen Islam en Christendom. Hier uit volgend kan er ook een beter beeld gevormd worden van de zogenaamde Jezusmoslims en hun insteek op het Evangelie, waardoor een meer genuanceerde discussie kan plaatsvinden over deze onbekende stroming binnen het Christendom.
Een volgeling van de Islam heet in het Nederlands een Moslim, maar de juiste uitspraak is Moes-liem.
Het woord Islam betekent "vrede aangaan" en ook "onderwerping aan Allah". Moslim betekent daarom iemand die vrede heeft gesloten, zowel met Allah als met de mens, door onderwerping aan Allah.
Deze namen zijn te vinden in de Koran, daar zegt Allah bijvoorbeeld in het vijfde hoofdstuk:
"Ik heb voor jullie de Islam gekozen als religie."
En in het tweeëntwintigste hoofdstuk:
"Hij (Allah) noemde jullie Moslims."
Allah betekent geenszins God. Het is geen Arabische vertaling van ons woord voor een al overheersende, scheppende, mogendheid. Het is dat we in het Nederlands geen vertaling hebben voor de titel Allah, dat dit toch zo vaak als zodanig vertaald wordt. In de Nederlandse en ook Engelse vertaling van de koran is Allah ook niet vertaald naar God. Het is voor meer orthodoxe Christenen én moslims een belediging om deze vertalingen zo te gebruiken.
Een beter inzicht in de betekenis van de titel Allah krijgen we als we hoofdstuk 23 (Al Mominoen) vers 92 lezen. Dit is in de Koran één van de weinige plekken waar het woord God voorkomt:
“Allah heeft zich GEEN zoon genomen, noch is er enige GOD naast Hem, anders zou elke GOD hetgeen Hij schiep, voor zich houden, en sommigen hunner zouden zeker anderen hebben overwonnen. Verheven is Allah boven al hetgeen zij beweren.”
Afgezien van het feit dat dit een erg simpele redenering en zelfrechtvaardiging is van de Islam met betrekking tot de enigheid van Allah, is de betiteling God in wezen verkeerd gesteld voor Allah, omdat een God communiceert met zijn onderdanen, met de volkeren der aarde. Allah geeft mensen het leven en zegen omdat Hij daardoor geëerd wordt. Begaan zijn onderdanen een fout dan worden zij daarvoor gestraft, hebben ze berouw dan is er wel vergeving, maar slechts omdat ze Allah eren door de gedane boetedoening. Een God kent óf genade zoals in het Joden –en Christendom, óf heeft zijn eigen begeerten tot de mens (klassieke (natuur)godsdiensten en/of mythologieën).
Onder meer deze tekst is de grond voor de geloofsbelijdenis van elke moslim en eerste peiler van de Islam, namelijk: “Allah is één en Mohammed Zijn profeet”. Sommige stromingen binnen het protestantisme die alverzoening pretenderen vinden het schijnbaar moeilijk dit te begrijpen of te lezen, gezien de belijdenis van de Christenen: “Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven, niemand komt tot de Vader dan door Hem”, haaks tegenover die van de Islam staat.
Het levensdoel van een moslim is als volgt:
Het vrede sluiten met Allah, wat betekent het volledig onderwerpen en gehoorzamen aan Allah, alsmede het vrede sluiten met de mensheid, wat betekent het goed doen aan de mensen om hen heen. Dit basisprincipe wordt op de volgende manier in de Koran, in Hoofdstuk 2 (Al Baqarah) vers 113, beschreven:
"Hij die zich volledig onderwerpt aan Allah en goed doet, vindt zijn beloning bij zijn Heer." Het begrip ‘naaste’ is voor een moslim dus onbekend, voor hem zijn werkelijk alle mensen om hem heen zijn naasten. Dit geeft enigszins problemen en tegenstrijdigheid als gekeken wordt naar het benaderen van heidenen in de naaste omgeving. Een naaste is niet zoals in de bijbel iemand die geraakt is in zijn ingewand, vanwege de (geestes)toestand van de mens op zijn pad, maar werkelijk iedereen.
De volledige onderwerping zal een moslim uiteindelijk bij Allah doen laten komen wonen, nadat hij gestorven is. Hiervoor moet de moslim in elk geval de vijf zuilen of peilers van de Islam hebben ondersteund, zijn leven lang. Deze zijn als volgt gedefinieerd:
1) Geloofsbelijdenis: "Allah is één en Mohammed Zijn profeet"
2) Het gebed: Vijf maal per dag bidden in de richting van Mekka, de heilige stad.
3) Het geven van aalmoezen: Een deel van het inkomen van iedere Moslim wordt gegeven als steun voor de moskee en de armen.
4) Vasten: De gehele Ramadan, de negende maand van de Moslimkalender, vasten de Moslims van zonsopgang tot zonsondergang. Er mag in die perioden niet gegeten, gedronken, gerookt en gevrijd worden.
5) Bedevaart: Minstens eenmaal in het leven van elke moslim, moet hij een tocht naar Mekka, de heilige stad maken. Zij gaan gekleed in eenvoudige witte kleding.
De goddelijke boodschap die de profeet Mohammed doorgegeven heeft, is door zijn volgelingen vastgelegd op schouderbladen van kamelen, dierenvellen en platte stenen. Deze teksten vormen de Koran (Arabisch voor voordracht). Er zijn 114 soera`s, of hoofdstukken. Behalve de eerste zijn ze gerangschikt naar lengte van lang naar kort. Vanwege de grondtaal van de Koran is het Arabisch de heilige taal voor alle moslims in de wereld.
De uitspraken van Mohammed zelf, door goddelijke inspiratie gegeven, vormen de Soenna, de leefregel naast de Koran. De islamitische wet of Shariah is gebaseerd op de Koran en de Soenna.
Zo is de islam tegelijkertijd godsdienst, wet, moraal, levensstijl en daardoor óók cultuur. Puur ‘culturele’ aangelegenheden zoals het dragen van een hoofddoekje zijn dus niet ongegrond in de Islam, want voor de Islam is de uitleg van Mohammed náást de Koran, waarheid. Er kan dus nooit gezegd worden dat bijvoorbeeld de onderdrukking van vrouwen onder de Sharia verworpen wordt door de Islam in zijn beginselen. Dat kan hooguit verklaard worden met een verlichte uitleg van de Koran, waarbij de profeet Mohammed buiten beschouwing moet worden gelaten. Dat is uitgesloten aangezien de eerste peiler van de Islam Mohammed direct als profeet van Allah zelf aanwijst.
Volgens de islam is het doel van het huwelijk de mens onontvankelijk ofwel ‘immuun’ te maken voor losbandigheid, die als het grootste kwaad in de wereld wordt gezien. Seksualiteit wordt helemaal bezien vanuit het standpunt van de man. De vrouw dient beschikbaar te zijn voor de seksuele bevrediging van de man. Hij is de actieve, handelende partij. Dit wordt zonder enig voorbehoud als een natuurlijk (of goddelijk) recht beschouwd: ‘Uw vrouwen zijn een akker voor u, zo komt dan tot uw akker zoals gij maar wilt’ (Hoofdstuk 2 vers 223). De bevrediging van de man is zowel de plicht als het doel van de vrouw.
De bekende korantekst die aangeeft dat de vrouw geslagen mag worden indien ze opstandig is, handelt niet over algemene ongehoorzaamheid van de vrouw, maar gaat specifiek over het weigeren van seks aan haar man: ‘Maar zij van wie jullie opstandigheid vrezen, vermaant haar, laat haar alleen in bed en slaat haar’ (Hoofdstuk 4 vers 34). Als tegenprestatie krijgt de vrouw bij het huwelijk een bruidsschat en is de man verantwoordelijk voor het levensonderhoud van het gezin. Ook krijgt ze na een scheiding gedurende drie maanden alimentatie, of zolang ze na de ontbinding van het huwelijk een kind van haar man nog borstvoeding geeft. Het is uiteraard uitgesloten dat ze in het huwelijk weigert de seksuele behoeften van haar man te bevredigen. Als ze zich verder aan de regels houdt, mag ze haar bezittingen houden en beheren, mag ze haar meisjesnaam voeren en wordt de man aangespoord haar fatsoenlijk te behandelen en haar te onderhouden. Desondanks mag de man, naar eigen believen en op elke moment, zijn vrouw verstoten of nog een vrouw huwen.
Op deze manier wordt elk aspect van het leven benaderd. Een basis in regelgeving afkomstig uit de Koran, uitgelegd volgens een bepaalde culturele stroming (zoals hier in Nederland ook een specifieke), maar altijd strevend naar de ideologie van Mohammed; mits de Sharia niet van kracht is. Diep in het hart van een moslim is er altijd een gemis aan liefde, geopenbaard in zijn jeugd door het ervaren van een verwrongen relatie tussen man en vrouw, dat zich manifesteert in krachtvol optreden. Regels, tucht en algemene doelen zoals de Jihad tegen de gezamenlijke vijanden, de heidenen en Joden, versterken het saamhorigheidsgevoel.
Vergelijk die manier van leven met de volgende situatie: Je hebt je slecht voorbereid voor een toets of je moet iets belangrijks afmaken maar doordat je te laat begonnen bent heb je er eigenlijk te weinig tijd voor. Je voelt je slecht omdat je wel wist dat je beter had kunnen doen door minder tijd aan leuke dingen (lusten?) te besteden. Maar wanneer er klasgenoten en/of vrienden zijn die hetzelfde hebben gedaan, vrolijkt je dat, hoe onlogisch ook, gedeeltelijk op omdat je niet de enige bent die zo stom bezig is.
• onderwerping aan Allah en Medemens (man).
• plichten tegenover Allah.
• rechten verdiend door onderwerping aan Allah.
• liefde als ingesteld instituut door Allah.
• Vrouwen Zondebok voor ongeluk in relatie(s).
• Verantwoordelijkheid voor je naaste eindigt bij de voordeur, want voor iedereen kan je sowieso geen naaste zijn (krijg je al gauw zonder genadige hulp van Allah)
• Een diepgewortelde jaloezie naar mensen die een gelukkig gezinsleven hebben.
• Een saamhorigheidsgevoel stimuleren door extreem toepassen van regelgeving vanuit de Islam, vanwege een diepgeaard minderwaardigheidscomplex.
• Jodenhaat
Nu er enkele misverstanden zijn uitgewerkt en er een algemene beschouwing is gegeven van het godsbesef en de culturele gevolgen daarvan in relatie tot de gemiddelde moslim, kunnen we verder kijken naar het tweede deel van deze inleiding, namelijk een tot nu toe vrij onbekend begrip: “de Jezusmoslim”.
Met deze reeds gegeven informatie in het achterhoofd kan er mijns inziens beter worden nagedacht over de omschrijving van deze redelijk nieuwe groepering binnen het Christendom.
Een zogenaamde Jezus-moslim, is een moslim die enerzijds Jezus heeft aanvaard als zijn Heer en Heiland en anderzijds zichzelf moslim blijft noemen en zoveel mogelijk blijft deelnemen in de Islam. Dat laatste varieert van voluit participeren, zonder enige reserve, tot bijvoorbeeld alleen nog het vasthouden aan vormen als Moskeebezoek en het houden van de Ramadan, ingevuld met bijbelse inhoud.
De laatste groep veranderd de eerste peiler van de Islam, de geloofsbelijdenis dan ook tot: “Allah is groot en Jezus is de Weg”, maar er zijn allerlei varianten, er is niets vastgelegd.
De meeste Jezusmoslims bevinden zich buiten Europa, maar er zijn er enkele tientallen te vinden in Engeland en Duitsland. Slechts een enkeling in Nederland. Eigenlijk zonder uitzondering zijn ze te vinden in een landstreek, een dorp of maar enkele families, waar de Islam zeer dominant is en waar men daar ook tevreden mee is. Dat is dus de wezenlijke onderwerping aan Allah, niet de verdere invulling. Het gaat ook samen met een negatieve houding ten opzichte van het westerse Christendom. Je vindt ze daarom niet altijd in een gesloten land of gebied, in Libanon is een behoorlijk deel van de bevolking Christen, maar tot nu toe blijkt wel dat het vooral een plattelandsbeweging is.
Het moet duidelijk zijn dat Jezusmoslims geen ‘stiekeme’ gelovigen zijn, dat ze onderdrukking zouden ontlopen. Zelfs lijfstraffen weerhouden hen niet om enthousiast en vitaal als ze zijn door hun nieuwe geloof, datzelfde te verkondigen aan familie en anderen in de gemeenschap. Opgeblazen in het geloof, in positieve zin dus.
Jezusmoslims blijven over het algemeen de koran lezen, dat komt omdat de meesten die zich in het proces van geloven in Jezus bevinden, met hun gevoel en ervaring voor lopen op hun kennis. Ze zijn geraakt door het Evangelie en vertrouwen zich daar aan toe, maar er blijven vaak ook hardnekkige opvattingen voortbestaan zoals het primaat van de koran boven de Bijbel. Als de Bijbel het Woord van God is, zal het zich gaandeweg als zodanig ook aan Jezusmoslims manifesteren.
Jezusmoslims zien de Bijbel als de onvolledige grond van de koran, maar gebruiken hem wel om de invulling van Mohammed teniet te doen, waardoor het evangelie weer kan doorschijnen. Koranpassages die dus haaks op die van de bijbel staan, of in elk geval het Evangelie, worden genegeerd of geherinterpreteerd door deze rechtvaardiging.
De Jezusmoslim haalt de achtergrond van die rechtvaardiging uit de verandering die de vroege Mohammed doormaakte naar de late. De vroege Mohammed stond, toen hij nog geen wereldlijke macht had, vrijwel op één lijn met de oudtestamentische profeten, omdat hij mensen vanuit en polytheïsme terugriep naar de enige ware God. Aanvankelijk was hij ook redelijk positief over Christenen en Joden, maar in de late periode zette hij zich fel tegen hen af. Jezusmoslims herinterpreteren daarom de koran door alle passages in te vullen door de ideologie van de vroege Mohammed, dus wezenlijk oud-testamentisch.
Er zijn Jezusmoslims die door koranpassages op het spoor kwamen van Jezus als hun Heer en Heiland, daar zijn ze Mohammed dankbaar voor. Dus in die mate erkennen ze hem als profeet. Er staat bijvoorbeeld in de koran dat ‘Jezus is gekomen om te genezen.’ Die tekst wordt opvallend vaak genoemd in bekeringsgeschiedenissen van Jezusmoslims. Je zou zeggen dat de Heilige Geest dus door koranpassages beweegt tot het volgen van Jezus. Toch zijn er ook zat passages die zo verwrongen slecht, haaks tegenover het evangelie staan, dat je niet anders zou denken dan dat de koran door satan zelf geschreven is.
Jezusmoslims hebben de moslim cultuur afgekoppeld van de koran en de koran zelf herevalueert naar de Bijbel. Ze houden dus streng de culturele trekjes van vroeger vast, maar gaandeweg gaan ze het primaat van de bijbel meer en meer inzien.
Wanneer hele gezinnen of zelfs streken bekeerd raken tot Christus, wat meer en meer gebeurt, wordt de Moskeedienst volledig bijbels ingevuld. Toch blijven de uiterlijke kenmerken het zelfde als die van islamitische moslims, wat het inzicht tot het puur uit Gods genade leven enorm bemoeilijkt. Dat komt ook omdat Jezusmoslims erg selectieve interesse in de Bijbel hebben, de Evangeliën, de Torah en de Psalmen scoren heel goed, de profeten en vooral de brieven worden nauwelijks behandeld; vooral omdat deze onderdelen in de bijbel het culturele aspect van een Christen bepalen. Moslims willen niet snel aan toegeven aan een deze opgelegde cultuurwisseling, ook omdat zij de losbandige moraal in het westen zien als een uiteindelijk product van die cultuur. Zij trekken liever de (culturele) regels strakker om zich te beschermen tegen verleidingen die het ‘Christelijke’ westen tot één groot bordeel gemaakt hebben.
Het is voor ons jullie zelf om te bepalen of deze “Moslim voor Jezus” benadering een zegen kan dragen, er wordt veel discussie over gevoerd; vooral omdat de Islam zelf, naar mijn mening, een satanische religie is. Het is moeilijk te slikken dat er Christendom kan ontstaan in een gemeenschap met alle uiterlijke kenmerken van een door haat doordrongen levenswijze. Voorstanders van deze benadering dragen echter vaak de Samaritanen aan; tot slot wil ik die redevoering nog met jullie delen.
In de nieuwtestamentische brieven neemt de kerk, de gemeente een grote plaats in. Maar Jezus begon daar niet me. Hij wilde een beweging op gang brengen en begon met een klein groepje volgelingen. Veel mensen liet Hij uitdrukkelijk op de plaats waar ze waren. De Samaritanen vormen daarvan een duidelijk voorbeeld. Zij hebben zich op een aantal beslissende punten verwijderd van de Torah, onder meer door een andere berg te kiezen om God te aanbidden en een andersoortige verlosser te verwachten. Jezus zoekt hen op en blijft twee dagen bij hen.
Voordat Hij naar de Hemel terugkeert, zegt Hij nadrukkelijk tegen Zijn discipelen dat ze ook naar Samaria moeten gaan; daarbij lees je geen woord over afschaffing van die Samaritaanse voorstellingen en godsdienstige gebruiken. Eerder wordt de indruk gewekt, zeg ik voorzichtig, dat Hij datgene wat Hij duidelijk wil maken, in hún termen brengt. Met de Samaritaanse vrouw spreekt Jezus bijvoorbeeld over ‘Levend Water’; dat is een metafoor die vooral in de Samaritaanse wijsheidsliteratuur vaker voorkomt. Jezus laat Zijn Boodschap bij hen achter in het vertrouwen dat Gods Geest er mee zal verder gaan.
Christenen kunnen duidelijk leren van Jezusmoslims want door deze, toch verdrukte, stroming worden we herinnerd aan de dingen in het geloof waar het écht op aan komt.
2)
Zijn we als Christenen niet bang om grensstreken op te zoeken? Binnen onze bekende kerkideologie –en cultuur te blijven steken? Christus deed ook de grenzen van Israël aan tijdens Zijn rondwandeling op aarde….
3)
Punt van kritiek bij Jezusmoslims is het behoud van de Islamcultuur, dat niets met de bijbel te maken heeft. Toch zijn er binnen de gereformeerde gezindte ook een aantal zaken vastgeroest in traditie, die als ongeschreven regel wel gehouden worden. Denk bijvoorbeeld aan kledingdracht.
4)
Gezien de gevaren van ‘vermenging’ van Islam met Christendom, welke criteria zouden afgebakend moeten zijn om te spreken van een Jezusmoslim of van een Islamitische moslim?
Psalmen om te zingen: (Ye’olde Berijming)
Voor de inleiding:
Psalm 117
Na de inleiding:
Psalm 87: 3,4
Eventueel na de discussie:
Psalm 79: 5,6,7
Verantwoording:
De ‘heilige’ Qor’Aan, Islam International Publications Ltd, 2001.
Visie, Magazine van de Evangelische Omroep, 8 t/m 14 Oktober 2005, nr. 41
Diverse websites
De Heilige Bijbel, geïnspireerd door de drie-enige God en Heilig Woord, Eeuwig
Op de +16 vereniging hebben jullie waarschijnlijk ook al zat verdieping over dit onderwerp mogen aanhoren; vooral de politieke gevolgen van een vergrijzend Nederland en een sterk groeiende Islamitische gemeenschap, met daarbij de agressieve houding van de Islam tegenover het Christendom, werd toegelicht.
Ik hoop in deze inleiding minder in te gaan op deze reeds bekende informatie en me meer te richten tot de fundamentele verschillen van de Godsdienst ervaring tussen Islam en Christendom. Hier uit volgend kan er ook een beter beeld gevormd worden van de zogenaamde Jezusmoslims en hun insteek op het Evangelie, waardoor een meer genuanceerde discussie kan plaatsvinden over deze onbekende stroming binnen het Christendom.
Een volgeling van de Islam heet in het Nederlands een Moslim, maar de juiste uitspraak is Moes-liem.
Het woord Islam betekent "vrede aangaan" en ook "onderwerping aan Allah". Moslim betekent daarom iemand die vrede heeft gesloten, zowel met Allah als met de mens, door onderwerping aan Allah.
Deze namen zijn te vinden in de Koran, daar zegt Allah bijvoorbeeld in het vijfde hoofdstuk:
"Ik heb voor jullie de Islam gekozen als religie."
En in het tweeëntwintigste hoofdstuk:
"Hij (Allah) noemde jullie Moslims."
Allah betekent geenszins God. Het is geen Arabische vertaling van ons woord voor een al overheersende, scheppende, mogendheid. Het is dat we in het Nederlands geen vertaling hebben voor de titel Allah, dat dit toch zo vaak als zodanig vertaald wordt. In de Nederlandse en ook Engelse vertaling van de koran is Allah ook niet vertaald naar God. Het is voor meer orthodoxe Christenen én moslims een belediging om deze vertalingen zo te gebruiken.
Een beter inzicht in de betekenis van de titel Allah krijgen we als we hoofdstuk 23 (Al Mominoen) vers 92 lezen. Dit is in de Koran één van de weinige plekken waar het woord God voorkomt:
“Allah heeft zich GEEN zoon genomen, noch is er enige GOD naast Hem, anders zou elke GOD hetgeen Hij schiep, voor zich houden, en sommigen hunner zouden zeker anderen hebben overwonnen. Verheven is Allah boven al hetgeen zij beweren.”
Afgezien van het feit dat dit een erg simpele redenering en zelfrechtvaardiging is van de Islam met betrekking tot de enigheid van Allah, is de betiteling God in wezen verkeerd gesteld voor Allah, omdat een God communiceert met zijn onderdanen, met de volkeren der aarde. Allah geeft mensen het leven en zegen omdat Hij daardoor geëerd wordt. Begaan zijn onderdanen een fout dan worden zij daarvoor gestraft, hebben ze berouw dan is er wel vergeving, maar slechts omdat ze Allah eren door de gedane boetedoening. Een God kent óf genade zoals in het Joden –en Christendom, óf heeft zijn eigen begeerten tot de mens (klassieke (natuur)godsdiensten en/of mythologieën).
Onder meer deze tekst is de grond voor de geloofsbelijdenis van elke moslim en eerste peiler van de Islam, namelijk: “Allah is één en Mohammed Zijn profeet”. Sommige stromingen binnen het protestantisme die alverzoening pretenderen vinden het schijnbaar moeilijk dit te begrijpen of te lezen, gezien de belijdenis van de Christenen: “Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven, niemand komt tot de Vader dan door Hem”, haaks tegenover die van de Islam staat.
Het levensdoel van een moslim is als volgt:
Het vrede sluiten met Allah, wat betekent het volledig onderwerpen en gehoorzamen aan Allah, alsmede het vrede sluiten met de mensheid, wat betekent het goed doen aan de mensen om hen heen. Dit basisprincipe wordt op de volgende manier in de Koran, in Hoofdstuk 2 (Al Baqarah) vers 113, beschreven:
"Hij die zich volledig onderwerpt aan Allah en goed doet, vindt zijn beloning bij zijn Heer." Het begrip ‘naaste’ is voor een moslim dus onbekend, voor hem zijn werkelijk alle mensen om hem heen zijn naasten. Dit geeft enigszins problemen en tegenstrijdigheid als gekeken wordt naar het benaderen van heidenen in de naaste omgeving. Een naaste is niet zoals in de bijbel iemand die geraakt is in zijn ingewand, vanwege de (geestes)toestand van de mens op zijn pad, maar werkelijk iedereen.
De volledige onderwerping zal een moslim uiteindelijk bij Allah doen laten komen wonen, nadat hij gestorven is. Hiervoor moet de moslim in elk geval de vijf zuilen of peilers van de Islam hebben ondersteund, zijn leven lang. Deze zijn als volgt gedefinieerd:
1) Geloofsbelijdenis: "Allah is één en Mohammed Zijn profeet"
2) Het gebed: Vijf maal per dag bidden in de richting van Mekka, de heilige stad.
3) Het geven van aalmoezen: Een deel van het inkomen van iedere Moslim wordt gegeven als steun voor de moskee en de armen.
4) Vasten: De gehele Ramadan, de negende maand van de Moslimkalender, vasten de Moslims van zonsopgang tot zonsondergang. Er mag in die perioden niet gegeten, gedronken, gerookt en gevrijd worden.
5) Bedevaart: Minstens eenmaal in het leven van elke moslim, moet hij een tocht naar Mekka, de heilige stad maken. Zij gaan gekleed in eenvoudige witte kleding.
De goddelijke boodschap die de profeet Mohammed doorgegeven heeft, is door zijn volgelingen vastgelegd op schouderbladen van kamelen, dierenvellen en platte stenen. Deze teksten vormen de Koran (Arabisch voor voordracht). Er zijn 114 soera`s, of hoofdstukken. Behalve de eerste zijn ze gerangschikt naar lengte van lang naar kort. Vanwege de grondtaal van de Koran is het Arabisch de heilige taal voor alle moslims in de wereld.
De uitspraken van Mohammed zelf, door goddelijke inspiratie gegeven, vormen de Soenna, de leefregel naast de Koran. De islamitische wet of Shariah is gebaseerd op de Koran en de Soenna.
Zo is de islam tegelijkertijd godsdienst, wet, moraal, levensstijl en daardoor óók cultuur. Puur ‘culturele’ aangelegenheden zoals het dragen van een hoofddoekje zijn dus niet ongegrond in de Islam, want voor de Islam is de uitleg van Mohammed náást de Koran, waarheid. Er kan dus nooit gezegd worden dat bijvoorbeeld de onderdrukking van vrouwen onder de Sharia verworpen wordt door de Islam in zijn beginselen. Dat kan hooguit verklaard worden met een verlichte uitleg van de Koran, waarbij de profeet Mohammed buiten beschouwing moet worden gelaten. Dat is uitgesloten aangezien de eerste peiler van de Islam Mohammed direct als profeet van Allah zelf aanwijst.
Volgens de islam is het doel van het huwelijk de mens onontvankelijk ofwel ‘immuun’ te maken voor losbandigheid, die als het grootste kwaad in de wereld wordt gezien. Seksualiteit wordt helemaal bezien vanuit het standpunt van de man. De vrouw dient beschikbaar te zijn voor de seksuele bevrediging van de man. Hij is de actieve, handelende partij. Dit wordt zonder enig voorbehoud als een natuurlijk (of goddelijk) recht beschouwd: ‘Uw vrouwen zijn een akker voor u, zo komt dan tot uw akker zoals gij maar wilt’ (Hoofdstuk 2 vers 223). De bevrediging van de man is zowel de plicht als het doel van de vrouw.
De bekende korantekst die aangeeft dat de vrouw geslagen mag worden indien ze opstandig is, handelt niet over algemene ongehoorzaamheid van de vrouw, maar gaat specifiek over het weigeren van seks aan haar man: ‘Maar zij van wie jullie opstandigheid vrezen, vermaant haar, laat haar alleen in bed en slaat haar’ (Hoofdstuk 4 vers 34). Als tegenprestatie krijgt de vrouw bij het huwelijk een bruidsschat en is de man verantwoordelijk voor het levensonderhoud van het gezin. Ook krijgt ze na een scheiding gedurende drie maanden alimentatie, of zolang ze na de ontbinding van het huwelijk een kind van haar man nog borstvoeding geeft. Het is uiteraard uitgesloten dat ze in het huwelijk weigert de seksuele behoeften van haar man te bevredigen. Als ze zich verder aan de regels houdt, mag ze haar bezittingen houden en beheren, mag ze haar meisjesnaam voeren en wordt de man aangespoord haar fatsoenlijk te behandelen en haar te onderhouden. Desondanks mag de man, naar eigen believen en op elke moment, zijn vrouw verstoten of nog een vrouw huwen.
Op deze manier wordt elk aspect van het leven benaderd. Een basis in regelgeving afkomstig uit de Koran, uitgelegd volgens een bepaalde culturele stroming (zoals hier in Nederland ook een specifieke), maar altijd strevend naar de ideologie van Mohammed; mits de Sharia niet van kracht is. Diep in het hart van een moslim is er altijd een gemis aan liefde, geopenbaard in zijn jeugd door het ervaren van een verwrongen relatie tussen man en vrouw, dat zich manifesteert in krachtvol optreden. Regels, tucht en algemene doelen zoals de Jihad tegen de gezamenlijke vijanden, de heidenen en Joden, versterken het saamhorigheidsgevoel.
Vergelijk die manier van leven met de volgende situatie: Je hebt je slecht voorbereid voor een toets of je moet iets belangrijks afmaken maar doordat je te laat begonnen bent heb je er eigenlijk te weinig tijd voor. Je voelt je slecht omdat je wel wist dat je beter had kunnen doen door minder tijd aan leuke dingen (lusten?) te besteden. Maar wanneer er klasgenoten en/of vrienden zijn die hetzelfde hebben gedaan, vrolijkt je dat, hoe onlogisch ook, gedeeltelijk op omdat je niet de enige bent die zo stom bezig is.
De kenmerken van de Islam als Godsdienst zijn grofweg als volgt:
• geen genade of het besef daar van.• onderwerping aan Allah en Medemens (man).
• plichten tegenover Allah.
• rechten verdiend door onderwerping aan Allah.
• liefde als ingesteld instituut door Allah.
De kenmerken van de Islam als Cultuur zijn dan volgend uit de Godsdienst:
• Vrouwen minderwaardig onderworpen aan de man als lustobject.• Vrouwen Zondebok voor ongeluk in relatie(s).
• Verantwoordelijkheid voor je naaste eindigt bij de voordeur, want voor iedereen kan je sowieso geen naaste zijn (krijg je al gauw zonder genadige hulp van Allah)
• Een diepgewortelde jaloezie naar mensen die een gelukkig gezinsleven hebben.
• Een saamhorigheidsgevoel stimuleren door extreem toepassen van regelgeving vanuit de Islam, vanwege een diepgeaard minderwaardigheidscomplex.
• Jodenhaat
Nu er enkele misverstanden zijn uitgewerkt en er een algemene beschouwing is gegeven van het godsbesef en de culturele gevolgen daarvan in relatie tot de gemiddelde moslim, kunnen we verder kijken naar het tweede deel van deze inleiding, namelijk een tot nu toe vrij onbekend begrip: “de Jezusmoslim”.
Met deze reeds gegeven informatie in het achterhoofd kan er mijns inziens beter worden nagedacht over de omschrijving van deze redelijk nieuwe groepering binnen het Christendom.
Een zogenaamde Jezus-moslim, is een moslim die enerzijds Jezus heeft aanvaard als zijn Heer en Heiland en anderzijds zichzelf moslim blijft noemen en zoveel mogelijk blijft deelnemen in de Islam. Dat laatste varieert van voluit participeren, zonder enige reserve, tot bijvoorbeeld alleen nog het vasthouden aan vormen als Moskeebezoek en het houden van de Ramadan, ingevuld met bijbelse inhoud.
De laatste groep veranderd de eerste peiler van de Islam, de geloofsbelijdenis dan ook tot: “Allah is groot en Jezus is de Weg”, maar er zijn allerlei varianten, er is niets vastgelegd.
De meeste Jezusmoslims bevinden zich buiten Europa, maar er zijn er enkele tientallen te vinden in Engeland en Duitsland. Slechts een enkeling in Nederland. Eigenlijk zonder uitzondering zijn ze te vinden in een landstreek, een dorp of maar enkele families, waar de Islam zeer dominant is en waar men daar ook tevreden mee is. Dat is dus de wezenlijke onderwerping aan Allah, niet de verdere invulling. Het gaat ook samen met een negatieve houding ten opzichte van het westerse Christendom. Je vindt ze daarom niet altijd in een gesloten land of gebied, in Libanon is een behoorlijk deel van de bevolking Christen, maar tot nu toe blijkt wel dat het vooral een plattelandsbeweging is.
Het moet duidelijk zijn dat Jezusmoslims geen ‘stiekeme’ gelovigen zijn, dat ze onderdrukking zouden ontlopen. Zelfs lijfstraffen weerhouden hen niet om enthousiast en vitaal als ze zijn door hun nieuwe geloof, datzelfde te verkondigen aan familie en anderen in de gemeenschap. Opgeblazen in het geloof, in positieve zin dus.
Jezusmoslims blijven over het algemeen de koran lezen, dat komt omdat de meesten die zich in het proces van geloven in Jezus bevinden, met hun gevoel en ervaring voor lopen op hun kennis. Ze zijn geraakt door het Evangelie en vertrouwen zich daar aan toe, maar er blijven vaak ook hardnekkige opvattingen voortbestaan zoals het primaat van de koran boven de Bijbel. Als de Bijbel het Woord van God is, zal het zich gaandeweg als zodanig ook aan Jezusmoslims manifesteren.
Jezusmoslims zien de Bijbel als de onvolledige grond van de koran, maar gebruiken hem wel om de invulling van Mohammed teniet te doen, waardoor het evangelie weer kan doorschijnen. Koranpassages die dus haaks op die van de bijbel staan, of in elk geval het Evangelie, worden genegeerd of geherinterpreteerd door deze rechtvaardiging.
De Jezusmoslim haalt de achtergrond van die rechtvaardiging uit de verandering die de vroege Mohammed doormaakte naar de late. De vroege Mohammed stond, toen hij nog geen wereldlijke macht had, vrijwel op één lijn met de oudtestamentische profeten, omdat hij mensen vanuit en polytheïsme terugriep naar de enige ware God. Aanvankelijk was hij ook redelijk positief over Christenen en Joden, maar in de late periode zette hij zich fel tegen hen af. Jezusmoslims herinterpreteren daarom de koran door alle passages in te vullen door de ideologie van de vroege Mohammed, dus wezenlijk oud-testamentisch.
Er zijn Jezusmoslims die door koranpassages op het spoor kwamen van Jezus als hun Heer en Heiland, daar zijn ze Mohammed dankbaar voor. Dus in die mate erkennen ze hem als profeet. Er staat bijvoorbeeld in de koran dat ‘Jezus is gekomen om te genezen.’ Die tekst wordt opvallend vaak genoemd in bekeringsgeschiedenissen van Jezusmoslims. Je zou zeggen dat de Heilige Geest dus door koranpassages beweegt tot het volgen van Jezus. Toch zijn er ook zat passages die zo verwrongen slecht, haaks tegenover het evangelie staan, dat je niet anders zou denken dan dat de koran door satan zelf geschreven is.
Jezusmoslims hebben de moslim cultuur afgekoppeld van de koran en de koran zelf herevalueert naar de Bijbel. Ze houden dus streng de culturele trekjes van vroeger vast, maar gaandeweg gaan ze het primaat van de bijbel meer en meer inzien.
Wanneer hele gezinnen of zelfs streken bekeerd raken tot Christus, wat meer en meer gebeurt, wordt de Moskeedienst volledig bijbels ingevuld. Toch blijven de uiterlijke kenmerken het zelfde als die van islamitische moslims, wat het inzicht tot het puur uit Gods genade leven enorm bemoeilijkt. Dat komt ook omdat Jezusmoslims erg selectieve interesse in de Bijbel hebben, de Evangeliën, de Torah en de Psalmen scoren heel goed, de profeten en vooral de brieven worden nauwelijks behandeld; vooral omdat deze onderdelen in de bijbel het culturele aspect van een Christen bepalen. Moslims willen niet snel aan toegeven aan een deze opgelegde cultuurwisseling, ook omdat zij de losbandige moraal in het westen zien als een uiteindelijk product van die cultuur. Zij trekken liever de (culturele) regels strakker om zich te beschermen tegen verleidingen die het ‘Christelijke’ westen tot één groot bordeel gemaakt hebben.
Het is voor ons jullie zelf om te bepalen of deze “Moslim voor Jezus” benadering een zegen kan dragen, er wordt veel discussie over gevoerd; vooral omdat de Islam zelf, naar mijn mening, een satanische religie is. Het is moeilijk te slikken dat er Christendom kan ontstaan in een gemeenschap met alle uiterlijke kenmerken van een door haat doordrongen levenswijze. Voorstanders van deze benadering dragen echter vaak de Samaritanen aan; tot slot wil ik die redevoering nog met jullie delen.
In de nieuwtestamentische brieven neemt de kerk, de gemeente een grote plaats in. Maar Jezus begon daar niet me. Hij wilde een beweging op gang brengen en begon met een klein groepje volgelingen. Veel mensen liet Hij uitdrukkelijk op de plaats waar ze waren. De Samaritanen vormen daarvan een duidelijk voorbeeld. Zij hebben zich op een aantal beslissende punten verwijderd van de Torah, onder meer door een andere berg te kiezen om God te aanbidden en een andersoortige verlosser te verwachten. Jezus zoekt hen op en blijft twee dagen bij hen.
Voordat Hij naar de Hemel terugkeert, zegt Hij nadrukkelijk tegen Zijn discipelen dat ze ook naar Samaria moeten gaan; daarbij lees je geen woord over afschaffing van die Samaritaanse voorstellingen en godsdienstige gebruiken. Eerder wordt de indruk gewekt, zeg ik voorzichtig, dat Hij datgene wat Hij duidelijk wil maken, in hún termen brengt. Met de Samaritaanse vrouw spreekt Jezus bijvoorbeeld over ‘Levend Water’; dat is een metafoor die vooral in de Samaritaanse wijsheidsliteratuur vaker voorkomt. Jezus laat Zijn Boodschap bij hen achter in het vertrouwen dat Gods Geest er mee zal verder gaan.
Discussiepunten naar aanleiding van ‘Jezusmoslims’
1)Christenen kunnen duidelijk leren van Jezusmoslims want door deze, toch verdrukte, stroming worden we herinnerd aan de dingen in het geloof waar het écht op aan komt.
2)
Zijn we als Christenen niet bang om grensstreken op te zoeken? Binnen onze bekende kerkideologie –en cultuur te blijven steken? Christus deed ook de grenzen van Israël aan tijdens Zijn rondwandeling op aarde….
3)
Punt van kritiek bij Jezusmoslims is het behoud van de Islamcultuur, dat niets met de bijbel te maken heeft. Toch zijn er binnen de gereformeerde gezindte ook een aantal zaken vastgeroest in traditie, die als ongeschreven regel wel gehouden worden. Denk bijvoorbeeld aan kledingdracht.
4)
Gezien de gevaren van ‘vermenging’ van Islam met Christendom, welke criteria zouden afgebakend moeten zijn om te spreken van een Jezusmoslim of van een Islamitische moslim?
Bijbelgedeelte om te lezen:
Johannes 4: 1-19 en 39-42Psalmen om te zingen: (Ye’olde Berijming)
Voor de inleiding:
Psalm 117
Na de inleiding:
Psalm 87: 3,4
Eventueel na de discussie:
Psalm 79: 5,6,7
Verantwoording:
De ‘heilige’ Qor’Aan, Islam International Publications Ltd, 2001.
Visie, Magazine van de Evangelische Omroep, 8 t/m 14 Oktober 2005, nr. 41
Diverse websites
De Heilige Bijbel, geïnspireerd door de drie-enige God en Heilig Woord, Eeuwig