Weergave

(+16 & +19) Registreer of log in:

Inleiding: de dood

'Ons leven is van God'. Dat is vanavond het onderwerp waar we bij stil hopen te staan. Ondanks het brede onderwerp, wil ik toch een bepaalde kant uit, namelijk alles was betrekking heeft met 'de dood' Misschien denk je op dit moment: moeten we het daar nu over hebben op een jeugdvereniging? Zijn er geen andere, betere onderwerpen te kiezen als zoiets angstaanjagends als 'de dood'? Wel, ik heb dit onderwerp niet voor niets gekozen. Als we het over 'de dood' hebben, liggen daar veel onderwerpen in opgesloten. Daarnaast is het onderwerp ook actueel. De moderne mens stelt zich vandaag de dag veel vragen met betrekking tot de dood. Waarom leef ik eigenlijk? Kunnen we de dood niet overwinnen? Is er leven na de dood? Enz.
Verder is het een indrukwekkend onderwerp omdat niemand onder ons om de dood heen kan. We worden er allemaal mee geconfronteerd, het hoort bij het leven. Ik heb er voor gekozen om meerdere onderwerpen kort te behandelen in plaats van het uitdiepen van 1 bepaald onderwerp. Misschien liggen bepaalde onderwerp voor jou op dit moment extra gevoelig door een sterfgeval binnen je kennissen of familiekring of heb je op dit moment te maken met een ernstig ziekbed. Hopelijk ligt deze inleiding vanavond niet al te gevoelig voor je en neem je de boodschap en troost mee naar huis.

Zingen:          Psalm 89 : 19

Lezen:            Genesis 9 : 1 – 6
                        1 Korinthe 15 : 51 – 58

Bronvermelding:   
•    ‘Ons leven is van God’        Ds. R. van Kooten
•    ‘Voorbij de dood’            Dr. J. Hoek
•    ‘Een gewenste dood’         H. M. Kuitert
•    ‘Een barmhartige dood?’        Dr. H. Jochemsen

 


Een stukje geschiedenis

In de Middeleeuwen werd het leven beheerst door het motto ‘momento mori’, en door de religieuze opvatting van de dood als overgang naar de eeuwigheid. Door historische ontwikkelingen is dit echter compleet veranderd. Vanaf de Renassance is onze cultuur steeds meer geconcentreerd geraakt op het aardse leven. Het veroorzaakte een opvallende verschuiving in de wijze waarop de Europese mens de dood ervoer. Het accent kwam te liggen op het aardse leven en op gezondheid en vitaliteit. De dood moest zoveel mogelijk verdrongen worden uit het alledaagse leven en uit het bewustzijn. Deze verdringing komt op verschillende manieren tot uiting. Ziek-zijn als teken van onze sterfelijkheid wordt verbannen naar klinieken en ziekenhuizen, zodra het ernstig wordt. In het openbare leven ontmoeten we liever uitsluitend gezonde, actieve en aardige mensen. Begraafplaatsen bevinden zich meestal in buitenwijken of buiten de stad, en ze zijn aangelegd als parken, geïsoleerd van het leven van iedere dag.

De moderne mens en ‘de dood’

Toch is er tegenwoordig weer ruimte voor het onderwerp ‘de dood’. Al op basisscholen wordt dit onderwerp soms in uitgebreide thema’s aan de orde gesteld. Kinderen mogen  een man, verkleed als ‘de dood’ een hand geven, de lijkauto komt naar school en de kinderen mogen eens een doodskist uitproberen. Dit moet allemaal kunnen, want laten we eerlijk zijn, de dood is ‘doodgewoon’.
We moeten de realiteit  van de dood onder ogen zien en ook de harde werkelijkheid, maar de vraag is dan wel: Hoe zien wij de dood? Het is een vraag die elk mens wel bezighoudt, al zal dat voor de één intenser het geval zijn dan voor de ander. Elke tijd heeft zijn eigen doodsbeelden. De moderne visie op de dood is aan te geven in drie kernwoorden: integreren, functioneel maken en beheersen.
Wanneer we de dood integreren in ons leven, stellen we het zo voor alsof de dood onafscheidelijk bij het leven hoort. Je zou de dood dus doodgewoon moeten vinden. Je zou hem ‘doodnuchter’ onder ogen moeten zien. Er is nu eenmaal geen leven mogelijk zonder dood. De dood is de natuurlijkste zaak die je kunt bedenken. De dood rijmt op het leven en het leven strookt met de dood. Waarom angstig zijn voor de dood? Accepteer de eindigheid van het bestaan. Geniet van het leven, ’t duurt maar even!
Is zo’n benadering niet heel erg vlak en plat? Houd je dat werkelijk vol als je de dood in de ogen kijkt? Wanneer de dood inderdaad zo gewoon was, zou de mens niet telkens weer gedachten koesteren over een vervolg na de dood. De mens wil toch op één of andere manier ontsnappen aan het regiem van de dood? Zou reïncarnatie niet een optie zijn? Zoiets als, uithuilen en opnieuw beginnen, nieuwe kansen in een nieuwe belichaming.
‘Dood is dood’ is zo’n kale en kille gedachte. Daarom denken vele moderne mensen zich toch liever in dat men hierna voortleeft in het nageslacht of in de natuur.

Het lukt de mens niet om de dood te ‘verharmlozen’, te doen alsof het nauwelijks iets voorstelt. Maar er staat een andere mogelijkheid open: de dood functioneel maken. De dood krijgt een functie, de dood zou zinvol zijn. Je kunt daarmee vervolgens alle kanten uit.
Sommige zeggen: door de dood, door de eindigheid van het menselijk bestaan wordt het leven pas spannend. We zouden ons op den duur eindeloos vervelen en beslissingen zouden er niet meer toe doen. Anderen zeggen: door te sterven maken we plaats voor de volgende generatie. Het is goed van ophouden te weten. Ieder heeft zijn eigen toegemeten deel en als je aan de beurt bent geweest is het goed ruimte te maken voor een opvolger. Je leeft dan eigenlijk weer voort in de volgende generatie.
Trouwens, als de dood er niet was, zou de wereld allang de last van de overbevolking niet meer hebben kunnen dragen. Zonder dood geen leven en daarom geen leven zonder dood.

Een derde moderne opvatting omtrent de dood is de beheersing van de dood. Men heeft de dood onder de knie. Als de dood heel gewoon is en zin heeft, dan moet ik de dood ook naar mijn hand kunnen zetten. Ik behoef mij niet passief door de dood te laten overvallen, maar ik zou de dood in de arm mogen nemen en in de armen mogen vallen wanneer het mij uitkomt. In plaats van huiver voor het mysterie van de dood komt een ‘nuchtere’ hantering van de realiteit van de dood. Op deze manier probeert de moderne sterveling de dood onder de knie te krijgen. Hij neemt de dood in eigen beheer. Hij bepaald het sterven van zichzelf en ook van een ander. We zien dit in de maatschappij om ons heen gebeuren.
Ik wil rondom het onderwerp ‘de dood’ vanavond wat dieper ingaan op een drietal  zaken, mede omdat dit erg actueel is op dit moment.
•    Begraven of cremeren
•    Zelfmoord
•    Euthanasie
•    De doodstraf

Begraven of cremeren

Door de tijd heen zijn er verschillende manieren ontstaan waarop met het lichaam van een dode wordt omgegaan. In het officiële taalgebruik wordt dan gesproken over ‘lijkbezorging’.
De eerste en in Nederland voor iedereen bekende vorm van lijkbezorging is het begraven of ter aarde bestellen. In sommige culturen kent men echter een vorm van lijkbezorging waarbij men het lichaam laat afdrijven op de zee of op de rivier. Een derde en minder bekende vorm is het aan de lucht blootstellen van het lijk. Het dode lichaam is dan een prooi voor roofdieren en roofvogels. Als laatste vorm van lijkbezorging kennen we de lichaamsverbranding, wat vooral voorkomt in Japan, in India op Bali en in Nieuw-Guinea. Ook bij de Germanen kwam lijkverbranding waarschijnlijk veelvuldig voor. Tot ver in de Nederlandse geschiedenis is begraven hier een vanzelfsprekende vorm van lijkbezorging. Het verbranden van lichamen (we spreken dan over crematie) heeft in de westerse wereld pas halverwege de 19e eeuw voet aan de grond gekregen. Crematie is het verassen van een lichaam bij zeer hoge temperaturen. Vroeger werd het lichaam rechtstreeks aan de vlammen blootgesteld. In de moderne crematoria is dit niet meer het geval. Hel lichaam wordt in gloeiend hete lucht van ongeveer 1000 C geplaatst. Het verassingproces duurt ongeveer een uur.

De rol van het christendom in het denken over en het bestaan van crematie blijkt heel duidelijk uit de geschiedenis. De kerk heeft altijd al de lijkverbranding afgewezen. Waar het christendom zijn intrede deed in de heidenwereld, moest de lijkverbranding ter plaatse verdwijnen.
Gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw ontstond er in heel Europa een groeiende aandacht voor lijkverbranding. Met name de ontwikkelingen in de jaren 1860 – 1870 in Italië deden nogal wat stof opwaaien. Enkele wetenschappers gingen zelfs zo ver dat ze lijkverbranding in plaats wilden stellen van begraven. Vanaf dit moment gingen de ontwikkelingen snel. In 1913 werd in Velzen het eerste crematorium gebouwd. Op 1 april in 1914 werd hier de eerste persoon gecremeerd. In het jaar 1968 volgde de volledige gelijkstelling van begraven en cremeren. In vijf jaar tijd liep het aantal crematies ten opzichte van begrafenissen op tot ruim dertig procent van het aantal uitvaarten.

Waarom zou cremeren niet mogen? Wat zegt de bijbel erover?
Het woord crematie komt in de Bijbel niet voor. Wel wordt er gewezen op verbranding van het lichaam. Waar het beschreven wordt is altijd in een negatief verband. Overigens geldt dit in veel gevallen in de Bijbel waar gesproken wordt over vuur. Enerzijds wordt het vuur als een louterend middel genoemd, anderzijds wijst de Bijbel op het vuur waardoor de aarde vergaat en waarmee de goddelozen verderven zullen. God laat bijvoorbeeld in de geschiedenis van Elia een vuur uit de hemel komen waardoor de hoofdman met zijn vijftig mannen verbrandt.
Op diverse plaatsen lezen we van vuur als straf. Leviticus 21 : 9 geeft een voorbeeld waarin God nadrukkelijk het verbranden van mensen als een straf voorschrijft.
Als nu de dochter van enigen priester zal beginnen te hoereren, zij ontheiligt haar vader, met vuur zal zij verbrand worden.
Er zijn meer voorbeelden te noemen waaruit we kunnen opmerken dat het verbranden van lichamen niet een, door God gewenste vorm van lijkbezorging is. In de Bijbel is het een schande om niet begraven te worden. Maar waarom dan begraven?
Dat de doden begraven worden is in de Bijbel een vanzelfsprekendheid. Diverse bijbelgedeelten maken dit duidelijk. In Genesis 3 : 19 staat: “In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof en gij zult tot stof wederkeren. Op deze plaats wordt niet aangegeven wat er niet mag, of wat er niet hoort, maar God geeft hier aan hoe het feitelijk zal zijn met ieder mens: tot het stof van de aarde zal hij of zij terugkeren.

Ook de Heere Jezus werd begraven. Deze begrafenis is duidelijk in het Oude Testament voorzegd en door de Heere Jezus in het Nieuwe Testament bevestigd. De begrafenis van Christus is een onmisbare schakel in Zijn verlossingswerk. Hoe zou de kerk de boodschap van Zijn opstanding hebben kunnen verstaan, als hij niet eerst begraven was om daarna met majesteit uit het graf te treden?Christus liet zich na Zijn kruisdood naar het graf dragen, waaruit Hij is opgestaan op de derde dag. Zo mag de kerk in Zijn voetspoor treden en kiezen voor de begrafenis boven crematie.

Zelfmoord

Laat ik eens beginnen met de definitie van zelfmoord. Zelfmoord wordt omschreven als een door de persoon zelf veroorzaakte dood, waarbij de persoon opzettelijk direct en bewust handelt. Een indrukwekkende gedachte. Als je denkt dat zelfmoord maar weinig voorkomt heb je het mis. Deze vorm van moord behoort tot de top-tien van de doodsoorzaken.
Zelfmoord is er helaas altijd al geweest. Uit heel de geschiedenis zijn gevallen van zelfmoord bekend. We vinden het onder antieke Chinezen, Grieken en Romeinen. In het Oude Testament lezen we van koning Saul dat hij zijn eigen leven beëindigde. Ook Hitler pleegde bij de val van zijn rijk zelfmoord. En dan te bedenken dat in onze Westerse maatschappij maar liefst 160.000 mensen per jaar sterven door zelfmoord. Misschien vraag je je af hoe die mensen zover komen. We onderscheiden vier verschillende intenties tot het plegen van zelfmoord.
•    De doodzoekers: Deze mensen willen hun leven beëindigen op het moment dat zij zelfmoord plegen. Ze kunnen er bijvoorbeeld een week over twijfelen maar dan zijn ze er ineens zeker van en gaan ze tot de daad over.
•    De doodbeginners: Deze mensen handelen vanuit de overtuiging dat het proces van de dood al bezig is, en dat zij dit proces slechts versnellen. Sommigen verwachten dat ze evengoed al binnen een paar dagen of weken zullen sterven en nemen daarom het initiatief in eigen hand.
Onder deze categorie vallen veel ouderen en ernstig zieken.
•    De doodontkenners: Deze mensen geloven niet dat hun zelfmoord zal leiden tot het einde van hun bestaan. Hieronder vallen veel kinderen en mensen die geloven in het hiernamaals.
•    De dood-tarters: Deze personen ervaren tevenstrijdige gevoelens in hun intentie te sterven, ook op het moment van hun poging. Ze vertonen deze tegenstrijdigheid eveneens in de methode die zij kiezen. Zij ondernemen namelijk tegelijkertijd handelingen die de dood zullen voorkomen. Ze nemen bijvoorbeeld een overdosis pillen en bellen dan snel een vriend of familielid.

Ik wil een aantal factoren noemen die tot zelfmoord kunnen leiden, ik werk deze echter niet verder uit.
•    Stressvolle gebeurtenissen en omstandigheden, te denken aan een ernstige ziekte, mishandeling of onderdrukking of stress door het werk.
•    Verandering van stemming en gedachten, bijvoorbeeld toename van verdriet en hulpeloosheid.
•    Alcohol en ander druggebruik
•    Mentale stoornissen, zoals mensen die in verwarring of angstig zijn of een depressie hebben.
•    Navolging. Mensen nemen kennis van de zelfmoord van een ander en kunnen dit niet aan.

Om een standpunt in te nemen wat betreft zelfmoord is het belangrijk onderscheid te maken tussen zelfopoffering en zelfmoord. Ik denk hierbij aan het optreden van Simson die uiteindelijk zichzelf doodde, toen hij de tempel van Dagon in liet storten. Simson gebruikte zijn kracht niet om een einde te maken aan zijn ellendige omstandigheden Het ging  hem om wraak over de Filistijnen als de vijanden van de God en het volk van Israel. Een andere uitzondering in de categorie zelfmoord zijn de gevallen waarbij mensen zich opofferen om het leven van vrienden te redden of in oorlogstijd de vijand geen belangrijke zaken in handen te laten vallen.
Als het echter gaat over zelfmoord als middel om zichzelf van eigen ellende te verlossen, hebben we het over een ernstige zaak. Met heilige huiver moeten wij dan vrezen dat velen, ja verreweg de meesten zichzelf doden, omdat zij buiten Christus zijn en het ware geloof missen. Ze kunnen niet onder de zware last blijven omdat ze hun hoop niet op Christus stellen. Zo kan de satan hen er toe verleiden er een ‘eind’ aan te maken. Door de zelfmoord verwijderen zij zich niet alleen uit het heden der genade, maar snijden zij zichzelf ook voor eeuwig definitief van de genade af.

Euthanasie

Laten we beginnen met de vraag: Wat is euthanasie? Het uit het Grieks afkomstige woord euthanasie betekent ‘een goede dood’. De definitie die in Nederland gehanteerd wordt, luidt: ‘het opzettelijk levensbeëindigend handelen door een ander dan de betrokkene op diens verzoek’.
Zojuist hebben we het gehad over zelfmoord. Het is belangrijk onderscheid te maken tussen hulp bij zelfmoord en euthanasie. Bij euthanasie is het een ander dan betrokkene die de handeling uitvoert die de dood tot gevolg heeft; bij hulp bij zelfmoord voert betrokkene zelf deze handeling uit, maar wordt geholpen door een ander. De definitie van hulp bij zelfmoord luidt dan ook: ‘het opzettelijk verlenen van hulp bij levensbeëindigend handelen door de betrokkene, op diens verzoek’. Beide termen zijn te vangen onder ‘levensbeëindigend handelen’ en worden vaak in een adem genoemd.

De discussie over euthanasie is in Nederland op gang gekomen toen in de jaren ’70 en ’80 de medische technologie grote stappen vooruit maakte. Er kwamen steeds meer mogelijkheden om het leven van ongeneeslijk zieke mensen te rekken. Toen bleek dat het leven van ernstig zieke mensen met behulp van medische en technologische uitvindingen steeds meer gerekt kon worden, kwam de vraag op hoe lang een behandeling gecontinueerd moet worden. Gevallen van mensen die jarenlang in coma lagen, speelden daarbij een grote rol.
Vanaf die tijd is het hard gegaan in de ontwikkelingen rondom euthanasie In 1973 werd een huisarts, die haar door een hersenbloeding getroffen moeder op verzoek een dodelijke dosis morfine toediende, nog gestraft, terwijl in 1984 de Hoge Raad het beroep van een arts op noodtoestand, accepteerde toen hij het leven van een 95-jarige vrouw die een half jaar met een heupfractuur in bed lag en een hoge dosis pijnbestrijdende middelen toegediend kreeg, beëindigd had. Uiteindelijk is in 1999 de euthanasiewet geaccepteerd.

Waarom pleit men voor euthanasie?
Degenen die voor legalisering van euthanasie zijn vinden dat de mens er recht op heeft zelf te kunnen beschikken over de grenzen van het leven; als iemand wil sterven, moeten er mogelijkheden zijn om op waardige wijze een eind aan zijn of haar leven te kunnen (laten) maken. In de visie van deze voorstanders van euthanasie is de mens niet Gods schepsel, maar een autonoom (letterlijk: zichzelf de wet stellend) wezen.
Een ander argument vóór euthanasie is het beëindigen van het leven van zeer ernstig lijdende mensen om hen hiermee van hun lijden te verlossen. Dit argument wordt vaak de tegenstanders voor de voeten geworpen. Als het leven uitzichtloos is en het lijden ondraaglijk, dan kan het een pijniging zijn voor mensen om te moeten blijven leven en is het alleen maar barmhartig daar een einde aan te maken.
Als je deze gedachte aanhangt moet er dus ook ruimte zijn om voor euthanasie op ernstig gehandicapte pasgeborenen en andere wilsonbekwame mensen. Alsof het mogelijk zou zijn te bepalen wanneer het moment aangebroken is dat het barmhartig is om een einde aan iemands leven te maken! Nee, in het licht van Gods Woord moet barmhartigheid juist gericht zijn op het leven, welzijn en de genezing van onze medemens.

De betekenis die in Nederland in het algemeen aan het woord euthanasie gegeven wordt komt niet overeen met de betekenis die wij er aan geven. Het lijden kan nog zo moeilijk zijn, maar sterven is alleen goed, euthanasie in de letterlijke betekenis van het woord, wanneer er uitzicht is op het voor altijd verlost zijn van moeite en dood. In Openbaring 21:4 lezen we:
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch gekrijt, nog moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan.  Voor de mens die zich de dood schuldig gemaakt heeft door ongehoorzaamheid aan zijn Schepper, de Drie-enige God van hemel en aarde, maar door diezelfde God verlost is van deze schuld, kan het lijden nooit uitzichtloos zijn. Voor hem is er namelijk uitzicht op het eeuwige leven na de dood.

Doodstraf

In 1870 is de doodstraf in Nederland afgeschaft. Op dit moment is meer van 50 procent van de Nederlandse bevolking voor de doodstraf. Het is goed dat er over dit onderwerp nagedacht wordt en dat er meer en meer ingezien wordt dat de doodstraf een Bijbels gegeven is. Toch blijven er bij velen vragen over. Wat zegt de Bijbel nu precies over dit onderwerp? Ik wil hier kort op ingaan.

Als christen horen wij achter de doodstraf te staan. Wij baseren ons standpunt op de Bijbel. In de Bijbel lezen we dat als iemand een ander van het leven berooft, hij geen recht meer heeft om zelf te leven. Dit kunnen we vinden in Genesis 9 : 6: 'Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mens vergoten worden'. en in Exodus 21:12: 'Wie iemand slaat, dat hij sterft, die zal zekerlijk gedood worden'. Het betekent wél dat er een goed proces moet zijn geweest voordat de doodstraf voltrokken wordt. Ook moet er alles aan gedaan worden om te voorkomen dat onschuldige mensen worden veroordeeld. Een doodvonnis moet altijd in beroep bekeken worden, zodat onafhankelijke rechters dit kunnen beoordelen. De verdachte moet de mogelijkheid krijgen alle vormen van beroep aan te gaan, tot aan de gratieverleningsprocedure. De verdachte moet zich kunnen verweren en er moet rekening worden gehouden met de toestand van de verdachte.

De vraag rijst bij ons, waarom de doodstraf niet omgezet mag worden in een boete, bijvoorbeeld levenslange gevangenisstraf? Nee, dit mag niet zomaar. Dit heeft te maken met het feit dat de mens het beeld van God is. God wordt zelf in zijn eer aangetast door moord. Zijn beeld wordt omgebracht. Als we verder lezen in genesis 9 : 6 lezen we: Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden, want naar het beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt.
Al wordt de mogelijkheid tot vervanging van de doodstraf weinig besproken in de Bijbel, er zijn een aantal indirecte aanwijzingen hiervan. (Wij moeten niet vergeten dat de “boeken van Mozes” alleen een selectie bevatten van de wetten die God aan Mozes openbaarde.) Deze mogelijkheid tot vervanging geldt ook bij bepaalde misdaden waar de doodstraf op staat. In Exod. 21:29 lezen wij dat als de eigenaar van een rund dat bekend staat als gevaarlijk, dat rund niet goed bewaakt en het iemand doodt, dan zal het rund gedood worden en krijgt zijn eigenaar de doodstraf opgelegd. Maar dan lezen wij in vers 30: Indien hem een zoengeld opgelegd wordt, dan zal hij alles wat hem opgelegd wordt, als losprijs voor zijn leven geven. De aanklager (het naaste familielid van het slachtoffer) mag dus in plaats van de doodstraf een geldboete eisen.
Ondanks sommige uitzonderingen die de bijbel noemt kunnen we niet om de doodstraf heen. Als we achter de doodstraf moeten we ons afvragen wat ons doel is met de doodstraf. Doodstraf in de Bijbel is er niet op gericht om potentiële gevaren in de maatschappij uit de weg te ruimen. Dat idee ligt wel achter ons moderne systeem van gevangenis straf. Wij stoppen die slechte mensen achter de tralies. Dat geeft ons een veilig gevoel. In de Bijbel gaat het om rechtzetting. Misdaad wordt gestraft om het opgelopen nadeel van het slachtoffer te vergoeden. Dit is Bijbelse vergelding. De Heere verwacht dan ook dat, bij oprecht berouw over een gepleegde zonde of misdaad, er ook de begeerte is om die zonde recht te zetten.
Het volgende wat we ons af kunnen vragen is of het wel wijs is om ons voor de doodstraf in te spannen in een maatschappij die niet christelijk is. Ook al leven we tegenwoordig in een maatschappij die de wetten van God niet naleeft, dit argument mag niet opwegen tegen het principe van rechtzetting dat de Heere zelf gegeven heeft. Een principe dat het recht van de uitoefening van de doodstraf noodzakelijkerwijs inhoudt. Paulus zegt in Rom. 13:4:
Indien gij kwaad doet, wees dan bevreesd; want zij (de overheid) draagt het zwaard niet tevergeefs; zij staat immers in de dienst van God, als toornende wreekster voor hem, die kwaad bedrijft.
Alleen de overheid mag de doodstraf dus uitvoeren. Eigen rechter spelen kan en mag niet. Daarentegen heeft de overheid wel een belangrijke verantwoording, waar God ook rekenschap van zal vragen.
Christenen en ‘de dood’
We hebben wat actuele zaken omtrent de dood behandeld. Er is natuurlijk nog veel meer te zeggen over hedendaagse denken over de dood. Ik wil echter verder ingaan op de vraag hoe wij als christenen tegenover de dood moeten staan. De dood is een oorzaak van de zonde. Het is het oordeel van God en deze dood gaat sinds de zondeval door tot alle mensen. ‘Wie leeft er die de slaap des doods niet eens zal slapen, wie redt zijn ziel van ’t graf’?
Voor ons is de dood een vijand. We leven in een wereld die vol is van dood en verderf, van ellende en pijn. De schepping zucht en steunt en kraakt. De aarde is een tranendal. Dank aan de 40.000 kinderen die per dag van de honger omkomen. De miljoenen die sterven aan de ziekte AIDS. Denk aan de gruwelen van de oorlog, nu eens hier en dan weer daar. De permanente dreiging van terroristische aanvallen. We kunnen dichter bij huis blijven: die vrouw die een paar keer per week op het kerkhof staat en daarna terugkeert naar haar woning waar het zo leeg en eenzaam is geworden. Die man die met de dood in de schoenen loopt sinds hij weet dat hij de gevreesde ziekte heeft.
Het is dan wel Pasen geweest, maar de dood is nog steeds een geduchte vijand. Hij laat zich overal zien en gelden en lijkt wel de overwinnaar op alle fronten. In Genesis 5 horen we de sombere doodsklokken in het refrein: ‘… en hij stierf, … en hij stierf, en hij stierf. Dat is na de zondeval begonnen en sindsdien doorgegaan alle eeuwen door tot op de huidige dag. We gaan allemaal naar de doden toe. Vroeg of laat krijgt de dood ons te pakken. Midden in het leven zijn we door de dood omgeven.

Je kunt wel eens met huivering denken aan dood en graf. Je moet er dan toch maar doorheen, door dat zwarte gat, die donkere tunnel, die zwarte doodsjordaan. Maar om de dood echt als geduchte vijand te ontmaskeren en in het vizier te krijgen, moeten we toch nog scherper zien. Paulus laat het ware karakter van de dood zien in 1 Korinthe 15 : 56 ‘De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet’.
De dood wordt hier voorgesteld als een beest met een angel. Je kunt denken aan een schorpioen of aan een reusachtige wesp. Uit die angel spuit hij gif, en wee degene die dat gif naar binnen krijgt. Die sterft een onherroepelijke en bittere dood. We kunnen bij het beeld van de prikkel ook denken aan de scherpe punten aan een ossenkar of aan de stof van een slavendrijver. Met zo’n stok met een venijnig scherpe punt worden we altijd maar weer opgejaagd. De dood zit ons levenslang op de hielen en nooit krijgen we rust of vrede. Sommige mensen beleven dat heel sterk. Ze voelen de hete adem van hun eigen dood in de nek en proberen daarom gulzig uit het leven te halen wat er in zit.

Hoe komt het dat die dood zo bitter is en zo machtig om ons te verschrikken? Wel, dan moet je op het gezelschap van de dood letten, zo zegt Paulus. Hij tekent een ijselijk driemanschap. De dood is in gezelschap van de zonde en van de wet. En juist vanwege de gezelschap is de dood zo’n geduchte vijand.
Wat heeft de dood dan met de zonde te maken? Was er geen zonde gekomen, dan was er geen dood gekomen. De Heere zei tot Adam: ‘ten dage als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven. De mens heeft zichzelf de dood aangedaan. Zichzelf dood gezondigd in dwaze opstand tegen de Heere. De zonde betaalt de dood als loon uit. Je zou ook kunnen zeggen: de zonde baart de dood. De dood is de voldragen vrucht van de zonde, omdat de zonde in wezen niet anders is dan zich losrukken van God die het ware leven is. Buiten God is geen waarachtig leven, maar alleen de eeuwige dood.

Hoe kunnen we de dood overwinnen? Is de dood altijd onze vijand? Nee! De dood is verliezer en wordt overwonnen door de wonderlijke werking van het geloof. De dood kan zelfs uitgejouwd worden als een verslagen vijand. Het geheim ligt in Christus die dood geweest is en zie, Hij leeft. De dood heeft Hem niet kunnen houden en het graf heeft het tegen hem moeten afleggen. Maar Gode zij dank die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus.
Als een enorme wesp kwam de dood op Jezus af en stak Hem met zijn angel diep en pijnlijk in het vlees. Jezus moest sterven, de dood leek overwinnaar. Maar intussen had de dood zijn angel verloren. En Christus herrijst op de derde dag uit dood en graf. Daarmee doet Hij de dood de dood aan.
Komen Gods kinderen altijd van de vrees van voor de dood af? Kun je als kind van God de dood uitlachen als een verslagen vijand? Inderdaad, dat kan en dat gebeurt. Maar alleen als we op Christus zien. Niet zodra ons hart en onze ogen van Hem afdwalen. Paulus schrijft in de tegenwoordige tijd dat God ons de overwinning geeft in Christus. Leef je dan altijd uit die blijdschap en troost? Helaas niet. Soms kun je er helemaal niet bij komen. Dan hoor je ineens weer de vloek van de wet. Dan ervaar je ineens weer de macht van de zonde. Dan beleef je ineens weer de vrees voor de dood. Blijf gedenken en in gedachtenis houden dat Christus uit de doden is opgestaan. Komt dat boze drietal eraan, zonde – dood – wet, verwijs ze dan naar Christus. Laat ze maar met Hem gaan vechten, als ze durven. Zeker, we moeten de aanklacht van de wet bijvallen. In onszelf zijn we vervloekt, verkocht onder de zonde, verwerpelijk en verdoemelijk. Maar als we Christus kennen mogen we ons op Hem beroepen die heeft  geleden en met Zijn kostbaar bloed heeft volkomen heeft betaald voor de zonden van Zijn kinderen.
In zekere zin blijft de overwinning van de dood toekomst muziek. De doden moeten nog herrijzen uit de graven, de mensen die nog in leven zijn bij Jezus; wederkomst moeten in een punt des tijds veranderd worden. En zo zal de dood zijn laatste vestingen moeten prijsgeven. Dan zal de dood voorgoed verslonden zijn, verzwolgen in de overwinning van Christus. De dood is dan helemaal opgedronken en ingeslikt zoals je een beker leegdrinkt tot op de bodem. Er is dan helemaal niets meer van over. De dood is dan gewoon nergens meer. Er is nog slechts de overwinning van Jezus. Leven, eeuwig leven tot verheerlijking van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Met dat uitzicht en vooruitzicht bemoedigen de pelgrims elkaar in het strijdperk van dit leven. Stil maar, wacht maar, bid maar, werk maar, alles wordt nieuw. De dood zal dan zijn weggedaan en het Lam zal in het midden staan.

Zingen:            Psalm 18 : 1

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Stellingen bespreken

Plenaire afronding

Zingen:            Psalm 48 : 6